Raymond van de Klundert: 'Liefde, wat is dan liefde?'
Auteur: Bart van Oosterhout
|
13-12-2005
|
Mail dit artikel
Raymond van de Klundert -- Kluun -- verloor zijn vrouw aan kanker, vluchtte in promiscuïteit en schreef daar een prachtig boek over. Hij is inmiddels getrouwd met zijn voormalige minnares, Komt een vrouw bij de dokter is een bestseller en de verfilming komt er aan. 'Kluun is pas op de helft van zijn verhaal.'
Net als in het boek
Als je binnenkomt bij Kluun in de Amsterdamse Johannes Verhulststraat, is het alsof je in zijn boek stapt. Op de kast staan foto's van Juut (Judith), Kluuns overleden vrouw die in het boek Carmen heet. In zijn studeerkamer, de sterfkamer van Judith/Carmen, staat nog altijd met enorme zilveren letters het carpe diem dat vrienden er ter afscheid op schilderden. In de keuken een mooie blonde vrouw die zich voorstelt als Naat: dat moet Roos zijn, de vrouw uit het boek met wie de schrijver toen een verhouding had. Verderop speelt Judiths dochter Eva (Luna in het boek) zusterlijk samen met Roos, de dochter van de nieuwe vrouw des huizes. Een feest van herkenning. Komt een vrouw bij de dokter, de debuutroman van schrijver Raymond van de Klundert, ofwel Kluun, is al twee jaar oud,maar pas dit najaar begonnen de verkopen echt hard te gaan. Op honderdduizend staat de teller inmiddels en de kerst moet nog komen. De slechte recensies in de literaire pers ten spijt, gaan er wekelijks vijfhonderd exemplaren van over de toonbank. In dit tempo is Kluun hard op weg het succesvolste debuut van Nederland tot op heden -- De Wetten van Connie Palmen -- voorbij te streven. Ook in Duitsland werd Kluuns debuut een groot succes, en daar wél inclusief complimenten van literaire recensenten. Ik hoorde voor het eerst van Kluun via vrienden. 'Echt schokkend', zeiden ze, 'je wilt niet weten wat die kerel allemaal flikt, en écht gebeurd hè'. Dat was de reden om Komt een vrouw bij de dokter te kopen. De reden om het ook te lézen, kwam toen ik het uitleende aan een vriendin die al na een kwartier de tranen in haar ogen had staan. Ik kreeg het boek van haar niet meer terug.
Rauwer dan Turks Fruit
De vergelijking met Jan Wolkers' Turks Fruit ligt voor de hand. Maar Komt een vrouw... is rauwer. Bij Kluun geen mooi rond drama waarin de motieven van de hoofdrolspelers worden verklaard. Bij hem geen literaire bijsluiter: overspel, vriendschap, dood en liefde gaan samen, omdat het zo is, niet omdat iemand het heeft bedacht. Als ik Kluun bezoek, legt hij de laatste hand aan zijn derde boek (tussendoor verscheen nog een satirisch zelfhulpgidsje voor jonge vaders: Help ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt), dat begint waar de eerste roman ophoudt. De weduwnaar moet voor de Boekenweek in de winkel liggen. Het scenario van Komt een vrouw... wordt nu geschreven. Wie moet gecast worden als Stijn? (Lacht) 'Ik heb vorig jaar bij Zomergasten Theo Maassen gezien en daar was ik wel van onder de indruk. Kijk, Stijn is een heel botte, uit de klauwen gelopen versie van mezelf, en wat ik mooi vind van Theo Maassen is dat hij een heel botte kant combineert met een zoekende, filosofische kant. Maar ik mag de acteurs niet kiezen. Ik heb wel een vetorecht.' Is het moeilijk om een verhaal uit handen te geven dat zo dicht bij je staat? 'Nee, ik geef het graag uit handen. Ik weet wat wel en niet autobiografisch is en om daar in te gaan zitten schrappen, dat is onmogelijk. Het boek is de twaalfde versie van het ruwe manuscript. Het eerste manuscript was zevenhonderd bladzijden, het boek is driehonderd bladzijden geworden. Als je daar ook nog eens driekwart uit weg moet halen... Ik ken geen enkele schrijver die dat zelf heeft gedaan. Gek genoeg heb ik ook niet zoveel met de film. Een keer in de maand neem ik met scenarioschrijfster Marnie Blok het scenario door, dat is het. Als de film uitkomt, sta ik natuurlijk met het zweet tussen mijn billen, maar nu blijft het nog abstract. Ik ben met mijn volgende boek bezig.'
Onterecht gelijkgesteld met Stijn
Vind je het storend dat er over jouw leven wordt gepraat? 'Ja, omdat mensen mij gelijk stellen met Stijn, zelfs recensenten, en dat klopt niet. Vaak zeggen ze: je hebt een fantastisch boek geschreven, maar wat ben je toch een klootzak. Of een teringhond. In het begin accepteerde ik dat, maar later stuurde ik een soort standaardmailtje terug: 'Stel dat ik jou een mail zou sturen met de mededeling dat je een klotenwijf bent, zonder dat ik je ken. Zou je dat leuk vinden?' Ik snap dat mensen de behoefte hebben om de ikpersoon verantwoordelijk te houden,maar er zijn wel grenzen van het fatsoen.' Je bent heel bereikbaar, via je eigen site. 'Als je zo'n boek schrijft, moet je bereikbaar zijn, vind ik. Dat wil niet zeggen dat ik het altijd leuk vind als er weer eens iemand in de kroeg op me afkomt die zegt "mijn moeder is ook overleden aan kanker", maar als ik een mail krijg van mensen die iets over het boek zeggen, een stuk of vijftien per dag, reageer ik er wel op. Het is niks voor mij om me te verschuilen achter mijn boek.' De roem bevalt je ook wel? 'Tuurlijk, iedereen is ijdel, ik ook. Maar de aandacht is bij mij een middel om iets te bereiken. Ik ben van huis uit een strateeg in demarketing en ik weet hoe je een merk moet bouwen. Kluun is niet mijn schrijversnaam, iedereen noemt me al zo sinds die Elfstedentocht met Evert van Benthem. Nu is Kluun een merknaam geworden en ik laat dat maar zo. Laatst las ik voor in de bibliotheek in Amstelveen, zaten er maar twintig mensen, terwijl er normaal rond de 150 op komen dagen. Hadden ze me per ongeluk alleen met mijn echte naam aangekondigd.' Je doet al je eigen publiciteit? 'Ik heb wel het voortouw genomen ja. Budgetten zijn er natuurlijk niet voor een eerste boek. Ik had tijdens het schrijven al veel ideeën over publiciteit. Die heb ik verzameld in een bestandje en toen het boek uitkwam heb ik met een aantal mensen uit mijn netwerk een heel plan gemaakt over hoe we het in de markt gingen zetten. Dat had een andere schrijver nooit zo gedaan. Bij dit tweede boek gaat het weer zo. Ik moet oppassen dat ik niet weer fulltime met de marketing bezig ben, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan.'
Weerstand uit de literaire wereld
Je kreeg veel weerstand uit het literaire wereldje, verbaasde je dat? 'Ik snap het een beetje, want het is een boek over de dood van mijn vrouw en ik maak er reclame voor, mag dat wel? Ja luister, is mijn standaard antwoord dan, mijn buurman is A.F.Th. van der Heijden, die heeft Asbestemming geschreven. P.F.Thomese heeft over de dood van zijn kind geschreven. Ronald Giphart, Jan Wolkers, noem maar op, schrijven over de dood. Het is een van de belangrijkste thema's in de literatuur. Is het dan minder erg als je de promotie aan je uitgever overlaat? Dit is een verhaal waar ik met hart en ziel achter sta, mijn vrouw heeft gevráágd of ik het boek wilde schrijven. Dus ik vind dat ik het mag promoten.' Wat kan de literaire pers je schelen als je honderdduizend boeken verkoopt? 'Nou, het is wel belangrijk hoor. Door één slechte recensie in Het Parool miste ik direct een heleboel literaire kopers, dat zijn die mensen die de boekenbijlagen spellen en meteen naar Scheltema gaan om te kijken wat er nieuw is. Het zijn de voorlopers, die heb je nodig. Door die recensies weigeren nog steeds veel mensen om het te lezen.' Maar het kwetst ook je ego. Verdomme, ze vinden het geen literatuur. 'Ik weet ik dat ik geen woordkunstenaar ben. Het is net als met een rockbandje: ik heb een beperkt aantal akkoorden. Maar ik weet wel dat ik mensen meer dan andere schrijvers in het hart kan raken. Dus het stoort me wel. Ik ben sinds januari 2002 aan het schrijven. Ik ben een schrijver; al is het alleen maar in de meest letterlijke zin dat ik vier dagen per week zit te schrijven. Dan vind je het dus leuk een schouderklopje te krijgen van mensen die er verstand van hebben. Daarom ben ik blij dat het nu in Duitsland wel wordt gewaardeerd in de serieuze pers.' Heb je nooit gedacht: dit kan ik niet opschrijven? 'Ik op een goed moment besloten dat het geen autobiografie, maar een roman moest worden. Door mijn hoofdpersonen Stijn en Carmen te noemen in plaats van Kluun en Juut, kon ik sommige dialogen veranderen, of dingen die in twee verschillende jaren gebeurd zijn samenpakken. Bovendien kon ik Stijn op die manier karaktertrekken geven die ik nodig had voor het verhaal. Maar buiten dat heb ik niets weggelaten, ook niet uit het laatste hoofdstuk, dat wel helemaal autobiografisch is.' Ik bedoel moreel gezien, bijvoorbeeld het vreemdgaan tijdens haar stervensproces. 'Maar Stijn gáát niet vreemd gedurende het sterfbed van zijn vrouw, hij gaat vreemd gedurende de twee jaar dat zij ziek is. En wat is ziek bij kanker? Vergeet niet dat er lange perioden zijn waarin je leven heel normaal lijkt te zijn. Op een gegeven moment neemt Stijn vrij van zijn werk, dat heb ik ook echt gedaan, maar dan ging het weer een periode hartstikke goed met Juut dankzij een nieuwe kuur, en zei de arts: "Het kan best nog vier jaar goed gaan, of vijf of zes, dat weten we niet". 'Toen ben ik op een gegeven moment ook maar weer gaan werken, want wat moet je dan? Dus van het morele stuk, heel veel dingen die Stijn doet, daarvan zeggen mijn vrienden: wanneer was dat dan? Nou, dat was niet, of heel ergens anders. Ik heb er geen moeite mee om dingen te schrijven zoals ze waren of juist te verzwijgen, maar ik heb dat alleen gedaan als het de roman beter maakte.'
De bedoeling van de botheid
Maar als je de botheid van je hoofdpersoon aandikt, moet je daar een bedoeling mee hebben. 'Ja, dat liefde uiteindelijk bijna alles overwint. Maar dit wordt een soort uittrekselboek als je dat moet gaan uitleggen. En twee: dat je niemand kunt afmeten aan zijn zwaktes, omdat je daardoor zijn sterke kanten niet ziet. Ik heb die verslaving aan vreemdgaan expres aangedikt, omdat daardoor de liefde van Stijn voor Carmen extra scherp uitkomt. Zoals de grote filosoof André Hazes altijd zei: Liefde, wat is dan liefde? Die vrouw uit die praatgroep, die uiteindelijk overlijdt in het boek, met haar man die niet meer met haar praatte, is dat liefde? Of was wat Stijn en Carmen hadden liefde? Dat mogen mensen zelf beantwoorden.' Heel cynisch gezegd zou je kunnen zeggen: Stijn zou gek geweest zijn als hij zijn vrouw had verlaten. Hij heeft zoveel te danken aan de dood van zijn vrouw. Het wordt zijn levensvervulling. 'Ga eens praten met een psycholoog van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Ik denk dat je dan tot een andere conclusie zult komen. Het aantal relaties dat strandt wanneer een van de partners op jonge leeftijd een levensbedreigende ziekte krijgt, is gigantisch. Als je jong en gezond bent, en je partner is gezond, kun je je niet voorstellen wat een impact zo'n ziekte heeft op het leven van beide personen. Veel mensen zeiden: wat knap hoe je dat hebt gedaan op het einde, bij het sterfbed. Maar dat was helemaal niet knap, dat was de beloning. Het knappe was dat wij bij elkaar zijn gebleven. Elvis zong Never judge aman before you've walked a mile in his shoes, en daar gaat het boek over: als je Stijn veroordeelt, en dan mag je ook mij veroordelen, heb je als lezer nog niet helemaal de essentie van het boek begrepen.' Het zijn ook kutvragen, hè? 'Nou dat recht heb je, het is ook niet de eerste keer. Je waarden en normen maak je als je leven in een rustig vaarwater zit,maar je ziet pas wat ze waard zijn als er storm uitbreekt. Bij alle religies vind je daarover wel iets terug: hij die zonder zonde is werpe de eerste steen. En ik denk dat een van de grootste problemen van Nederland, in ieder geval van het intellectuele deel ervan, is dat we dat vergeten. Iedereen staat voortdurend klaar met oordelen, hele bladen worden ermee volgeschreven. Daarom heb ik het boek ook zo zwaar aangezet, het is ook een pleidooi voor tolerantie, want uiteindelijk is Carmen dolgelukkig met Stijn.' In zekere zin is de dood van Judith ook een geschenk voor jou. 'Ja, hoe wrang het ook is. Kijk die voetballer die ineens dood blijft in zijn slaap, dat is verschrikkelijk, daar valt niets aan te relativeren en er zit geen enkel nut aan. Bij ons wel. Juut zei dat de laatste twee jaar de mooiste van haar leven zijn geweest, hoe ziek ze ook was.'
Niet bang voor de dood
Je bent niet meer bang voor de dood. 'Ik heb het gezien en ik was er bijna jaloers op. Op het eind van haar leven was Juut verlicht, dat merkte iedereen die met haar praatte. Ze was er ook helemaal klaar voor. Natuurlijk had ze nog wel dertig jaar willen leven, maar toen het kwam, was ze er klaar voor. Dat is een prachtig iets. Ik vond het ook heel ontroerend, anders dan een geboorte, maar even ontroerend. Nu dreigt het boek in Duitsland een groot succes te worden, mede omdat euthanasie nog steeds niet mag in Duitsland. De nazi's noemden het ook euthanasie en daarom heet het daar nu Sterbehilfe,maar het ligt dus heel gevoelig.' Hoe is het om te werken in het huis waar je vrouw is doodgegaan? Stijn was bang dat het hele huis een grafkist zou worden. 'Wat Stijn daarover zegt, heb ik zelf ook gedacht: we hadden dit huis gekocht en eigenlijk hoopte ik in stilte dat Juut dan niet meer zou leven, omdat ik daar echt een nieuw begin wilde. Nou, Juut bleek taaier dan verwacht. We gingen hier in maart 2001 wonen en zij overleed in mei. Ze heeft er maar acht weken gewoond, waarvan de laatste twee weken alleen op bed,maar doordat dat sterfbed zo mooi was, is die vrees van mij niet uitgekomen. Ik verspreek me ook wel eens als ik het over de begrafenis heb, heel Freudiaans, dan heb ik het over de bruiloft. Omdat het ook zo'n feestdag was. 'De kist stond hier, deze deuren waren dicht. Mensen die behoefte hadden konden nog gaan kijken, iedereen was in de keuken met een kop koffie, hier de lijkwagen -- zo begint ook het tweede deel De Weduwnaar waar ik nu de laatste hand aan leg -- en dan lopen we met z'n allen naar de Obrechtkerk. En daarna naar Zorgvlied en daarna gaan we drinken. En veel ook. Dat was een heel mooie dag en daardoor heeft het huis niet die negatieve connotatie. Sterker nog, toen Nathalie zwanger was van Roos, hoopte ik dat ze hier zou kunnen bevallen. Dan zou Roos in hetzelfde bed geboren worden als waarin Juut was overleden. Dat zou heel mooi geweest zijn, maar dat lukte niet, we moesten naar het ziekenhuis. Ja, en ik schrijf op de plek waar Juut opgebaard lag, daar staat mijn bureau en daar werk ik. Vooraf was ik er heel bang voor en achteraf is het heel erg mooi.' Kluun, Komt een vrouw bij de dokter, Uitgeverij Podium, Amsterdam. Paperback 320 pagina's, € 16,-. ISBN 9057591669
CV Raymond van de Klundert (41)
Raymond van de Klundert -- Kluun voor vrienden -- was reclamestrateeg bij het Amsterdamse bureau Project X. Zijn vrouw Judith was al even succesvol met haar eigen reclamebureau. Met hun dochter Eva woonde het stel in een mooi huis in Amstelveen. In 2000 wordt bij Judith borstkanker geconstateerd. Er volgden twee slopende jaren van onzekerheid, chemokuren en aftakeling. Waar de ene man zou zijn gevlucht in drank, vluchtte Van de Klundert in promiscuïteit. Paradoxaal genoeg blijft hij zijn vrouw tot het einde trouw in de liefde en hoe dichter Judith bij de dood komt, hoe sterker die liefde wordt. Judith kiest voor euthanasie temidden van al haar vrienden in een feestelijke roes. Na haar dood vertrekt Van de Klundert met zijn dochter naar Australië, en daar begint hij aan Komt een vrouw bij de dokter, dat nu, vijf jaar later, een bestseller is geworden. Hij woont in Amsterdam-Zuid met Eva, zijn tweede vrouw Nathalie en hun dochter Roos, en werkt aan het vervolg van zijn debuut, De weduwnaar, dat in het voorjaar verschijnt bij uitgeverij Podium.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|