De belofte van biomassa
Auteur: Kees Versluis
|
10-10-2005
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Greenpeace pleit voor grote elektriciteitscentrales die draaien op biomassa, plantaardig afval. Dat zou 'broeikasneutraal' zijn. Maar zonder zware subsidies wordt het in Europa waarschijnlijk niks.
Ingewikkelde open haard
'Redding klimaat binnen handbereik', kopte Greenpeace vorige maand in een persbericht. Die redding heette deze keer geen windmolen, waterstof of zonnepaneel, maar biomassa. De milieuorganisatie had onderzoeksinstituut Kema de haalbaarheid van een biomassa-elektriciteitscentrale in Nederland laten doorrekenen. Zo'n centrale produceert geen brandstoffen, maar elektriciteit, door droog plantaardig afval te verbranden en daarmee een stoomturbine aan te drijven. Eigenlijk is het weinig anders dan een ingewikkelde open haard. Wat bleek: keihard haalbaar, zowel technisch als economisch. Als het aan Greenpeace ligt, beginnen we vandaag nog aan de bouw van deze 'gouden kans', zodat over een paar jaar tien procent van de Nederlandse elektriciteit komt uit de verbranding van hout en stro. De biomassacentrale moet volgens Greenpeace een vermogen krijgen van honderd megawatt, ofwel ruim twee keer dat van de kerncentrale in Borssele. Voor Nederland is zo'n grote biomassacentrale tamelijk bijzonder, want we tellen op dat gebied wereldwijd nauwelijks mee. Er staat alleen een kleine centrale in Cuijk van zo'n 25 megawatt, die deels draait op Veluws sprokkelhout (en heel veel subsidie). Het bedrijf Fibroned werkt aan een kippenstront-elektriciteitscentrale in Apeldoorn, tot groot ongenoegen van buurtbewoners, die vervuiling en stank vrezen.
Elektriciteit uit biomassa CO2-neutraal
Dat Nederland niet voorop loopt, is niet zo vreemd: de voornaamste grondstof voor biomassacentrales -- hout -- ligt hier nu eenmaal niet voor het oprapen. Landen die verder zijn, beschikken doorgaans over een sterke hout- of papierindustrie. De grootste biomassacentrale ter wereld staat naast een papierfabriek in het Finse Pietarsaari. Ze heeft een vermogen van 240 megawatt, de helft van Borssele. Deze centrale werkt iets vernuftiger dan het openhaard- (of roosterprincipe) van de meeste biomassacentrales. De Finnen hakken de houtpulp eerst in korrels, die ze, vermengd met zand, laten zweven op een krachtige luchtstroming en dan pas in brand steken. Het rendement wordt hoger, maar de exploitatiekosten helaas eveneens. Greenpeace wil dat de Nederlandse biomassacentrale ook volgens deze wervelbedtechniek gaat werken. De milieuorganisatie schat dat in dat geval een rendement van 43 procent mogelijk is; 43 procent van de energie uit het hout wordt dan uiteindelijk in elektriciteit omgezet. Het wereldwijde gemiddelde bedraagt nu een procent of 38. Het grote voordeel van elektriciteit uit hout of andere biomassa is dat het 'CO2-neutraal' is. Er komt bij de verbranding weliswaar CO2 vrij, wat bijdraagt aan het broeikaseffect, maar dat CO2 is in een eerder stadium -- toen het hout nog boom was -- aan de atmosfeer onttrokken. Quitte dus, althans als je voor het gemak even vergeet dat bij de bouw van de fabriek en het transport van biomassa ernaartoe ook de nodige energie wordt gebruikt, en er dus toch extra CO2 vrijkomt.
Dé alternatieve energiebron?
Vanwege die vermeende 'broeikasneutraliteit' roepen sommigen al jaren dat biomassa dé alternatieve energiebron van de toekomst is. En ook de milieubeweging draait er -- na aanvankelijke scepsis -- steeds meer voor warm. Het grote nádeel van elektriciteit uit biomassa is echter dat die peperduur is. Het transport van de biobrandstoffen naar de fabriek is bijvoorbeeld een kostbare aangelegenheid. Want (sprokkel)hout en stro branden lekker, maar wegen relatief weinig, terwijl ze veel ruimte in beslag nemen. De transportkosten lopen kortom flink in de papieren. Speciaal gewassen gaan verbouwen om op te stoken in een biomassacentrale is economisch zelfs volstrekt onrendabel. Een biomassacentrale moet het hebben van afval, biologisch afval. Waarom denkt Greenpeace nu dan wel dat zo'n centrale haalbaar is? Volgens Roland Siemons, biomassaspecialist van het Frans-Nederlandse adviesbureau Marge, zit het onderzoeksrapport van de milieuorganisatie redelijk goed in elkaar. En dat is vaak wel anders bij beleidsrapporten over biomassa, heeft hij ervaren: ze zijn vaak onrealistisch positief. Technisch gezien kloppen de plannen van Greenpeace wel. Alleen de financiering, daar zit hem de kneep. Als Greenpeace' berekeningen kloppen, krijgt de eigenaar van de nieuwe duizend-megawatt-biomassacentrale zelfs geld toe voor ieder kilowattuurtje dat hij aan het elektriciteitsnet levert. De kostprijs van de biostroom bedraagt weliswaar 8,2 cent per kilowattuur (terwijl de vrije markt er slechts 3,2 cent voor biedt), maar de milieuorganisatie rekent zich vervolgens rijk aan de directe en indirecte subsidies. Omdat er geen CO2-uitstoot plaatsheeft, kan de centrale haar CO2-rechten verkopen op de CO2-beurs die bestaat sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Kyoto op 1 januari 2005. Dat moet 1 à 2 cent per kilowattuur opleveren, meent Greenpeace. Of dat realistisch is, valt niet te zeggen: de emissiekoersen zijn sinds 1 januari verdubbeld, maar waar ze over vijf jaar staan, is niet te voorspellen.
Geen subsidie meer
De grootste fout die Greenpeace maakt, heeft betrekking op de MEP-subsidies (Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie) van het ministerie van Economische Zaken. Die zouden nog eens 6,6 cent per kilowattuur in het laatje moeten brengen. Een groot probleem is alleen dat die MEP-subsidie voor nieuwe biomassaprojecten onlangs is afgeschaft omdat het potje leeg was. Volgens de opsteller van het Greenpeace-rapport, Kema, is de MEP slechts opgeschort en staat de overheid nog steeds welwillend tegenover subsidiëring. Biomassaspecialist Siemons verwacht echter niet dat de subsidie terugkeert, of hooguit in zeer afgeslankte vorm. Want die MEP-subsidie was wel erg riant. Siemons heeft eens zitten rekenen. Grote (meer dan vijftig megawatt) groene elektriciteitscentrales kregen -- omgerekend --127 euro van de overheid voor elke ton CO2 die zij de aardatmosfeer bespaarden (terwijl de prijs voor zo'n ton CO2 op de vrije emissiemarkt momenteel tegen de 20 euro ligt). Voor kleine centrales lag die subsidie nog hoger: 176 euro. Siemons, die drie jaar geleden in Twente promoveerde op biomassa, gelooft niet dat de huidige techniek van verbranding de toekomst heeft, vanwege de hoge (transport)kosten en omdat de meeste biomassa er niet geschikt voor is. Hout is en blijft de meest voor de hand liggende grondstof, maar ander groen en ook bijvoorbeeld slachtafval komen er niet of nauwelijks voor in aanmerking. Ook een complexere verbrandingstechniek -- met als tussenstap vergassing van biomassa tot koolmonoxide -- lijdt aan hetzelfde euvel. Bovendien: dat vergassen lukt technisch nog steeds niet goed. Zonder flinke subsidies wordt het daarom niks. De biocentrale in Cuijk gaat dan ook zonder twijfel dicht, als het MEP-subsidiecontract niet wordt verlengd.
Nieuwe techniek geeft hoop
Als er hoop is voor biomassa, dan is die volgens Siemons te danken aan een nieuwe techniek: pyrolyse, ofwel biomassa omzetten in een soort bio-olie. Niet door die olie er ouderwets uit te persen, zoals nu gebeurt bij autobrandstoffen als biodiesel en koolzaadolie die uit zaden worden geperst. Bij biomassa levert dat veel te weinig op. Nee, bij pyrolyse worden de weerbarstige en complexe cellulose- en zetmeelmoleculen uit plant of boom 'gekraakt' tot olie. Daarvoor bestaat een aantal technieken. TNO in Apeldoorn draaide vorig jaar proef met een van Shell afgekeken methode: de biomassa onder extreem hoge druk brengen. Siemons is betrokken bij een andere experimentele methode: de biomassa tot piepkleine korreltjes vermalen (met een doorsnede van een millimeter) en die binnen een fractie van een seconde verhitten tot vijfhonderd graden. De korreltjes verdampen daardoor onmiddellijk en de lange, stugge organische moleculen breken in stukken, ofwel worden gekraakt tot vloeibare olie. Door de organische gassen onmiddellijk weer af te koelen, condenseert die bio-olie. Wat rest is een dikke, zwarte drab. Veel te zuur om een dieselauto op te laten rijden, maar prima brandstof voor een elektriciteitscentrale. Het kraken van biomassa tot olie heeft een aantal voordelen. Ten eerste kan op die manier al gauw zeventig procent van alle potentiële energie uit de biomassa worden gehaald halen, terwijl dat percentage bij andere methoden een stuk lager is. Ten tweede kunnen er in theorie alle vormen van biomassa voor worden gebruikt. Dus niet alleen hout en plantenafval, maar ook koeienkoppen, botten en darmen uit slachterijen, of ingedroogde poep uit het riool. Is elektriciteit uit pyrolyse-olie wél economisch rendabel? In de meeste gevallen niet. Want als de benodigde biomassa met vrachtwagens uit alle windrichtingen moet worden aangevoerd, rijzen de kosten al gauw de pan uit. De Twentse biomassaspecialist ziet daarom het meest in pyrolysefabriekjes direct naast megaproducenten van biologisch afval, die nu vaak niet weten hoe ze dat kwijt moeten. Nederland heeft zo'n geschikte producent niet. Maar in de (sub)- tropen met zijn grote plantages bestaan ze wél. Rietsuikerfabrieken komen het meest in aanmerking, vanwege de enorme hoeveelheden rietafval die ze produceren. Hier en daar in de Derde Wereld verrijzen de eerste pyrolysecentrales al. Het zijn kleintjes, niet groter dan tien megawatt. Zelf is Siemons betrokken bij de bouw van een centrale in Centraal-Afrika, die pindadoppen omzet in stroperige bio-olie. Slecht toegankelijke gebieden in Afrika, Azië of Zuid-Amerika hebben nóg een voordeel: gewone olie is er ontzettend duur omdat goede aanvoerroutes en pijpleidingen ontbreken. Pyrolyse-olie voor elektriciteitscentrales of huis-, tuin- en keukenkookstellen is in die gebieden al gauw economisch rendabel. Die olieprijs is uiteindelijk ook voor alle vormen van alternatieve energie in het Westen de cruciale factor. Want een olieprijs die snel stijgt, bijvoorbeeld naar honderd dollar per vat, zal biomassa, wind- en zonne-energie sterker stimuleren dan alle subsidieregelingen bij elkaar.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Jan van wincoop | 15 juli 2008 (18:59)
Meneer/mevrouw,
I.v.m. onze werkzaamheden in de rietdekkersbranche beschikken wij over een grote hoeveelheid rietafval. Op dit moment zijn wij hard op zoek naar een manier om dit rietafval om te zetten in een duurzame grondstof. Wij doen gericht onderzoek i.s.m. verschillende andere bedrijven afkomstig uit de hoek van bio-energie. Nu lees ik in dit artikel over een centrale, pyrolysecentrales, die rietafval kan verbranden.
Is er meer bekend over deze centrale, of zou u mij in contact kunnen brengen met personen/ondernemingen die zich hiermee bezig houden?
Ik zie uw reactie tegemoet,
|