Arnold Bakker: 'Werken brengt duurzaam geluk'
Auteur: Kees Versluis
|
01-06-2005
| Reacties: 6
|
Deel dit artikel
Werken leidt tot diep geluk, tot enthousiasme en existentiële zingeving. Zegt de Utrechtse hoogleraar Arnold Bakker. Gebaseerd op hard, empirisch onderzoek, zegt hij. 'Positief psycholoog' Bakker zoekt op dit moment naar het geheim achter de bevlogen mens.
Werken: geluksgevoel en energie
Weg met het gejeremieer over burnout, werkstress en ziekteverzuim. Werken is leuk en werken is goed voor de mens. Dat is de boodschap die de Utrechtse psycholoog Arnold Bakker de laatste jaren met verve in de media verkondigt. Van veel vrije tijd worden mensen juist depressief. Vol overgave en passie je werk goed doen, geeft het ware geluksgevoel. Je krijgt er bovendien veel energie van, waardoor je die bevlogenheid ook meeneemt naar je gezin, je vrienden en de sportvereniging. Zegt Bakker. Twaalf procent van de Nederlanders bevindt zich in deze bevlogen toestand, zo heeft Bakker onderzocht. Ze verkeren in opperste voldoening, zijn vitaal, toegewijd en gaan helemaal op in de dingen die ze doen. Ook voor anderen is hun aanwezigheid een feest, want het 'positivisme' van het bevlogen type is besmettelijk. Dat 88 procent van de Nederlanders die bevlogen arbeids- en levensvreugde in mindere mate of zelfs helemaal niet ervaart, heeft volgens Bakker in belangrijke mate te maken met de situatie op de werkvloer. Vaak zijn er dan niet voldoende 'energiebronnen' aanwezig. Daarmee bedoelt hij: een baas die je af en toe een schouderklopje geeft, collega's op wie je kunt bouwen, genoeg ontplooiingsmogelijkheden en een ruime mate van autonomie in je werk. Het klinkt misschien allemaal wat vaag, geeft Bakker toe. Maar dat is het niet, verzekert hij. Bakker en zijn Utrechtse collega's -- sinds enige jaren 'bekeerd' tot de 'positive psychology' -- hebben het met hard cijfermateriaal onderbouwd.
Het positieve benadrukken
Positive psychology, is dat een nieuwe stroming in de psychologie? 'Ja, het is opgekomen sinds 2000 en richt zich op datgene waar mensen goed in zijn, het positieve. Zolang de psychologie bestaat, gaat het over het negatieve. De artikelen in het belangrijkste tijdschrift op het gebied van arbeidspsychologie, het Journal of Occupational and Organizational Psychology, gingen de afgelopen tien jaar voor 95 procent over burnout, depressie, verzuim, werkstress, noem maar op. In slechts vijf procent van de artikelen stonden positieve eigenschappen van mensen centraal. Gelukkig is die balans omgeslagen. Sinds een paar jaar bestaan er zelfs tijdschriften die expliciet het positieve benadrukken, zoals het Journal of Happiness Studies en het Journal of Positive Psychology. Daarin gaat het over bevlogenheid, arbeidsplezier, toewijding.' Daar heeft de psychologie nu pas oog voor gekregen? Ik kan me dat bijna niet voorstellen. 'Het is inderdaad onbegrijpelijk. Natuurlijk waren er wel aanzetten. De humanistische psychologie in de jaren zestig bijvoorbeeld, met psychologen als Carl Rogers en Abraham Maslow, richtte zich ook op positieve thema's zoals motivatie en geestelijke gezondheid. Maar die stroming was niet erg empirisch ingesteld en daardoor enigszins vaag. Wat wij hier in Utrecht doen, is de positieve psychologie harde, empirische fundamenten geven. Onze inzichten zijn gebaseerd op studies onder (tien)duizenden werknemers in Nederland, die periodiek uitgebreide vragenlijsten invullen. De uitkomsten zijn kwantificeerbaar en valideerbaar.' Hoe ontstaat zo'n nieuwe psychologiestroming? Staat ergens in de wereld een grote man op die zegt: en nu gaan we het anders doen? 'Nee, niet echt. Ik denk dat het in de lucht hangt. We zijn er hier in Utrecht mee begonnen en ongeveer gelijktijdig is het ook elders in de wereld opgekomen, met name in Amerika. Misschien is het een reflex op het feit dat de arbeidspsychologie tien jaar geleden gedomineerd werd door thema's als burnout. Voor mij persoonlijk was dat in ieder geval de aanleiding. Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een dag in 1998 dacht: burnout, hoezo? Hoe vaak komt dat nou eigenlijk voor? Er zijn toch zeker veel meer mensen die met plezier hun werk doen? 'Later ben ik sterk geïnspireerd geraakt door de psychologe Barbara Fredrickson, die de functie van positieve ervaringen onderzoekt. De functie van negatieve ervaringen kennen we nu wel: angst leidt tot vechten of vluchten. Maar wat is de functie van blijheid, of tevredenheid? Op het eerste gezicht lijkt dat juist contraproductief: het leidt tot achteroverleunen in je luie stoel. Fredrickson betoogt dat de functie van positieve ervaringen op de lange termijn ligt. Wie gelukkig is, staat meer open voor nieuwe ervaringen, krijgt een groter zelfvertrouwen. Wetenschappelijk erg interessant, een heel open onderzoeksterrein.'
Werken betekent duurzaam geluk
Met plezier hard werken kan die positieve emoties bewerkstelligen, verkondigt u regelmatig in interviews. Arbeid adelt? 'Ik ben inderdaad heel positief over werken. Het geeft structuur en doel aan het leven. Werk betekent onder meer ontplooiing, sociale contacten, zingeving. Naast het hedonistische kortstondige plezier -- consumptie of Hollywoodgenot -- bestaat er ook duurzaam geluk. Dat laatste ontstaat door gestructureerde, doelgerichte actie. Iets tot stand brengen dat voldoening geeft. Dat kan door betaald werk, vrijwilligerswerk, maar natuurlijk ook door actief te zijn voor een vereniging. Zo nieuw is dat inzicht overigens niet, Freud zei het al, net als Aristoteles. 'Natuurlijk moet er bij arbeid wel aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn: een fatsoenlijk salaris, je capaciteiten kunnen gebruiken, goede sociale voorzieningen, zodat je niet al te bang hoeft te zijn voor ontslag. In landen als China is de situatie waarschijnlijk heel anders: daar overheerst de werkstress de arbeidsvreugde. Zestig, zeventig jaar geleden was dat in Nederland ook zo. Mijn vader werkte vroeger keihard in de fabriek en stond in de zomer tot zijn liezen in het water en riet om biezen te snijden. Op zijn 45e was zijn rug kapot. 'Wat dat betreft heeft werk nog nooit zo veel vreugde gegeven als in onze tijd. Het vreemde is dat daar wel weer allerlei luxeziektes uit voortgekomen zijn, van burnout tot rsi. Vroeger werd er dan gezegd: kom op, doorzetten. Dat zijn we een beetje verleerd.' Er zijn toch nog steeds banen waar de arbeidsvreugde niet erg hoog is. De lopende band bijvoorbeeld. 'Enige uitdaging is inderdaad een belangrijke voorwaarde voor arbeidsvreugde. Volgens sommige psychologen is plezier in het werk daarom voor lager opgeleiden niet weggelegd. Ik geloof daar niet zo in; ik denk dat geluk bij bijna ieder werk wel te vinden is. Zelfontplooiing ontbreekt misschien bij lopendebandwerk, maar dat is iets wat sommigen ook helemaal niet nastreven. Die mensen halen hun arbeidsvreugde uit contact met collega's, uit het feit dat alles goed loopt en andere kleine dingen.'
Zwitserleven-sprookje geen aanrader
Veel mensen zien dat toch heel anders. Die dromen op hun dertigste al van hun vervroegd pensioen: eindelijk leuke dingen doen. 'Het Zwitserleven-gevoel. Dat klinkt mooi, maar is voor de meeste mensen sowieso onbereikbaar, omdat hun pensioen te karig is. En als het geld er wel is, dan is dat Zwitserleven-sprookje evenmin een aanrader. Mensen hebben een vals beeld van vrije tijd. Reizen, ik vind het zelf het mooiste wat er is. Maar doorlopend vakantie is geen vakantie meer. De dagen worden na verloop van tijd heel leeg. Vrijwilligerswerk, opgaan in je hobby's dat is het beste als je met pensioen gaat. Voor veel mensen is het zelfs beter gewoon door te werken tot hun 75e of nog langer, als ze dat lichamelijk aan kunnen. De president van de Amerikaanse centrale bank, Alan Greenspan, is bijna tachtig. Die man doet het ontzettend goed en is veel gelukkiger dan als hij verplicht achter de geraniums zou moeten zitten.' De vakbonden zijn fel gekant tegen een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. 'Feitelijk komen ze op voor de mensen die tegenwoordig een uitzondering vormen in onze maatschappij. Stratenmakers bijvoorbeeld, die zouden eigenlijk al eerder moeten ophouden met werken dan nu, omdat het fysiek te zwaar is. Ook de advocatuur of nachtwerk houd je geen veertig jaar vol. Maar de meeste mensen in de meeste beroepen kunnen na hun 65e het beste gewoon doorwerken. Van een vroeg pensioen word je niet gelukkig, zo blijkt uit onderzoek.' Een stokpaardje van u is de 'bevlogen werknemer'. Twaalf procent van de Nederlanders behoort daartoe. Leg eens uit. 'Om dat te meten, hebben we een redelijk valide vragenlijst gemaakt, die we vervolgens samen met Arbo--diensten aan duizenden werknemers hebben voorgelegd. Twaalf procent voldeed aan de bevlogenheidscriteria. Leeftijd, geslacht en soort werk maken weinig uit. Het bevlogenheidspercentage verschilt wel sterk per bedrijf.'
Bedrijven kunnen bevlogenheid sturen
Kan een bedrijf de bevlogenheid van zijn werknemers sturen? 'Tot op zekere hoogte wel. Er is een heel duidelijk verband tussen de "energiebronnen" binnen een bedrijf en de bevlogenheid van de werknemers. Met energiebronnen bedoel ik dingen als feedback op prestaties, autonomie, ontplooiingsmogelijkheden en sociale steun.' Op de schouders van leidinggevenden rust dus een erg zware verantwoordelijkheid? 'Hun rol wordt inderdaad zwaar onderschat; zij zijn voor ongeveer vijftig procent verantwoordelijk voor de bevlogenheid van hun personeel. Helaas doen de leidinggevenden het in Nederland niet goed. Werknemers geven hun baas voor coaching gemiddeld een zes-min. Dat komt doordat veel managers vooral geselecteerd zijn op hun financiële kwaliteiten. Economische opleidingen zijn zwaar overgewaardeerd. Een goede manager is in de eerste plaats een people manager. Meer psychologen, minder economen in de top, dat zou veel beter zijn. Die zes-min moet makkelijk een zeven kunnen worden als bedrijven gaan inzien dat menselijke kwaliteiten veruit het belangrijkst zijn voor een leidinggevende. Die ongeïnteresseerdheid in de menselijke kant zie je bijvoorbeeld terug in jaarverslagen van bedrijven: boordevol financiële cijfertjes, maar meestal niets over sociale zaken. Pas als het ziekteverzuim erg hoog oploopt, gaan bedrijven zich ermee bezighouden. Dan is het te laat, ze hadden al veel eerder moeten zorgen dat hun werknemers enthousiast zijn.' Kan iedereen een bevlogen, bruisend type worden? Als je fysiek minder sterk bent, lijkt het me lastig. 'Je mogelijkheden, je kunnen, speelt natuurlijk een rol. Maar kunnen staat in directe wisselwerking met willen. Kijk je wel eens naar de Olympische Winterspelen? Die langlaufers die bek- en bekaf zijn, maar toch willen winnen: halfdood komen ze over de streep. Wilskracht kan je kunnen soms de baas zijn. Hét voorbeeld vind ik de wereldberoemde fysicus Stephen Hawking. Hij is bijna geheel verlamd, kan niet praten, zit in een rolstoel. En toch heeft hij een enorm enthousiasme voor zijn vak. Een bevlogen type.'
Bevlogenheid: herkenbaar en besmettelijk
Kun je het bevlogen type herkennen als hij langskomt voor een sollicitatiegesprek? 'Sommige mensen kunnen het zien. Een bedrijfsarts van een telecombedrijf met wie onze onderzoeksgroep samenwerkt, kon bijvoorbeeld vrij goed van tevoren raden wie van de werknemers in zijn bedrijf als bevlogen uit de bevlogenheidstest zou komen. Zelf herken ik ze ook wel van tevoren. Bevlogen mensen herkennen andere bevlogen mensen overigens makkelijker. Net zoals depressieve mensen andere depressieven herkennen.' Bent u zelf bevlogen? 'Ik heb mijn eigen test nooit gedaan, maar ik denk dat ik helemaal uit de pan scoor. Ik vind mijn werk heel leuk, ben erg enthousiast, hoor ik ook van anderen.' Eens bevlogen, altijd bevlogen? 'Wie bevlogen is, komt in een positieve spiraal terecht. Want als je eenmaal enthousiast bent, ontvang je meer steun van anderen, zijn mensen je eerder behulpzaam, vinden ze het leuk je als gesprekspartner te hebben. Toevallig hebben we net een dataset binnen van een grote groep artsen die we tien jaar lang volgen. Wat blijkt: wie bevlogen is, is dat met een kans van 25 procent na vijf jaar nog steeds. Hoe het komt dat sommigen hun bevlogenheid verliezen, weten we niet. We vermoeden dat bij een aantal werknemers bevlogenheid omslaat in werkverslaving. Dat is iets heel anders. Een werkverslaafde werkt niet hard omdat hij het leuk vindt, maar vanuit innerlijke dwang. En dan dreigt het gevaar van opbranden.' Bevlogenheid is besmettelijk, blijkt uit uw onderzoek. 'Ja, wie bevlogen is, kan anderen in zijn omgeving aansteken. Daarom is het zo goed voor de werksfeer en de prestaties binnen een bedrijf om bevlogen mensen in dienst te hebben. Cynisme en negativisme zijn overigens nog besmettelijker, dat begint me steeds meer op te vallen. We zijn er nog niet uit hoe dat komt.' Oppassen dus voor depressievelingen en sfeerverziekers. Daar kun je maar beter met een grote boog omheen lopen? 'Je moet inderdaad uitkijken dat je niet wordt meegezogen in hun negativisme. Dat je ze moet vermijden, wil ik niet zeggen, probeer tegengas te geven. Heb je een áántal mensen in een team die voortdurend zeggen dat ze het allemaal maar niks vinden, tja, dan is de kans groot dat de stemming in de hele groep verziekt raakt.' Hoeveel bevlogenen moet je tegenover één chagrijnige cynicus zetten om het effect op te heffen? 'Daar hebben we geen harde cijfers over. Maar ik schat toch minstens twee.'
CV Arnold Bakker
Arnold Bakker (40) werd in 1964 geboren in het godvruchtige dorp Genemuiden, centrum van de Nederlandse tapijtindustrie, waar een hoge arbeidsmoraal heerst en een ziekteverzuim van hooguit twee procent. Dat de jonge Arnold na de middelbare school psychologie ging studeren in Groningen, lag in die wereld niet voor de hand. Bakker promoveerde in 1995 in Utrecht, werd universitair hoofddocent bij de capaciteitsgroep sociale en organisatiepsychologie en is sinds 1 januari bijzonder hoogleraar positief organisatiegedrag. Zijn leerstoel wordt betaald door de consultancytak van uitzendbedrijf Manpower. Vorig jaar richtte hij daarnaast zijn eigen adviesbureau AB4C op om bedrijven te adviseren op het gebied van human resource management. Bakker is getrouwd en heeft twee kinderen van drieënhalf en een half jaar oud.
Meer artikelen in de rubriek Weekblad archief:
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Just me | 2 juni 2005 (2:00)
Waarom is de chagrijnige cynicus dan niet een van de bevlogenen, is dat omdat een ieder werk toch anders ervaart. Of misschien in zijn werk niet kan vliegen, maar kort gewiekt wordt, dat deze mentaliteit, eerder gebruikt wordt, dat een bevlogenen waarschijnlijk iemand is die dat doet.
Positief ajakkes, allemaal valse schijn. Een wereld die mensen graag zien, maar het gebeurt niet zomaar dat positieve mensen in een depressie duiken, omdat het leven nu eenmaal niet alleen uit positieve dingen bestaat.
Co Stuifbergen | 5 juni 2005 (21:48)
Kent Arnold Bakker z'n eigen cijfers wel?
2 Citaten:
" Vol overgave en passie je werk goed doen, geeft het ware geluksgevoel. Je krijgt er bovendien veel energie van."
"Wie bevlogen is, komt in een positieve spiraal terecht."
Maar verderop blijkt: van de bevlogen types, is 75 % na 5 jaar niet meer bevlogen.
(Citaat: "wie bevlogen is, is dat met een kans van 25 procent na vijf jaar nog steeds.")
Anne-Marie van Buuren | 19 juni 2005 (7:28)
Ik ben er sowieso erg trots op, om een neef te hebben die hoogleraar is en zulke stukken schrijft. Ik geloof ook dat zelfs iem. met b.v. een burnout veel meer kan dan hij of zij denkt, en er in de praktijk ook eerder meer energie van krijgt dan minder als hij wel doet wat hij denkt niet te kunnen.
Toch denk ik ook dat er vaak een gebrek aan van jezelf houden aan ten grondslag ligt.
anoniem | 7 augustus 2006 (11:55)
Goed verhaal, maar jammer, dat de bevlogen werknemer zoveel niet-bevlogen collega's tegen komt. Zoals bekend ligt de zg. burn-out dan snel op de loer! In een land waar een zesjes cultuur heerst, zal het nog wel even duren voordat de "bevlogen" werknemer de voorbeeldfunctie zal innemen.
marga schmitz | 20 juni 2007 (10:02)
Wel leuk deze insteek,helaas wordt bevlogenheid door omstanders vaak niet op zijn waarde geschat,niet gestimuleerd en soms zelfs de kop ingedrukt!Goed om de werkgevers op het feit te wijzen dat zij positiviteit moeten blijven complimenteren en stimuleren,maakt werk voor iedereen leuker!
Marcel Thewissen | 18 januari 2010 (9:44)
We zijn alleen zelf verantwoordelijk voor ons eigen geluk (wat we denken, voelen en doen). Niemand anders. Ook je werkgever niet. Natuurlijk kan werken het gelukzalig gevoel voeden. Dit kan, zie de dagelijkse praktijk, ook niet het geval zijn. Niemand dwingt je echter om ongelukkig te zijn en werk te (blijven) doen waar je ongelukkig van wordt. Kijk eens goed naar de keuzemogelijkheden die je hebt. Als mensen de keuze hebben, maken ze altijd de beste. Daar ben ik van overuigd! Je moet ze wel eerst zien.
|