Leuker kunnen ze het niet maken
Auteur: Thijs Peters t.peters@bp.vnu.com |
02-05-2005
|
Deel dit artikel
Populair als werkgever en door vriend en vijand geroemd om zijn efficiëntie: de Belastingdienst. Maar de laatste reorganisatie lijkt iets te veel van het goede. Zelfs de altijd zo loyale medewerkers morren.
Belastingdienst: goed imago (?)
De Belastingdienst heeft onder jonge hoogopgeleiden een prima imago, zo bleek vorige week uit het Intermediair Imago Onderzoek 2005. Na de politie en het ministerie van Buitenlandse Zaken is hij de populairste werkgever in de non-profitsector. En ook in het imago-onderzoek van het zakenblad Management Team scoort de dienst goed. In de ranglijst van vijfhonderd bedrijven en instellingen staat de fiscus op plaats zestien en is daarmee de hoogst genoteerde overheidsinstelling. Daar hoort een prijs bij en die nam Jenny Thunissen, de trotse directeur-generaal van de Belastingdienst, 21 april jongstleden in ontvangst. Thunissen zal zich bij die gelegenheid wellicht hebben afgevraagd of ze die prijs volgend jaar weer kan ophalen. Een week eerder klonk op de jaarvergadering van de Vereniging van Hoofdambtenaren bij het ministerie van Financiën (VHMF) in Utrecht namelijk een heel ander geluid. VHMF-voorzitter en belastinginspecteur J. Engelen uitte namens de Vereniging felle kritiek op het personeelsbeleid van de dienst. De laatste reorganisatie -- ingezet in 2003 -- pakt volgens hem slecht uit. Engelen vertelde in zijn rede dat de medewerkers ontevreden zijn en dat er bij de kantoren een gevoel heerst van 'bekijk het maar'. Ook uit een intern rapport van de dienst dat vorige week in handen kwam van NRC Handelsblad, blijkt de ontevredenheid: slechts twaalf procent van het personeel heeft het nog naar zijn zin. Een lid van de VHMF bevestigt tegenover Intermediair dat er problemen zijn. 'Vanaf 1990 volgde de ene reorganisatie op de andere.' De laatste, waarbij zo'n 3500 van de 30 duizend banen gedurende de kabinetsperiode moeten verdwijnen en de kleinere kantoren in het land moeten sluiten, was er volgens het lid eentje te veel voor de anders zo loyale ambtenaren. 'De mensen zijn veranderingsmoe.' Alle bezuinigingen tasten op termijn de kwaliteit van de dienstverlening aan vreest hij. 'Alle "franje" is weggesneden. Zelfs de eigen fiscale bibliotheken zijn gesloten, terwijl je die toch echt nodig hebt om je kennis op peil te houden.'
Collegiaal management: onduidelijk
Een ander probleem vormt volgens hem het onlangs ingevoerde 'collegiaal management'. 'Er zijn nu teams van leidinggevenden in plaats van één leidinggevende. Dat leidt tot onduidelijkheid bij medewerkers: wie gaat nu precies waar over? Collegiaal management is eerder toegepast bij andere overheidsinstellingen, maar die hebben het inmiddels weer teruggedraaid omdat het in de praktijk niet werkte. Dan vraag je je af waarom de dienst dat nog gaat invoeren.' Ook belastingadviseurs merken dat het rommelt bij de dienst. 'Ik hoor steeds vaker van mensen van de dienst dat ze er geen zin meer in hebben', zegt Ton Langelaar, fiscaal adviseur te Amsterdam. 'De banen worden oninteressant. Steeds vaker hoor ik van goede mensen dat ze naar particuliere bureaus vertrekken.' Heeft Langelaar er in de praktijk last van? 'Je merkt dat het kennisniveau van de ambtenaren op de nieuwe grotere kantoren minder is dan op de kleinere kantoren.' Ook ziet hij dat er minder wordt gecontroleerd. 'Ik heb tweehonderd klanten en de afgelopen twee jaar zijn er maar drie gecontroleerd. Heb ik geen last van, maar het is natuurlijk geen goed teken.' Jan-Willem Kemper, van het College van Belastingadviseurs, heeft vooral kritiek op de bereikbaarheid van de fiscus. 'Die was de afgelopen maanden buitengewoon slecht.' Belastingadviseurs merken daar volgens hem gelukkig weinig van, want zij hebben sinds een paar maanden een apart telefoonnummer dat ze kunnen bellen. 'Bovendien kennen ze de specialisten persoonlijk.' Problemen doen zich vooral voor bij de Belastingtelefoon voor particulieren. Vroeger werden veel vragen behandeld door het lokale kantoor. Sinds dit jaar moeten particulieren echter te rade gaan bij callcenters. Die bleken lang niet genoeg capaciteit te hebben en de telefoon was in de maanden vóór 1 april -- spitsuur bij de dienst -- slecht tot niet bereikbaar. De chaos bij de Belastingtelefoon leidde tot Kamervragen, waarop staatssecretaris Joop Wijn extra geld beschikbaar stelde om capaciteit in te huren. Sindsdien is de bereikbaarheid iets verbeterd, maar de problemen zijn nog steeds niet opgelost.
Politiek is oorzaak problemen
Overigens is er ook lof voor de dienst uit de hoek van de adviseurs. De elektronische aangifte voor ondernemers die dit jaar verplicht is geworden, verloopt gezien de omvang van de operatie vrij goed. Kemper: 'De Belastingdienst is nog steeds een van de meest efficiënte van Europa. Geen land is zo ver met automatisering als Nederland.' Kemper is dan ook mild over de dienst zelf. De schuld voor de problemen bij de fiscus liggen volgens hem niet bij de ambtenaren of directeur-generaal Thunissen. Het is de politiek. 'Steeds verzinnen ze weer nieuwe regels en taken voor de dienst zoals straks het uitbetalen van de zorgtoeslagen, terwijl er tegelijkertijd enorm wordt bezuinigd. Je mag je afvragen of dat verstandig is. Er is te weinig oog voor de uitvoerbaarheid van de maatregelen. De vorige staatssecretaris, Willem Vermeend, was fiscalist, die had daar veel meer aandacht voor. De huidige staatssecretaris Joop Wijn is een echte politicus. Die staat ver van de praktijk af.' Xander van de Scheur van de ambtenarenbond Abvakabo, vertegenwoordiger van de lagere echelons, wijt de huidige problemen ook aan de politiek. Niet zozeer aan de leiding van de dienst zelf. Maar had Thunissen dan niet harder moeten protesteren bij haar politieke baas Joop Wijn? 'Dat heeft ze echt wel gedaan, hoor. Ze komt misschien over als een heel rustige vriendelijke vrouw, maar het is echt een stevige tante. Maar ja, uiteindelijk moet zij als ambtenaar ook gewoon doen wat de politiek haar opdraagt. De taakstelling van het kabinet -- meer dan tien procent eruit -- was gewoon te veel. Twee tot vier procent minder ambtenaren in vier jaar, dat kan zo'n tent wel aan. Twaalf procent is te veel. Dan gaat zo'n organisatie verzuren. En ja, ook mijn leden hebben minder zin in hun werk.'
Meer artikelen in de rubriek Weekblad archief:
Reageer, print of deel dit artikel
|