Van wie is die tas?
Auteur: Door Thijs Peters en Luuk Sengers |
27-07-2004
| Reacties: 1
|
Deel dit artikel
Net voordat Nederland zich naar stranden, pretparken en de nationale luchthaven rept, slaat de regering alarm. Er dreigt een terroristische aanslag. Meer kan de minister niet vertellen, het volk zoekt het zelf maar uit. Nee, dan de Britten: die weten wel wat hun te doen staat.
Hoe herken je het gevaar?
Er dreigt een grote terroristische aanslag in Nederland, waarschuwde minister Remkes van Binnenlandse Zaken op 9 juli. Hoge ambtenaren werden voor beraad bijeengeroepen, pantservoertuigen naar de Schipholtunnel gedirigeerd. Nederland was paraat. Maar wordt er nu ook iets van míj verwacht?, zal menig burger zich hebben afgevraagd. Het eerste serieuze alarm in Nederland in verband met terreurdreiging -- en meteen ligt de zwakste plek in onze defensie bloot: het volk weet van niets. Het kan ook nergens voor informatie terecht. Niet in Postbus 51-folders, niet op de website van de overheid.
Terwijl in andere landen de wijsheid wordt gekoesterd dat een alerte bevolking terreuraanslagen kan helpen voorkomen, reist de Nederlander elke dag met de metro of de trein, zit hij de hele dag bovenin een kantoor, doet hij 's avonds boodschappen in een volgepakt winkelcentrum en gaat hij in de vakantie met de kinderen naar de Efteling, zonder te weten waaraan hij het gevaar kan herkennen.
Londen, veiligste stad ter wereld
Het kan ook anders. Neem Londen. Groot-Brittannië is niet het enige land met ervaring op het gebied van terreurbestrijding -- Frankrijk, Spanje, Israël en Rusland kunnen er ook over meepraten -- maar Londen heeft thans (na Washington) de meeste reden om zich zorgen te maken. Desondanks afficheert het zichzelf als 'een van de veiligste steden ter wereld'.
Sinds begin jaren negentig worden in de Britse hoofdstad jaarlijks tussen de twee en zes bomaanslagen gepleegd. Lang niet allemaal door de IRA. Elk facet van het openbare leven heeft ermee te maken gehad; er waren aanslagen op winkelcentra, de National Gallery, de London Stock Exchange, de BBC (in maart 2001), een distributiecentrum van de posterijen (ook in 2001) en een drukke winkelstraat in West-Londen (eveneens in 2001).
De meest opzienbarende aanslagen waren op 24 april 1993 in de City (een dode, dertig gewonden, een miljard pond schade) en een mislukte mortieraanval (in 1991) op Downing Street 10 terwijl het voltallige kabinet daar in zitting bijeen was. Kortom: Londen was al wat gewend voordat Al Qaeda opdook.
Minder bekend zijn de terreuraanslagen die werden verijdeld. Begin deze maand lichtte het hoofd van de Metropolitan Police (Scotland Yard) tegen een persbureau een tipje van de sluier op: Londen, zo onthulde hij, is de afgelopen jaren doelwit geweest van een aantal mislukte aanslagen. Sommige zijn door de politie voorkomen. Meer dan honderd mensen moeten nog voor de rechter verschijnen in verband met mislukte terreurdaden. Het nieuws ging prompt de hele wereld over. Eindelijk iets positiefs te melden: alertheid helpt tegen terrorisme.
Zijn recente geschiedenis, gecombineerd met de typisch Britse aandacht voor detail en openheid, maakt Groot-Brittannië ideaal studiemateriaal. Een rondgang langs websites en woordvoerders.
LONDON PREPARED
http://www.londonprepared.gov.uk Direct na 11 september 2001 werd in Londen een team geformeerd, het London Resilience Team, bestaande uit vertegenwoordigers van alle hulpdiensten, ziekenhuizen, British Telecom, de openbaarvervoerbedrijven (waaronder de metro), de lokale overheid en zelfs het Leger des Heils. Gezamenlijk hebben ze direct alle rampenplannen tegen het licht gehouden en bekeken wat er aan de onderlinge samenwerking kon worden verbeterd. Het team, dat nog geregeld vergadert, bestaat uit een kleine kern van ambtenaren met daaromheen vooral veel specialisten van de verschillende organisaties, waardoor een krachtig expertisecentrum is ontstaan.
Op de website van het team (met de titel 'London Prepared') vind je snel en overzichtelijk informatie over preventiemaatregelen en noodplannen. De site richt zich vooral op ondernemers, met Business Continuity Advice en richtlijnen voor Risk Management . Want dat lijkt de belangrijkste doelstelling van London Prepared: zorgen dat terroristen niet slagen in het belangrijkste doel dat ze voor ogen hebben, de maatschappij ontwrichten. De motivatie van het Resilience Team (resilience betekent veerkracht, herstellingsvermogen) is eerlijk en nuchter: we kunnen onmogelijk alle aanslagen voorkomen, maar we kunnen wel proberen de schade voor burgers en bedrijven zo veel mogelijk te beperken.
Tachtig procent van de bedrijven die ooit bij een grote ramp betrokken waren, moest binnen anderhalf jaar zijn deuren sluiten, luidt een van de wijsheden op de site. Een noodplan kan uitkomst bieden. En hoe je zo'n noodplan maakt, kun je op de site leren, in vijf stappen.
MI5
http://www.mi5.gov.uk Bijzonder nuttig is de website van MI5, de binnenlandse veiligheidsdienst -- de Britse grote broer van de Nederlandse veiligheidsdienst AIVD. Waar de AIVD-site geen enkele praktische tip geeft voor ondernemers, presenteert MI5 een handig tienstappenplan om bedrijven en organisaties veiliger te maken. Met professionele tips over onder andere veiligheidspasjes, camera's en postafhandeling.
Verrassend zijn de meeste adviezen niet, maar dat wil niet zeggen dat ze al door alle bedrijven worden opgevolgd. Wist u dat een opgeruimd kantoor, waar alles een vaste plek heeft en niets blijft rondslingeren, onaantrekkelijk is voor terroristen? Een tas of pakketje wordt in zo'n kantoor eerder opgemerkt. En de brandweer heeft bij een bommelding minder werk om het gebouw te doorzoeken. Vergezocht? Op de site van MI5 wordt over bommen in kantoren gesproken alsof het om verse bloemen gaat.
Misschien bent u zelf geen doelwit, preekt de spionnendienst tegen ondernemers, maar is er wel een doelwit in de buurt van uw kantoor. In haar optiek is er nauwelijks een kantoor dat geen maatregelen tegen bomaanslagen hoeft te nemen. En wie zou MI5, gezien de dichtbebouwde steden en kantorenparken van tegenwoordig, durven tegenspreken? Volop aandacht daarom voor de bom: 'Al sinds de negentiende eeuw een populair wapen van terroristen'.
Alles over autobommen, bombrieven, tikkende tassen, raketten en zelfmoordaanslagen op de site van MI5. Ondanks de geruststellende toevoeging dat 'het aantal doden door terroristische aanslagen in het Verenigd Koninkrijk sinds eind jaren zestig minder dan drie procent bedraagt van het aantal verkeersdoden in dezelfde periode'. Iets waar niemand snel aan zal denken (behalve MI5) is het volgende: de meeste gewonden bij aanslagen vallen door rondvliegend glas. Architecten en aannemers kunnen op de website terecht voor adviezen over anti shatter film (een polyester laagje dat je over de ramen kunt plakken), over speciale gordijnen die voorkomen dat glassplinters het gebouw in worden geblazen en over gewapend glas. Inclusief dikte, lengte, breedte, samenstelling van het materiaal.
HOME OFFICE
http://www.homeoffice.gov.uk Wie is aangestoken, zou eens moeten doorsurfen naar de website van de Home Office (Binnenlandse Zaken). Daar kun je het 33 pagina's tellende document Bombs. Protecting People and Property. A Handbook for Managers downloaden. Een handboek (vierde druk!) voor grote en kleine bedrijven, organisaties en overheidsinstellingen. Een soort SAS Survival kit voor managers die zijn uitgekeken op de jaarlijkse ontruimingsoefening en snakken naar het serieuze werk.
De meerwaarde van dit document zit vooral in de bijlagen met vragenformulieren -- vragen die u kunt stellen als iemand een telefonische bommelding doet: Waar is de bom op dit moment? Wanneer gaat ie af? enzovoort, tot en met: Wat is uw telefoonnummer? Maar ook met vragen die u níet had bedacht: hoe klinkt de stem van de beller? Welke geluiden hoort u op de achtergrond? Doodserieus leesmateriaal.
METROPOLITAN POLICE (Scotland Yard)
http://www.met.police.uk/campaigns/anti_terrorism/march.htm De Nederlandse gewoonte om gevaren te bagatelliseren is de Britten vreemd. Overal in de Britse hoofdstad hangen sinds dit voorjaar (toen Madrid het toneel was van aanslagen) posters met een foto van een paar ogen met daaronder de tekst: 'Life savers' en het telefoonnummer van de anti-terrorist hotline.
'We kunnen niet overal tegelijk zijn', stelt woordvoerder James Naden van Scotland Yard nuchter. 'Daarom doen we een nadrukkelijk beroep op het publiek om ons te helpen.' Sinds de hotline is opengesteld, ontvangt de politie gemiddeld vijfhonderd tips per maand, zegt hij. 'Sommige mensen hebben schroom om te bellen, omdat ze bang zijn dat door hun telefoontje onschuldige mensen in problemen komen. Maar wij garanderen dat we eerst goed speurwerk doen voordat we tot actie overgaan. Bovendien behandelen we alle telefoontjes zeer vertrouwelijk.'
Die aanpak werpt vruchten af: na de melding van een keurige mevrouw ergens in Londen dat er mannen in haar straat waren komen wonen die ze niet helemaal vertrouwde, deed de politie een inval in een woning waarbij explosieven en plannen voor een aanslag werden geconfisqueerd, aldus Naden. 'Gewone mensen hebben soms informatie die net een cruciaal stukje van de puzzel blijkt te zijn. Daarom smeken we het publiek in de postercampagne: laat óns alsjeblieft beoordelen of uw informatie waardevol is of niet!'
'Zie je iets verdachts? Meld het' luidt het advies van de Met. Maar waar moet je op letten? Om te beginnen op vreemde huurders, aldus Scotland Yard. Terroristen hebben een plek nodig om te wonen. Ze huren vaak voor korte tijd. Let ook op ongewoon gedrag: terroristische aanvallen vergen lange planning en voorbereiding. Het terrein moet worden verkend.
Ziet u iemand die een ongewone belangstelling heeft voor veiligheidsmaatregelen in winkelcentra of het openbaar vervoer? Autohandelaren zouden ook alert moeten zijn: terroristen maken graag gebruik van auto's om zichzelf en hun explosieven te vervoeren. Let op mensen die contant willen betalen of geheimzinnig doen over hun identiteit. En tot slot hebben terroristen geld nodig: ze openen rekeningen met valse identiteitspapieren of proberen aan contant geld te komen door het verkopen van spullen opmarkten en bij pandjesbazen.
Het nummer van de Britse meldlijn (0800 789 321) is gratis. Terwijl de Nederlander die het niet-spoedeisende nummer van Nederlandse politie belt (0900 8844) het lokale tarief in rekening wordt gebracht. Alle telefoontjes naar de hotline worden verbonden met de Anti-Terrorist Branch, een speciale opsporingseenheid die in 1976 is opgericht na een serie aanslagen in Londen.
Tussen 1970 en 1997, 'een uitzonderlijk drukke periode', aldus de politie, onderzocht de eenheid 1312 bomaanslagen en 58 moordaanslagen. De eenheid is ook bekend als SO13 (wat staat voor Special Operations). Er werken rechercheurs en forensische deskundigen en omdat het een speciale eenheid is, trekt ze geen wissel op het gewone werk van de politie. (In Nederland worden meldingen door gewone agenten behandeld. Als zij de zaak niet vertrouwen, sturen ze de melding naar aan de AIVD.)
Opmerkelijk is ook de manier waarop Scotland Yard omgaat met valse bommeldingen. Deze worden onderzocht door een apart team. Op vals alarm wordt niet gereageerd met opgelucht ademhalen en doorgaan naar de volgende zaak: de Britten begrijpen heel goed dat streng straffen tegen valse meldingen helpt om deze terug te dringen en échte meldingen eerder te herkennen. Bovendien: terroristen proberen -- tijdens de voorbereiding voor een aanslag -- soms uit hoe snel een pakketje wordt gevonden. Dat doen ze door valse bompakketjes te plaatsen. Dus reken maar dat Scotland Yard erbovenop zit. 'We proberen van Londen een zo vijandig mogelijke omgeving te maken voor terroristen', zegt Naden.
UNDERGROUND
http://tube.tfl.gov.uk Het gewone leven moet zo veel mogelijk doorgaan, dat is ook de instelling van het Londense openbaar vervoer. 'Als wij voor elke bommelding een station zouden afsluiten, konden we beter helemáál ophouden met rijden', verklaart Simon Lupin, woordvoerder van de British Transport Police.
In een grijs verleden, toen de IRA nog de belangrijkste vijand was, zijn al alle prullenbakken van de stations verwijderd en meer dan tweeduizend surveillance-camera's opgehangen. Sinds de bomaanslagen op treinen in Madrid heeft de spoorwegpolitie bovendien zijn patrouillekorps uitgebreid met agenten in burger. Maar ook hier geldt: het publiek wordt gevraagd een handje te helpen. Iedere metroreiziger weet inmiddels, dankzij posters op alle stations, wat hij moet doen als hij een rugzak of koffer zonder eigenaar ziet: aan passagiers om hem heen vragen of zij de eigenaar zijn en bij een ontkennend antwoord het spoorwegpersoneel waarschuwen. Nooit zelf aanraken!
Het spoorwegpersoneel kan rekenen op assistentie van een speciale eenheid van de Transport Police die 24 uur per dag binnen tien minuten op elk station aanwezig kan zijn, met een auto vol nuttige zaken als draagbare röntgenscanners en apparatuur voor het identificeren van chemische stoffen. Alleen in uiterste gevallen wordt de explosievenopruimingsdienst gewaarschuwd; een reuze vervelende situatie, legt Lupin uit, 'want dan moet het station in zijn geheel worden afgesloten'. In Londen gebeurt dat zelden bij een bommelding.
Een groot contrast met Nederland, waar in april Amsterdam CS binnen tien dagen twee keer werd ontruimd. In diezelfde periode werd ook het treinverkeer tussen Utrecht en Rotterdam en tussen Breda en Eindhoven stilgelegd. Zelfs het centrum van Nijmegen werd op 5 april ontruimd voor een koffer die later van een studente bleek te zijn. Op een station in Londen wordt hooguit een hoekje afgezet of een perron tijdelijk buiten gebruik gesteld.
De Britse spoorwegpolitie kan zulke risico's nemen, legt Lupin uit, omdat ze beschikt over een enorme hoeveelheid informatie: van MI5, van Scotland Yard, van haar eigen camera's en van het spoorwegpersoneel, dat op grote stations om de paar uur onderzoekt hoe alles erbij ligt. Op basis van die inlichtingen neemt een speciale politiefunctionaris een beslissing over de risico's. Die beambte heeft een lange staat van dienst en doet niets anders dan bommeldingen beoordelen.
´Ik kan me voorstellen', zegt Lupin, 'dat als in jullie land de plaatselijke politiecommandant moet beslissen over ontruimen of niet, dat hij altijd het zekere boven het onzekere kiest en het hele station laat afzetten. ´It's his ass that's on the line.'
EN NEDERLAND?
In Nederland hebben we nog niet zo nagedacht over publieksvoorlichting', zegt een woordvoerder van Binnenlandse Zaken. 'Maar na de bomaanslagen in Madrid zijn we er druk mee bezig. We gaan binnenkort bij de Britten en Amerikanen bekijken wat we van hen kunnen leren. Publiekscampagnes en websites over terreurbestrijding zullen er ongetwijfeld ook in Nederland komen.'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
S.L. Noordewier, Crisis Management Consultants | 30 juli 2004 (15:37)
Het is opvallend dat de discussie zich over de communicatie naar de burger vooral richt op de instrumenten, terwijl het misschien nog interessanter is om stil te staan bij het moment waarop de burger geïnformeerd wordt. Wat wordt wanneer verteld? De basishouding van de overheid dient volgens mij te bestaan uit openheid richting burger en media. Wel heeft de overheid de verantwoordelijkheid om de afweging te maken of het zin heeft de bevolking te informeren. Als de informatie van de inlichtingendiensten over terroristische dreigingen zo algemeen is dat het niets verduidelijkt en daarmee niet aangeeft wat exact van de burger verwacht wordt, dan doet de overheid er beter aan om te zwijgen.
|