Ian Wilmut, vader van Dolly: Schapen ja, mensen nee!
Auteur: Jaap de Roode |
26-04-2002
|
Deel dit artikel
De man die kloonschaap Dolly op de wereld zette, verzet zich hevig tegen kloneren van mensen. 'Het is gevaarlijk, inefficiënt en immoreel.'
Eerste menselijke kloon? Waarom gekloneerd schaap? Genetische modificatie Tegen menselijke klonering Technisch en ethisch onverantwoord Kloonexperimenten? 'Embryo is nog geen mens' Erfelijkheid en ziektegen
Eerste menselijke kloon? Het regent lang niet altijd in Schotland. En op een woensdagmiddag in april dompelen de zon en een hemelsblauwe lucht het dorpje Roslin in een zomerse atmosfeer. Het is de week dat de Italiaanse dokter Severino Antinori op een bijeenkomst in de Verenigde Arabische Emiraten bekend heeft gemaakt dat hij een kind heeft gekloneerd. De draagmoeder zou inmiddels acht weken zwanger zijn en, zo zegt de dokter, het kind is gezond. Als het aan hem ligt, maken we over zo'n zeven maanden kennis met de eerste menselijke kloon.
De opmerkingen van de Italiaan zullen aan de meeste bewoners van Roslin voorbij gegaan zijn, maar als iemand het nieuws omtrent menselijke klonen - met afgrijzen - volgt, is het wel professor Ian Wilmut. Werkzaam aan het Roslin Institute, en al sinds 1973 woonachtig vlakbij Roslin, was hij het die in 1996 het kloonschaap Dolly op de wereld zette. Met de aankondiging in het wetenschappelijk tijdschrift Nature en de wereldwijde pers in 1997 verwierf Wilmut roem en faam, zette menselijk kloneren op de kaart.
Dolly is een kloon. Wilmut en zijn wetenschappelijk team verwijderden het DNA uit een eicel, en vervingen het door een cel afkomstig van een uiercel van een zes jaar oud schaap. Met een elektrische schok lieten ze de eicel met de uiercel fuseren, waarop de eicel zich gedroeg als een bevruchte eicel; de cel begon te delen, en vormde een embryo, dat in een draagmoeder werd geïmplanteerd. 148 dagen later, in de namiddag van op 5 juli 1996, beviel de draagmoeder van de allereerste kloon afkomstig van een cel van een volwassen dier. En jawel, ook wetenschappers hebben weleens humor: omdat het kloonschaap afkomstig was van een uiercel, werd ze vernoemd naar Dolly Parton.
Waarom gekloneerd schaap? Wat met een schaap kan, kan - in principe - met een mens. En wie met elektrische schokken dieren produceert, is voor de gemiddelde journalist automatisch een Frankenstein. Na de geboorte van Dolly sierden gekloneerde Hitlers de voorpagina's van tijdschriften, Dolly werd beschreven als een kannibalistisch schaap dat haar kuddegenootjes opvrat en Bill Clinton riep op tot een wereldwijd moratorium op kloononderzoek.
In zijn kantoor, in een gebouw dat lijkt op een jaren zeventig Van der Valk hotel, met uitzicht op groene heuvels, lacht Wilmut er schaapachtig om. 'Een mooie vergelijking, die met Frankenstein', lacht hij. Dan, zuchtend: 'Zo nu en dan word je verkeerd geïnterpreteerd, journalisten leggen woorden in je mond, overdrijven zaken. Dat alles op zoek naar goede krantenkoppen. Je kunt nog zo je best doen om dingen zorgvuldig te beschrijven, maar je kunt het nooit voorkomen. Daar moet je mee leren leven.'
Misschien is het juist daarom dat Wilmut, in een tijd waarin menselijk kloneren in de schijnwerpers staat, anderhalf uur van zijn zeer kostbare tijd - hij vraagt tot zo'n 15 duizend euro voor een lezing - wil besteden om zijn boodschap duidelijk te maken. In zijn helblauwe overhemd, dat past bij de kleur van zijn ogen, legt hij uit waarom hij Dolly kloneerde. En spelend met een paperclip om zijn trillende handen te verbergen - door die kwaal heeft Wilmut nooit zelf een dier gekloneerd, aangezien het inbrengen van de ene cel in de andere uitermate precisiewerk is -, vertelt hij waarom hij absoluut gekant is tegen het kloneren van mensen, en waarom hij, ondanks dat hij de technologie voor het kloneren van mensen heeft ontwikkeld, toch nooit spijt heeft gehad van zijn onderzoek.
Genetische modificatie Het liefst was Wilmut boer geworden, maar hij kwam er al snel achter dat dat een hoop zakendoen inhoudt, en daar was hij niet goed in. Hij raakte geïnteresseerd in embryo's - 'Ik vond ze erg mooi' - en begon in 1973 zijn Roslin-carrière met onderzoek aan embryosterfte bij landbouwhuisdieren. Bezuinigingen en een nieuwe onderzoekslijn richting moleculaire biologie echter lieten Wilmut in 1982 de keuze: vertrek, of ga werken aan genetische modificatie van dieren. Wilmut woonde inmiddels al tien jaar in Schotland, zijn vrouw en hij hielden van het landschap, en de kinderen zaten op school. Hij bleef.
Het Roslin Institute ging werken aan het genetisch modficeren van dieren, en Wilmut zou verantwoordelijk worden voor de aanlevering van embryo's, en de genetische modificatie ervan. Genetische modificatie in die tijd was erg inefficiënt. Kortgezegd nam je een embryo, sprenkelde er wat DNA overheen, en met wat geluk nestelde dat DNA zich in het DNA van het embryo. Kans op succes: klein. Zeker omdat je maar één embryo had. Maar als je nu eens eerst miljoenen cellen kon kweken in het lab, dacht Wilmut, en die kon besprenkelen met DNA. Dat zou de kans op succes aanzienlijk verhogen. Vervolgens zou je dan zo'n cel kunnen fuseren met een eicel en het zo gevormede embryo kunnen laten uitgroeien tot een individu: je genetisch gemodificeerde organisme zou geboren zijn.
Die weg leidde Wilmut naar Dolly. Het bedrijf PPL Therapeutics, op hetzelfde bedrijvenpark als het Roslin Institute, leverde gekweekte cellen afkomstig van een uiercel van een zesjarige ooi. Wilmut implanteerde vervolgens zo'n cel in de eicel van een andere ooi, zette de eicel met een stroomstoot aan het delen, en het embryo groeide uit tot Dolly.
Wilmut ging verder met het kweken van cellen in het lab, bracht een menselijk gen in, en kloneerde een succesvol gemodificeerde cel tot een andere schapenkloon: Polly. Dit schaap werd slechts een jaar na Dolly geboren, en droeg het menselijk gen voor stollingsfactor IX. Haar melk zou zo therapeutische waarde hebben voor hemofilie-patiënten. Juist om dergelijke toepassingen was het Wilmut, en met hem het Roslin Institute, te doen. Menselijk kloneren is slechts een bijzaak, denkt Wilmut. 'En een gevaarlijke.'
Tegen menselijke klonering Bijzaak of niet: met Dolly verhief Wilmut het kloneren van mensen van science fiction tot werkelijkheid. Het is daarom bijna paradoxaal dat hij nu campagne voert tegen het kloneren van mensen. De meest in het oog springende toepassing van het kloneren van mensen is reproductief kloneren: het kloneren van één ouder als voortplanting via de natuurlijke weg niet lukt.
Wilmut, een van de grootste kloonexperts, is daar tegen gekant. Tot nu toe zijn er schapen, geiten, koeien, varkens, muizen, konijnen en katten gekloneerd. En de resultaten zijn overweldigend en schrikbarend: defecten aan het immuunsysteem, miskramen, overgewicht, ademhalings- en bloedcirculatieproblemen, nier- en hersenafwijkingen, diabetes, vergrote tongen, vervormde gezichten en poten, vroegtijdig sterven door longontsteking, leveraandoeningen en kanker. En ga zo maar door.
Of dat nog niet genoeg is, is de kloneringstechniek ook nog eens inefficiënt. Voor Dolly waren 277 embryo's nodig, waarvan slechts 29 geïmplanteerd konden worden in dertien draagmoeders. Eén draagmoeder slechts doorliep een gezonde zwangerschap, en zij werd de moeder van Dolly. Gemiddeld slaagt dus één tot twee procent van de kloonpogingen. Dat brengt Wilmut tot de volgende constatering: 'Als mensen worden gekloneerd, dan kunnen we miskramen of doodgeboren kinderen verwachten. Of nog erger: de geboorte van kinderen die overleven, maar afwijkingen hebben.'
Technisch en ethisch onverantwoord Als voorbeeld noemt Wilmut een gekloneerd schaap in Roslin, dat een longafwijking had, en het daardoor voortdurend benauwd had. Na een paar dagen besloten de dierenartsen het dier te euthaniseren. Misschien de beste oplossing als het een schaap betreft. 'Maar wat doe je als het een kind is?'
Niet alleen de technische problemen maken dat Wilmut tegen het kloneren van mensen is, maar ook de ethische kant van de zaak. 'Hier in Groot-Brittannië is er al een enorme druk op David Beckhams zoon om voetballer te worden', zegt Wilmut. 'Alleen maar omdat hij Davids zoon is. Stel je voor dat hij zijn kloon zou zijn: de druk zou enorm zijn! Mij wordt al gevraagd of mijn dochters biologen zijn.'
Wilmut vindt dat oneerlijk. Een kloon zal namelijk nooit precies hetzelfde zijn als de persoon van wie hij afkomstig is. Neem Dolly: zij mag dan de chromosomen hebben van de zes jaar oude ooi, ze heeft het cytoplasma van de eicel, afkomstig van een andere ooi. Ook in het cytoplasma komen genen voor, namelijk in de mitochondriën, de energiefabriekjes van de cel. Dolly heeft dus het genetisch materiaal van twee ooien.
En zelfs al zou een kloon genetisch geheel identiek zijn, dan nog zou de persoon anders zijn. Geen baarmoeder is hetzelfde, het gezin waarin de kloon opgroeit is anders, en wie nu geboren wordt, drinkt meer Bacardi Breezers dan de persoon van wie de kloon afkomstig is. En hoe kunnen de dertigduizend genen die we hebben de precieze aaneenschakeling van miljarden hersencellen vastleggen? De kans dat een Hitler-kloon opnieuw een Derde Rijk zou willen stichten, is klein. En als hij geen klein snorretje laat groeien, en zijn haar niet op zijn voorhoofd plakt, zou je hem op straat zelfs straal voorbij lopen. 'Ik begrijp de kinderwens', zegt Wilmut. 'Maar sommige dingen kunnen zoveel kwaad voor een kind dat ze niet toegestaan zouden mogen worden. Volgens mij geldt dat voor kloneren.'
Kloonexperimenten? Wilmut mag dan bezwaren hebben tegen het kloneren van mensen, als we de media mogen geloven, zijn er inmiddels al twee groepen onderzoekers mee bezig. Begin april kondigde de Italiaan Severino Antinori aan, een mens gekloneerd te hebben; de draagmoeder zou inmiddels acht weken zwanger zijn. Wilmut gelooft hem niet. 'We hebben deze vent veel te serieus genomen. Hij claimt dat hij dieren heeft gekloneerd: eerst varkens, daarna apen. Maar niemand heeft ze ooit gezien, en er is geen enkele wetenschappelijke publicatie. Ik denk dat we hem pas serieus moeten gaan nemen als hij dieren of de techniek heeft gedemonstreerd, of als hij iets gepubliceerd heeft. Anders is alles wat we doen reclame maken voor zijn vruchtbaarheidskliniek.'
Evenmin gelooft Wilmut Brigitte Boisselier, het hoofd van het bedrijf Clonaid, dat in het leven is geroepen door de Raelian Movement. Dat is een sekte die ervan uitgaat dat het menselijk leven op aarde is gecreëerd door buitenaardse wezens met geavanceerde kloontechnieken. Op een recente bijeenkomst van de National Academy of Sciences liet Boisselier weten alle genetische testen beschikbaar te hebben om de gezondheid en ontwikkeling van ongeboren kloontjes te waarborgen. Die opmerkingen, denkt Wilmut, laten zien dat zij 'óf ons probeert te misleiden, óf echt niet weet waar ze het over heeft.' Feit is namelijk dat niemand weet waarvoor je moet testen, want niemand weet wat er gebeurt tijdens het kloneren, zo legt Wilmut uit. Het is al een wonder dat de techniek sowieso werkt. Op dit moment proberen Wilmut en zijn onderzoeksgroep meer inzicht te krijgen in het precieze mechanisme van kloneren. Een absolute noodzakelijkheid, denkt Wilmut, voordat we kloneren veilig kunnen toepassen.
Wilmut geeft toe dat hij zes jaar geleden niet precies wist hoe Dolly tot stand kwam. Op zich vindt hij dat geen probleem. Integendeel: het onderzoeken op zich, het proberen te kloneren van een volwassen cel, en te zien hoe ver je kunt gaan, hebben Wilmut een groot voorstander gemaakt van ambitieus onderzoek. 'Totdat je probeert uit te vinden wat je kunt bereiken, heb je geen idee wat er is. En als je iets vindt, kun je gaan zitten nadenken om te zien waar je iets voor kunt gebruiken.' De potentiële toepassingen van Dolly zijn enorm. Niet alleen in de landbouw, maar ook in de medische wereld.
'Embryo is nog geen mens' Met Dolly schoffelde Wilmut een dogma onderuit. Het idee was namelijk dat cellen in een volwassen dier volledig zijn toegewijd aan een specifieke taak, en dat ze nooit meer iets anders kunnen worden. Wilmut liet zien dat dat niet waar is: de uiercel die hij gebruikte, kon volledig hergeprogrammeerd worden, leidend tot een embryo dat zou uitgroeien tot een individu, met alle meer dan tweehonderd celtypen die zo'n individu heeft.
Met Dolly toonde Wilmut aan dat je in principe elke gewenste cel kunt omvormen tot een andere. Dat zou op termijn kunnen betekenen dat onderzoekers huidcellen zouden omvormen tot insulineproducerende cellen. Die zouden ze dan kunnen kweken in het lab en vervolgens kunnen inspuiten in een diabetespatiënt. Ook zouden we op den duur embryo's kunnen kloneren, waaruit we dan stamcellen kunnen isoleren. Stamcellen zijn cellen die nog alle kanten op kunnen specialiseren. Wanneer je alle chemische signalen kent - op dit moment nog toekomstmuziek - dan zou je zenuwcellen kunnen laten vormen, die dan gebruikt kunnen worden voor de behandeling van Alzheimer. Mede omdat zijn vader diabetes had en daardoor een groot deel van zijn leven blind was, vindt Wilmut dit soort toepassingen de mooiste. Hij heeft net bekendgemaakt dat hij een vergunning aan zal vragen om stamcellen uit embryo's te isoleren. En op termijn wil hij toestemming vragen aan de regering om embryo's voor dit onderzoek te produceren.
Op de vraag of hij er geen moeite mee heeft embryo's te proberen voor onderzoek, blijft het een tijd lang stil. Dan zegt hij: 'Mens-zijn in de belangrijke zin van het woord betekent voor mij een zekere mate van individualiteit of persoonlijkheid. Ik weet niet wanneer dat ontstaat, maar ik ben er zeker van dat het veel later is dan in het embryo van een dag of zeven oud. Dan namelijk zijn er nog niet eens de beginselen van een zenuwstelsel. In die zin zie ik het embryo dus nog niet als mens, en daarom vind ik het acceptabel.'
Volgens Wilmut is het nadenken over dit soort zaken de belangrijkste consequentie van Dolly. We kunnen nu op een andere manier tegen de natuur aankijken, en tegen onszelf. Dingen die voorheen onmogelijk waren, worden nu mogelijk.
Erfelijkheid en ziektegen 'Neem een paar waarvan één of beide ouders een ziektegen draagt', zegt Wilmut. 'Op dit moment kun je hoogstens de embryo's screenen op dat gen, en de embryo's kiezen die het gen niet hebben, en dat vervolgens terug zetten in de baarmoeder. Maar wie weet is er niet zo'n embryo. En dan is er de ethische overweging dat die embryo's met een foutief gen ook aardige mensen worden; die willen we niet weggooien. Wat je dus zou kunnen doen, is cellen uit dat embryo opkweken, de mutatie repareren, de gerepareerde cel kloneren om een nieuw embryo te maken. Dat is dus niet het kloneren van een bestaand persoon, maar van een kind dat geboren zou worden, maar dan zonder erfelijke ziekte. Als je op zo'n manier een foutief gen zou kunnen repareren, dan zou dat bewonderingswaardig zijn. Je zou zelfs kunnen zeggen dat als je dat niet zou doen, het immoreel zou zijn.'
Wilmut realiseert zich dat het niet aan hem is, maar aan de hele maatschappij, om te beslissen of we dit soort toepassingen willen. 'Maar', zo zegt hij, 'ik denk niet dat er ooit een generatie zal zijn waarbij de meeste mensen op de wereld komen via de weg van kloneren. Het is inefficiënt, ongelooflijk duur, en ... seks is leuk. Waarom zouden mensen niet op de natuurlijke manier kinderen willen krijgen?'
Dolly is inmiddels ziek geworden. Eind vorig jaar bleek dat het kloonschaap artritis heeft in haar linker achterpoot, en dat op een voor schapen uitzonderlijk jonge leeftijd. Een gevolg van kloneren? Wilmut: 'Sommige collega's zullen zeggen: mogelijk. Anderen zouden zeggen: ze heeft een uitzonderlijk leven gehad; ze heeft vaker op harde vloeren gestaan, en ze heeft veel vaker op haar achterpoten gestaan dan een normaal schaap. Als je naar foto's kijkt, zie je dat ze met haar voorpoten op een hooirek staat om te eten, en dat voor een goede pose voor een foto. Het is dus onmogelijk om te zeggen of het een gevolg is van het kloneren.' De dierenartsen in Roslin hebben Dolly nu dermate behandeld dat ze weer vrij kan bewegen en geen pijn heeft. 'Maar', zegt Wilmut, 'we hebben de verantwoordelijkheid om, als de kwaal verergert, haar uit haar lijden te verlossen en haar te euthaniseren. Dat zou droevig zijn.'
Wilmut heeft desondanks geen spijt van zijn experiment. 'Zeker niet. Ik geloof dat over honderd jaar mensen de voordelen van de techniek zullen erkennen en de nieuwe manier van denken. En dat ze zullen vinden dat die opwegen tegen de nadelen.' Uiteraard wist Wilmut dat zijn technologie gebruikt kon worden voor het kloneren van mensen. Maar ook in die context heeft Wilmut geen spijt. 'De eerste keer dat iemand een scherpe steen aan een stok bevestigde, en zo een bijl maakte, kon je die gebruiken om hout te hakken, dieren te doden of elkaar te doden', zegt hij. 'Zelfs zulke simpele technologie kan dus worden gebruikt op verschillende manieren.'
Intussen schrijven de Schotse kranten dat Wilmut de artritis van Dolly ziet als de laatste nagel aan de doodskist voor het kloneren van mensen. Wilmut moet erom lachen; hij is intussen wel gewend aan de onzorgvuldigheid van journalisten. 'Ik denk niet dat ik dat gezegd heb! We hebben namelijk al nagels genoeg voor die doodskist: als het aan mij ligt, is het idee om mensen te kloneren al grondig begraven.'
Overgenomen uit Intermediair, 25 april 2002
Cv Ian Wilmut Ian Wilmut werd in 1945 in Warwickshire geboren. Hij studeerde embryologie aan Nottingham University. In Cambridge promoveerde hij vervolgens op het succesvol invriezen en weer ontdooien van varkenssperma. Later zou hij een koeienembryo invriezen, weer ontdooien, en implanteren in een draagmoeder, die beviel van 's werelds eerste 'bevroren kalf'. Wilmut noemde haar Frostie. In 1973 ging Wilmut werken voor het Roslin Institute, waar hij in 1996, in samenwerking met PPL Therapeutics, Dolly creëerde.
Wilmut is nu hoofd van het Department of Gene Expression and Development van het Roslin Institute, en werkt aan het ophelderen van de precieze mechanismen van kloneren, en aan menselijk embryo-onderzoek met potentiële therapeutische toepassingen.
Hij heeft twee eredoctoraten, en een derde is onderweg. In verschillende landen heeft hij adviezen uitgebracht over zaken die met kloneren te maken hebben. Mede door zijn lobbywerk is het creëren van menselijke embryo's voor therapeutische doeleinden in Groot-Brittannië toegestaan. Ondanks zijn status, die hem regelmatig in contact brengt met astronauten, Star Wars regisseurs en mensen als Clinton, Gorbatsjov en Tutu, is Wilmut zichzelf gebleven.
Hij woont al sinds 1973 in hetzelfde huis, houdt van wandelen met de honden, en is voorzitter van de lokale boerenvereniging. Hij heeft een vrouw, Vivienne, en twee dochters, die beiden wetenschappers zijn geworden. Uit idealistische overwegingen besloten Wilmut en zijn vrouw niet meer dan twee kinderen op de wereld te zetten. Ze adopteerden een zoon, die werkt in een hotel in Edinburgh.
Meer artikelen in de rubriek Weekblad archief:
Reageer, print of deel dit artikel
|