Marcel Wanders: 'Je moet imperfectie kunnen toelaten'
Auteur: Bart van Oosterhout |
30-08-2002
|
Mail dit artikel
Hij werd door Business Week uitgeroepen tot een van de tien meest innovatieve mensen van Europa. Zijn ontwerpen staan in het Museum of Modern Art in New York, iedere meubelproducent wil met hem werken. Toch is hij in Nederland onder het grote publiek onbekend, verdiende hij nauwelijks iets aan zijn grootste werk en heeft-ie zelf thuis een Ikea-keuken. Ontwerper Marcel Wanders (39) is het normaalste genie van onze generatie.
Imperfectie en schoonheid Eigen interieurlabel Heel breed 'handschrift' Plezier beleven en uitdragen Gezellig Brabants gezin Dutch design is onzin
Imperfectie en schoonheid Marcel Wanders (39) neemt een slok water en kijkt met half dichtgeknepen ogen naar zijn glas. 'Je zou dit glas helemaal over kunnen doen', zegt hij. 'Je zou het perfect kunnen maken, en dat kan ik prachtig vinden, van perfectie stolt het bloed in m'n aderen. Maar je kunt het ook zo laten, of het hoogstens nog meer laten zijn wat het wil zijn. Dit glas heeft een ziel. Imperfectie kan schoonheid op zich zijn. Ik denk dat de Nederlandse ontwerpers van mijn generatie dat hebben begrepen.'
Het is Wanders' antwoord op de vraag waarom Dutch Design internationaal zo hoog scoort. Ieder museum voor moderne kunst doet er iets aan. Iedere meubelproducent heeft er minstens een representant van in zijn collectie. Zonder Dutch tel je niet meer mee. Marcel Wanders is daar grotendeels verantwoordelijk voor. Zijn Knotted chair uit 1995 geldt inmiddels als een klassiek ontwerp. Net als zijn gestapelde lamp en zijn ei- en sponsvazen. 'Vernieuwend, maar evident, alsof het er allang had moeten zijn', zegt directrice Li Edelkoort van de Design Academy over zijn ontwerpen.
Wanders werd na een jaar van de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven (tegenwoordig de Design Academy) afgetrapt. 'Ze hadden waarschijnlijk gelijk', zegt hij daarover. 'Ik was zo eigenwijs. Als ik in Eindhoven was gebleven, had ik alleen maar aan lopen trappen tegen wat zij vonden dat ik moest weten. Maar nu heb ik mijn eigen opleiding bij elkaar gescharreld aan drie verschillende instituten. Ik vrat alles wat ik kon krijgen, of het nu over kristalstructuren van kunststof ging of over marketing. Dat heeft me gemaakt tot wie ik nu ben.'
Eigen interieurlabel Na zijn opleiding viel hij op bij Droog Design, het ontwerpersnetwerk dat ook bekendheden als Hella Jongerius en Piet Hein Eek voortbracht. Hij miste er ondernemingszin. 'De critici vonden het prachtig, maar daar doe ik het niet voor. Ik wil dingen maken die mensen echt gebruiken.' Daarom richtte zijn eigen interieurlabel Wanders Wonders op, dat tegenwoordig furore maakt als Moooi design. Maar de meeste tijd gaat zitten in zijn eigen ontwerpstudio waar vijf mensen werken. Die studio grenst aan zijn huis in Amsterdam-West, waar hij woont met zijn vrouw Annette en zijn vijfjarige dochter Joy. Een combinatie waar hij erg blij mee is, aangezien hij bijna de helft van zijn tijd op reis is in het buitenland om zijn eigen ontwerpen en die van Moooi te promoten.
Marcel Wanders is inmiddels zo beroemd dat meubelproducenten in de rij staan voor een van zijn ontwerpen. Maar de ontwerper is selectief. Hij beperkt zich tot Italiaanse topmerken als Boffi, Cappelini, Cassina, en Magis.
Heel breed 'handschrift' Er zijn meer goede Nederlandse ontwerpers. Waarom komen we overal jouw naam tegen? 'Tja, dan moet ik iets gaan zeggen wat heel erg verkeerd uitgelegd kan worden. Met alle respect, maar er zijn niet zoveel ontwerpers die aan de bak komen bij de grote industrie. Het is natuurlijk mooi als een museumdirecteur of een andere ontwerper je naam noemt. Maar op het moment dat bedrijven dat gaan doen, krijgt het een andere betekenis. Ik ben in staat om met bedrijven producten te ontwikkelen, en dat zie ik mijn collega's nog niet doen.'
Waarom niet? 'Veel ontwerpers zeggen: ik maak gewoon wat ik leuk vind, daarmee uit. Dan ben je minder gevarieerd. Als je alleen focust op bijvoorbeeld materiaal en belijning is de kans klein dat je tweede bank volstrekt anders is dan je eerste. Bij mij geldt dat niet. Ik kijk niet alleen naar wat er in mijzelf ligt, ik laat me ook inspireren door wat buiten me ligt aan waardevolle informatie. Daardoor heb ik een heel breed handschrift. Als ik iets voor Cassina maak, wordt het echt een product dat bij dat bedrijf past. Zo'n samenwerking is een huwelijk waaruit een kind voortkomt dat nooit met een ander geboren had kunnen worden. Daarom ben ik voorzichtig in de keuze van mijn partners.'
Waarom heb je Moooi design verkocht? 'Als ik het door wilde laten groeien, had ik er veel meer energie in moeten steken. Nu doe ik voor Moooi alleen nog de creatieve directie, daar ben ik het best in. Alleen het zakelijke gedeelte heb ik verkocht.'
Je bouwt iets op, en als het succesvol is, doe je er afstand van. 'Een jaar of zeven geleden wilde niemand mijn lampen produceren. Nederlandse bedrijven waren gewoon te schijterig om jonge ontwerpers aan te trekken. Toen dacht ik: dan begin ik mijn eigen label wel. Maar drie jaar later was ik wereldberoemd in de designwereld en wilden mensen maar al te graag mijn dingen produceren. Ik kan nu naar de beste en grootste bedrijven stappen en zeggen: ik maak voor jullie een mooi ontwerp als jullie heel hard mijn naam gaan roepen. En dat doen ze nog ook. Ik gebruik mijn naam als een merk dat meelift op het marketingapparaat van de grote labels. Het is een marketingstrategie als een guerrillaoorlog. Als ik eigenhandig een merk wil bouwen, moet ik onderaan beginnen en meter voor meter de markt veroveren. Via een naam als Cassina gaat dat een stuk sneller.'
Plezier beleven en uitdragen Ben je er rijk van geworden? 'Voor het leven dat ik leid is het genoeg. Maar nee, ik investeer bijna alles weer in mijn werk. Al de ontwerpen waarmee ik bekend ben geworden, hebben geld gekost. Ook de Knotted chair. Daar hebben we in de studio een jaar lang aan gewerkt. We hebben er zeker 100.000 gulden in geïnvesteerd. En van die stoel zijn er driehonderd verkocht, waarvan ik een paar procent royalties krijg. Dus dat stelt niks voor. Maar die stoel is ook niet bedoeld voor een heel groot publiek. Dat zou ik ook niet willen, want hij is gemaakt van een niet afbreekbaar soort plastic en dat is onverantwoord bij massaproductie. Het is voldoende dat een paar mensen veel plezier aan de stoel beleven en dat uitdragen. Ik wil bovenaan de piramide komen, en dan moet je eerst investeren, niet cashen zodra je een paar successen hebt gekend.'
Wat is je doel als ontwerper? 'Producten maken die innovatief zijn, herkenbaar en een gevoelsmatige duurzaamheid hebben. Met duurzaam bedoel ik dat een ontwerp na twintig jaar nog overeind staat. Gevoelsmatig duurzaam is wat je na twintig jaar nog wílt gebruiken, ongeacht of het nog heel is. Een stoel waar je twintig jaar op wilt zitten is beter dan een waar je vijftig jaar op kunt zitten zonder dat het echt jouw stoel wordt.'
Je gebruikt een motto: we zijn individuen, en allemaal familie. Wat bedoel je daarmee? 'Een van de redenen waarom design bestaat, is dat mensen individuen willen zijn. Ze willen anders zijn dan de buren, ze willen hun eigen keuze maken. Maar tegelijkertijd willen ze absoluut niet alleen staan in die keuze. Ze willen weten of ze de goede keuze gemaakt hebben. Dat iemand die bij hen op bezoek waardeert wat hij ziet en het niet alleen gek vindt. En dat lijkt een verschrikkelijke tegenstelling waar je niet uitkomt. Maar voor mij is dat het goede nieuws. Volgens mij moeten ontwerpers daar antwoorden op bedenken.'
Wie zijn je voorbeelden? 'Ik heb veel waardering voor een heleboel mensen en allemaal om hele specifieke redenen. Philippe Starck bijvoorbeeld, maar ook architect Rem Koolhaas en de Charles Eames, dé ontwerper van de jaren vijftig en zestig. Wat deze mensen gemeen hebben is dat ze nooit hun discipline geaccepteerd hebben als de begrenzing van hun werk. Ik denk dat Starck daar wel de extreemste in is, die stijgt zo ver boven zijn vak uit, dat hij in staat is design echt kapot te maken.'
Gezellig Brabants gezin Hoe bedoel je? 'Ik kom uit een heel gewoon gezellig Brabants gezin. We hadden zo'n huis vol met eclectische zooi bij elkaar. Eikenhouten salontafels, droogrekken van Brabantia. Geen kwaliteitsgevoel. Een zooitje, maar oergezellig. Dat had niets met mijn vak te maken, want daarin leer je denken in concepten. In het vasthouden aan één lijn. Toen kwam ik in het Hudson Hotel in New York, helemaal ingericht door Philippe Starck, de grootste ontwerper van onze tijd. Een pure designomgeving, waar over alles is nagedacht. Maar in de binnentuin van dat Hudson had ik weer het gevoel dat ik thuis was. Precies zo'n zooitje als bij ons thuis, alle stijlen door elkaar. Starck is zover dat hij alle wetten durft te overtreden. En dat vind ik briljant. Want al die anderen hebben alleen maar mooie dingen gemaakt. Philippe Starck durft expres lelijke dingen te maken.'
Omring je jezelf met design? 'Met ons vorige huis stonden we in de woonbladen. Maar nu we Joy hebben, is het meer haar paleisje, the house of Joy. Ik heb een paar hele mooie stoelen en lampen, waar ik uren over kan vertellen. Maar ook spullen waar je totaal niet bij hoeft na te denken. De keuken is van Ikea. Maar het gaat niet om de keuken, maar om wat je er voor eten in klaarmaakt. Wij koken heel verantwoord, met verse biologische spullen. Een magnetron komt er niet in. Trouwens, ik heb niets tegen Ikea. De kwaliteit is soms een zooitje, maar daar staat tegenover dat ze producten maken die zo basic en betaalbaar zijn, dat je er niet moeilijk over moet doen. Als ik de keus had tussen vakantie en een dure keuken, dan wist ik het wel.'
Design is vaak terreur, zo perfect dat je er niet in kunt wonen. 'Ja, veel ontwerpers bemoeien zich het liefst met openbare ruimten. Een hotelkamer bijvoorbeeld, wordt een keer bedacht en vervolgens in stand gehouden. Het is geen levende omgeving. Maar als je voor iemand thuis ontwerpt, moet je op je tellen passen. Want het is zeker dat mensen dat gaan aanpassen. Je moet imperfectie kunnen toelaten. En ik moet zeggen dat de huidige generatie Nederlandse ontwerpers de kwaliteit van imperfectie begrijpt. We stellen hoge eisen aan onszelf, maar we nemen onszelf niet al te serieus.'
Dutch design is onzin Is dat de reden dat Dutch Design het zo goed doet? 'Weet je, eigenlijk geloof ik helemaal niet in Dutch Design. Ik vind het onzin. Inmiddels wordt de term met name gebruikt door mensen die het helemaal niet waard zijn. En als ik mijn ontwerpen ga labelen als Dutch Design, dan maak ik reclame voor een heleboel mensen die niet de moeite nemen om iets goeds te maken. Er zijn Nederlandse bedrijven die al jaren geen flikker hebben gedaan aan Dutch Design. Die mij nooit hebben zien staan en die nog steeds de jonge ontwerpers links laten liggen. Ze werken met Franse ontwerpers die schaamteloos een Dutch Design-presentatie doen. Rot nou toch op. Dat neemt niet weg dat er geen land is ter wereld is waar op dit moment de kwaliteit van het ontwerpwerk zo goed is. Alleen zijn er weinig ontwerpers in staat om de commerciële draai te maken en wachten Nederlandse bedrijven tot ze voor niks kunnen aanhaken.'
http://www.marcelwanders.com/ http://www.droogdesign.nl/ http://www.ddc-i.nl/
Overgenomen uit Intermediair, 29 augustus 2002
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Weekblad archief'
Reageer, print of deel dit artikel
|