Susan Pinker: 'Vrouwen hebben hun eigen notie van succes'
Auteur: Cathalijne Boland
|
29-04-2008
|
Mail dit artikel
Meisjes doen het op school beter dan jongens. Maar op de werkvloer worden ze links en rechts ingehaald door mannen. De Canadese psycholoog Susan Pinker noemt dat de 'sekseparadox'. 'Vrouwen worden nog te veel geacht zich naar het mannelijke model van succes te gedragen.'
Waarom doen jongens het zo goed op de werkvloer, terwijl ze het op school zoveel slechter doen dan de meisjes in de klas? Waarom haken die succesvolle meisjes af, net voor ze in de raad van bestuur gevraagd worden? De Canadese Susan Pinker, journalist voor The Globe and Mail, daarvoor jarenlang klinisch psycholoog en docent aan de McGill University in Montreal, zoekt het antwoord op deze vragen in ons brein.
Haar nieuwsgierigheid naar 'de sekseparadox' werd gewekt toen ze in haar eigen krant namen terugzag van kinderen die ze ooit in haar praktijk had behandeld. De probleemgevallen van toen, jongens met leer- en gedragsmoeilijkheden, hadden het tot haar verbazing tot internationaal bekend ontwerper, financieel analist, uitvinder en topkok geschopt.
Voor haar boek The Sexual Paradox. Men, Women and the Real Gender Gap zocht ze hen weer op. Ze zette hun verhalen af tegen die van talentvolle vrouwen die op zeker moment in hun carrière de handdoek in de ring hadden gegooid. Met een stortvloed aan wetenschappelijke onderzoeken ondersteunt ze haar these: vrouwen zijn anders geprogrammeerd dan mannen, dat leidt tot andere carrièrekeuzes, die niet beter of slechter zijn dan die van mannen. Zoals er meer smaken zijn dan alleen vanilleijs.
In uw boek verdedigt u de waarde van de keuzes die vrouwen in hun carrières maken. Heeft u zichzelf ooit moeten verantwoorden voor een loopbaankeuze die een stap terug was, of in elk geval niet een stap vooruit? 'Er is me eens een baan aangeboden waarvoor ons gezin had moeten verhuizen. Daar heb ik niet voor gekozen, omdat ik, zoals de meeste vrouwen, alle belangen heb afgewogen, niet alleen het mijne. Die keuze heb ik eigenlijk vooral voor mezelf moeten verdedigen. Op mijn generatie vrouwen lag immers een enorme druk om te presteren; we moesten niet alleen even goed zijn als mannen, we moesten béter zijn. Die norm hebben we geïnternaliseerd en dat riep wel spanningen op, bijvoorbeeld toen mijn dochter net geboren was en ik vlak daarna alweer keihard aan het werk ging. Bij elk kind dat daarna kwam, heb ik een langer verlof opgenomen.
'In mijn boek laat ik vrouwen aan het woord die heel lang meegingen in wat ik het vanilla male model noem; het idee dat vrouwen zich in hun carrière behoren te gedragen naar het mannelijke "basismodel". Totdat ze uiteindelijk inzagen dat ze in hun leven nooit hun eigen doelen hadden nagestreefd, maar altijd die van anderen.'
In het dankwoord noemt u uw kinderen: Eva, Carl en Eric. Verwacht u dat zij de sekseparadox zullen demonstreren in hun toekomstige carrières? (Scherp) 'Ik verwacht drie individuele lévens, gebaseerd op hun individuele talenten. Ik heb geluk gehad; ze doen het alle drie heel goed in hun studie. Mijn dochter, de oudste, is net afgestudeerd in filosofie en houdt erg van muziek. Ze heeft in een jeugdorkest gespeeld en zit nu in allerlei bandjes, een klezmerband, een Balkangroep, een orchestral rockband, en een ensemble in hedendaagse klassieke improvisatie. Dat zijn geen van alle genres waar ze erg rijk van zal worden. Van de middelste verwacht ik juist dat hij carrière zal maken in de wetenschap. De jongste is nog maar zestien en geïnteresseerd in van alles en nog wat, hij is daarin minder typisch mannelijk eenzijdig dan zijn broer. Bij hem kan het nog alle kanten op.
'Mijn boek gaat over de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar ik blijf herhalen dat de verschillen tussen mannen onderling en vrouwen onderling groter zijn dan de verschillen tussen de gemiddelde man en de gemiddelde vrouw. Toevallig illustreren twee van mijn drie kinderen de sekseverschillen die ik in mijn boek beschrijf: de brede belangstelling van mijn dochter tegenover de meer monomane interesse van mijn zoon. Maar het had ook voor geen van de drie of juist voor alle drie de kinderen kunnen opgaan.'
Zou u het niet jammer vinden als uw dochter op enig moment in haar carrière afhaakt, bijvoorbeeld op het moment dat ze promotie kan maken, zoals de topvrouwen die u in uw boek beschrijft? 'Ik hoop dat ze haar hart zal volgen, en dat ze dus niet al haar interesses zal opgeven om ceo van een groot bedrijf te worden. Dan zou ze namelijk geen tijd meer hebben om muziek te maken. Ik geloof niet in the vanilla male model, waarbij succes louter wordt afgemeten aan inkomen, status en lengte van de werkweek. Vrouwen vinden het belangrijker dat ze plezier hebben in hun werk en dat het gezinsleven stabiel is; waarom zouden dat niet evenzeer graadmeters van succes kunnen zijn? Mensen leven niet als individuen die zichzelf altijd en overal honderd procent alleen moeten kunnen redden. Ze leven en werken in groepen. Waarom zouden we alle taken overal fifty-fifty moeten verdelen? Dat lijkt me niet realistisch. Het zit niet in de menselijke natuur en zou daarom ook niet het grote ideaal moeten zijn. Maar ik heb dit boek niet geschreven om het over mijn eigen leven te hebben. Ik zocht naar een antwoord op een intellectuele vraag: als meisjes het op school zoveel beter doen dan jongens, waarom halen de jongens hen dan in op de werkvloer?'
Nou? 'In vergelijking tot vrouwen zijn er meer extreme mannen; meer mannen die heel dom of juist heel slim zijn, meer mannen die heel lui zijn of juist bereid zichzelf dood te werken. Die grotere biologische variabiliteit geeft een verklaring voor de sekseverschillen die we op school en op de werkvloer waarnemen. Banen die een investering van zestig tot tachtig uur in de week vragen, zullen vooral de meer uitzonderlijke mensen aanspreken. Mensen met een opvatting van succes die masculien is, niet feminien.'
Waarom legt u zoveel nadruk op de biologische component van ons gedrag om de sekseparadox te verklaren? 'Omdat dat deel van het verhaal tot nu toe volledig genegeerd is. Natuurlijk zijn er ook cultureel bepaalde verschillen, maar dat verhaal kennen we nou wel. Ik wilde iets nieuws vertellen, niet een boek schrijven waarvan ik er al veertig in de kast heb staan. En wat echt nieuw is in dit boek, is het verhaal over mannelijke extremen en mannelijke fragiliteit; ik denk niet dat dat al vaak verteld is.'
Toch mis ik de erkenning van de impact van culturele normen. 'Dat ben ik niet met je eens, want er staat een heel hoofdstuk in over het imposter's syndrome, de voortdurende angst om door de mand te vallen, waar veel getalenteerde vrouwen last van hebben in hun werk. Vrouwen schrijven succes eerder toe aan geluk en toeval, niet aan hun eigen inzet. Dat doet ze vaak besluiten van een volgende, moeilijkere klus af te zien. En ik denk dat dat gebrek aan zelfvertrouwen bij vrouwen wel grotendeels cultureel bepaald is. Ook in mijn hoofdstuk over empathie laat ik zien hoezeer natuur en cultuur met elkaar verweven zijn en elkaar versterken. Maar het culturele aspect is een déél van het verhaal, niet langer het héle verhaal. Ik haal wel 35, 40 onderzoeken aan die aantonen dat vrouwen empathischer zijn - kan ik u daarmee niet overtuigen?
Ik kan bijvoorbeeld moeilijk geloven dat vrouwen die hun baan opgeven om voor hun bejaarde ouders te zorgen, dat werkelijk doen uit aangeboren empathie en niet uit aangeleerd schuldgevoel. Dit is iets wat de maatschappij van dochters vraagt, niet van zonen. 'Ik haal vrouwen aan die topbanen hadden, een topadvocate en een bekende nieuwslezeres, die ervoor gekozen hebben zelf voor hun ouders te gaan zorgen. Terwijl zij die zorg met hun inkomen makkelijk hadden kunnen inhuren. Maar ze wilden er zelf voor hun ouders zijn, en zij vertelden me dat deze keuze hun voldoening gaf, dat het hun leven zin gaf.'
Dat bewijst toch niet dat die keuze of die voldoening biologisch bepaald is? 'Ik geef met hen extreme voorbeelden, om dezelfde reden waarom we op tv naar superatleten willen kijken en niet naar gewone sporters. Maar die extremen zeggen wel iets over het meer gemiddelde beeld. En dat is dat vrouwen in hun bedrading empathischer zijn dan mannen, en mannen competitiever dan vrouwen.'
Wat denkt u van deze verklaring voor de sekseparadox: jongens ontwikkelen zich langzamer dan meisjes. Tegen de tijd dat ze er klaar voor zijn zich met anderen te meten, zijn ze aan het werk. Daar halen ze hun briljante vrouwelijke klasgenoten fluitend in, omdat de bedrijfscultuur nog steeds gericht is op het mannelijke competitiemodel. 'Ik ben het absoluut niet met u eens dat vrouwen nog gediscrimineerd zouden worden. Dat is echt voorbij. Alle topvrouwen die ik voor mijn boek gesproken heb, waren daar heel duidelijk over; hen was nooit een strobreed in de weg gelegd. Zoals Elaine, die gevraagd was als vice-president van een multinational. Ze besloot zélf dat ze die promotie niet wilde aannemen, omdat ze ervoor had moeten verhuizen, wat haar niet goed leek voor haar gezin.'
Ik heb het niet over discriminatie. Maar over een vorm van competitie waar vrouwen kennelijk niet op voorbereid zijn. 'Als je verwacht dat vrouwen zich als klonen van mannen gedragen, kan dat inderdaad tot discriminatie leiden. Vrouwen onderhandelen slechter. Wanneer een vrouw bij het eerste salarisbod zegt thank you, that's great, when do I start?, terwijl een man eerst drie keer zo hoog inzet, leidt dat tot verschillen in betaling. Wanneer je van een vrouwelijke advocaat verwacht dat ze net als mannen voor het partnerschap gaat wanneer ze in de dertig is, ga je voorbij aan het feit dat dat de jaren zijn waarin haar kinderen nog klein zijn. Dát soort mechanismen moet je wel doorbreken; waarom zou dat partnerschap niet kunnen wachten tot ze in de veertig is? Het bedrijfsleven is lang een besloten genootschap geweest waar vrouwen geen toegang toe hadden. Op het moment dat ze wel werden toegelaten, werden ze geacht zich net als een man te gedragen. Dat is alsof je naar een restaurant gaat waar alleen maar biefstuk op het menu staat. Er is lang geredeneerd: vrouwen, eet dan maar liever biefstuk. In veel sectoren is dat inmiddels veranderd, maar in de advocatuur en in de accountancy bijvoorbeeld nog niet. Het is zonde talent te laten lopen, maar ik vind vooral dat we onze verwachtingen moeten bijstellen. We moeten echt af van het idee dat vrouwen in hun leven hetzelfde zouden moeten nastreven als mannen.'
Maar kunnen we het 'vanilla male model' loslaten zonder het ideaal op te geven van een gelijke verdeling van de macht op de plekken die er in de maatschappij toe doen? Het openbaar bestuur, de boardroom, de academische topfuncties? 'Vrouwen moeten vertegenwoordigd zijn, maar ik geloof niet dat we als samenleving gefaald hebben als we niet overal een gelijke verdeling bereiken. Ik denk niet dat een fifty-fifty-verdeling per se tot een betere wereld leidt.'
Fotografie Marcel Bakker
CV Susan Pinker
CV
Leeftijd: mystificeert haar leeftijd ('born in Montreal in the 1950s'). Extra aanwijzing: in haar boek schrijft ze dat ze zestien was in 1973. Dan is ze nu dus 50 of 51. Woont: in Montreal, Canada, met haar man en drie kinderen. The Problem Solving Column: Pinker beantwoordt vragen van lezers over psychologische en ethische kwesties op de werkvloer in het economiekatern van The Globe and Mail (zoals 'Double trouble: Spouses vying for a job' over echtgenoten die om dezelfde baan wedijveren). Favoriete stad: 'I just discovered that I love Amsterdam. But I also love Barcelona, Jerusalem and London'. Boeken: Meest recent: Michael Pollans The Botany of Desire en The Omnivore's Dilemma, Nicole Krauss' The History of Love, Fay Weldons What Makes Women Happy Film: Concert for George (Harrison; red). Rolmodel: 'Mijn overleden oma, Clara'. Nuttig motto: Don't let the bastards get you down. Nog een nuttig gezegde: The times they are a-changin'.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Vrouwen aan de top'
Reageer, print of deel dit artikel
|