Hoe zoek je troost via Facebook en Twitter?
Auteur: Marieke van Twillert
|
03-01-2012
|
Mail dit artikel
Een slechte werkdag of ontslagen? Je kan het op Facebook of Twitter zetten. Maar doe het alleen bij klein leed. Want wat moet je met vrolijk opgestoken duimpjes wanneer je vader is overleden. Waar blijft de knop met ‘shit voor je'?
Mijn broer reed te hard op een quad, brak zijn been op drie plekken en zat vervolgens weken alleen thuis. Op Facebook veranderde hij zijn profielfoto in een kiekje van zijn gipsen been, zette de röntgenfoto met pin en breuk en foto's van het ongeluk op zijn prikbord en gaf updates van zijn genezingsproces. Zijn vrienden (234) op Facebook drukten op de ‘like-knop' en stuurden grapjes en opbeurende berichtjes.
En met resultaat. ‘Het hielp', zegt Wouter (34). ‘De kwaliteit van dat medeleven op Facebook is misschien niet dezelfde als bij een telefoontje of een visite, maar omdat er in totaal méér mensen reageren, gaf het me een goed gevoel.'
Troost en medeleven van je vrienden via Facebook: is dat ‘echte' troost? Is het te vergelijken met een levend bezoek van vrienden die aanbellen met een fruitmand? Ja, zegt Esther (34) uit Arnhem. Onder haar 129 vrienden op Facebook heeft ze ruim een jaar geleden een subgroepje aangemaakt met haar vijf meest nabije vriendinnen voor dingen die ze niet met iederéén wil delen. ‘Soms gaat het gewoon even niet zo goed en heb ik behoefte aan steun of een beetje aandacht. Vaak vind ik het dan gemakkelijker om via Facebook contact te maken dan de telefoon te pakken. Bovendien sla ik dan vijf vliegen in één klap, dat scheelt tijd en energie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een post als "Doe mij ook zo'n cursus pijnmanagement. M'n hart doet zo'n zeer. Is best moeilijk om pijn te hebben en toch gelukkig te zijn". We reageren meestal binnen een paar uur op elkaars berichten in onze groep Close ones. Dan voel je toch een soort steun en verbondenheid, hoe vreemd dat ook mag klinken.'
Troosthoek
Het zijn vrienden, maar het contact met hen is vanzelfsprekend anders dan in het echte leven. ‘Je kunt het contact beginnen en stoppen wanneer je wilt. Je kunt makkelijk offline gaan als je je zegje hebt gedaan. En je kunt ook een bericht plaatsen als de "andere kant" offline is', zegt de Finse onderzoeker Piia Varis (Universiteit van Tilburg, faculteit geesteswetenschappen).
Neem de 36-jarige Christiaan (niet zijn echte naam) uit Arnhem, die meedoet aan een groepje op Facebook dat halfserieus Troosthoek heet (43 deelnemers). ‘Soms wordt er een foto van een wekker gepost, midden in de nacht. Dan kan iemand kennelijk niet slapen. Vervolgens volgen er 's nachts meer foto's van wekkers. Supergrappig. Zo blijkt dat meer mensen wakker liggen. Niet dat je dan wél kunt slapen, maar het wordt minder erg als je weet dat iemand anders datzelfde heeft.'
De ongeschreven regel is dat je elkaar niet gaat afzeiken, zegt Christiaan. En al melden anderen soms wel ‘heftige dingen, zoals liefdesperikelen', zelf post hij niet over heel zware problemen. Christiaan kijkt dagelijks op de Troosthoek-pagina en gebruikt die om allerlei ‘kleine en grotere dingen' te melden. Zijn laatste mededeling ging over zijn werk: ‘Ik vind de instelling van het bedrijf waar ik werk niet leuk.'
Pukkelpop
Dat Facebook een populair sociaal medium is, behoeft nauwelijks toelichting. Het heeft wereldwijd meer dan 800 miljoen gebruikers. Dat levert één gigantisch forum van medeleven op als er iets dramatisch gebeurt. Het zijn met name jongeren die via massa's berichten steun zoeken bij elkaar. Niet alleen via Facebook, ook via Twitter en - in Nederland - Hyves. Snel na het drama bij het popfestival Pukkelpop afgelopen augustus, waar na plotseling omslaand weer een ravage ontstond met zes doden en ongeveer 140 gewonden, zochten honderden festivalgangers op de pagina ‘Pukkelpop 2011 - Pay your respects' steun bij elkaar.
Varis, die onderzoek doet naar sociale media, merkt op dat na een drama het aantal reacties via sociale netwerken van medeleven en troost ‘razendsnel toeneemt'. Ze analyseerde reacties na het overlijden van internationale bekendheden als Michael Jackson, Amy Winehouse en na de dramatische schietpartij op het Noorse eiland Utøya. ‘Eerst zie je dat heel veel mensen het nieuws en hun gevoel erover willen delen. Maar het enthousiasme neemt ook heel snel weer af. Dan is het moment van verbondenheid weg, kennelijk. Veel mensen vinden - al is het voor even - troost en medeleven, maar of het echt helpt?' Vooralsnog is er nauwelijks tot geen onderzoek gedaan naar het aanbieden en ontvangen van troost via sociale netwerken. Er zijn wel ‘educated guesses' van wetenschappers die de ontwikkelingen rond sociale media bijhouden. Met die ‘natte vinger' moeten we het doen.
Vrolijk juichend duimpje
Zo valt vast te stellen dat troost en medeleven bij de droeviger zaken in het leven lastig te verenigen zijn met het ‘feel good'-karakter van Facebook. Als je iets leest wat je raakt, kun je alleen je duim opsteken met de like-knop: vind ik lekker, leuk, grappig, mooi. Er is geen knop met ‘shit voor je'.
Er zit ook geen ‘vind-ik-moeilijk-maar-belangrijk'- knop op, voegt José van Dijck toe, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. ‘De like-knop van Facebook is een heel bewuste keuze geweest bij het bouwen, omdat de makers vooral geïnteresseerd zijn in wat mensen willen kopen en waar ze begeerte naar voelen of naar ontwikkelen.'
Wouter (van dat gebroken been) is zich ervan bewust dat Facebook een goednieuwsshow is. ‘Je kunt daar dingen vertellen over je nieuwe kast of over een filmpje dat je móét zien. Je kunt ook de wat vervelender dingen vertellen, maar wel de símpele vervelende dingen. Als ik zie dat een vriend ziek op bed ligt, kan ik daar makkelijk op reageren. Liefdesverdriet wordt lastiger. Daar weten anderen geen raad mee.' Voor hemzelf gold dat ook. Zijn gebroken been kon de volgende dag online, maar op Facebook grapjes maken over zijn eigen verbroken relatie, lukte hem pas toen het minder schrijnend was, vele maanden later. ‘De dingen die je online zet, zijn vrijwel nooit complex.'
Dat vrolijk juichende duimpje is ook vreemd bij de Facebook-pagina over het Pukkelpopdrama met 128.556 likes. Helemaal bizar wordt een like bij mededelingen in de trant van ‘Mijn vader is overleden' of ‘Mijn huwelijk is kapot.'
De tien meest irritante types op Facebook 1. De laat-me-je-alle-details-vertellen-van-mijn-dag-sukkel. ‘Ik word wakker', ‘Heb net Brinta gegeten', ‘Sta in de file' 2. De zelf-promotor 3. De vriend-verzamelaar. De gemiddelde Facebook-gebruiker heeft 120 tot 130 vrienden. Duizend? Onzin. 4. De stadsomroeper. In de haast om het nieuws de wereld in te jagen, worden halve waarheden en geruchten verspreid . 5. De TMI'er. ‘Too much information' over seksleven, verstoorde lichaamsfuncties of huwelijksproblemen. 6. De slechte speller. 7. De loerder. Passief kijken, nooit reageren. 8. Het stuk chagrijn. 9. De paparazzo. Sta je daar opeens, halfbloot op iemand ánders' FB-pagina. 10. De chronische uitnodiger. ‘Steun deze actie', teken deze petitie', ‘kijk waar jij staat in dit lijstje met knapste mensen!' Bron: Brandon Griggs, CNN Tech, 2009
Intimiteit
‘Me zusje is dood.' Nog voordat de Rotterdamse politie had laten weten dat het lichaam van de vermiste tienjarige Jennefer van Oostende was gevonden, postte haar 26-jarige zus Sandra het zelf, op Facebook. Wrang detail was, zoals we nu weten, dat het meisje was gevonden in het huis van Sandra's ex-vriend, met wie ze twee kinderen heeft. ‘Me kinderen hebben alles gezien', postte Sandra, even later.
Wat volgde - op Hyves, Facebook, Twitter - was een stroom aan medeleven. Maar ook reacties vol onbegrip (meestal anoniem): haar zusje is vermoord en het eerste wat deze Sandra deed was dit melden op Facebook. Dat vonden velen ongepast.
De kwestie rond Jennefer van Oostende is een extreem voorbeeld, maar ook Facebook-mededelingen over huis-tuin-en-keukenleed van vrienden kunnen een behoorlijk ongemakkelijk gevoel geven. ‘Gisteren naar de dokter geweest voor darmscan.' Wat moet je ermee, en: waarom melden mensen het?
‘Als we ons kwetsbaar opstellen, verwachten we in de meeste gevallen "gevoed" te worden', schrijft de Amerikaanse auteur Sherry Turkle in Alone Together - Why we expect more from technology and less from each other (2011). ‘Dit verklaart waarom mensen - soms veel te vroeg - hun droevige verhalen vertellen aan anderen die ze nauwelijks kennen. Ze hopen met intimiteit beloond te worden.' In haar boek voert Turkle talloze Amerikaanse tieners, jongeren en studenten op; hun levensmotto vat ze samen als: I share, therefore I am. Turkle: ‘Vroeger gold: ik heb een gevoel, dus ik moet iemand bellen. Dat is veranderd in: ik wíl een gevoel hebben, dus ik moet iemand bellen, een sms sturen of een tweet of berichtje posten.'
Defrienden of muten
Het delen van nieuws over jezelf en alles wat je meemaakt, is veel sneller geworden sinds internet mobiel en draagbaar werd. Van de 800 miljoen Facebook-gebruikers, doen 350 miljoen dat via een draagbaar apparaat (smartphone of tablet). ‘Dit betekent dat we altijd "aan" staan', zegt Turkle, die toegeeft dat ze de implicaties van die ontwikkeling niet had voorzien. ‘Alles wat we meemaken gaat nu hup de lucht in.'
Klopt. En dat is helemaal geen ramp, zegt mediapsycholoog Mischa Coster. ‘Een dochter van een zakenpartner zei laatst: Facebook is een dagboek dat terugpraat, dat is het leuke'. Coster erkent de waarde die sociale netwerken hebben voor het uiten van gevoel, ook van verdriet. Hij snapt niet waarom sommigen het als minderwaardig zien om nieuws over iets ernstigs als overlijden op Facebook te zetten. ‘Het zal verlichting geven'.
Coster raadt wel aan om de like-knop te vermijden als je ziet dat een vriend een verdrietige ervaring heeft gepost. ‘Een bericht als "Ik denk aan je" is beter.' En als je geconfronteerd wordt met al te persoonlijke informatie van mensen? Coster: ‘Negeren. Als je er last van hebt, dan zegt dat vermoedelijk meer over jezelf en je empathisch vermogen, dan over de ander. Ervan uitgaande dat je de persoon in kwestie niet wilt defrienden, kun je ervoor kiezen hem of haar te muten.'
IIlustratie: Yvonne Kroese
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Jezelf online profileren'
Reageer, print of deel dit artikel
|