Zo beheer je je online reputatie
Auteur: Wouter Smilde
|
25-05-2011
| Reacties: 8
|
Mail dit artikel
Had Google maar een deleteknop; dan kon eindelijk die gênante foto of opmerking van internet af. Zolang die er niet is, zal online communicatie steeds nietszeggender worden.
Tom kon erover meepraten: cocaïne bij de lunch, wodka als ontbijt. En dan sta je ineens te turen naar je holle oogkassen in de spiegel, op zoek naar iets dat je nog herkent. Dus gaf hij online een welgemeend advies, na het lezen van een Intermediair-artikel over drinkende en snuivende professionals: ga naar een afkickkliniek, houd het vol, dat is het waard. Groet, ‘Tom'. En daarmee was hij gebrandmerkt. Iedereen die zijn naam intikt bij Google leert: aha, een ex-gebruiker. De nieuwe vrienden, de gedroomde werkgever. En niet iedereen gelooft in tweede kansen.
Veel mensen hebben iets dat ze liefst van het internet zien verdwijnen. Bij Intermediair, maar ook andere media, websites en zoekmachines komen wekelijks mailtjes binnen van boetvaardige internetters, die vragen: mag mijn naam/reactie/foto van uw site af? Het is een logische uitkomst van de trend dat mensen steeds meer informatie online zetten, over hun eigen leven, maar ook dat van anderen. Gemiddeld 21 foto's per Facebooker bijvoorbeeld. En de nieuwe generatie peinst niet over minderen. Want hoe jonger de surfer, hoe zorgelozer.
Dat ontdekte Alexander van Deursen, informaticus en communicatiewetenschapper, bij een promotieonderzoek naar de digitale vaardigheden. ‘Alsof openbaarheid helemaal geen risico's met zich meebrengt'. Nee, dan de ouderen. Vraag ze niet wat cloud computing is. Maar over hun reputaties waken ze. Misschien omdat de breekbaarheid daarvan een 1.0-probleem is. Fouten maken, doen we volgens Genesis sinds de eerste mens. En in de trechterbekercultuur konden ze vast ook een aardig potje roddelen.
Maar in de 2.0-wereld van het internet krijgen die blunders en geruchten een hardnekkige kleverigheid. Met een beetje pech gaan ze nooit weg. Iedereen met een internetverbinding kan ze bekijken en opnieuw tevoorschijn halen ad infinitum.
In Angelsaksische landen bestaat daarvoor inmiddels een term. ‘Scarlett Letter', geleend van schrijver Nathaniel Hawthorne. In 1850 publiceerde hij een roman onder die titel, waarin hij de puriteinse praktijk van iemand z'n fouten nadragen onder het vergrootglas legt. De hoofdpersoon is een jonge vrouw, die zwanger raakt in afwezigheid van haar man. Overspel, oordelen haar dorpsgenoten. De sanctie is dat ze een rode letter op haar jurken moet dragen. De A, van Adultery. Eens betrapt, dan voor altijd herkenbaar als overspelige.
Overigens: de hoofdpersoon blijkt heel wat genietbaarder en respectabeler dan haar scherpslijpers van dorpsgenoten.
De afdeling p&o heeft ook internet
Wie een beeld wil krijgen van hoe dat anno nu gaat, zo'n rode letter opgenaaid krijgen, doet er goed aan het boek The Future of Reputation te lezen, van de Washingtonse hoogleraar recht Daniel Solove. Het staat vol met verhalen die aandoen als nagels op een schoolbord. Kaliber: toch al onhandige jongen maakt filmpje dat op YouTube belandt, en heeft daarna helemaal geen leven meer. (Voor meer: zie kader onderaan dit artikel) .
Polderversies ervan bestaan ook. Een van de door Nederlanders meest gezochte namen op het internet, is al twee jaar achtereen die van een jong meisje. Op haar veertiende filmt ze voor haar vriend hoe ze zichzelf bevredigt. Relatie gaat uit. Jongen zet filmpje online. Om de een of andere reden - seks genoeg op internet, zou je denken - wordt juist dat filmpje een hit. Het meisje wordt uitgejoeld op school, herkend op straat. Wat er daarna gebeurt, behoort tot de mythen van het internet. De familie verhuist naar België, zegt de een. Als ze daar opnieuw wordt herkend, springt ze voor een trein, zegt de ander. Maar de bronnen zijn roddelfora voor tieners. Twijfelachtig van betrouwbaarheid. Laat onverlet: ook met een gelukkiger uitkomst is het een tragedie.
Het verhaal is een exces. Mensen die blozen van de zoekmachine, treft meestal kleiner leed. Ja, ook de p&o-afdeling heeft internet. En je nieuwe date. Regelrechte weigering hoeven de meeste mensen niet te vrezen. Ze worden gewoon niet meer gebeld.
Bescheidener pijn: pesterijen of verlies van aanzien. Wie een jaar of tien geleden Andreas Wismeijer had gegoogled, had foto's gevonden van een jolige vakantie in Spanje. ‘Ik was jong en had de tijd van mijn leven.' Niks om zich voor te schamen. Maar de foto's zijn inmiddels wel offline. Want Wismeijer is student af. Hij is psycholoog, auteur en onderzoeker (naar geheimen). ‘En zo wil ik ook beoordeeld worden, op basis van hoe ik nu ben. Dat is het probleem van oude foto's. Je wilt niet dat die het beeld van jou blijven bepalen.'
Ook op een andere manier werkt online informatie verengend, zegt Wismeijer. ‘Mensen spelen in hun dagelijks leven meerdere rollen. Thuis zijn ze anders dan op het werk of de hobbyclub. Dat is heel gezond.' Maar op internet zijn er geen tussenschotten. Uit de casuïstiek: pientere dame met goede baan, stelt op de site van een blad een vraag over de was strijken. Ze voelt zich hoogst ongemakkelijk als collega's de vraag tevoorschijn googelen. Wat een grap, vinden die: de serieuze carrièrevrouw blijkt toch maar mooi het poetsvrouwtje thuis.
Wismeijer: ‘Daarmee nemen ze haar dus wat af. De vrijheid om privé een andere rol te spelen dan op het werk. Daarom kan het voor mensen enorm schrikken zijn, als ze merken wat Google over ze kan vinden. Ook als de informatie sec bekeken helemaal niet bijzonder is.'
Onvermijdelijke tegenwerping: eigen schuld dikke bult. In een recent radiodebat op de BBC maakte internetjournalist Jeff Jarvis (What would Google do) die. ‘Niemand wordt met een pistool tegen het hoofd gedwongen dingen op internet te zetten. Ik heb hier mijn twitter-schermpje, en kies zelf of ik daarin iets schrijf'. Daarin is Jarvis overigens redelijk onbevreesd. Ietwat pochend: ‘Ik heb de hele wereld verteld dat mijn penis niet meer werkt'. Daarmee refereert hij aan zijn prostaatkanker, waarvan hij de lezers van zijn weblog deelgenoot maakte. ‘Het moedigde andere mannen aan zich te laten testen'. Moraal: wees niet bang voor openbaarheid. Gebruik je verstand, en omarm de voordelen.
Zijn tegenspreker was ict-entrepreneur Andrew Keen. Thuis in Silicon Valley, maar toch kritisch op het eroderende effect dat internettechniek op onze privacy heeft. ‘Je hebt geen controle over wat je online zet, want op het internet gaan anderen ermee aan de haal.'
Hij ziet een paradox: door alsmaar rond te bazuinen waar je nu weer hoogst individueel jezelf aan het zijn bent - via Facebook, via Twitter - verlies je juist het hele idee van individualisme. ‘Ik ben blij dat we niet meer in dorpen wonen, waar anderen de hele tijd weten wat je aan het doen bent. Het is een heel goede zaak om af en toe aan de blik van anderen te ontsnappen, zelfs die van je vrouw en kinderen. Maar ik zie ons weer terugkeren naar dat dorp.'
Zoekresultaten manipuleren
Bedrijven nemen nogal eens bureautjes in de arm voor ‘online reputatiemanagement'. Bestaand uit communicatieadviseurs of computerjongens die handig zoekmachineresultaten manipuleren. Aan een deel van hun diensten heeft de burger niks. Met ‘webcare-teams' bijvoorbeeld op kousenvoeten fora, Twitter en Facebook binnenlopen. En dan klagers de mond volstoppen met zoetigheid, opdat ze zwijgen. ‘Wat vervelend mevrouw X dat uw telefoonrekening nu alweer niet klopt. Stuurt u mij een mailtje, dan lossen we het samen op.'
Maar er zijn andere tactieken die ze gebruiken, waarmee de spijtoptant ook z'n voordeel kan doen. Henk van Ess, oprichter van zoekmachine Voelspriet, geeft op zijn website een mini-cursus ‘verstop jezelf voor Google'. Gratis. Zorg bijvoorbeeld dat mensen door het bos de bomen niet meer kunnen zien: nieuwe zoekresultaten creëren die de negatieve naar beneden drukken. Een snelle manier om dat te doen, is een account aanmaken op LinkedIn of Facebook. Die komen bijna altijd bovenaan bij Google. Verder: reageer op hetzelfde forum, met een positieve variant van een onhandige opmerking. Of, eerlijker: ‘Zet onder een bericht dat u er spijt van heeft. Zo weten mensen hoe u er nu over denkt'.
Google, Yahoo en soortgenoten hebben op hun websites instructies staan voor hoe te handelen bij online gêne. Verwacht daarvan niet veel. De strekking: los het op met de desbetreffende site. Een uitzondering wordt gemaakt als creditcardgegevens en burgerservicenummers online staan. Dan wil Google nog wel eens een sprintje trekken.
Ook op de site van de Nederlandse zoekmachine Wieowie.nl staat sinds een jaar een handleiding voor de ‘tientallen' mensen die elke week de digitale vergetelheid zoeken. ‘Het draait bijna altijd om een relatie', vertelt directeur Bart Kappenburg. ‘Ze willen niet te vinden zijn voor exen, of de nieuwe partner, of ze vrezen voor wat werkgevers en klanten zullen vinden.'
Mensen denken nogal eens dat de zoekmachine het zaakje wel oplost, zegt Kappenburg. ‘Maar het is niet alsof we hier alles op de harde schijf hebben staan. We zijn gewoon een doorgeefluik'. Trucs daargelaten, rest de internetter die loutering zoekt maar een ding: in de pen klimmen en de beheerder van de vermaledijde website overtuigen. Al is er geen regel die voorschrijft dat die de aanvrager ter wille moet zijn. Zoals Kappenburg verwoordt: ‘Wie spijt heeft, heeft soms pech.'
Tegen journalisten valt soms te betogen dat een verzoek in het verlengde kan liggen van de erecode. Bijvoorbeeld het principe om mensen zo nodig tegen zichzelf te beschermen. Als iemand de gevolgen van een publieke uitspraak niet kan overzien, getuigt het van journalistiek fatsoen de bron daarop te wijzen, en eventueel uit de wind te houden. Intermediair haalt, als een verzoek billijk is, achternamen of woonplaatsen uit online reacties. Andere media doen het ook. Al is die praktijk onderwerp van discussie, op journalistenforum Villamedia. Is het geen hellend vlak? Vermink je niet het online archief?
Presenteer jezelf volgens een vaste formule
Het ‘Majesteit-meisje' (dronken studente zegt in filmpje dat ze aangesproken wenst te worden met majesteit) en Manon Thomas (ontvreemd filmpje met bloot-beelden belandt online) wisten via de rechter website GeenStijl te dwingen compromitterende beelden van het net te halen. Maar daar was meer aan de hand. In het eerste geval werd het meisje in beschonken toestand gefilmd en vervolgens geschoffeerd door reaguurders. Er werd evident geen maatschappelijk belang mee gediend. In het laatste geval waren de beelden afkomstig uit diefstal. De wet - bijvoorbeeld artikel 10 van de grondwet (bescherming van de persoonlijke levenssfeer) en de daaruit voortvloeiende Wet Bescherming Persoonsgegevens - is hier lang niet altijd een reddingsvest. Al snel dreigt een botsing met dat andere recht: vrijheid van meningsuiting.
Eurocommissaris Viviane Reding werkt daarom aan regels die het ‘recht om vergeten te worden' op internet moeten verankeren. Maar hoe ze dat voor elkaar wil krijgen, blijkt op z'n vroegst in juli.
In afwachting van meer duidelijkheid, lijkt één ontwikkeling onvermijdelijk: het internet zal saaier worden. Danah Boyd, senior researcher bij Microsoft, concludeert dat na 2,5 jaar studie naar tieners op internet. ‘In het dagelijks leven heb je per definitie privacy, en word je pas onderwerp van publieke belangstelling door inspanning. Op sociale media is het omgekeerd. Wie meedoet, is per definitie onderwerp van publieke belangstelling en krijgt pas privacy door inspanning.'
Het resultaat: een ‘life under a constant state of surveillance', waarbij mensen uit zelfbescherming strategieën ontwikkelen die verdacht veel lijken op de pr van celebrities - die tenslotte al langer met dit bijltje hakken.
‘Je zult', zegt psycholoog Wismeijer, ‘moeten nadenken over hoe je jezelf volgens een vaste formule presenteert op al je sociale media en fora. Dat is niet zo wezensvreemd als misschien lijkt. Mensen denken ook bij vergaderingen of uitgaan na over hoe ze zich presenteren.'
Het resultaat zal een minder sprankelend digitaal sociaal bestaan zijn. Maar wie weet: een leuker analoog leven. ‘Want net als bij voetballers die mediatraining hebben gehad: de antwoorden die ze voor de microfoon geven, zijn nietszeggend. Wie wil weten hoe ze over de wedstrijd denken, moet de spelerstunnel in.'
Besmeurde internetsterren
Een van de beroemdste mensen online is sciencefictionfan Ghyslian uit Canada. Nooit van gehoord? Misschien wel van de ‘Star Wars Kid'. In november 2002 filmde Ghyslian (toen 15) zichzelf, terwijl hij met een golfclub een zwaardgevecht uit Star Wars naspeelde.
Andere leerlingen zetten het filmpje op YouTube, voorzien van muziek. Het werd een instant hit. Miljoenen mensen bekeken het, en gaven grof commentaar op zijn uiterlijk. Ghyslian noemde het ‘geestelijke marteling'. Hij is gestopt met school en krijgt psychiatrische hulp.
Andere besmeurde internetsterren: ‘the dog poop girl' uit Korea (haar hondje poepte in de metro, de filmers wilden haar straffen). En Qian - Little Fatty - uit China, die bekend is om niks anders dan zijn dikkige toet. Die werd vervolgens in allerlei foto's gemonteerd.
De Koreaanse vrouw stopte met haar opleiding en probeerde zich terug te trekken uit het publieke leven. Qian probeert er het beste van te maken. Welwillend gaat hij op de foto met mensen die hem herkennen.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Jezelf online profileren'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
willem | 25 mei 2011 (9:01)
Een Chineze wijsheid:
"Hij die niet in staat tot uitbundig lachen is ook niet in staat tot bittere ernst"
En een bijbelse wijsheid:
"Hij die zonder zonde is werpt de eerste steen"
Kortom: Als er iemand aangesproken wordt zegdt dat veel meer over de persoon die aanspreekt dan over de aangesprokene.
Mammy | 26 mei 2011 (14:15)
The world is a village. We know everything about you. And we use it against you Lol ...
Online bullying is a game we like to play! Thanks for the support of Google and Facebook...
Internet is the largest ppy machine in the world. we find you. Hide does not make sense.
Enjoy the ride where you have no influence on it. We are the controllers and you're playing in our game. You are the loser and the money we earn. And maybe play your own mother too. Is that the one you normally familiar? She is your online humiliation. Enjoy the game.
The best online game ever. and you're in it. Scary now? We love it!
Anonymous | 26 mei 2011 (15:49)
Eigenlijk zou iedereen met elkaar moeten afspreken dat we de draak zo gaan bestrijden:
Alle persoonlijke informatie die online in bijv. Google staat is per definitie onwaar.
Laten we dit gewoon afspreken..
Dan is de informatie dus waardeloos en ook waardeloos voor Google etc.
Wat je ook kan doen is dat je online gewoon over jezelf pagina's vol schrijft dat je een mooie baan hebt als vuilnisman, lelijke vrouw en 3 leuke kinderen hebt.
Ook al is dat niet waar....
Tegenwoordig helpt het meer als je juist dingen zegt die niet waar zijn. Dit puur uit zelfbescherming. Dan loopt het spy-systeem van internet vanzelf vast.
erik | 26 mei 2011 (16:11)
En ik maar denken dat de reacties eerst gescreend werden op toegevoegde waarde voordat ze op de sit kwamen...
GameOver | 26 mei 2011 (17:10)
@erik: Wat wil je zeggen? Binnen 1 klik zet ik hieronder wie je bent en wat je seksuele voorkeur is. Ik zie dat je van spannende dingen houdt. Je bent reeds volledig gescreend en straks wellicht geript.
Jeroen | 2 juni 2011 (13:12)
Ik ben benieuwd hoe lang het duurt eer er bedrijven komen die de 'zoekmachineresultaten' voor particulieren gaan beïnvloeden. Nu richten online marketing bureaus zich voornamelijk op bedrijven die hun diensten of producten willen aanbieden, maar volgens mij is er een markt voor bureaus die tegen vergoeding de online reputatie van particulieren beheerst.
Wellicht kan ook het onderwijs hier een rol in spelen. Het plaatsen van eventueel compromitterende foto's en informatie begint vaak op de middelbare school, waar de inmiddels volwassen geworden leerlingen later spijt van hebben maar niet meer kunnen beïnvloeden. Misschien dat kennis van de middelen en bewustwording van de gevolgen een goede toevoeging is op het curriculum van bijvoorbeeld het vak maatschappijleer. Vinden de leerlingen bovendien leuk en maakt dat vak ook weer wat aantrekkelijker :)
Bard | 15 november 2011 (14:02)
@GameOver: wat is dat voor enge en ziekelijke reactie? Webredactie, kan die niet alsnog verwijderd worden?
Het stuk zelf vind ik overigens erg goed gestructureerd, en het zegt wel wat over de menselijke aard dat ik me ernstig moet beheersen om niet alle aangehaalde voorbeelden die ik nog niet ken, direct op te gaan zoeken.
YourNicknameHere | 7 december 2011 (12:58)
En daar is nou de prachtige oplossing 'nickname' voor bedacht. In de tijd dat het internet nog van nerds en tieners was, was dat de normaalste zaak van de wereld. Nu iedereen er ineens zit blijkt het een wiel te zijn dat opnieuw uitgevonden moet worden(?)
|