Nieuw FNV wil bond worden voor jongeren, hoogopgeleiden en zzp'ers
Auteur: Linda van Putten |
12-12-2011
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
‘Verkenners' Herman Wijffels (rechts) en Hans Noten na de persconferentie waar werd aangekondigd dat de FNV opgaat in een nieuwe vakbond (foto Martijn Beekman/hh)
Vakbond FNV heft zichzelf op en wil daarna opnieuw beginnen. Als de bond werkelijk jongeren, zzp'ers en hoogopgeleiden wil aanspreken, moet die zich omvormen tot een ‘ANWB voor je loopbaan'. De vraag is of dat gebeurt. Vijf vragen (en antwoorden).
1. Wat gaat er nu niet goed bij de FNV?
Veel. De achterban bestaat voornamelijk uit oude, blanke mannen. Van de mannelijke werknemers in Nederland is 24 procent lid van een vakbond, tegenover maar 17 procent van de vrouwen. Onder niet-westerse allochtonen is het percentage vakbondsleden slechts 16. Het meest opvallend is het tekort aan jongeren: van de 1,4 miljoen leden van de FNV zijn er slechts 180 duizend jonger dan 35 jaar. De FNV is overigens niet de enige vakbond die last heeft van vergrijzing. Volgens het CBS is het percentage jongeren dat lid is van een vakbond in vijftien jaar tijd bijna gehalveerd. Werknemers boven de 45 waren in 2010 vier keer vaker lid van een vakbond dan werknemers onder de 25. Daarnaast is de FNV primair gericht op werknemers in vaste dienst: de vakbond stak de afgelopen jaren vooral tijd in onderhandelingen en soms stakingen voor goede cao's. Het lijkt de bond ontgaan dat de arbeidsmarkt sinds de jaren negentig drastisch is veranderd. Zo steeg het aantal zzp'ers van honderdduizend in 1997 naar vierhonderdduizend vorig jaar. Ook het aantal flexwerkers - werknemers met een tijdelijk contract zonder veel zekerheid - groeit ieder jaar. De FNV heeft weinig concrete voorstellen gedaan om hun positie te verbeteren.
2. Wat verandert er bij de FNV?
De plannen voor de nieuwe FNV zijn vaag. Komend voorjaar moet de bond opgaan in een nieuwe vakvereniging, die ‘dichtbij mensen staat en herkenbaar is', zo staat in de beginselverklaring van begin december. De FNV wil in ieder geval meer rekening houden met de ‘diversiteit van de leden'. En de bond wil zich onderverdelen in een groter aantal vakorganisaties voor aparte beroepsgroepen. Is zo'n structuurverandering echt genoeg om straks jongeren te trekken? Voormalig PvdA-Kamerlid Mei Li Vos (in 2005 oprichter van Alternatief voor Vakbond) twijfelt. Wil de FNV zich echt aan de tijd aanpassen, dan moet de bond zich volgens haar omvormen tot een ‘ANWB voor je loopbaan'. Ook nu bieden vakbonden loopbaancoaching en juridische adviezen, maar ze moeten dat veel uitgebreider gaan doen. Én met die diensten actief leden werven.
3. Zal dat jongeren werkelijk aansporen lid te worden?
Dat is de vraag. Individualistisch ingestelde jongeren worden niet zo snel meer ergens lid van. Ook niet van een politieke partij of bijvoorbeeld een ondernemingsraad. Bovendien hebben de bonden een fors imagoprobleem. Jongeren en hoogopgeleiden voelen zich niet aangesproken door grijze demonstranten met petjes en fluitjes, meent Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. Ze denken dat de bonden vooral opkomen voor ‘zielige' mensen met lage inkomens. Niet zo'n rare gedachte: een van de grootste wapenfeiten van de FNV vorig jaar was een goede cao voor schoonmakers na een maandenlange stakingsmarathon. Ander probleem voor de vakbonden: 70 tot 80 procent van de Nederlandse werknemers valt nu nog onder een cao, maar voor jonge hoogopgeleiden ligt dat percentage beduidend lager. Relatief nieuwe branches als de ict en de consultancy kennen bijvoorbeeld geen cao meer.
4. Zijn hoogopgeleiden überhaupt lid van een vakbond?
Twintig jaar geleden waren hoogopgeleiden naar verhouding net zo vaak lid van een vakbond als laagopgeleiden. Maar dat is veranderd. Waren in 1995 nog drie van de tien hoogopgeleiden vakbondslid, in 2010 waren het er nog maar twee. Onder middelbaar en laagopgeleiden daalde het aantal minder snel. Omdat meer dan de helft van de jongeren tegenwoordig hoogopgeleid is, is het essentieel voor de nieuwe FNV om deze groep aan te trekken.
5. Hebben hoogopgeleiden andere belangen dan laagopgeleiden?
Zowel hoog- als laagopgeleiden willen een bond die zich aanpast aan de veranderende arbeidsmarkt en helpt goede afspraken met werkgevers te maken. Maar er zijn ook verschillen. Hoogopgeleiden worstelen deels met andere kwesties zoals thuiswerkregelingen. De MHP, de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel, bestreed afgelopen jaar de maximale ontslagvergoeding van 75 duizend euro die minister Donner heeft ingevoerd. Of de nieuwe FNV straks ook voor dit soort issues op de barricaden staat? Vooralsnog is het moeilijk voorstelbaar.
Met dank aan Paul de Beer (UvA), Mei Li Vos, Martin Pikaart (voorzitter Alternatief voor Vakbond), Reginald Visser (voorzitter MHP), Jelle Visser (UvA) en Aukje Nauta (UvA)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Arbeidsmarkt'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Peter van Veen | 12 december 2011 (14:31)
Het zal mij benieuwen, maar ik verwacht er niet veel van. Ik word pas lid als:
-de vakbond zich inzet voor een directe verhoging van de AOW naar 67, zonder enige vorm van VUT, FPU of prepensioen
-de vakbond zich inzet voor het afschaffen van de verplichte pensioenopbouw bij een vast pensioenfonds, en zich hard maakt voor keuzevrijheid.
Maar ik denk dat het waarschijnlijker is dat het morgen roze olifanten gaat regenen.
|
|