Zitten bèta's nog wel gebeiteld?
Auteur: Florentine van Lookeren Campagne
|
27-01-2010
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Veel bedrijven die voor de crisis nog smeekten om ingenieurs, lopen nu met een grote boog om ze heen. Dat merken vooral pas-afgestudeerde bèta's. ‘De klant ziet graag ervaren mensen komen.'
Een beetje wrang is het wel. Is het overheid en bedrijfsleven eindelijk gelukt scholieren te interesseren voor exacte studies, ligt dankzij de kredietcrisis de hele arbeidsmarkt op zijn gat.
Aan de universiteit steeg het aantal eerstejaars studenten met een bètastudie van 8.717 studenten in 2000 naar 12.761 in collegejaar 2008/2009. Vanaf 2007 groeien de bètastudies zelfs harder dan de alfa- en gammarichtingen, blijkt uit cijfers van het Platform Bètatechniek. In het hoger beroepsonderwijs is de stijging minder spectaculair, maar het aantal eerstejaars techniekstudenten daalt in elk geval niet langer. In collegejaar 2008-2009 startten 17.011 studenten met een technische studie, iets meer dan in 2000.
Studenten die deze opleidingen verlaten, en wie jarenlang is voorgespiegeld dat de banen voor hen voor het oprapen zouden liggen, moeten nu een baan zien te vinden. Krijgen ze er spijt van dat ze gehoor hebben gegeven aan de oproep om ‘exact' te kiezen?
Fors minder vacatures
Het aantal vacatures voor technische functies in Intermediair Weekblad halveerde in 2009 bijna ten opzichte van 2008. De vraag naar technici op intermediair.nl daalde eveneens met bijna de helft.
Toch klinkt dat dramatischer dan het is, vindt Bouke Bosgraaf van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI NIRIA. Natuurlijk merken pas-afgestudeerde ingenieurs het wel; het duurt langer voordat ze hun eerste baan te pakken hebben. ‘Twee jaar geleden had iedere afgestudeerde ingenieur twee aanbiedingen binnen nog voor de bul was uitgereikt', zegt Bosgraaf. ‘Ze kwamen bij onze ingenieurscoaches langs voor hulp bij het kiezen. Nu komen ze om hun cv te laten nakijken. Maar er is ook een groep die het nog niet door heeft. Die zegt nog tegen bedrijven: wat hebben jullie in de aanbieding? "Pardon?" zeggen die bedrijven. "We zitten in iets andere tijden hoor! Wat heb jij te bieden?"'
Starters hebben het extra zwaar. In Intermediair was jarenlang 2,5 procent van de vacatures voor technici bedoeld voor starters. In 2009 was dat opeens 1,8 procent. Op intermediair.nl daalde dat percentage van 6,8 procent naar 5,9 procent.
Klik voor vergroting
Mensen met ervaring gaan voor
Ervaren mensen zijn interessanter voor bedrijven. ‘Wie de mensen heeft, heeft het werk, is de regel in de adviesbranche', zegt Ad van Beek, directeur human resources management bij advies- en ingenieursbureau Movares. ‘Zij hebben de relaties en brengen nieuwe opdrachten aan. En de klant ziet graag ervaren mensen komen.'
Movares nam in 2008 178 mensen aan. ‘Begin 2009 dachten we: als de crisis ons gaat raken, kunnen we maar beter even niet werven. Maar 2009 was ons beste jaar ooit. Zo hebben we nog 140 mensen aan kunnen nemen', zegt Van Beek. Ongeveer de helft van de mensen die zij vorig jaar aannamen had maximaal vijf jaar werkervaring, schat hij. Movares' grootste klant is de overheid. Het bedrijf bereidt zich nu al voor op de onvermijdelijke bezuinigingen. ‘We willen vijftien procent van onze mensen flexibel in dienst hebben, op contracten voor drie tot vijf jaar of via detachering.'
Terughoudend werven Ingenieursbureau DHV nam in 2008 nog 350 mensen aan in Nederland, waarvan 75 jonger dan 25 jaar. In 2009 waren dat er tweehonderd, waarvan vijftig jonger dan 25 jaar. Het bedrijf verwacht in 2010 terughoudend te werven. Niet iedereen die vrijwillig vertrekt, wordt ook automatisch vervangen. Projectleiders die een paar dagen over hebben, werken mee op andere afdelingen.
Bouwbedrijf Heijmans - 6.100 werknemers in Nederland - heeft in 2009 1.300 mensen laten afvloeien. Normaal neemt het bedrijf achthonderd mensen aan per jaar. Het bedrijf nam het afgelopen jaar tweehonderd mensen aan, vooral ervaren technici, hbo'ers en academici, voor infrastructuurprojecten. Deels zijn dat projecten die de overheid eerder uitvoert om de crisis tegen te gaan. Onder die tweehonderd zaten ongeveer vijftien starters.
Nicole Kommer (26), werktuigbouwkundige
‘Ik heb vorig jaar een sollicitatietraining gedaan via het alumniprogramma van TU Eindhoven. Daar zaten enkele mensen die al een half jaar tevergeefs aan het zoeken waren, maar zij hadden vaak niet veel op hun cv. Ik heb stage gelopen bij een bedrijf in Nieuw Zeeland en bestuurswerk gedaan voor het Rode Kruis en voor de studievereniging. Bedrijven vroegen daarnaar in gesprekken.
Ik ben in augustus afgestudeerd. Pas in december ben ik serieus gaan zoeken. Ik wist niet goed wat ik wilde. Voor mijn afstuderen heb ik een paar keer gesolliciteerd op strategy consultant-banen. Dat leek me leuk, omdat je problemen oplost die er toe doen voor het hele bedrijf, in plaats van voor een enkele machine. Maar het was me uiteindelijk te bedrijfskundig. Ik wilde het liefste iets in mijn studierichting doen. Dat gaat lukken.
Ik heb al één aanbieding binnen, voor een functie als maintenance engineer. Die analyseert het productieproces en stuurt de onderhoudsploeg aan. Binnenkort heb ik nog twee tweede gesprekken. Daarna ga ik beslissen. Ik vind niet dat ik lang gezocht heb. Een vriendin van mij heeft er drie maanden over gedaan om een baan te vinden, maar zij zocht heel gericht naar een functie bij een ingenieursbureau in de omgeving van Eindhoven. Zij had wel het gevoel dat ze lang bezig was.'
Starter-vriendelijk
Startende bèta's hebben het moeilijker dan twee jaar geleden. Maar niet moeilijker dan andere pas-afgestudeerden. Op intermediair.nl daalde het aantal vacatures sterk in vrijwel alle sectoren. Met 5,9 procent vacatures voor starters is de technische sector zelfs de op één na meest starter-vriendelijke sector. Alleen in de vacaturebak van verzekeraars en banken is meer te vinden voor starters: voor 6,1 procent van de vacatures is ervaring geen vereiste.
Universiteiten en hogescholen zeggen niet te merken niet dat studenten langer dan anders naar werk zoeken. Driekwart van de studenten die tussen augustus 2008 en juli 2009 afstudeerden aan de TU Eindhoven, had binnen drie maanden een baan. Binnen een half jaar was 86 procent aan het werk, in een baan op niveau en waar ze tevreden over waren. In de groep die toen nog geen werk had, zitten ook mensen die een extra master gingen doen of een postmaster, zoals de ontwerpersopleiding.
Caroline Scheepmaker, loopbaanadviseur bij de TU Delft: ‘In de lucht hangt dat het heel moeilijk is. De vraag is of het werkelijk zo erg is. De mensen die het moeilijk hebben, zijn studenten met een beperking en internationale studenten. De anderen vinden werk, maar het salarisaanbod is wat lager en de dromen wat kleiner.'
Klik voor vergroting
Kans op baan verschilt per opleiding
De kansen op de arbeidsmarkt verschillen sterk per opleiding. Een bouwkundediploma, hbo of universitair, is nu even wat minder waard. Er studeren veel studenten af met die papieren, en de woningbouw ligt stil. Een diploma industrieel ontwerpen is ook even lastig te gelde te maken. Maar elektrotechnici en civiele technici met een universitaire opleiding zijn veelgevraagd. Op hbo-niveau zijn chemie, werktuigbouwkunde en technische natuurkunde gewild, zegt een woordvoerder van Saxion hogescholen. Ook zoeken steeds meer bedrijven studenten met kennis van milieu en duurzame technologie.
Bredere opleidingen Doordat de technische opleidingen breder zijn geworden, vinden studenten ook makkelijker werk. Ingenieurs krijgen tijdens hun studie tegenwoordig ook trainingen in vergadertechniek, presenteren, teamwerk en sociale en communicatieve vaardigheden, zegt Lieke Bezemer van het Onderwijs en Studenten Service Centrum van de Technische Universiteit Eindhoven. En er zijn meer multidisciplinaire vakken, zodat studenten later eenvoudiger kunnen samenwerken met mensen uit andere vakgebieden. Human resources-manager Grietje Kuipers van ingenieursbureau Oranjewoud onderschrijft dit: ‘Technisch natuurkundigen kunnen bij ons tegenwoordig prima aan het werk. Ook nemen we mensen aan met niet-technische studies zoals management, economie en recht.'
Klik voor vergroting
Goede vooruitzichten
Het is zeker niet zo dat studenten die nu niet meteen een baan vinden, beter geen bètastudie hadden kunnen kiezen, zegt Andries de Grip, hoogleraar arbeidsmarkt en scholing aan de Universiteit Maastricht. De prognoses voor 2014 zijn voor alle hbo-studierichtingen goed. De vooruitzichten voor wo'ers bouwkunde, civiele techniek, landbouw of milieustudies, wis- en natuurkunde en informatica zijn ‘matig', maar De Grip tekent daarbij aan, dat ‘matig' betekent dat mensen niet de dag van hun afstuderen een passende baan vinden. Misschien moeten ze iets langer zoeken, of iets onder hun niveau beginnen, maar negentig procent zal gewoon werk vinden.
De alfa's en gamma's hebben het veel zwaarder, merkt De Grip. ‘Economie en business studies bijvoorbeeld waren altijd heel populair, maar hebben zwaar te lijden onder de crisis. Er is eigenlijk maar één groep met betere toekomstperspectieven dan de bèta's. Dat zijn de medische en paramedische beroepen. En dat komt door de numerus fixus.'
Hoop voor 2010 De bedrijven zijn voorzichtig optimistisch over 2010. Het ergste is geweest, denken ze. DHV heeft de hoop gevestigd op haar activiteiten in Zuidoost-Azië. Daar is de economische groei hoogstens wat minder explosief. De reorganisatie van Heijmans biedt hoop voor 2010: doordat de reorganisatie eind 2008, dus relatief vroeg, plaatsvond, verwacht het bedrijf ook eerder weer mensen aan te nemen. En dan zijn er altijd nog de vergrijzing en het aanbod van bèta's dat daarbij nog altijd achterblijft - toenemende studentenaantallen of niet. Movares heeft tien vacatures. Van Beek: ‘Vinden wij vijftien goede mensen, prima, dan nemen we ze aan. Daar gaan wij later plezier van hebben.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Techniek'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
R.J. Claassen | 1 februari 2010 (11:53)
Dat beta’s het moeilijk hebben is niet verwonderlijk. Ga je de techniek in dan zal je moeten concurreren met China, India en Amerika voor je loon en werk. De consumenten willen steeds goedkopere apparatuur dat niet meer gerepareerd wordt (weggooi maatschappij). Om dit allemaal voor te blijven zal de technische wereld elke keer met nieuwe uitvindingen en verbeteringen moeten komen. Dit betekent dat je je zult moet blijven verdiepen in de techniek, wiskunde en natuurkunde en levenlang moet blijven leren. Om de 8 jaar heb je een daling van vraag naar elektronica en technische opgeleiden (1992, 2000, 2009), wat niet bevorderlijk is voor je loonontwikkeling. Dan beter een arts of chirurg, je hebt maar met 1 apparaat te maken (de mens) en een monopolie positie. Advocaat, rechter of notaris is ook gunstig, de wet zorgt voor je werk en geen last van China, India of Amerika (andere wet, dus geen concurrentie).
Verder is het gewoon treurig om te zien dat de politiek maar drie personen telt (waarbij 1 in ’77 al niet meer actief is). Ik mis dan ook een realiteitzin in de politiek wat mogelijk is en wat niet en hoeveel dat gaat kosten. Het is wel begrijpelijk, bij elke discussie trekt de politiek het op het menselijk (irrationele) vlak of worden ze afgerekend dat het niet precies is of het verkeerde getalletje staat. Dit verliest een wetenschapper altijd. Als het gaat over bodemdaling bij gaswinning ( 5 cm in het midden? welk termijn en is het schadelijk?), klimaatverandering (Meer of minder rivier water, kouder/warmer?), technische invulling kilometerheffing en privacy, of aanpassing van een wetenschappelijk rapport over de oudheid van de aarde of zandduin door geloofsinvloed, etc. Het antwoord zal nooit eenduidig en eenvoudig gegeven kunnen worden. Een ingenieur die beide gebieden goed kent kan deze beide gebieden verbinden en verstaanbaar maken (TU/e technische innovatie wetenschappen). Maar zolang alpha’s en gamma’s het feestje besturen zal er weinig veranderen.
Innovatie Strateeg. Ir.Ing. R.J. Claassen (42 jaar)
|