Zelfhandicappen
Jezelf indekken werkt uiteindelijk averechts
Auteur: Roos Vonk
|
06-03-2009
|
Deel dit artikel
Iedereen kent ze wel: leerlingen en studenten die vlak voor een tentamen dramatisch roepen 'Ik heb het helemaaaaaaal niet geleerd!' of 'Als ik het maar haal, ik ben nog een beetje dronken van gisteravond'. En dan toch een vette voldoende halen.
Wat deze studenten feitelijk doen, noemen psychologen 'zelfhandicappen': een handicap opwerpen die een goede prestatie kan belemmeren, zoals 'slecht geleerd' of 'feestje gehad'. Haal je vervolgens een onvoldoende, dan ben je alvast ingedekt. Haal je ondanks je handicap toch een voldoende, dan was je kennelijk wel erg slim.
Maar zo slim is dit gedrag toch ook weer niet. Om te beginnen kan het ertoe leiden dat je prestatie negatiever wordt beoordeeld, doordat je een bepaalde verwachting wekt. Dit gebeurt geregeld bij mensen die lezingen en presentaties geven. Bij wijze van inleiding beginnen ze soms met iets als 'Ik moest het even heel snel voorbereiden', 'Mijn slides zijn niet helemaal goed overgekomen', of 'Ik hoop dat het allemaal gaat lukken ondanks dat mijn collega die mee zou doen ziek is'.
Niet doen! Nooit doen!! Wat je hiermee feitelijk tegen het publiek zegt is: 'Mijn verhaal zal niet optimaal zijn.' Dat weten ze dan alvast, en daar stellen ze zich dan ook op in. Even zelfondermijnend is: bij technische mankementen opmerken dat 'hier eigenlijk een heel mooi plaatje had moeten komen' of zoiets. Het is begrijpelijk dat je bij technische tegenslag je emotie wilt uiten, maar het effect is enkel dat je je publiek vertelt dat ze iets mislopen.
De bedoeling van zelfhandicappen is natuurlijk juist om er wel goed uit te komen. Het is eigenlijk een manier om bij voorbaat je zelfwaardering te redden: als het fout gaat, kun je er niks aan doen, en als het goed gaat, lijk je des te bekwamer. Dat is het idee.
Maar het gevolg is uiteindelijk toch vaak zelfondermijnend. Ten eerste brengen zelfhandicappers hun handicap vaak daadwerkelijk tot uitvoering: ze zéggen niet alleen dat ze te veel hebben gedronken, te weinig hebben voorbereid, te laat naar bed zijn gaan of wat dan ook; ze doen het ook. Uiteraard is dat niet bevorderlijk voor een goede prestatie, waarmee het monster zichzelf in de staart bijt. Deze vorm van handicappen (waarbij je jezelf feitelijk belemmert) wordt overigens voornamelijk door mannen beoefend.
Het vervelende is bovendien dat zelfhandicappers gehecht raken aan hun handicap, zoals alcohol, te kort voor de deadline aan het werk gaan, of bijeenkomsten missen. Een ander gevolg van zelfhandicappen is dat het een excuus levert voor een slechte prestatie, waardoor je weinig leert en niet tot zelfverbetering komt. Studenten die na een mislukte test een goed excuus hadden (er was afleidend lawaai tijdens de test) bleken minder gemotiveerd te zijn zich voor te bereiden op de volgende test dan studenten die geen excuus hadden. Door het excuus vermijd je het nare gevoel dat je hebt gefaald. Maar dat nare gevoel is juist de motor achter inzet, zelfontwikkeling en prestatieverbetering.
Echte zelfhandicappers lijden dan ook aan fikse zelfoverschatting: ze zien zichzelf als behorend tot de top-10 van hun leeftijdsgroep, terwijl hun resultaten zeer middelmatig zijn.
Nog een nadeel van zelfhandicappen is dat het anderen irriteert als je steeds roept dat je je best niet hebt gedaan of belemmerd wordt. 'Pffff, daar heb je die ook weer.' In een recent onderzoek bleek dat mensen in een werksituatie al na twee keer een handicap claimen minder geloofwaardig worden gevonden, minder sympathiek en meer verantwoordelijk voor hun eigen falen. Met zelfhandicappen hou je dus vooral jezelf voor de gek, niet anderen.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek: Roos Vonk
Reageer, print of deel dit artikel
|