Waarom we denken dat alles een bedoeling heeft
Auteur: Roos Vonk
|
09-03-2010
| Reacties: 2
|
Deel dit artikel
Mensen denken bij alles wat ze meemaken automatisch dat er opzet in het spel is. Van een slome automobilist voor je tot natuurrampen. Roos Vonk legt uit waarom we die opzet overschatten.
Altijd als ik haast heb, kom ik achter een teutende automobilist terecht op een tweebaansweg. En altijd als ik dan eindelijk kan afslaan terwijl de teut rechtdoor moet, aarzel ik om richting aan te geven. Ik ben bang dat de teut het ziet in de achteruitkijkspiegel. En dan ook opeens afslaat om mij te blijven hinderen.
Misschien ben ik de enige die zulke rare gedachten heeft – alsof de teut erop uit is mij dwars te zitten. Maar het verschijnsel waar die gedachten uit voortkomen, is heel algemeen: het automatisme om heel snel (té snel) opzet waar te nemen. Bij alles wat we meemaken, trekken we de conclusie dat er iemand is die dit effect beoogde. Zelfs als we op een beeldscherm twee balletjes achter elkaar zien bewegen, nemen we dit waar alsof het ene balletje achter het andere aan zit.
Voor onze overleving is deze overschatting van opzet nuttig: als je in zee zwemt en je voelt iets aan je teen kriebelen, kun je maar beter voor schut staan door gillend naar de kant te rennen omdat je ten onrechte denkt dat het een haai is met eet-bedoelingen, dan je been kwijtraken omdat je ten onrechte denkt dat het een zeewiertje is. Veiligheidshalve gaan we ervan uit dat de effecten van andermans gedrag door die ander worden beoogd, vooral als die effecten onszelf treffen.
Er is nog een reden om de mate van opzet in de wereld te overschatten: het geeft een illusie dat dingen niet lukraak en toevallig gebeuren. Ergens is altijd iets of iemand die deze dingen doet, in laatste instantie God, waardoor gebeurtenissen zin en betekenis krijgen. Bovendien geeft het een gevoel van controle: er zijn manieren om hogere entiteiten gunstig te stemmen en daarmee je levensweg te beïnvloeden.
Moral agent en moral patient
De psychologen Gray en Wegner hebben op basis van onderzoek hun morele typecasting-theorie geformuleerd die zegt dat wij de wereld indelen in moral agents – die doelgericht dingen tot stand brengen – en moral patients, die de dingen overkomen. De eersten doen goed of kwaad, zoals Florence Nightingale of Hitler; ze dragen verantwoordelijkheid, maken plannen en oefenen controle uit. De patients ondergaan en ervaren wat er gebeurt; plezier, pijn, gevoelens en bewustzijn zijn kenmerken die daarbij horen. We kunnen ons nauwelijks een patient voorstellen zonder iemand die daarvoor verantwoordelijk is, desnoods God of een andere hogere macht. Bij de Haïti-ramp bijvoorbeeld (een mooi voorbeeld van patients zonder agent) dachten veel mensen dat God erachter zat.
Zien we iemand eenmaal als agent, dan kunnen we ons diegene moeilijk ook als patient voorstellen: de persoon is getypecast in zijn rol. Dit betekent dat zo iemand – bijvoorbeeld Hitler of Gandhi – hoog scoort op eigenschappen die met doelgerichtheid samenhangen, en laag op typische patient-eigenschappen die met ervaren en voelen te maken hebben. Baby’s scoren daar weer hoog op.
Degene die in onze beleving het hoogst scoort op agentschap en doelgerichtheid is God. God wordt niet gezien als drager van ervaringen en gevoelens, maar enkel als totstandbrenger. Paradoxaal genoeg, constateren de onderzoekers, is het glas dus half leeg voor God: hij wordt nauwelijks gezien als in staat tot ervaringen die wij zelf wel hebben. Dat is toch opmerkelijk voor iemand die almachtig is. Anderzijds, merken ze op, is Gods glas zeker ook half vol: het is ook opmerkelijk dat zoveel plannen en bedoelingen worden toegedicht aan iemand die we nog nooit gezien of gehoord hebben. Dat heeft weer te maken met onze onuitroeibare behoefte een bedoeling te zien achter alles wat ons overkomt.
Op die manier bekeken is mijn teutende automobilist dus een moral agent die mij oponthoud toebrengt, en is het niet aangeven van mijn richting mijn manier om te bidden dat hij weggaat. Het werkt!
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek: Roos Vonk
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Hans Anders | 9 maart 2010 (15:36)
Die voorste auto hield zich precies aan de snelheid en de auto erachter was aan het bumperkleven. Typisch om een ander dan de schuld te geven.
Ellen | 9 maart 2010 (15:56)
Teuten zijn door God aangewezen om ons geduld te leren... en relativeringsvermogen. En het leuke is, als we zelf een keer ergens de weg niet weten of zitten te dromen, mogen we voor een ander die nuttige rol vervullen!
|