Profiel Camiel Eurlings: Voor de politiek geboren
Auteur: Hugo Logtenberg
|
25-03-2008
|
Mail dit artikel
Wie zich als achtjarige al kan ergeren aan Joop den Uyl, is voorbestemd voor de politiek. En misschien ook wel voor een ministerspost. Maar zijn de paplepel en ambitie ook genoeg om van Camiel Eurlings de volgende leider van het CDA te maken?
'Op een avond moesten mijn vrouw en ik ergens naartoe. We hadden een zwager gevraagd op de kinderen te passen. Camiel was acht. Toen we om half twaalf thuis kwamen, brandden alle lichten nog. "Wat is hier aan de hand?", zegt mijn vrouw. We lopen de woonkamer binnen en daar zit Camiel, op een stoeltje voor de televisie, zich vreselijk op te winden. Was Joop den Uyl aan het woord op televisie!' Martin Eurlings schatert het uit. 'We hebben ons kapot gelachen. Helemaal toen we erachter kwamen dat mijn zwager boven in bed lag te pitten. Later dacht ik: Martin, wat heb je met je kind gedaan, dat het zich op deze leeftijd hier druk om maakt?' De hoogtijdagen van de politieke polarisatie, met Joop den Uyl, Dries van Agt en Hans Wiegel in de hoofdrollen, zijn een voornaam gespreksonderwerp in huize Eurlings. 'Ik wist niet dat kinderen zo snel oppikken waar je allemaal over praat', zegt Martin Eurlings in zijn werkkamer in het gemeentehuis van Valkenburg, waar hij sinds een half jaar burgemeester is.
Met name zijn oudste zoon Camiel (1973), de huidige minister van Verkeer en Waterstaat, is politiek geïnteresseerd. Die interesse wordt verder aangewakkerd als Martin Eurlings in 1982 met een vriend de CDA-afdeling in Valkenburg opricht. 'Iedere avond overlegden we bij ons thuis over onze plannen. Camiel begreep niet precies waar we het over hadden, maar de spanning die het met zich meebracht, vond hij prachtig.' Overigens was het niet de bedoeling dat Martin Eurlings zelf politicus zou worden. 'Maar toen het met de kandidatenlijst niet vlotte, heb ik een gloedvol betoog gehouden. En wat denk je? De leden zetten me van ongeplaatst op nummer één!' Ook Camiel Eurlings houdt vol nooit bewust de actieve politiek te hebben gezocht. 'Maar helemaal toeval is het natuurlijk niet', zegt zijn vader. 'Wij spelen met dat politieke vuur, dus dan is het niet gek dat de vlam een keer overslaat.'
Camiel Martinus Petrus Stephanus is de oudste van vier zoons Eurlings. Hij wordt geboren en groeit op in het Zuid-Limburgse Valkenburg, waar hij nog altijd woont. Na de christelijke lagere school gaat Eurlings naar het rooms-katholieke Sint Maartenscollege, een keurige school in Maastricht waar jongens en meisjes in die jaren nog apart gymles krijgen. Hij doorloopt er eenvoudig de bètavariant van het gymnasium. 'Camiel was héél braaf, had een serieuze taakopvatting', zegt Antoine Rabbeljée, oud-docent Frans. Uitspattingen van een puberende Eurlings? Er wordt gelachen in de docentenkamer. 'Nee, Camiel was een modelleerling.' In Valkenburg herinnert men zich vooral 'zijn actie'. Met een groep leeftijdgenoten richt de zestienjarige Eurlings zich tegen de verbouwingsplannen van het Valkenburgse centrum. Met succes. Onder druk van aankomende gemeenteraadsverkiezingen verdwijnen de voorstellen van tafel. Eurlings' talent blijft niet onopgemerkt.
Op zijn twintigste komt hij namens het CDA in de gemeenteraad van Valkenburg. 'Niet dat de gemeenteraad in ons dorp zo spannend was in die tijd', zegt zijn oud-docent geschiedenis Huub Francort. 'Het ontsteeg nauwelijks het niveau van de scheefliggende stoeptegel. Er was zelfs een hoogbejaard raadslid dat met regelmaat in slaap viel tijdens debatten. Die maakten ze wakker als er gestemd moest worden. "Stum mèr veur", zeiden ze dan tegen hem, waarna zijn hand omhoog ging: "Veur!".' In Eurlings' CDA-fractie, waarin hij veruit de jongste is, zijn de onderlinge verhoudingen bovendien moeizaam. Het is al met al niet de omgeving waar je een student verwacht die van het leven wil proeven. Wat dreef hem? 'Het dragen van verantwoordelijkheid', zegt Martin Eurlings. Dat zat er al vroeg in, vertelt hij. 'Camiel was een jaar of drie toen we op vakantie waren in Italië. Daar hadden we een hotelkamer met uitzicht op een spoorlijn. Op een dag kwamen we terug van het strand om een broodje te eten. Maar Camiel wilde dolgraag naar de treinen kijken. Toen heb ik zijn broodje, met een glas melk en wat fruit, op een bordje gelegd op een tafel voor het raam, en tegen hem gezegd: "Camiel, je eet je bord netjes leeg en dan ga je slapen". Een half uur later liepen mijn vrouw en ik terug naar onze hotelkamer. Daar lag Camiel te slapen, zijn bord was leeg, de stoel was aangeschoven en met het servetje had hij netjes zijn mond afgeveegd.'
In 1994, als Eurlings theoretische natuurkunde gaat studeren in Eindhoven - na een jaar switcht hij naar het minder theoretische bedrijfskunde - leidt het CDA een historische verkiezingsnederlaag. De partij verliest twintig Kamerzetels en belandt in de oppositie. Ondanks de volgens zijn vader 'ontnuchterende' ervaring in de gemeenteraad wil Eurlings in 1998 Kamerlid worden. Net als in Valkenburg staat hij op een onverkiesbare plek, maar verovert met voorkeursstemmen ('Eine nuuje jong veur de Tweede Kamer') een zetel. Het CDA verliest opnieuw en moet n-g vier jaar opboksen tegen de coalitie van PvdA, VVD en D66. Hoewel de sfeer in de CDA-fractie redelijk goed is, neemt de kritiek op voorzitter Jaap de Hoop Scheffer toe. De jaren in de woestijn zoals de oppositiejaren binnen het CDA worden genoemd bieden jonge, flamboyante Kamerleden als Eurlings wel kans zich te onderscheiden. 'En dat deed hij', zegt fractiegenoot Pieter Jan Biesheuvel. 'Hij heeft een goed politiek gevoel, bezit een ongekende spontaniteit en heeft, als een topsporter, alles over voor de politiek.' Die mentaliteit kost Eurlings in de loop der jaren meer dan eens zijn liefdesrelatie. Zijn naam als (rechtse) politicus vestigt hij al snel, als woordvoerder verkeer en vervoer. Samen met VVD'er Pieter Hofstra bestrijdt hij PvdA-minister Tineke Netelenbos. Die probeert het rekeningrijden door de Kamer te loodsen. Eurlings wil er niets van weten. Het is volgens hem een 'dwangmatig sturingsmechanisme'. Het plan van Netelenbos ('Tineke Tolpoort') haalt het niet. 'Zijn argumenten waren vaak wat dun, maar hij regelde handig media-aandacht voor zijn verhaal', zegt Netelenbos nu. De goedlachse Eurlings ('Je lacht als een blije hobbezak in een land van honing waar de zon nooit ondergaat', schrijft Gerrit Komrij in een column) is een graag geziene gast in de media. Voor het eerst valt binnen het CDA zijn naam als mogelijk toekomstig partijleider.
Ondertussen wankelt de positie van fractievoorzitter De Hoop Scheffer. Hij laat zijn rivaal en partijvoorzitter Marnix van Rij weten na de naderende verkiezingen terug te willen treden. Van Rij vraagt hem onder vier ogen wie hij op het oog heeft als opvolger. 'Camiel', zegt De Hoop Scheffer. De dan zevenentwintig jarige Eurlings is talentvol, maar met zijn drie jaar Kamerervaring geen serieuze optie, weet ook De Hoop Scheffer. Maar het signaal is Van Rij duidelijk: Eurlings behoort tot het kamp van zijn vijand. Als een maand later de machtstrijd tussen de twee partijmastodonten het CDA splijt, kiest Eurlings, net als zijn collega Jan Peter Balkenende, de kant van De Hoop Scheffer. Balkenende wordt de nieuwe lijsttrekker. Mede door een niet-aanvalsverdrag met Pim Fortuyn wordt het CDA in mei 2002 weer de grootste partij. En Eurlings komt met 72.521 (voornamelijk Limburgse) voorkeursstemmen opnieuw in de Tweede Kamer terecht.
De barman van 't Eethoes in Valkenburg stemt niet meer op Camiel Eurlings. 'Dat heb ik één keer gedaan. Een jaar later vertrok hij naar Brussel.' Nadat de Fortuynisten het eerste kabinet onder leiding van Balkenende (CDA, LPF, VVD) al snel ten val hebben gebracht, is er ook in Balkenende-II geen plaats voor Eurlings. Tot zijn grote teleurstelling. 'Ik had heel graag voor mijn dertigste in het kabinet gezeten', erkent hij later aan intimi. Wat nu?, denkt de ambitieuze Eurlings. Op vakantie in Italië met een vriend Eurlings is weer vrijgezel wordt hij gebeld door partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt. Of hij lijsttrekker wil worden van het CDA bij de Europese verkiezingen, begin 2004. Eurlings twijfelt. Brussel staat in Den Haag niet bekend als kweekvijver voor talent, eerder als een politieke bejaardensoos. En veel media-aandacht is er ook al niet te halen. Toch hapt hij, na een voorzichtige toezegging over een toekomstige kabinetspost, uiteindelijk toe. 'Met Eurlings investeren we in de toekomst van Europa', zegt partijvoorzitter Van Bijsterveldt. Het CDA haalt onder leiding van Eurlings zeven zetels, terwijl Nederland het als geheel met minder zetels moet doen door verdere uitbreiding van de Europese Unie. Het is een goede uitslag. Eurlings gaat met de hem typerende gedrevenheid aan het werk. Hij onderscheidt zich al snel binnen de 288 leden tellende fractie van de Europese Volkspartij (EVP), waar de CDA-Europarlementariërs onderdeel vanuit maken. 'Dat komt door zijn geweldige presentatie en doordat hij altijd de juiste, relevante vragen stelt', zegt de Duitser Hans-Gert Pöttering, voormalig EVP-leider en huidig parlementsvoorzitter. Bovendien spreekt Eurlings zijn talen. Naast Engels, Frans en Duits, beheerst hij het Portugees. Het maakt dat hij, mede door persoonlijke inmenging van Balkenende, rapporteur wordt voor het Europees parlement over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie. Een prestigieuze functie met garantie op internationale media-aandacht. Eurlings focust zich helemaal op deze rol. Andere verplichtingen als de commissie Justitie waar hij lid van is, laat hij voor wat ze zijn.
Al snel wordt duidelijk hoe Eurlings staat ten opzichte van Turkse toetreding: het land is er nog lang niet klaar voor. Eurlings zegt: 'Ik ben pas tevreden als er even makkelijk een christelijke kerk in Istanbul kan worden gebouwd, als een moskee in Rotterdam. Gelijk oversteken, vrienden. Dát is Europa.' De zorgvuldig voorbereide boodschap mist zijn doel niet. Hij bedient de even kritische als conservatieve EVP-fractie op haar wenken én, minstens zo belangrijk: Eurlings toont de CDA-achterban in Nederland ook ten overstaan van de wereldpers, een hardliner te kunnen zijn. 'In Turkije en het Europees parlement vielen dat soort uitspraken slecht', zegt GroenLinks-Europarlementariër en Turkije-expert Joost Lagendijk. 'Op zijn Eurlings probeerde hij dat vervolgens weer te verzachten waarop de Turken zich afvroegen: "Wat vindt hij nou echt?" Nee, zijn geloofwaardigheid nam in Turkije steeds meer af.'
Eurlings' jaarlijkse rapportage wordt door het Europees parlement telkens ontdaan van zijn scherpe kanten terwijl waardering over ontwikkelingen die wel goed gaan in Turkije wordt toegevoegd. Het resultaat: genuanceerde in plaats van vileine rapporten. Eurlings toont zich na afloop van één van zijn presentaties desondanks 'zeer verheugd'. 'De kern staat nog recht overeind', zegt hij, tot verbazing van velen. 'Dat tekent zijn politieke souplesse', zegt Lagendijk. 'Een nederlaag verkoopt hij je moeiteloos als een succes.' Eurlings groeit uit tot een bekend politicus binnen de EVP. In april 2006 wordt hij gekozen tot vice-voorzitter van de partij. In die rol treft hij met enige regelmaat EVP-voorzitter en oud-premier van België Wilfried Martens, en andere internationaal gelouterde christendemocraten. Eurlings is back on track, geflankeerd door een vierentwintigjarige Hongaarse, die hij heeft leren kennen op het EVP-partijkantoor.
'Met Jan Peter'. Eurlings staat zich te scheren in zijn Brusselse appartement als er begin februari 2007 wordt gebeld. Het is Balkenende met de vraag of hij minister van Verkeer en Waterstaat wil worden. Een andere smaak is er niet. Eurlings krijgt beperkte bedenktijd, maar is er al uit. Een verrassing is het telefoontje namelijk niet. Een half jaar eerder is hij al gepolst. De volgende stap in Eurlings' carrière is een feit. Zijn uitspraak dat 'de politiek geen prijzenkast is waar je van de ene naar de andere prijs rolt', klinkt dan ook ongeloofwaardig. Eurlings verlaat Brussel vrijwel meteen. 'Ik was verbaasd omdat hij met regelmaat zei het zeer naar zijn zin te hebben en nog niet terug te willen naar Den Haag', zegt CDA-Europarlementariër Bert Doorn. Ook Eurlings' voorganger op Verkeer en Waterstaat en oud-Europarlementariër Karla Peijs was verrast. 'Voornamelijk door het moment. Van mij had hij nog een tijd in Brussel mogen blijven. Verkeer en Waterstaat had ook iemand anders kunnen doen.' Landsbelang, verklaart partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt echter. Doorn lacht schamper. 'Landsbelang? We hebben het over iemand van drieëndertig!' Niet alleen in Brussel wordt verbaasd gereageerd. Op het ministerie is de nieuwe bewindspersoon hét onderwerp van gesprek. 'We waren blij dat we "leftover" Maria van der Hoeven niet kregen, maar vroegen ons wel af: hoe serieus neem je ons, als je een jongen van 33 stuurt?' zegt een ambtenaar. Eurlings is zich bewust van zijn jeugdige imago en spreekt daar met zijn voorlichters over. Hij wil, tot zijn naam als bestuurder is gevestigd, alleen in serieuze tv-programma's als Nova, zegt hij. Elf dagen na zijn aantreden zit 'de jongste CDA-minister ooit', aldus Jeroen Pauw, in Pauw & Witteman.
'Het ontbreekt bij belangrijke infrastructurele projecten te vaak aan tempo', zegt premier Balkenende begin februari van dit jaar op een groot congres voor werkgevers. De oorzaak? 'De wegen des polders zijn drassig, vol met kuilen en kronkelingen.' Het voedt de nieuwsgierigheid van politiek analisten die zich afvragen waarom Balkenende uitgerekend de onervaren Eurlings naar het, als politiek risicovol bekendstaande, ministerie heeft gestuurd. Probeert de protestante partijleider zijn katholieke opvolger in spe hiermee voortijdig te beschadigen? Eurlings bespreekt die optie eerder al in kleine kring met onder anderen Jaap de Hoop Scheffer, inmiddels secretaris-generaal van de Navo. Die bevestigt Eurlings: wellicht is het zo, maar dit is je kans. Als Eurlings zelf naar Balkenendes mogelijke motieven wordt gevraagd, antwoordt hij: 'Onzin'. 'Ik ben niet zo thuis in de partijpolitiek', zegt vader Martin Eurlings, 'maar het aanbod van Verkeer en Waterstaat is zoiets van: we sluiten niet uit dat je boven komt.' Toch adviseert ook hij zijn zoon minister te worden. 'Dit soort uitdagingen in het leven moet je aangaan.'
Op het ministerie aan de Haagse Plesmanweg staan de loodgieterstassen met stukken dan al op Eurlings te wachten: de hogesnelheidslijn (Peijs: 'Daar krijg je letterlijk hoofdpijn van'), de moeizame verhouding tussen ProRail en de NS en de invoering van de kilometerheffing de mobiliteitsbeprijzing waar hij als Kamerlid nog tegen was. Opnieuw biedt zijn politieke lenigheid uitkomst. Bovendien bezit Eurlings de gave om te praten zonder iets te zeggen. Geen slechte eigenschap op een ministerie waar met regelmaat een uitvoeringsprobleem moet worden gebagatelliseerd, al leidt het in de Kamer soms tot ergernis. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet: 'Uw bevlogenheid is me wel duidelijk. Kunt u nu weer antwoord geven?'. Hij beheerst ondertussen ook het bestuurlijke handwerk, zeggen ambtenaren. In gesprekken met ervaren bestuurders als Aad Veenman (NS) omringt hij zich met topambtenaren, die zo nodig de kastanjes voor hem uit het vuur halen. 'Zo verbloemt hij handig zijn onervarenheid', zegt een betrokkene.
De scepsis op het ministerie van Verkeer en Waterstaat is verdwenen. Eurlings' interesse in de materie wordt als 'een verademing' ervaren na de 'vooral gezellige' Peijs. 'Als afgestudeerd ingenieur spreekt hij de taal van de uitvoerders', zegt een ambtenaar. Insiders zien ook zijn beperkingen: Eurlings kan maar één ding tegelijk - de agenda wordt met regelmaat volledig schoongeveegd, zijn glimlach tovert hij steeds makkelijker tevoorschijn ('Het is soms wel erg gemaakt') en zijn enthousiasme leidt af en toe tot kromme tenen. Zo oppert hij dat Indiase luchtvaartmaatschappijen Schiphol als overstaplocatie kunnen gebruiken. 'Die capaciteit hebben we helemaal niet', zegt Schiphol-baas Gerlach Cerfontaine echter. Zijn rechterhand Ad Rutten: 'De minister is wel aardig voor de luchtvaart, maar heeft geen kennis van zaken.' Het zijn pijnlijke schrobberingen voor de eergevoelige Eurlings. In de ministerraad beperkt Eurlings zich tot zijn eigen portefeuille. Verder zwijgt en luistert hij. Op een zeldzame uitzondering na: als het boerka-verbod ter sprake komt. Wel bouwt hij een goede band op met Wouter Bos, die weet dat hij Eurlings in de toekomst weer nodig heeft. Want dat Eurlings Balkenende opvolgt als hij zijn huidige klus tot een goed einde brengt, betwijfelen maar weinig CDA'ers. Zijn enige probleem, zeggen intimi, is dat hij geen tijd neemt voor een privéleven. 'Camiel wil graag een gezin opbouwen. Hij is een echte familieman', zegt Martin Eurlings. 'Natuurlijk wil hij kinderen, want zonder kroost word je in Nederland geen premier', zegt een CDA-Kamerlid. Die aanname gaat ver, maar dat partijgenoten zelfs deze privékwestie politiek beoordelen, zegt iets over hoe de oprechtheid van Eurlings wordt ervaren. De vraag is wanneer hij de tijd maakt voor een gezin. Of is het te combineren met deze of een volgende politieke topbaan? Martin Eurlings kijkt vanuit zijn werkkamer uit op de plek waar het politieke avontuur voor hem begon, het geboortehuis van zijn zoon, en zegt: 'Het zal moeten.'
CV Camiel Eurlings
1973 Geboren in Valkenburg (Limburg) 1985 -1991 Gymnasium, Sint Maartenscollege Maastricht 1989 Lid CDA-jongeren (CDJA), later voorzitter CDJA Mergelland 1993 - 1998 Technische bedrijfskunde, TU Eindhoven (cum laude) 1994 - 1998 Gemeenteraadslid CDA in Valkenburg 1998 - 2004 Tweede Kamerlid CDA 2004 - 2007 Europarlementariër CDA 2007 - heden Minister van Verkeer en Waterstaat, kabinet Balkenende-IV
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Overheid'
Reageer, print of deel dit artikel
|