Waarom topmanagers de politiek niet in willen
Auteur: Kees Versluis
|
18-05-2010
| Reacties: 2
|
Mail dit artikel
(illustratie Tim Enthoven)
Politiek en bedrijfsleven zijn in Nederland gescheiden werelden. Is dat de schuld van het bedrijfsleven, dat zich hautain gedraagt? Of zijn de salarissen in de politiek gewoon te laag?
Van de 49 vermoedelijke nieuwe Tweede Kamerleden na de verkiezingen op 9 juni, zijn slechts vijf ondernemer en werken er zes in het bedrijfsleven, zo zocht financiële nieuwsdienst Z24 onlangs uit. Van die vijf ondernemers zijn er sindsdien alweer twee afgevallen. Het merendeel van de nieuwe Kamerleden zal afkomstig zijn uit de vakbonden, de ambtenarij en de journalistiek. Onder de Kamerleden die blijven zitten is het percentage ondernemers en lieden uit het bedrijfsleven overigens nog een stuk lager.
Tussen politiek en bedrijfsleven bestaat in Nederland een kloof. Het zijn twee werelden waartussen nauwelijks uitwisseling bestaat en die elkaar slecht kennen. ‘Dat is iets typisch Nederlands', aldus ex-VVD-minister Frank de Grave begin mei in Intermediair. ‘In een land als Frankrijk móét je juist een tijd in het openbaar bestuur gezeten hebben voordat je een topfunctie in het bedrijfsleven kunt krijgen.'
Beroepspolitici
‘Een warmbloedige relatie tussen politiek en bedrijfsleven is er in Nederland nooit geweest, ook niet in tijden dat de VVD in het kabinet zat', zegt ook Patty van der Vliet, partner bij De Vroedt & Thierry, headhunterbureau voor topbestuurders. Nederland is volgens haar vooral een land van beroepspolitici. Ze studeren vaak bestuurskunde of politicologie, belanden daarna op een ministerie, zitten in de gemeenteraad en komen uiteindelijk in de Tweede Kamer. Commerciële ervaring: nul. Netwerk in het bedrijfsleven: minimaal.
‘Op een of andere manier zijn politiek en bedrijfsleven in Nederland mentaal van elkaar gescheiden', aldus Bruno Braakhuis, directeur maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Van Lanschot Bankiers. Braakhuis is een van de weinige (vermoedelijk) nieuwe Kamerleden die wél uit het bedrijfsleven komt; hij staat op plaats acht bij GroenLinks.
Dat de kloof tussen bedrijfsleven en politiek geen goede zaak is, vindt iedereen die Intermediair sprak. Ook Braakhuis van GroenLinks: ‘Die scheiding is onwenselijk, omdat politiek en bedrijfsleven van elkaar afhankelijk zijn.' Het kan bovendien tot grote ongelukken leiden. Neem de gewraakte opdeling van ABN Amro in 2007. Als de top van de bank en de Haagse politiek elkaar überhaupt zo nu en dan eens gesproken hadden, was het vermoedelijk zo ver niet gekomen. De ondergang van de bank had veel te maken met wederzijds onbegrip.
Bruno Braakhuis GroenLinks-politici met een succesvolle carrière in het bedrijfsleven zijn zeldzaam. Bruno Braakhuis was marketing- en communicatiemanager bij Yacht, Compass Group Nederland en Hay Group; sinds 2008 is hij hoofd corporate social responsability bij Van Lanschot en na 9 juni waarschijnlijk Kamerlid voor GroenLinks (hij staat op plaats acht, GroenLinks staat op twaalf zetels in de peilingen).
Dedain voor politici
Maar waarom kiezen ondernemers en commerciële topmensen zo zelden voor de Haagse politiek? Frank de Grave (VVD) was daar in Intermediair duidelijk over: het is te wijten aan het anti-politieke sentiment dat vooral de vijftig belangrijkste Nederlandse bedrijven in de greep heeft. Wie vanuit het bedrijfsleven vier jaar het land wil dienen in de Tweede Kamer, wordt volgens De Grave door die bedrijven vervolgens als besmet gezien. Die kan zijn verdere carrière wel vergeten.
Onzin, reageert Roelf van der Kooij, woordvoerder van werkgeversorganisatie VNO-NCW. ‘Van dedain voor de politiek bij ondernemers is ons niets bekend.' Over de redenen dat ondernemers niet voor de Tweede Kamer kiezen hoort hij heel andere verhalen: trage besluitvorming waar ondernemers niet tegen kunnen, ingewikkelde interne procedures en de matige beloning. Volgens René Thissen, hoogleraar business management aan Nyenrode Business University, valt het met dat dedain inderdaad wel mee. ‘Dat beeld van De Grave is nogal een stereotype.' Alleen voor de financiële sector gold het een tijd lang wel, zegt Thissen. ‘Dat kwam omdat er sprake was van zwak publiek bestuur dat op afstand werd gezet door de prestaties van het groot internationaal bedrijfsleven. Toen dachten we naar Amerikaans model dat het bedrijfsleven ook wel een land kon besturen.'
Overigens vindt Thissen dat het met de kloof tussen bedrijfsleven en politiek tegenwoordig sowieso wel meevalt: ‘De kruisbestuiving is sinds midden jaren tachtig structureel toegenomen. Er is de laatste jaren een jonge generatie ontstaan die beide paden zinvol vindt en nastreeft. De discussie die De Grave aanslingert, is een beetje een non-issue.'
Persoonlijk ervaart GroenLinkser Bruno Braakhuis geen enkele tegenwerking van zijn werkgever bij zijn overstap naar de politiek, zegt hij. ‘Zowel mijn hiërarchische als functionele leidinggevende, Floris Deckers, hebben met enthousiasme gereageerd. Als het aantal zetels voor GroenLinks tegenvalt, kan ik zelfs gewoon onbeschadigd door bij Van Lanschot.' Dat werkt overigens lang niet bij elk bedrijf zo soepel, meent headhunter Patty van der Vliet. ‘We zijn er in Nederland nog ver vandaan dat je vier jaar lang het bedrijfsleven verlaat om het politieke bedrijf te dienen, en vervolgens met meerwaarde terugkeert.'
Succesvolle overstap kán wel Bekende politici die na een carrière in de politiek succes hadden in het bedrijfsleven: Hans Wijers (bestuursvoor-zitter Akzo Nobel; foto), Frits Bolkestein (commissaris Air France/KLM), Wim Kok (meerdere commissariaten), Elco Brinkman (invloedrijkste Nederlander in 2006 volgens de Volkskrant), Joop Wijn (beoogd raad-van-bestuurslid van fusiebank ABN Amro en Fortis Nederland).
Hoog afbreukrisico en slechte verdiensten
Salaris, het klinkt banaal, maar volgens velen is dat een van de belangrijkste redenen dat zo weinig ondernemers voor de politiek kiezen. Van der Vliet: ‘Ik heb een aantal mensen in het bedrijfsleven gesproken die nu al gepolst zijn voor een ministerspost. Ze willen graag iets voor de maatschappij terugdoen, maar zeggen: "Ik kan me dat salaris niet veroorloven." Ze verdienen nu vaak zeven, acht ton. Daar is hun hypotheek op afgestemd. Ze kunnen de rente niet meer betalen als ze minister worden. Zelf vind ik het raar dat de salarissen zo laag zijn voor mensen die het ingewikkeldste bedrijf van Nederland besturen: de Staat.'
Maar er zijn meer redenen die mensen uit het bedrijfsleven tegenhouden tijdelijk voor de politiek te kiezen. Braakhuis: ‘De onzekerheid, je weet van tevoren meestal niet of je hoog genoeg staat op de lijst om in de Kamer te komen. Daarnaast zijn er het afbreukrisico en het verlies van privacy.' Wie geen duidelijke roeping heeft, zal een politiek intermezzo dan ook niet gauw overwegen, meent hij. ‘Mensen uit het bedrijfsleven zijn ook vaak bang voor de totaal andere cultuur waarin ze als politicus belanden', aldus Patty van der Vliet. ‘Ik sprak deze week een oud-politicus die weer terug is als baas van een bedrijf. Tijdens zijn eerste vergadering stonden er tien concrete punten op de agenda. Hij vond het heerlijk om weer snel dingen te kunnen besluiten. In politieke vergaderingen werden volgens hem vooral dingen niet besloten.'
Ondernemers en managers voelen zich op dit moment in Nederland vaak eenvoudig niet thuis in de politieke wereld, concludeert Van der Vliet. Het is voor beide partijen zaak daar snel iets aan te doen, vindt ze. ‘Politici en managers van bedrijven moeten echt veel meer de dialoog gaan zoeken, hun netwerken moeten zich vervlechten. Dan wordt het vanzelf vanzelfsprekender om vanuit het bedrijfsleven een uitstapje te maken naar de politiek.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Overheid'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
N. Hermans | 18 mei 2010 (10:42)
Heel toevallig dat dit artikel nu net verschijnt op intermediair.nl: over de vraag of politiek en bedrijfsleven iets van elkaar kunnen leren, is er op donderdag 27 mei a.s. een bijeenkomst op de Zuidas in Amsterdam. Amsterdamse politici en representanten uit het bedrijfsleven gaan met elkaar in gesprek. Ook wordt het thema samenwerken belicht vanuit psychologisch perspectief. Bijwonen? Deelname is kosteloos en aanmelden kan nog tot a.s. vrijdag 21 mei. Meer informatie: http://bit.ly/c6Jcsu
Desiderius | 27 mei 2010 (21:58)
Volgens mij komt het verschil tussen politiek/overheid en bedrijfsleven in Nederland neer op het verschil tussen praten en doen, oftewel tussen alfa's aan de ene kant en beta's en gamma's aan de andere kant. Dit is ook terug te zien in de opleiding die politici en ambtenaren over het algemeen genoten hebben. Een alfa zal in het bedrijfsleven niet gauw slagen, want niet de juiste opleiding en teveel gericht op praten en het benoemen van problemen zonder te zoeken naar oplossingen (want aan het in stand houden van problemen ontleend men zijn werk). Doordat alfa's vervolgens alleen een baan kunnen vinden als politicus/ambtenaar is de overheid volstrekt onaantrekkelijk voor beta's/gamma's want die zoeken juist naar oplossingen (en als je een probleem oplost ben je het werk waarvoor je bent aangenomen/gekozen kwijt).
|