Hoe speel je het sollicitatiespelletje mee?
Volg het sollicitatiescript
Auteur: Willemijn Kruijssen
|
22-10-2009
| Reacties: 6
|
Mail dit artikel
Een op de vijf starters is bang dat hij slecht overkomt in een sollicitatiegesprek. Een manier om die angst weg te nemen, is oefenen. Bijvoorbeeld met acteurs.
Na drie sollicitatie- en vier oriënterende gesprekken, maar nog geen baan, begint Nicole Houtakkers (22) zich af te vragen wat ze fout doet. Hoe komt ze over? En ze wil weten waar werkgevers precies naar kijken. Daarom stelt Houtakkers - net afgestudeerd en op zoek naar haar eerste baan - die vragen nu maar eens. Niet aan degenen met wie ze eerder gesprekken heeft gehad, maar aan twee trainers tijdens een rollenspel.
Houtakkers is niet de enige die zich zulke vragen stelt. Eén op de vijf starters is bang dat hij slecht overkomt in een sollicitatiegesprek, blijkt uit promotieonderzoek van universitair docent Edwin van Hooft van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Een deel van die angst is weg te nemen door te oefenen. Met een vriend, met een broer, met een huisgenoot. Of met een trainer. Als onderdeel van langere oefentrajecten, waarbij ook naar brief en cv wordt gekeken. Of via een eenmalige sessie, bijvoorbeeld zoals bij De Gespreksstudio in Amsterdam.
De zenuwachtige sollicitant
Kas Stuyf (37) en Johan Veneman (37) kiezen hun rollen op basis van een recent sollicitatiegesprek dat Houtakkers had; Stuyf is de regiomanager, Veneman het hoofd van de afdeling. Stuyf: ‘Neem de ruimte om te experimenteren, dingen te zeggen die je normaal nooit zou zeggen. We geven feedback in onze rol. Maar dan net iets botter en ongenuanceerder.' Precies de feedback die Houtakkers nooit zo onomwonden krijgt na een gesprek.
Houtakkers gaat even de gang op, Stuyf en Veneman bespreken hun rolverdeling. Stuyf is psycholoog en jaren in het bedrijfsleven werkzaam geweest en Veneman werkte onder meer als trainer bij Schouten en Nelissen. Samen begonnen ze Mind Work Productions, dat trainingen geeft om de effectiviteit van personen en organisaties te vergroten en waarvan De Gespreksstudio een nieuw onderdeel is. Houtakkers wordt weer binnengelaten. Ook zij zit in haar rol: de zenuwachtige sollicitant. Even daarvoor was ze veel meer ontspannen.
‘Ook al wordt zo'n gesprek nagespeeld, ze wordt wel beoordeeld. Daar worden mensen zenuwachtig van', zegt universitair docent Van Hooft. ‘Je weet niet wat je kunt verwachten, je kent de mensen niet. Dan is het niet raar dat mensen niet op hun gemak zijn, bang zijn dat ze niet goed uit de verf komen.'
Het grootste deel van een sollicitatiegesprek is standaard, zegt Marjo Louwers, adviseur werving en selectie bij Schouten en Nelissen. Sommige vragen komen altijd langs. ‘Waarom wil je hier werken?', ‘Hoe lang wil je bij ons werken?', ‘Wat kun je ons bieden dat anderen niet hebben?', om er maar een paar te noemen.
Stuyf stelt die vragen ook. Waarom wil Houtakkers bij juist dit bedrijf werken? ‘Het bedrijf staat goed aangeschreven, het lijkt me een interessante en leerzame werkplek en het is in de buurt van waar ik woon.' Op de tweede vraag, hoe lang ze er wil werken, antwoordt ze: ‘Nou, dat durf ik niet te zeggen. Ik denk zeker wel een jaartje. U hoeft niet bang te zijn dat ik zo weer weg ben.'
Een andere vraag die Stuyf stelt: ‘Wat zijn je ontwikkelpunten?'. Houtakkers: ‘Even nadenken hoor.' Stilte. Ze kijkt omhoog. ‘O jee, ik weet het even niet meer.' Stilte. En meer stilte. ‘Dat ik onzeker ben, waardoor ik tijdens mijn stage niet alles kon benutten.' Houtakkers praat door. Onsamenhangende zinnen. ‘Voor mij is het belangrijk dat mensen mij een kans geven.' Ze blijft doorratelen. ‘Haha, ik heb het idee dat ik mezelf in de nesten aan het werken ben.' Stuyf: ‘Zullen we even stoppen in onze rollen?'
(Klik voor vergroting)
Te eerlijk
‘Ik had mezelf nog zo voorgenomen om niet te zeggen dat ik onzeker ben. Maar ik kon niet op een ander zwak punt komen', zegt Houtakkers. ‘O. Nu weet ik weer wat mijn zwakke punten zijn.'
Het commentaar van Stuyf en Veneman is niet mild. ‘Zo'n vraag over ontwikkelpunten is nou typisch zo'n vraag waarop je je moet voorbereiden', zegt Stuyf. Veneman: ‘En je kunt ook te eerlijk zijn. Zeggen dat je "wel een jaartje" zou willen werken, is niet slim. Een jaar is relatief kort.' Houtakkers: ‘Maar wat moet ik dan zeggen? Ik kan toch niet beloven dat ik lang blijf?' Stuyf: ‘Dat dit hetgene is dat je wilt doen. Dat je ontzettend gemotiveerd bent om de basis goed te leren.' Nog een belangrijk punt van kritiek: Houtakkers heeft zelf niet één vraag gesteld. ‘Vragen stellen is altijd goed. Als de interviewer maar over een onderwerp blijft doorgaan, kun je best vragen: "Maar hoe doet u dat hier eigenlijk?". Stuyf: ‘Mensen praten nergens zo graag over als over zichzelf.'
Normaal gesproken is de sollicitant het meest van de tijd aan het woord, zegt Frank van Luijk, directielid van LTP, een adviesbureau op het gebied van werving en selectie. ‘Als jij dat als sollicitant kunt omdraaien, ben je goed bezig. Misschien heeft de interviewer wel net een project achter de rug. Als jij daar iets over vraagt - je weet dat omdat je die ander natuurlijk uitgebreid hebt gegoogled - is diegene ontzettend in zijn ijdelheid gestreeld. Als het jou lukt de interviewer een goed gevoel te geven over het gesprek, werkt dat voor jou.' En dat bereik je niet door alleen maar ja of nee te antwoorden op gesloten vragen en op die manier de interviewer veel aan het woord te laten. ‘Dan gaat die interviewer zich ongemakkelijk voelen: "Moet ik weer een nieuwe vraag bedenken"', zegt Van Luijk.
Rollenspel
‘We gaan weer verder met het rollenspel. Wat gaan we anders van je zien?', vraagt Veneman. Houtakkers: ‘Dat ik vragen stel.' Stuyf wil weten waaruit blijkt dat Houtakkers initiatiefrijk is. Waaruit blijkt dat ze betrouwbaar is. Waaruit blijkt dat ze zelfstandig is, maar ook goed in een team kan werken - zoals ze in haar brief schrijft. ‘Als ik aan jouw vriendinnen zou vragen of jij een einzelgänger bent of een groepsmens, wat zouden ze dan zeggen?' Houtakkers: ‘Ik zoek niet een hele groep mensen om me heen, een of twee vriendinnen vind ik wel prima. Dus ik denk dat ze me als einzelgänger zien.' Stuyf: ‘Vind je het ook leuk om alleen te werken? Hoe was dat tijdens je stage?' Houtakkers: ‘Bij het schrijven van verslagen vind ik het wel prettig om alleen te zijn. Maar tijdens mijn stage zaten mijn begeleiders in een andere ruimte, zat ik alleen. Toen miste ik wel het sociale aspect. Werk je hier eigenlijk vooral alleen of met collega's?' Eerste vraag.
In sollicitatiegesprekken wordt naar specifieke voorbeelden gevraagd om te achterhalen wat het gedrag van de sollicitant is. Interviewers gebruiken daarvoor vaak de zogenoemde STAR-methode, waarbij beschrijvingen van situatie, taak, activiteit en resultaat een beeld moeten geven van de ervaring(en) van de sollicitant. ‘Deze methode wordt steeds meer gebruikt', zegt Marjo Louwers. ‘De interviewer vraagt naar eerder vertoond gedrag, omdat dat een goed beeld oplevert van het toekomstig handelen van een sollicitant.' Voor starters is dit lastig: zij hebben immers nog nauwelijks werkervaring. ‘Je kunt best voorbeelden uit je privéleven, studietijd of verenigingen gebruiken', zegt Van Luijk. ‘Maar zeg nooit: "Ik heb dat nooit echt gedaan." Want dan vragen ze verder: "Waarom lijkt het je dan leuk?"'
Bij Houtakkers schort het vooral aan haar voorbereiding. Dat is precies wat ze wilde horen, nu weet ze wat er altijd fout gaat. Klaar voor het volgende gesprek. Maar dan in het echt.
De naam Nicole Houtakkers is om privacyredenen gefingeerd.
Meer lezen over gesprekken voeren? intermediair.nl/sollicitatiegesprek
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Op gesprek'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
pieter van vlaardingen | 22 oktober 2009 (19:52)
Solliciteren: als sollicitant zit je meestal tegenover een p chef en een afdelingshoofd/manager, die hun vooroordelen al klaar hebben. Ze missen de kennis om iemand te beoordelen op capaciteit. De enige kennis die ze bezitten is te beoordelen op vooroordelen. Ben je boven de vijftig val je af. Ben je niet goed van de tongriem, val je af. Met andere woorden je moet binnen het straatje van de selecteurs passen en dat heeft niets te maken met je capaciteiten.
Bent u nog wel eens uitgenodigd voor een psychologische test? Nee, want dat is te duur voor de werkgever.
Wees je zelf en vergeet al die sollicitatie cursussen. Blijf rustig en geef netjes antwoord, maar stel ook je vragen, schaam je niet. Die stomme vragen van waarom moeten we jou kiezen, wat zijn je sterke punten en wat je zwakke, ze stellen ze altijd. Op een domme vraag moet je ook een dom antwoord geven. Vraag gewoon, wat denkt u? U heeft mijn cv gelezen, wij hebben met elkaar gesproken, u moet toch een beeld van mij hebben?
Als ze ontkennend antwoorden, dan weet je hoe dom ze zijn, dan moet je niet bij zo'n bedrijf willen werken.
jack | 23 oktober 2009 (14:22)
Pieter, jij komt er wel... vooral niet afvragen waarom je niet aan een baan komt en het vooral niet bij jezelf zoeken
Ton Westphal | 29 oktober 2009 (22:21)
Pieter van Vlaardingen, je hebt bijzonder en helemaal gelijk. En als die zogenaamde "P-mensen" of andere selecteurs niks beters weten te verzinnen, dan wil je toch eigenlijk niet bij zo'n bedrijf werken? Zie ook de discussie die (door mij) binnen de LinkedIn-groep van Intermediair is gestart.
P. Ventevogel | 30 oktober 2009 (16:19)
Ik begrijp niet zo goed de meerwaarde van Stuyf en Veneman. Iedere site of training die je op internet kan vinden over solliciteren geeft deze antwoorden. Ze kopieeren gewoon. Stuyf gaat nog enigzins in op wat Houtakkers zegt, maar Veneman zit erbij voor spek en bonen. Maar!!! je moet wel voor beide heren betalen, terwijl ze een toneelstukje opvoeren dat je met een paar vriendinnen op een regenachtige zondag nog beter uit kunt voeren! Ik heb zo'n vermoeden dat deze heren niet goedkoop zijn maar wel goedkoop werk afleveren.
Pieter | 18 november 2009 (10:04)
Makkelijk verdienen die stuif en veneman, een beetje gebruik maken van andermans onzekerheid om ze daarna te vertellen wat ze verkeerd doen.
Paolo | 6 juni 2011 (22:01)
Wat van Vlaardingen zegt is bruikbare informatie. Maar ga niet broeden op het ei van iemand anders, want dan vergeet je je eigen schat aan woorden. Wat als dan die vraag niet eens gesteld wordt? Voor niks op dat ei gezeten. Het gaat erom: "Hoor ik bij deze club mensen". Zo niet, dan wordt het toch niks. Assertief of niet, het maakt niks uit. De goeden komen bovendrijven, laat dan duidelijk zijn waarom je goed bent. Zeer plastisch zijn is dan niet overbodig. Werken blijft improviseren, de gesprekken vooraf ook.
|