Rotterdamse economen besturen Nederland
Auteur: Hugo Logtenberg en Kees Versluis |
03-02-2010
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Economen van de Erasmus Universiteit en in mindere mate ingenieurs van de TU Delft besturen de 25 belangrijkste Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. Dat blijkt uit het eerste Intermediair-onderzoek naar de studieachtergronden van alle raad-van-bestuursleden en commissarissen van de 25 AEX-bedrijven.
Waar studeerden de Nederlandse AEX-topmannen?
1.
| Rotterdam
| 8
| 2.
| Delft
| 7
| 3.
| VU
| 4
| | Groningen
| 4
|
| TU Eindhoven
| 4
| 6.
| Utrecht
| 3
| 7.
| Tilburg
| 2
|
| Nivra
| 2
| 9.
| Leiden
| 1
|
| UvA
| 1
|
| Twente
| 1
|
| (HBO
| 8)
| Geen enkele AEX-topman studeerde in Nijmegen, Maastricht of Wageningen
Waar studeerden de Nederlandse AEX-commissarissen?
1.
| Rotterdam
| 14
| 2.
| UvA
| 12
| 3.
| Leiden
| 9
|
| TU Delft
| 9
| 5.
| Groningen
| 6
| 6.
| Tilburg
| 4
|
| Nyenrode
| 4
|
| Utrecht
| 4
| 9.
| TU Eindhoven
| 3
| 10.
| Nijmegen
| 2
|
| Wageningen
| 2
|
| VU
Nivra
| 2
2
|
Geen enkele commissariss heeft in Maastricht of Twente gestudeerd
illustratie: Carolyn Ridsdale
Rotterdam is hofleverancier
De Rotterdamse Erasmus Universiteit is hofleverancier voor zowel de 52 Nederlandse AEX-bestuurders als voor de 85 Nederlandse AEX-commissarissen. Het gros van hen heeft er economie gestudeerd. ‘Daar ben ik trots op', reageert Pauline van der Meer Mohr, collegevoorzitter van de Erasmus Universiteit en oud-topvrouw bij Shell, TNT en ABN Amro. Verbaasd over de uitkomst is ze niet. ‘We hebben een uitstekende reputatie in het bedrijfsleven en onder studenten.'
Dat laatste blijkt bij een rondgang door haar economiefaculteit. Zonder uitzondering roemen studenten de reputatie van hun universiteit. Tobias de Wolff (18) was liever naar Utrecht gegaan - ‘een stuk gezelliger dan Rotterdam' - maar een oom die bij de Triodos Bank werkt, vroeg of hij gek was. In Rotterdam moest hij zijn voor bedrijfskunde. En dus begon De Wolff afgelopen zomer in Rotterdam. Ook Mike Kraus (24) koos bewust voor de Erasmus na zijn opleiding commerciële economie aan de Haagse Hogeschool. ‘De universiteit staat aangeschreven als de beste voor economie, toch? Dat hoorde ik in elk geval overal.'
Wat studeerden de Nederlandse AEX-topmannen?
1.
| Economie/bedrijfseconomie
| 16
| 2.
| Civiele techniek
| 5
| 3.
| Rechten
| 5
| 4.
| Chemie
| 2
| 5.
| Registeraccountancy
| 2
| 6.
| Bedrijfskunde
| 2
| 7.
| Biologie
| 1
| 8.
| Natuurkunde
| 1
| 9.
| Werktuigbouwkunde
| 1
| 10.
| Elektrotechniek
| 1
| 11.
| Bouwkunde
| 1
| 12.
| Wiskunde
| 1
|
Wat studeerden de Nederlandse AEX-commissarissen?
1.
| Economie/bedrijfseconomie
| 25
| 2.
| Rechten
| 18
| 3.
| Bedrijfskunde / MBA
| 6
| 4.
| Natuurkunde
| 4
| 5.
| Bouwkunde
| 2
| 6.
| Geneeskunde
| 2
| 7.
| Civiele Techniek
| 2
| 8.
| Elektrotechniek
| 2
| 9.
| Registeraccountancy
| 2
|
Initiatiefrijk en competitief
Edwin Smelt (50), senior consultant bij Egon Zehnder, recruiter van topbestuurders voor menig beursgenoteerd bedrijf, is niet verrast dat de meeste topbestuurders een economische opleiding hebben gevolgd. Wel dat de Erasmus als de beste opleiding wordt gezien. ‘Dat is nieuw voor mij.' Wel is het volgens Smelt zo dat aan de Erasmus, meer dan aan welke andere Nederlandse universiteit, een bestendig (vriendschappelijk) netwerk wordt opgebouwd. En de gemiddelde student is er initiatiefrijker, of wordt dat, meent Smelt. ‘Er worden bijvoorbeeld, meer dan elders, bedrijfjes opgericht door studenten. Daarin onderscheidt de Erasmus zich echt van bijvoorbeeld de twee Amsterdamse universiteiten waar een individualistische en minder competitieve sfeer heerst.'
De huidige bestuursvoorzitter van de Erasmus Universiteit is het schoolvoorbeeld van de Rotterdamse mentaliteit. Pauline van der Meer Mohr studeerde rechten in Rotterdam, was bestuurlijk actief bij het Rotterdams vrouwelijk studentencorps, studeerde nog even in Italië en werd later directeur human resources van ABN Amro. ‘Een groot deel van mijn zakelijke netwerk is hier in Rotterdam ontstaan', zegt ze. Ze somt op: ‘Alexandra Schaapveld (ABN Amro), René Smit (bestuursvoorzitter VU), Frans van Houten (oud-ceo NXP).' Het netwerk levert haar vaak nieuwe namen op voor vacatures. Van der Meer Mohr: ‘Ik heb in mijn leven veel mensen aangenomen, bij Shell, TNT en ABN Amro. Daar zaten erg vaak mensen uit Rotterdam bij.'
Overigens is de focus op economen in de top van het bedrijfsleven typisch Nederlands, meent Eduard Bomhoff (65), oud-student aan de Erasmus, voormalige vice-premier namens de LPF in het kabinet-Balkenende I en tegenwoordig hoogleraar economie in Kuala Lumpur. ‘In Groot-Brittannië zijn topmannen vaak accountant, in Amerika zijn het vooral juristen. Het zegt iets over de cultuur van een land.' In Oost-Azië staan volgens Bomhoff de ingenieurs aan het roer van het bedrijfsleven. De Chinese president Hu Jintao en premier Wen Jiabao zijn beiden ingenieur.
'Geen commentaar'
Niet iedereen was blij met dit onderzoek. In sommige gevallen lag het gevraagde geboortejaar (te) gevoelig, in een ander geval de gevolgde studie - zoals in het geval van René Dahan, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Ahold. Echt moeizaam ging het bij baggeraar Boskalis waar de studieachtergrond van de bestuursleden Hans Kamps (cfo) en Theo Baartmans ondanks herhaalde verzoeken niet werd prijsgegeven. ‘Probeer het eens bij organisaties waar ze een nevenfunctie hebben', opperde perswoordvoerder Martijn Schuttevaer. Ook informatie over hun leden van de raad van commissarissen wilde Boskalis niet delen. Die wisten we echter via andere kanalen te achterhalen.
Kraamkamers
Een opkomende positie is weggelegd voor de Amsterdamse Vrije Universiteit die deels ten koste gaat van klassieke kraamkamers als de Universiteit van Amsterdam (UvA) en Leiden. Beiden leveren nog wel een redelijk aantal commissarissen (gemiddelde leeftijd bijna 63), onder de gemiddeld bijna tien jaar jongere raad-van-bestuursleden zijn ze bijna volledig weggevaagd: beide universiteiten leveren slechts één bestuurder. Het aantal Amsterdamse economen dat in de jaren zestig is opgeleid en daarna de bedrijfstop haalde, doet nauwelijks onder voor de Erasmus Universiteit. Maar de Amsterdamse economenlichting uit de jaren zeventig is in de hoogste AEX-geledingen nauwelijks meer terug te vinden. Het idee dat Amsterdam en Leiden - lees: de corpora uit beide steden - bestuurlijk Nederland in hun greep hebben, klopt dan ook niet meer, meent Rolf van der Velden (54), hoogleraar onderwijs en beroepsloopbaan in Maastricht. ‘Het Nederlands bedrijfsleven kent twee oldboysnetwerken: één die is gevormd in en rond de Erasmus Universiteit en één met ingenieurs uit Delft', inderdaad na Rotterdam hofleverancier van topbestuurders (zie kader). Vijf (bijna tien procent) van alle dagelijks bestuurders hebben civiele techniek gestudeerd in Delft en dus in hun studententijd aan de Delftse Mekelweg zitten rekenen aan betonconstructies en dijklichamen. Ze werken overigens alle vijf bij ingenieursbureau Fugro of bouwbedrijf Bam.
Universiteiten die er bekaaid van af komen zijn de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Wageningen: beide leidden ze twee commissarissen op maar geen enkele bestuurder. Twente levert één raad-van-bestuurslid (nul commissarissen). Hekkensluiter is de Universiteit Maastricht, dat geen enkele topman levert. Verzachtende omstandigheid: de Limburgse Universiteit bestaat pas sinds 1976.
Rotterdam zal zijn nummer-één-positie de komende jaren zeer waarschijnlijk behouden, voorspelt hoogleraar Van der Velden. Maar de positie van de TU Delft wankelt volgens hem. ‘Uit onderzoek onder afgestudeerden die een jaar of 35, 40 zijn, blijkt dat economen nog steeds de grootste carrièresprongen maken. Maar uit R&D- en productieafdelingen, ofwel de plaatsen waar ingenieurs werken, worden tegenwoordig duidelijk minder topmannen geselecteerd.'
Overigens is voor achttienjarige economen in spe de kans op een plekje in de absolute bedrijfstop beduidend kleiner dan vijftien, twintig jaar geleden. Van der Velden: ‘Dat komt doordat het aantal universitaire economiestudenten enorm is gestegen. Tegelijk zijn de meeste economen in het bedrijfsleven relatief jong, die gaan dus voorlopig niet met pensioen. Afgestudeerde economen zullen de komende jaren voor het eerste moeite moeten doen om een baan op niveau te vinden.'
Veel corpsleden
Behalve naar hun studieachtergrond, vroeg Intermediair of en bij welke studentenvereniging de Nederlandse bestuursleden en toezichthouders lid waren. Die vraag werd zelden door de Nederlandse bedrijven beantwoord want, ‘niet relevant' geacht, ‘te privé' of ‘simpelweg onbekend'. Dat laatste klopt niet altijd. Zo was Jaap Lunsingh Tonckens - bestuurder bij projectontwikkelaar Unibail-Rodamco - lid van het Leidsch Studentencorps Minerva waar hij actief was bij het rechtse Studenten Weerbaarheidsgezelschap Pro Patria.
Ook menig commissaris was lid van een studentenvereniging: Jeroen van der Veer (ING, Philips, Shell, Unilever) van het Delfts Studenten Corps, Frits Bolkestein (Air France/ KLM) bij het Amsterdamse corps, zijn collega-commissaris Cees van Lede (Air France/ KLM, Heineken, Philips) bij de Leidse evenknie Minerva, evenals Ewald Kist (DSM, Philips) en Jan Michiel Hessels (Heineken en Philips). Frits Goldschmeding (Randstad) liet zich gelden op de sociëteit van het toenmalige Amsterdamse studentencorps van de Vrije Universiteit (het huidige LANX). Sterker, aan de sociëteitsbar kwam hij op het lumineuze idee van uitzendkrachten waarop hij, eenmaal nuchter, zijn uitzendbureau Randstad begon. Van waar dan toch die voorzichtigheid? Zonder met bedrijfsnaam genoemd te willen worden verklaarde een directeur communicatie desgevraagd: ‘Lidmaatschap van het corps dan wel een andere studentenvereniging zou mogelijk een verkeerde associatie op kunnen roepen in combinatie met ons bedrijf. Daarom verstrekken wij deze informatie niet.'
Meer resultaten uit dit onderzoek:
Verantwoording Voor dit onderzoek onderzocht Intermediair van alle Nederlandse leden van de raden van bestuur (RvB) en raden van commissarissen (RvC) van de 25 AEX-bedrijven - peildatum 1 januari 2010 - wat hun eerst voltooide opleiding is op minimaal hbo-niveau. Later voltooide opleidingen hebben we in het namenoverzicht tussen vierkante haken geplaatst. Deze later voltooide opleidingen tellen niet mee in het onderzoek en zijn niet compleet.
Voor álle leden van de RvB en RvC, dus ook de buitenlanders, checkten we hun geboortejaar en nationaliteit. Voor alle gegevens maakten we gebruik van openbare bronnen en die zijn, waar mogelijk, geverifieerd bij de verschillende bedrijven of op andere journalistieke wijze gecontroleerd.
Enkele AEX-bedrijven kennen niet de voor Nederland gebruikelijke two tier board - een RvB die wordt gecontroleerd door een op enige afstand opererende RvC - maar een zogenaamde one tier board. Bij die bedrijven hebben we in dit onderzoek, omwille van de overzichtelijkheid, de board members die geen dagelijkse, uitvoerende bestuurstaken hebben, toch ‘commissarissen' genoemd.
Bij de genoemde universiteiten hebben we voor die naam gekozen die op 1 januari 2010 de officiële was, ook al heette de onderwijsinstelling anders in de tijd dat betreffende personen er afstudeerden. Als voorbeeld: de Nederlandse Economische Hogeschool is als voorloper van de Erasmus Universiteit als zodanig opgenomen in de lijst.
Volledige garantie voor de in dit onderzoek gepresenteerde feiten zijn, door beperkte medewerking van bedrijven, niet te geven. We houden ons aanbevolen voor eventuele correcties: redactie@intermediair.nl
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Naar de top'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
tipkip | 6 februari 2010 (9:04)
Waarom wordt er alleen over topMANNEN gesproken?
|