Ceo op de werkvloer: maak er geen showtje van
Auteur: Sanne van Baar |
30-01-2012
|
Mail dit artikel
Af en toe zijn gezicht laten zien kan een directeur aardig wat opleveren. Inspiratie bijvoorbeeld, of draagvlak onder het personeel. Maar pas op dat het geen showtje wordt.
‘Pfff, die zweterige jasjes, daar moeten we echt iets op vinden hoor!' Terwijl ze de koffiekamer binnenloopt trekt Ina Kerkdijk (49) haar witte verpleegstersjasje uit. Het is tien uur 's ochtends en ze heeft er al drie uur op zitten. Samen met verpleegsters Ingrid en Janny heeft ze vanmorgen zo'n vijftien bewoners van verpleeghuis De Parallel uit bed gehaald en aangekleed voor het ontbijt.
Kerkdijk is directeur Intramurale Zorg bij ZorgAccent & Thuiszorg Noord West Twente. Ze is verantwoordelijk voor zeven ouderenzorg- en verpleeghuizen en 550 man personeel. Maar eens in de maand draait ze op een van de locaties mee in de verpleging, het restaurant of de administratie.
‘Bij mijn aanstelling besloot ik dat ik makkelijk benaderbaar wilde blijven voor medewerkers. Ik wil me een beeld kunnen vormen van hun werkzaamheden, en ik wil dat mensen me kennen en het gevoel krijgen dat ik geïnteresseerd in ze ben. De afstand tussen top en werkvloer is in de zorg vaak groot. Die wil ik zo klein mogelijk houden.'
‘Directeuren zeggen vaak wel: "Je kunt altijd bij me binnenlopen", maar in de praktijk doen weinig mensen dat', zegt An Kramer (47), die managementcursussen geeft bij trainingsinstituut De Baak. ‘Vaak voelen medewerkers toch afstand: "Zij daarboven beslissen over ons, maar snappen niets van wat er hier gebeurt."'
Meewerkdagen zijn daarom een uitstekend middel om in contact te komen met medewerkers, vindt Kramer. ‘Juist door regelmatig mee te doen en interesse te tonen hoort de directeur wat er echt speelt. Het levert inspiratie op en zulke betrokkenheid kweekt ook vertrouwen van het personeel. Als dat namelijk ziet dat de directeur beslissingen neemt die zijn gebaseerd op ervaringen die hij in de praktijk opdeed, zal het draagvlak groter zijn.'
Geregeld je gezicht laten zien haalt de onrust weg
En dat kan van pas komen, bijvoorbeeld bij reorganisaties, deze dagen eerder regel dan uitzondering. Als collega's worden ontslagen, de werkdruk hoger wordt en achterblijvers vrezen voor hun baan, is het volgens Kramer aan de leiding om die onrust zoveel mogelijk weg te nemen. En geregeld je gezicht laten zien en een praatje maken, hoort daarbij.
Vorig jaar moest Kerkdijk tachtig medewerkers ontslaan. ‘Er was veel verzet, maar doordat we elkaar vaker hadden gesproken kon ik het gesprek makkelijker voeren. Ik had het gevoel dat mensen mij de kans gaven mijn beslissing uit te leggen. En ik op mijn beurt luisterde naar hen, naar hoe zij de situatie ervoeren. Kijk, ik hoef niet mee te huilen, maar ik kan wel laten zien dat hun situatie me aan het hart gaat. Dat wederzijdse begrip nam een deel van de weerstand weg.'
Janka Stoker (41), hoogleraar leiderschap en organisatieverandering aan de Rijksuniversiteit Groningen, gelooft wel dat directeuren draagvlak kunnen kweken door af en toe eens mee te draaien. Althans, in kleinere en middelgrote bedrijven. Voor leidinggevenden van grote bedrijven is ‘contact met de werkvloer' volgens haar een illusie.
‘Met tweeduizend medewerkers zien ze elke afdeling eens in de twee jaar. Daarmee laat een leidinggevende zijn sociale gezicht even zien, maar het voorkomt niet dat mensen boos zijn als ze hun baan verliezen.' Dat contact met de medewerkers kan hij beter door zijn middenmanagers tot stand laten brengen, denkt Stoker. ‘Dan heeft hij tal van oren en ogen die horen en zien wat er in de praktijk speelt en gebeurt.'
Zieltjes winnen is niet geloofwaardig
Maar een directeur die in een crisis opeens zijn gezicht laat zien hoeft sowieso geen wonderen te verwachten. Stoker: ‘Dat komt over als zieltjes winnen, dat is niet geloofwaardig. Mensen zien gelijk of het gemeend of een show is. En dat laatste keert zich tegen je.'
Rogier Braakman (35) is algemeen directeur en mede-eigenaar van Sandton Hotels en heeft zo'n zeshonderd man in dienst. Hij wil zeker zichtbaar blijven voor zijn personeel, maar ziet niets in hele dagen meedraaien op de afdelingen. ‘Het betekent niet dat ik wekelijks het ontbijt sta te serveren', zegt hij. ‘Het zit ‘m in kleine dingen: een uurtje meekijken bij de receptie, even de keuken inschieten om te vragen hoe het gaat. Je moet de dialoog op gang te houden en bereikbaar blijven; dát is de basis voor vertrouwen van je personeel. Dan pas kun je zeggen: niet piepen, even wat gas erbij.'
Op de werkvloer zijn problemen altijd het eerste merkbaar: teruglopende orders, verslechterd contact met klanten. ‘Vaak worden die pas zichtbaar bij de top als zij de maand- of kwartaalrapportages voor hun neus krijgen', zegt Stoker. ‘Maar', zegt ze, ‘als je om ideeën vraagt, moet je er ook iets mee doen. Als ze er geen resultaat van zien, voelen je mensen zich niet serieus genomen. Daarnaast moet je de tussenliggende managementlagen respecteren. Vrijblijvend is het dus niet.'
Inspiratiebron voor innovatie
Jan Peter de Valk (57), chief information officer (cio) van DHL Express Benelux, gaat twee keer per jaar op stap met een pakketbezorger en loopt geregeld met een van zijn zestig it'ers mee bij de klant. Hij ziet de dagen als een inspiratiebron voor innovatie.
De Valk probeert zoveel mogelijk zelf te doen: ‘Zo ervaar je pas echt wat de problemen zijn. Hoe hoog de werkdruk voor de chauffeur is bijvoorbeeld, en hoe vervelend het is als zijn handcomputer niet meewerkt. Na zo'n dag denk ik weer even uit een ander perspectief. Dan zie ik bijvoorbeeld in dat we niet alles moeten willen automatiseren. Soms werken mensen gewoon beter dan systemen.'
Op den duur betaalt betrokkenheid zich altijd uit, zegt An Kramer. Uiteindelijk draait het meewerken natuurlijk ook om the greater good van het bedrijf, want loopt het intern lekker, dan sta je commercieel sterker in de markt. Kramer: ‘Een directeur die heeft gezien hoeveel werk er in zijn product wordt gestoken, krijgt er hart voor en kan zijn product beter verkopen. En als het goed gaat, voelen klanten dat natuurlijk ook'.
‘Het is voor mij veel efficiënter om de managers een uurtje bij elkaar te roepen om uit te vinden wat er speelt op een afdeling, dan om een hele dag vrij te maken om zelf een kijkje te nemen', zegt Kerkdijk. ‘Maar mijn eigen ervaringen leveren me veel meer op dan alleen een overleg in een vergaderkamer.' Ze staat op, neemt een laatste slok koffie en trekt haar verpleegstersjasje weer aan. ‘Zo Ingrid, wat gaan we nu doen?'
Illustraties: Carolyn Ridsdale
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Leidinggeven in de praktijk'
Reageer, print of deel dit artikel
|