Leidinggevende heeft minder stress
Losjes aan de top
Auteur: Daphne van Paassen
|
23-02-2010
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Topfuncties stressvol? Welnee. Vrouwen die leidinggeven hebben minder last van stress dan vrouwen die geen leidinggeven, blijkt uit onderzoek van Intermediair en de Rijksuniversiteit Groningen. Mannen trouwens ook.
Veel uren maken, altijd bereikbaar zijn en geen vrije tijd hebben - dat is het beeld dat vrouwen hebben van leidinggevende functies, zo bleek onlangs nog uit een enquête van organisatieadviesbureau Soulmade. En dat is meteen de reden waarom ze zo'n baan vaak niet ambiëren. Niet te combineren met een gezin. Veel te veel werkdruk en stress.
Toch is dat onterecht, blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en Intermediair. We vroegen 1672 hoogopgeleiden naar hun positieve en negatieve gevoelens op het werk. Iets meer dan de helft had een leidinggevende positie. Die leidinggevenden voelden zich in alle opzichten beter: ze hadden meer positieve emoties en minder negatieve dan hun niet leidinggevende seksegenoten. En ze hadden minder last van mixed feelings: ambigue gevoelens die niet goed zijn voor iemands welbevinden. Ze waren al met al minder gestrest, voelden zich bovendien creatiever, productiever en minder vaak uitgeput.
Positieve topvrouwen
Vrouwelijke leiders ervaren zelfs nog meer positieve emoties dan mannelijke leiders. Wel zijn ze dan nog altijd gestrester dan de doorsnee niet-leidinggevende man.
Blije leiders Hoe hoger iemand zit in de hiërarchie, des te meer positieve gevoelens hij heeft en des te minder negatieve gevoelens.
Hoewel vrouwen evenveel positieve gevoelens zoals enthousiasme, trots, inspiratie en geluk ervaren op het werk als mannen, hebben ze wel meer negatieve stressgevoelens. Dat zijn emoties als rusteloosheid, irritatie en nervositeit, aldus Frank Walter, onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen. Walter denkt dat vrouwen meer door zulke emoties worden geplaagd omdat ze meer ‘combinatiestress' ervaren. Vrouwen zijn meer dan mannen belast met zorgtaken en bezig met het combineren van werk en kinderen. En ze kunnen die privézaken minder goed loslaten tijdens hun werk.
Opvallend is dat de stress afneemt naarmate vrouwen meer te zeggen hebben op hun werk: hoe zwaarder de leidinggevende functie - en hoe meer macht en verantwoordelijkheid ze hebben - des te minder stress ze ondervinden. Walter denkt dat dit komt doordat iemands regelmogelijkheden toenemen, zowel op het werk als thuis, als hij of zij de baas wordt. Autonomie, grip hebben op de situatie en die naar je hand kunnen zetten, verlaagt stress. Speelbal zijn van gebeurtenissen, verhoogt juist de stress.
Martine van Vugt
(Fotografie Mark van der Zouw)
Gymwedstrijd
Leidinggevende Martine van Vugt (39) vindt de onderzoeksbevindingen herkenbaar. Ze is vicepresident Project Management bij Genmab, een biotech-bedrijf dat medicijnen maakt tegen kanker. Net als haar man werkt ze fulltime. Ze hebben twee jonge kinderen van zeven en vier, maar overbelast voelt ze zich nauwelijks. ‘Ik heb in mijn leidinggevende functie veel autonomie, maar biedt die ook aan mijn medewerkers. De momenten die ik stressvol vind, zijn de ogenblikken waarin gebeurtenissen me overkomen, waarin ik niets kan sturen. Op mijn werk maak ik die eigenlijk niet meer mee. Naarmate je hoger komt, bepaal je mede de cultuur binnen het bedrijf. In mijn team is die cultuur: als je je werk maar goed doet en op tijd af hebt, maakt het niet uit waar je dat doet en wanneer. Al moet je je natuurlijk wel aan de afspraken houden. En zelf geef ik daarin het goede voorbeeld.' Dus als er op de school van haar kinderen een knutselproject raamschilderen is, komt ze helpen. Wedstrijd van gym? Ze gaat kijken. Ook als dat onder werktijd is. En als haar kind plots ziek wordt op school, is het niet de vraag of ze weg kán; ‘Ik gá weg.' En dat accepteert ook iedereen. Daar staat tegenover dat Van Vugt veel reist voor haar werk en vaak in de avonduren en in het weekend werkt. ‘Hard werken is prima, als je je uren maar naar eigen inzicht kunt indelen.'
Daarbij is het natuurlijk zo dat een leidinggevende functie ook een bepaald inkomen meebrengt. ‘Wij kunnen daardoor de zorg inkopen die wij prettig vinden: drie dagen oppas aan huis, op wie we volledig kunnen vertrouwen - en twee dagen naschoolse opvang. Dat geeft ook rust.'
Positieve en negatieve gevoelens
Meest gevoelde positieve emoties op het werk
1. Interesse 2. Energie/actie 3. Alertheid
Meest gevoelde negatieve emoties op het werk
1. Rusteloosheid 2. Irritatie 3. Nervositeit
Bron: Leiderschapsonderzoek Intermediair en Rijksuniversiteit Groningen
Selectieproces
Overigens is niet te zeggen wat de precieze oorzaak is voor de lagere stress bij leidinggevenden. Waar Walter suggereert dat dit komt door een toename aan regelmogelijkheden en autonomie, wijst Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, op een andere mogelijke verklaring: ‘Misschien zijn het juist de vrouwen die minder stresserig zijn en minder tobben met de combinatie werk en zorg, die gaan leidinggeven.'
‘De vrouwen die op mijn werk op hogere posities zitten, werken allemaal fulltime en het zijn allemaal typen die bereid zijn een deel van de zorg uit te besteden', zegt Van Vugt. ‘Allemaal vrouwen die geen diepe overtuiging hebben dat ze per se zelf voor hun kinderen moeten zorgen. Volgens mij is ook die houding cruciaal.'
Stoker denkt dat het ook wel een combinatie zou kunnen zijn van autonomie en selectie die ervoor zorgt dat vrouwen aan de top minder stress hebben dan vrouwen in niet-leidinggevende posities. ‘Vooral omdat we uit ander onderzoek weten dat autonomie in het werk leidt tot meer tevredenheid. Ik ben dus toch geneigd om te zeggen tegen vrouwen die erover denken om carrière te maken: laat je niet uit het veld slaan door dat clichébeeld van een druk, overvol en stresserig leven, want dat zou wel eens mee kunnen vallen.'
daphne.van.paassen@intermediair.nl
Leidinggevenden hebben minder stress
Negatieve gevoelens
Meest gevoelde negatieve emoties op het werk
1 Rusteloosheid
2 Irritatie
3 Nervositeit
Bron: Leiderschapsonderzoek Intermediair en Rijksuniversiteit Groningen
Topfuncties stressvol? Welnee. Vrouwen die leidinggeven hebben minder last van stress dan vrouwen die geen leidinggeven, blijkt uit onderzoek van Intermediair en de Rijksuniversiteit Groningen. Mannen trouwens ook.
tekst Daphne van Paassen illustratie Valeski fotografie Mark van der Zouw
Selectieproces
Overigens is niet te zeggen wat de precieze oorzaak is voor de lagere stress bij leidinggevenden. Waar Walter suggereert dat dit komt door een toename aan regelmogelijkheden en autonomie, wijst Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, op een andere mogelijke verklaring: ‘Misschien zijn het juist de vrouwen die minder stresserig zijn en minder tobben met de combinatie werk en zorg, die gaan leidinggeven.'
‘De vrouwen die op mijn werk op hogere posities zitten, werken allemaal fulltime en het zijn allemaal typen die bereid zijn een deel van de zorg uit te besteden', zegt Van Vugt. ‘Allemaal vrouwen die geen diepe overtuiging hebben dat ze per se zelf voor hun kinderen moeten zorgen. Volgens mij is ook die houding cruciaal.'
Stoker denkt dat het ook wel een combinatie zou kunnen zijn van autonomie en selectie die ervoor zorgt dat vrouwen aan de top minder stress hebben dan vrouwen in niet-leidinggevende posities. ‘Vooral omdat we uit ander onderzoek weten dat autonomie in het werk leidt tot meer tevredenheid. Ik ben dus toch geneigd om te zeggen tegen vrouwen die erover denken om carrière te maken: laat je niet uit het veld slaan door dat clichébeeld van een druk, overvol en stresserig leven, want dat zou wel eens mee kunnen vallen.'
55%
van de ondervraagde hoogopgeleide vrouwen en 47 procent van de mannen had ten tijde van het onderzoek last van zowel positieve als negatieve gevoelens op het werk.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Leidinggeven in de praktijk'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Tiedo Kruisselbrink | 23 februari 2010 (14:40)
Alweer een onderzoeker die niet snapt dat een duidelijke correlatie niet automatisch hoeft te duiden op een oorzakelijk verband: als A en B vaak samen voorkomen, kan A het gevolg zijn van B, maar het is ook mogelijk dat B het gevolg is van A, of dat A en B beide het gevolg zijn van een derde factor C.
In dit geval zien we dat "een leidinggevende functie hebben" vaak voorkomt met "geen last van stress hebben". Duidelijk. Maar waar komt het geconstateerde oorzakelijke verband vandaan? Is het omgekeerde niet veel waarschijnlijker: mensen die weinig stress-gevoelig zijn krijgen eerder een leidinggevende functie.
Toegegeven: op deze manier wordt de conclusie wel erg open-deur-achtig, en dat is niet goed voor de subsidie...
|