Ik® - kan iedereen een merknaam worden?
Auteur: Bart van Oosterhout
|
05-09-2005
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Celebrities worden niet geboren, maar gemaakt. Madonna, Beckham, Oprah, Linda en Jort: het zijn merknamen. Van hun kledingkast tot hun 'vrienden' en zelfs hun tepels: alles wordt gemanaged. Kan iedereen een merk worden? Redacteur Bart van Oosterhout nam de proef op de som. Met de hulp van spindoctors, merkdeskundigen en reclamemakers. 'Jij bent de goeroe die vindt dat technologie goed is.'
Persoon als commercieel concept
De Engelse band Keane nam geen enkel risico. Maanden voor het verschijnen van de eerste cd, schakelde de band het bureau Moving Brands in om er zeker van te zijn dat alle details bij de lancering zouden kloppen. En dan ook álle details, want Moving Brands biedt 'waarlijk holistische identiteiten': van de kleur van je haar en de snit van je kleren, tot de titels van je albums en de kleur van de cd-hoesjes, Moving Brands zorgt ervoor dat ze naadloos passen in een commercieel concept. Het geval Keane is niet uniek. Sterren beginnen steeds meer te lijken op merken. De voetballer David Beckham is bijvoorbeeld lid van het managementteam en grootaandeelhouder van een bedrijf dat het merk David Beckham bezit. Zijn vrouw Victoria zwaait er naar verluidt de scepter. Of neem de manier waarop Madonna Louise Veronica Ciccone met harde hand het management van het merk Madonna ter hand nam. Of kijk naar Oprah, Linda, Ratelband. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Dat imago's bedacht en gemaakt worden is al lang niet meer schokkend. Zelfs niet als dat imago er eentje is van een club onaangepaste junkies als de Stones. Toen Keith Richards onlangs werd geïnterviewd op de televisie, stapte in een onbewaakt ogenblik een styliste het beeld in om het kapsel van de zwaar geplamuurde Richards te fatsoeneren. Een bizar schouwspel, vooral omdat Richards helemaal geen kapsel hééft. Zijn haar ziet eruit alsof hij net uit een bosbrand is ontsnapt. En dan toch die styliste die daar zonder spoor van ironie dat ene afgekloven plukje in de juiste stand komt buigen. Geen fan die er wakker van zal liggen. De Stones draaien al zo lang mee; dat er wat pr-figuren met hen mee draaien; niemand zal het ze kwalijk nemen. Sterker nog, fans van Madonna bewonderen juist de professionele en zakelijke manier waarop ze haar eigen imago vormgeeft en bewaakt. En Jennifer Lopez, die niet alleen haar billen liet vergroten om sexier over te komen, maar die zelfs een zogeheten nipple tweaker in dienst heeft -- een employee die haar voor ieder optreden stijve tepels moet bezorgen -- werd dat niet aangerekend. Bekendheden die niets aan hun uiterlijk doen, die hebben het pas moeilijk.
Mensenmerken: gemaakt en gebroken
Wie op een feest durft te verschijnen met foute schoenen kan rekenen op grote verontwaardiging van de society watchers. Het weekblad In publiceert naar het voorbeeld van de Britse roddelbladen wekelijks genadeloze foto's van de putten in de billen van sterren als Jennifer Aniston, met het verontwaardigde commentaar: dat ze daar niks aan laat dóen! De ongekroonde koning van de spindoctors, de 58-jarige Brit Max Clifford, beweert in interviews dat hij het huwelijk van David Copperfield (de wereldberoemde magiër die hem inhuurde voor zijn pr) met voormalig topmodel Claudia Schiffer heeft gearrangeerd om hem in Europa net zo beroemd te maken als in de VS. Clifford is vermaard vanwege zijn kunde om schandalen onder de pet te houden of een onschuldige twist te geven. Celebrities die een slippertje hebben begaan, staan volgens zijn eigen zeggen huilend op de stoep. En Max Clifford is maar een topje van de ijsberg, als je één procent van de geruchten in Hollywood mag geloven. De laatste vette roddel is dat Tom Cruise' recente huwelijk met Katie Holmes een pr-stunt was om de rampzalige publiciteit rond Cruise de kop in te drukken: zijn vermeende homoseksualiteit (slecht voor zijn mannelijke imago), zijn lidmaatschap van de Scientology-kerk (gek?) en zijn idiote optreden bij Oprah Winfrey (gek én aan de drugs?). En het huwelijk zou ook een promotiestunt zijn voor zijn laatste film War of the Worlds. Nee, succes is geen keuze, zoals manager Sjors roept in de spot van Cup-a-Soup, het is een wetenschap. Zoals merken gemaakt en gebroken kunnen worden, kunnen mensenmerken gemaakt en gebroken worden. Dat is de stelling van dit artikel. Brandingexperts zijn het er unaniem over eens dat wie maar goed onderzoekt wat zijn kernkwaliteiten zijn en die vervolgens ook op de juiste manier uitdraagt, het succes bijna niet kan ontgaan. Is dat zo? Kunnen onze vaderlandse merkenexperts van Bart van Oosterhout, eenvoudig journalist, veranderen in Bart van Oosterhout, de succesvolle ondernemer, inspirator, acteur, topmanager, schrijver, politicus of gewoon Bekende Nederlander?
Hoe maak je een mensenmerk?
Op de eerste plaats moet ik er natuurlijk achter zien te komen wat voor een soort ster ik zou willen zijn. Geen beter startpunt dan carrièrecoach Huub van Zwieten, directeur van talentenbureau TalentFirst, en auteur van boeken als Doorbraak naar jouw droombaan en Het merk IK. Dat ieder mens talenten bezit, is een gegeven, zegt Van Zwieten. Alleen, de meesten van ons zijn zo afgestompt door tegenslagen en het keurslijf van de vaste baan dat we die talenten niet meer herkennen. Van Zwieten maakt het dagelijks mee. 'Veel mensen functioneren niet goed, omdat ze op de verkeerde plek zitten. Als je in sales werkt, moet je diplomatiek zijn; als dat niet in je aard ligt, word je ongelukkig. Veel bedrijven proberen mensen aan te passen aan het werk, ik wil het werk aanpassen aan de mensen.' De manier waarop je dat doet is volgens Van Zwieten door jezelf als een merk te zien. 'Daar kun je twee dingen van leren. Eén: in welke dingen ben je beter dan alle anderen? En twee: hoe zorg je dat anderen dat te weten komen?' Als voorbeeld gebruikt hij sterke merken als Linda de Mol, Johan Cruijff en Jamie Oliver. Dat gaat de goede kant op. Eerst moet ik van Huub een serie opdrachten uitvoeren, twintig stuks, die mij bewust gaan maken van mijn kwaliteiten.
Start: moodboard en talentenanalyse
Het begint met een moodboard. Op een vel van een flip-over moet ik plaatjes uit tijdschriften plakken waarvan de sfeer bij mij past. In het midden plak ik een foto van een soort performance kunstwerk: een felgelakte Amerikaanse slee die, lijkt het, door een pantyfabriek heen is gereden. Ai, wat zegt dat? Daar komen we later nog op terug, belooft Huub. Het leerzaamst is opdracht dertien: vraag anderen wat jouw grootste talenten zijn. Een lekkere oefening, want anderen doen het werk en ze mogen alleen positieve dingen opschrijven. Ze zien mij als schrijver van onderzoeksboeken op sociologisch gebied (schrijf ik immers al artikelen over), tv-personality of politicus (ik moet wel wat gemener en doortrapter worden). Maar één ding noemen ze allemaal: trendwatcher. Ik had er zelf niet aan gedacht, maar helemaal vreemd is het niet, ik vul een rubriek over trends in Intermediair en ik ben altijd redelijk op tijd -- meestal veel te vroeg -- met artikelen over nieuwe ontwikkelingen op technologisch en maatschappelijk gebied. Trendwatcher, zou dat het zijn? Een week later zit ik opnieuw bij Huub van Zwieten aan de koffie. Uit een talentenanalyse die ik online heb gemaakt, concludeert Huub dat ik eigenlijk al doe wat ik graag wil doen, maar dat ik iets te dominant en te extravert ben voor mijn huidige baan, en dat ik mijn ondernemerschap meer zou moeten inzetten. Hij tekent een cirkel, die mijn merk moet voorstellen. Helemaal in het midden moet mijn merkwaarde komen te staan. Eromheen schrijft hij steekwoorden die uit mijn talentenanalyse naar voor zijn gekomen: esthetiek/vorm (vanwege die auto), verbanden leggen, non-sense (omdat ik vertelde dat ik zo'n hekel heb aan de uitdrukking no-nonsense), generalist, auteur, menswetenschappen, technologie.
Dan: ondernemingsplan
Als ik het kantoor verlaat heb ik onder de bezielende leiding van Van Zwieten al een heel ondernemingsplan rond mijn merk opgesteld: ik begin met een paar partners (maar ik ben de baas) een trendwatchbureau dat advies verkoopt, boeken publiceert over maatschappelijke ontwikkelingen (die schrijf ik zelf), tv-programma's maakt. En ik ga mezelf stevig profileren in de media om mijn merk vooruit te helpen. 'Hup, dat podium op', spoort Huub me aan. De binnenste cirkel blijft leeg, maar dat is het mooie: dat merk hoeft helemaal niet, de weg ernaartoe, daar ging het om. 'Trendwatcher', zegt merkendeskundige Marcel Beerthuizen. 'Hmmm, zou ik niet doen. Het is een nogal afgesleten term. Er is niemand meer die zich trendwatcher noemt. Trendanalist misschien. Maar je moet wegblijven bij dat woord trendwatcher, het is niet onderscheidend meer. Kijk, futuroloog of trendgoeroe, dat is wat anders. Ik geloof dat er zeker nog plaats is binnen die markt van het trendwatchen. Kijk ook eens naar dat Deense instituut, de Droomfabriek, daar doen ze ook aan trendwatchen, maar dan op een heel verhalende manier. Dat past wel bij jou als schrijver. Je hoeft dat merk van je ook nog niet meteen te kennen, zegt hij. 'Begin maar eens voorzichtig met wat verschillende stijlen in artikelen en columns, zorg dat je bij verschillende platforms en praatclubs bekend wordt. Zo bouw je een testpubliek op.'
Vervolgens: merk tastbaar maken
Beerthuizen kan het weten. Als oprichter van The Brand Experience Company, nu onderdeel van reclamebureau TBWA, adviseert hij bedrijven hoe ze hun merk tastbaarder kunnen maken voor consumenten, bijvoorbeeld door middel van evenementen. Een van zijn partners is Kees Klomp, die jaren geleden, toen er in de media een kortstondige hype was over voor reclamemakers onbereikbare jongeren, werd gelanceerd als de trendwatcher van die ongrijpbare jongerencultuur. Zelf was Marcel Beerthuizen de man achter het merk Arnold Vanderlijde, de zachtaardige Limburger die brons won tijdens de Olympische Spelen in Los Angeles en daarna nog lang in advertenties voor Adidas en wat al niet meer figureerde. We mijmeren nog wat door over de lancering van mijn merk, wanneer de gearrangeerde huwelijken in Hollywood ter sprake komen. Ik weet niet hoe het met jouw familieleven staat, zegt Marcel Beerthuizen, met een knipoog. 'Maar je kent het gerucht over die David Copperfield en Claudia Schiffer toch wel? Ook een manier natuurlijk. Je kunt je roem ontlenen aan degenen met wie je je associeert.' 'Die Tatum Dagelet, opper ik, die is toch weg bij Ruud de Wild? Is dat niks voor mij?' 'Neeee, zegt Beerthuizen, 'te low pro.' Grapje natuurlijk, maar Marcel Beerthuizen weet wel heel veel van mensenmerken. Twee dagen later meld ik mij bij Joeri Bakker en Harry Puts van reclamebureau Only. Only is een volwaardig reclamebureau met klanten als Kanis & Gunnink, Johma en Nintendo, maar doet daarnaast heel vreemde dingen die met merken te maken hebben. Only heeft bijvoorbeeld het merk Ellen ten Damme als klant, een heel goed voorbeeld van 'merkdenken', want ik ken geen enkele andere artiest die zo veel in het nieuws is met van alles en nog wat, terwijl ik nog nooit een lied van haar gehoord heb. Het zou zomaar kunnen dat ze verzonnen is, als artiest dan.
‘Being There- benadering’
En dat is niet eens zo'n bizarre gedachte, zegt Bakker. 'Ik heb eens voor een galerie die wat extra publiciteit nodig had een kunstenaar verzonnen. Ley On heette hij, een Chinees, want het leek me wel opzienbarend om een kunstenaar te presenteren uit een land waar toen alleen nog maar van die communistische arbeidersschilderijen vandaan kwamen. De kunst maakte ik zelf: decoratieachtige dingen met Chinese motieven, heel zenachtig. De vloer van de galerie hadden we met gravel bestrooid en overal stonden van die wengéhoutblokjes. Iedereen kwam kijken, zelfs iemand van het Stedelijk, behalve Ley zelf natuurlijk' De 'Being There- benadering' van een merk, noemt Bakker dat. In de film Being There speelt Peter Sellers een wereldvreemde tuinman die het uiteindelijk tot president weet te schoppen omdat iedereen zijn boerenwijsheden voor diepzinnige waarheden houdt. We zouden daarbij bijvoorbeeld selectief gebruik kunnen maken van de IKO's die Joeri Bakker al jaren verzamelt. Dat zijn Interessant Klinkende Opmerkingen van het kaliber: 'lightness is a serious matter', 'wat moet kan' of 'nieuw is tijdelijk'. Maar het hoeft natuurlijk niet fake te zijn, zegt hij erbij, want het basismateriaal is goed. ' Je bent journalist, je bent goed op de hoogte van trends, je kunt schrijven; dat moet voldoende zijn. En tegen fake pleit ook dat de trend bij merken juist naar oprechtheid en eenvoud gaat. Denk Jamie Cullum, die tijdens een interview gewoon een bacon sandwich staat klaar te maken. Eerlijk en puur past ook wel bij zijn uiterlijk, hè Harry?' 'Absoluut', zegt Harry Puts. 'Denk eens na over wat voor boodschap je wilt uitdragen als trendgoeroe. Wat voor trendgoeroe wil je eigenlijk zijn, daar moeten we het eerst eens over hebben. Hoe ga je je positioneren? Wil je de nieuwe Lidewij Edelkoort zijn? Dan kun je de hele dag moodboards plakken. En verkopen voor tienduizend euro.'
Wat moet de boodschap zijn?
'Ik denk terug aan mijn praatsessies met Huub van Zwieten. 'Motiverende Inspirator' stond er boven mijn 'Succes Insights Wheel', een onderdeel van de talentenanalyse. Oké, ik moet dus inspireren. 'Ik schrijf vaak over technologie en wat dat met mensen doet', zeg ik tegen Harry en Joeri. 'Digitale tv, wireless internet, dat soort dingen. Ik vind dat er altijd zo cynisch over wordt gedaan. Dat komt natuurlijk door die overdreven verwachtingen van de internetprofeten uit de jaren negentig. Dat we allemaal pratende ijskasten zouden krijgen of zoiets. Maar nu ben ik juist heel enthousiast over technologische ontwikkelingen. Apple zet de hele muziekindustrie op zijn kop met iTunes. Ik laat me daar graag door meeslepen.' 'Heel goed', sporen de twee mij aan. 'Denk eens verder'. 'Het gaat eigenlijk fantastisch met de technologiesector, maar we zijn bang dat het toch weer niks wordt.' 'Ga door.' 'Ik wil mensen eigenlijk het geloof teruggeven dat technologie iets positiefs is.... En ik wil eigenlijk ook wel heel veel geld verdienen.' 'Beng, dat is 'm', zegt Puts. 'Ook van dat geld verdienen. Dat is een volkomen legitieme opstelling. Je hebt iets te geven en daar mag wat voor terugkomen. Mooi zo. Er hoort ook een maniertje of een stijltje bij. En een kleur, iets lichts. Lila of zo. Je kunt ook denken aan een motief, een logo of iets dergelijks dat in al je uitingen terugkomt. Je hebt een draak op je T-shirt. Is dat niks? Hou je van strips? Dat dacht ik al.' Joeri en Harry beloven binnen een week met een conceptreclamecampagne te komen. Ik krijg huiswerk mee. Binnen drie dagen moet ik iets hebben dat de aanzet voor een boek kan zijn. 'Je bent een goeroe, dus je moet denken aan een statement, iets in de vorm van de tien wetten van, maar dan zonder tientallen.' Hij pakt er ter inspiratie een boek bij: De 48 wetten van de macht van managementgoeroe Robert Greene en Joost Elffers.
Afspraak imagoconsultant en spindoctor
Voor ik wegrijd, heb ik een naam voor mijn nieuwe bedrijf: NoGuru. Vrij naar No guru, no method, no teacher, een album van Van Morisson. Ironisch, omdat ik benadruk dat ik geen goeroe ben, maar wel de suggestie wil wekken dat ik iets meer ben dan trendwatcher. En binnen de deadline ligt er een manuscript voor mijn eerste boek(je): De 11 Wetten van de Vooruitgang. In een uurtje in elkaar geflanst, maar goed genoeg volgens de reclamemannen om mijn naam te vestigen. Zo makkelijk is het kennelijk. Nu ben ik echt begonnen. Meteen maar een afspraak maken met Martijn Lusink, zoon van de beroemde Oger Lusink, imagoconsultant van de sterren, en eigenaar van Oger in de PC Hooftstraat in Amsterdam natuurlijk, alwaar hij in de 'boardroom' Pim Fortuyn van zijn onnavolgbare dandystijl voorzag. Weer een paar dagen later bevind ik mij op het kantoor van Nederlands eerste en enige spindoctor Kay van de Linde; telg uit een journalistengeslacht, leerde in Amerika het vak van politieke communicatie bij de campagne van Giuliani en stond in Nederland aan de basis van een politieke revolutie als man achter de schermen bij Leefbaar Nederland. Als partner van pr-bureau HVR in Den Haag richt hij zich meer op corporate communication, maar zijn eigen imago van politieke spindoctor raakt hij niet meer kwijt. Een mediatraining moet ik zeker hebben, zegt Van de Linde kritisch als hij mijn verhaal heeft aangehoord. 'Denk je echt?', zeg ik. 'Jaaa, ik mis wel een beetje de passie. Je zit hier een beetje achterovergeleund te vertellen wat je allemaal zou kunnen, maar je zit me bepaald niet gek te maken. Jij wilt een goeroe zijn? Een goeroe is een verhalenverteller, iemand die sprookjesachtige manier zijn boodschap verkondigt, dat zie ik jou niet doen. Als ik jou straks op tv zie, moet ik bij wijze van spreken meteen uit mijn stoel willen springen om jouw boek te gaan halen.'
Het verhaal bij het merk
Van de Linde raadt Max Kerremans van Brainbox aan, een bureau op het mediapark in Hilversum, 'Wat we doen is dat we eerst jouw verhaal zo kernachtig mogelijk op een A4-tje zetten. En bij Brainbox gaan ze dat aan flarden schieten. Het wordt zo erg dat jij tegen de lunch al toe bent aan een whisky. Er blijft helemaal niks van je over.' Ik schrik. Gelukkig zegt Kay: 'Daarna gaan we je natuurlijk weer helemaal opbouwen. Waarom? We willen dat jij in alle omstandigheden dit kunt doen. Je moet altijd achter je verhaal kunnen blijven staan, ook als je door de mangel wordt gehaald bij een Jan Mulder. We kunnen ook een Barend en Van Dorp-sessie voor je doen.' Briljant, een bureau dat Barend en Van Dorp naspeelt, daar had ik nog niet aan gedacht 'Naspelen?', zegt Van de Linde. 'Dat kan Frits zelf ook wel doen. Of Jan Mulder. Ja, wat dacht je dan. Ze klussen allemaal bij hoor, dat is toch geen geheim?' Maar dat is allemaal stap twee, zegt Van de Linde. 'Eerst moet je een verhaal hebben. Ieder merk heeft een verhaal. Dat verhaal is maximaal een zin lang. Ik geef je een paar voorbeelden: Jaws is is een film over een grote vis die mensen opeet. Pim Fortuyn is de man die alle grenzen dicht wil hebben. Bill Clinton is de economie. Bush is degene die Irak bevrijdt. Snap je?' 'Daarom doet dit kabinet het niet goed. Geen verhaal. Geen kernboodschap, geen thema. Het maakt niet uit wat je verhaal is, als het maar consistent is. We worden overspoeld met informatie, dus is het belangrijk dat je één boodschap hebt en dat je die blijft herhalen. Constant. Dus dat verhaal moet eenvoudig zijn. De regel kun je makkelijk onthouden: KISS. Keep It Simpel Stupid. Dus, wat is jouw verhaal?'
Elevator pitch en lanceermoment
Ik rakel het hele verhaal op dat ik bij Joeri Bakker en Harry Puts van Only ook al gehouden hebt, maar Van de Linde grijpt al snel in. Oké, zegt hij, prima. 'Ik vat het samen. Jij bent de goeroe die vindt dat technologie goed is. Dat is jouw verhaal. Je kent de uitdrukking elevator pitch toch wel? Dat je in de lift staat met Bill Gates en drie seconden hebt om jezelf in de picture te spelen. Dus wat ben je?' 'Ik ben de goeroe die vindt dat technologie goed is', mompel ik. Een sterk merk heeft een lanceermoment nodig. Van de Linde had zijn eigen lanceermoment toen hij gecontracteerd werd door Leefbaar Nederland. 'Dat moment stond in het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf. Maakt niet uit dat ik al twintig jaar ervaring had als communicatieadviseur, dat ik heb meegewerkt aan de campagne van Giuliani, nee, dat was het. Die foto waarop ik een contract tekende met Willem van Kooten heeft mijn toekomst bepaald. Het was niet eens een echt contract, in werkelijkheid hadden ze voor de foto snel een of ander platencontract gepakt, ik geloof dat ik officieel nog drie cd's moet maken voor de platenmaatschappij van Van Kooten.' Imagovorming werkt volgens Van de Linde als een raket. Het eerste stuk verbruikt 99 procent van je energie, dan komt het lanceermoment dat je in de dampkring brengt en vanaf dat moment is het vrij zweven. Hoewel hij zich al een paar jaar richt op bedrijfscommunicatie, raakt Van de Linde het stempel spindoctor maar niet kwijt. Ik moet ook zo'n lanceermoment hebben, vindt Van de Linde. Een boek?, opper ik. 'Kan', zegt Van de Linde. 'Maar het is wel een beetje de geijkte weg. En niet als lanceermoment, dat boek gaat daar aan vooraf. Maar dat je ingehuurd wordt door John de Mol bijvoorbeeld, om strategisch mee te denken over de toekomst van televisie.' Mijn scepsis over dit scenario, wuift hij weg: 'Waarom niet? Voorlopig heeft hij al het advies nodig dat hij kan krijgen. Wat was de laatste hit van De Mol, Big Brother? Ik ga ervan uit dat je trendgoeroe bént hè, dat je een boodschap hebt en die consistent uitdraagt. Ik bedoel: we zijn hier wel bezig met de packaging, maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit. Je kunt van een vuilnisman geen wereldster maken. Je moet, zoals Willem van Kooten het noemt, de vier T's hebben: talent, toewijding, timing en tijgeren. Knokken betekent dat. Jij bent zo iemand waar John de Mol graag twee uur naar wil luisteren omdat 'hij daarmee geld kan verdienen.'
Reputatie zaaien en nazorg
Hij begint vrij te associëren: 'Je gaat je reputatie zaaien. Dat kan via allerlei platforms. Een weblog. Ingezonden stukken. Columns. Televisie natuurlijk. Ik zou beginnen met de iets lichtere programma's. Thuis van Talpa bijvoorbeeld. Je moet naar de Speakers Academy van Albert de Booy, ken je die? Daar wordt op thema gedacht. Waar ga je over spreken? De trends in de telecomsector? Kan ik zo voor je regelen. Levert bovendien drie- tot vijfduizend euro per keer op. Je moet ook weten wat je markt is. Een echte deskundige duikt op in de vakpers, gaat naar congressen. Maar dan moet je echt weten waar je het over hebt hè?' En dan is er natuurlijk de nazorg. Volgens Van de Linde is een essentieel onderdeel van je merkstrategie dat je iemand achter je hebt staan. Eerlijke feedback is van wezenlijk belang. Stap nooit naar je familie of vrienden, want dat zijn de slechtste raadgevers. Je moet een onafhankelijk iemand hebben. 'Kijk naar die voetballer Robin van Persie: wie durft die jongen te vertellen dat hij een eikel is om met die onbetrouwbare figuren en een meisje een hotelkamer in te duiken?' Samen met Van de Linde kom ik nog tot een paar leuke concepten voor het merk dat ik inmiddels begin te worden. Mijn eerste boek moet een knaller zijn en iets met technologie te maken hebben. 'Waarom maken we geen boek dat zichzelf voorleest', roep ik enthousiast. 'Technisch is het niet zo moeilijk, je stopt er een chip in en een heel dun luidsprekertje. Zodra je het boek weglegt, begint het zichzelf voor te lezen.' De spindoctor kijkt verrast. Daar zit wat in, zegt hij. Ik glim van trots, dat merkdenken ligt me wel. Terwijl ik naar mijn auto loop, probeer ik mij voor te stellen hoe het zou voelen, beroemd zijn. De nadelen: geen privacy. En dat iedereen zogenaamd van je houdt. Maar wel veel geld. Een Porsche Cayenne. Een tweede huis in St. Tropez. Mm, misschien toch wel wat voor mij.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Jezelf profileren'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Chrisje Simon | 8 september 2005 (22:41)
Wat een briljant idee, jezelf "branden". Ik heb genoten van je artikel. Vraag me af of je ooit de stap gaat maken om dit concept uit te voeren want ik geloof er wel in!
|