Nieuw: het softwareloze kantoor
Auteur: Bart van Oosterhout
|
10-12-2009
| Reacties: 7
|
Mail dit artikel
Cloud computing lijkt onontkoombaar. Alles wat nu nog op computers staat, verhuist naar internet: weg met Microsoft Office, voortaan werken we (bijna) gratis met Gmail en Google Docs.
Nooit meer software installeren
Wie eens beter zou kijken naar wat er allemaal op de harde schijf van zijn computer staat - niet doen, hoor - zou het duizelen. Het wemelt daar van de stukjes software waarvan je geen idee hebt waarvoor ze dienen, maar die misschien onmisbaar zijn voor de werking van programma's en waarvan je dus vooral moet afblijven.
Die software staat daar meestentijds maar te staan. ‘Tachtig procent van de tijd staan onze computers standby zonder iets te doen, behalve energie te gebruiken, een verspilling ter grootte van het totale energieverbuik van de luchtvaart', zegt Paul Sagan, president van Akamai, een bedrijf dat serverparken beheert waarover twintig procent van al het mondiale internetverkeer loopt. Die manier van werken, het installeren en beheren van exact dezelfde software op miljoenen computers, is ineffeciënt. Bedrijven betalen voor licenties en onderhoud van software waarvan ze maar een klein deel gebruiken. En er gaat veel mis: een op de vijf installaties van softwarepakketen mislukt.
De oplossing heet cloud computing. Dat klinkt als een hype - ‘the cloud' is niets meer dan ‘het internet' - maar is dat niet. Het komt erop neer dat software verhuist van thuiscomputers en bedrijfsservers naar het internet. Programma's zitten straks allemaal achter een tabblad in onze internetbrowser. Installatie en onderhoud van software is verleden tijd, en betalen doen we naar gebruik, niet naar bezit zoals nu. Cloud computing gebeurt al op grote schaal.
Gmail en Google Docs
Sociale netwerken als Facebook en Flickr zijn de bekendste voorbeelden van cloud computing. Het zijn niet zo maar internetsites, maar enorme computerprogramma's voor het bewaren, ordenen en uitwisselen van persoonlijke gegevens. De programma's zelf en alles wat we erop zetten, staan verspreid over duizenden servers in de hele wereld, in een ‘wolk' van bits en bytes die pas een geheel vormen als wij de informatie opvragen.
Hoe ver cloud computing kan gaan, laat Google zien. In de afgelopen jaren lanceerde Google op een platform Google Apps veel gratis cloud-programma's, waaronder Gmail, Google Docs en, een maand geleden ook Wave.
Gmail is bekend: een gratis webmailprogramma dat je oproept in je browser. Mailtjes worden bewaard op een server van Google, totdat je opslagruimte vol is, maar die opslagruimte is vrijwel eindeloos. Google Docs is een programma voor teksten, spreadsheets en presentaties, dat meerdere gebruikers laat samenwerken. De documenten staan online en hoeven niet te worden opgeslagen, en oudere versies worden ook bewaard. Wave, dat zich nog in de testfase bevindt, combineert de functies van docs en mail, maar lijkt nog het meest op Facebook.
Het laatste nieuwtje uit de cloud: Google Wave
Het is zover, na een maandenlange hypecampagne, waarbij uitnodigingen voor Google Wave alleen werden uitgedeeld aan uitverkorenen uit online wereld, heb ik ook mijn invite. De nieuwste Google-toepassing Google Wave is e-mail, chat en sociaal netwerk ineen, plus werken aan gezamenlijke bestanden in de cloud, belooft Google in een tachtig minuten lange introductievideo, een ‘unbelievable product' voor ‘personal communication and collaboration'.
En ja, als Google zoiets zegt, dan verwachten we er wel wat van, invite-ontvangers Desiree en Nadine en ik. We hebben afgesproken om eens te experimenteren met de preview-versie. Als ik inlog op de online-dienst heeft Desiree al een ‘Wave' aangemaakt, een project waarbij je verscheidene mensen kunt uitnodigen. In een strakke interface, Google-wit-met-kleurtjes, wordt de wave gevormd door blips, boodschappen die onder elkaar komen te staan. Je kunt in je eigen blip typen, maar je kunt ook blips van anderen redigeren of er commentaar op geven, of binnen blips weer antwoord geven. De anderen kunnen wat jij typt letter voor letter volgen, inclusief tikfouten.
Experimenteerdrift breekt uit. Je kunt foto's en video's naar de wave slepen, en er zijn geinige gadgets als polls, ontdekken we, en binnen de kortste keren buitelen de veranderingen in tientallen nieuwe en oude blips over elkaar. Maar het werkt allemaal erg traag, en niet alleen vanwege mijn pc. Ook Desiree en Nadine klagen over hemeltergende vertragingen.
Dit loopt uit de hand. We hebben een project nodig, iets simpels dat onze tijd en beginnerscapaciteiten niet te boven gaat: een sinterklaasgedicht. ‘De Sint die schrok zich rot/ Piet liet jullie kado vallen: pats, boem, kapot!', dicht Nadine voor mijn twee zoontjes. Verbazend snel rijgen de regels zich daarna aaneen. Er wordt gewist, omgegooid, bekritiseerd, de kritiek wordt weer gewist, maar het moet gezegd: binnen een kwartier hebben we dertien regels authentiek, zij het niet briljant, Sintrijm.
Toch zijn we niet diep onder de indruk. Door de traagheid is niet te volgen wie wat doet, en niet wie jouw regels schrapt. Er is een playback-functie, die alle fases vanaf het begin nog eens afspeelt, maar die blijkt erg grofmazig te werken: letter voor letter of zelfs maar per zin volgen wie wat verandert, is niet mogelijk.
‘Een enorme chaos', noemt Nadine de manier van werken. Dat ligt zeker aan onze onervarenheid, zonder vaste werkmethode. Maar goede software werkt vanzelf al handig, en op andere killer-apps als e-mail, Facebook of de Google-zoekmachine heb ik nooit zo hard hoeven puzzelen. Voordat Wave gemeengoed wordt, zal er echt iets moeten gebeuren aan de enorme traagheid en de snel oplopende onoverzichtelijkheid. (Bruno van Wayenburg)
Google op kantoor
Googles cloud-programma's zijn gratis en je kunt er vrijwel hetzelfde mee als met Microsoft Office, dat honderd euro kost. Het enige wat je straks nog op je computer nodig hebt, is een browser. Google geeft er gratis een weg, Chrome, speciaal ontworpen voor cloud-software. Cloud computing schudt de softwareindustrie behoorlijk op. Waarom zou je Office aanschaffen als je Google Docs hebt?
Google verdient aan Gmail door er betaalde content in te plaatsen, en advertenties die soms griezelig goed aansluiten op de inhoud van je mailtjes. Maar het grote geld zit in de bedrijfsversie. Voor vijftig euro per gebruiker per jaar neemt Gmail alle bedrijfsmail voor zijn rekening. De klant krijgt daarvoor een beveiligde virtuele mailserver, met ‘private label mail' (bedrijfsadressen in plaats van @gmail), vrijwel onbeperkte opslagruimte, videoconferencing, een chatfunctie en een online helpdesk. De rekensom is snel gemaakt: voor grofweg de prijs van één systeembeheerder heb je bij Google een bedrijfsmailsysteem voor tweeduizend medewerkers. En die systeembeheerder is overbodig.
Microsoft zit natuurlijk ook niet stil. Het werkt nu aan een online, lichtgewicht versie van Office die vergelijkbaar is met Google Docs. Voor bedrijfscommunicatie heeft Microsoft de Business Productivity Online Suite (BPOS), een hele mond vol voor een programma dat hetzelfde kan als Gmail. BPOS kost rond de tien euro per maand per gebruiker.
Nooit meer updaten
Alle bedrijfssoftware zal binnen afzienbare tijd verhuizen naar de cloud, zeggen onderzoeksbureaus Gartner en Forrester, op basis van enquêtes in de ict-sector. Bij crm-software is die ontwikkeling in volle gang. Crm staat voor customer relationship management, het bijhouden van klantrelaties. Die markt werd gedomineerd door SAP en Oracle. Maar Salesforce.com, een leverancier van crm-software-as-a-service heeft in een paar jaar tijd meer dan tien procent van de markt veroverd. SAP en Oracle hebben ook al online versies van hun software gemaakt, maar lopen nog ver achter. Op de veel kleinere markt van software voor projectmanagement is de omslag al eerder gemaakt: de dominante aanbieder is daar Projectplace.com, dat eind jaren negentig de eerste software-as-a-service-provider was.
De doorslaggevende factor voor de meeste bedrijven om te kiezen voor cloud computing, is tijd. De software van Salesforce en Projectplace hoeft niet geïnstalleerd en geüpdatet te worden. Een grote klant van Salesforce is Aon, 's werelds grootste verzekeringsmakelaar. Omdat Aon veel bedrijven heeft overgenomen, zat het met een erfenis van verschillende crm-systemen. Daarom wilde Aon één nieuw systeem voor zijn 7.000 verkoopmedewerkers in 120 landen. ‘Nog even afgezien van de forse financiële besparing; dit systeem hebben we in één jaar ingevoerd, met traditionele software zou het minstens drie jaar geduurd hebben', zegt Eric Teunissen, IT-directeur van Aon Nederland. Een groot voordeel is dat de software standaard is: later kan het bedrijf functies bijkopen, zonder intern eerst te steggelen over wie de eisen mag formuleren.
Dat voorkomt wat automatiseerders functionaliteitscreep noemen: het steeds verder oprekken van de eisen aan een softwarepakket waardoor het monsterlijke proporties aanneemt. En de kosten blijven overzichtelijk: je betaalt per medewerker per jaar.
Real time op de hoogte blijven
Peter Broumels van KPN outsourcing services heeft goede ervaringen met Projectplace: ‘Ik heb altijd heel veel geld uitgegeven aan software van Baan en ik kreeg altijd een heleboel functies die ik niet nodig had, te laat en voor te veel geld. Ze vroegen mij altijd wat ik wilde hebben. Maar ik wil geen gereedschap ontwikkelen, maar gebruiken. Bij Projectplace merk je dat ze leren van de ervaring van al die vijfhonderdduizend gebruikers.'
Maar er zijn ook voordelen in het gebruik, zegt Marc van Nuland, commercieel directeur van Aon: ‘Omdat het online is, heb je real time inzicht in de orders die uitstaan en of iedereen zijn target gaat halen. Onze accountmanagers vonden dat in het begin veel te controlerend, maar ze zien nu zelf ook veel beter hoe ze ervoor staan.' Zijn collega Eric Teunissen verwacht dat over tien jaar alle systemen van Aon volledig online zijn. ‘Begin dit jaar hebben we onze e-mail verhuisd naar de cloud en we kijken ook naar online versies van hrm-software en document management systems. Wat je straks nog overhoudt op je eigen servers zijn kerngegevens van klanten; polissen, schadegevens en facturen.'
Balt Leenman, cloudspecialist van Capgemini, denkt dat het overal zo zal gaan. ‘In de industrie zal de productieautomatisering lokaal blijven, in de retail de logistieke software. Maar alle niet-kernactiviteiten worden commodities die je online afneemt naar behoefte. Daar profiteer je van de schaalgrootte van cloud-aanbieders.'
Bouwmarkt voor online software-aanbieders.
De behoefte aan cloud computing capaciteit neemt sterk toe, ondanks de crisis. Daarom breiden de grote aanbieders voortdurend hun serverparken uit. Ook bieden ze allemaal cloud computing-platforms aan. Apps is zo'n platform van Google, waarop ontwikkelaars hun eigen software kunnen bouwen en aanbieden aan klanten. Zie het als een soort bouwmarkt én kantoorpand tegelijk voor online software-aanbieders.
Microsoft heeft Azure, een vergelijkbare dienst. Marktleider is Amazon, de grootste webwinkel ter wereld, die zoveel serverruimte nodig had dat het die ook maar ging verhuren. Amazon Webservices verkoopt dataopslag voor tien dollarcent per gigabyte en rekenkracht voor gemiddeld een dollar per uur. Maar ook softwaremakers als Salesforce willen een platform zijn. Zoals Apple zijn iPhones openstelt voor software van derden, stelt Salesforce zijn programma steeds meer open voor anderen om handige features aan te bieden. De mashup, zo heet zo'n symbiotisch samenwerkingsverband, is al net zo'n hype als the cloud.
Veiliger dan ooit
Dat cloud computing onveiliger zou zijn, is volgens Balt Leenman een groot misverstand. ‘Dat is vooral een sentiment dat bij oudere managers leeft. Het is gebaseerd op de gedachte dat je een ondoordringbare muur om je servers kunt bouwen. Dat kan niet, want alle software is benaderbaar van buitenaf. De beveiliging moet dus op het niveau van de gebruiker liggen. Daarbij sturen mensen nu vaak bestanden heen en weer. Bij cloud computing verstuur je alleen een opdracht, dus dat is per definitie veiliger.'
Google heeft inmiddels een Gov Cloud ontwikkeld, speciaal voor overheden die overstappen op Google mail en docs. Informatie in de Gov Cloud wordt versleuteld opgeslagen en je krijgt er een garantie bij van beschikbaarheid en herstel na rampen van 99,9 procent. Leenman: ‘Zoveel veiligheid krijg je in je eentje nooit tegen redelijke kosten.'
(Illustratie Joost Overbeek / Overburen)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'ICT'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Arnold Huibregtse | 10 december 2009 (12:15)
Ik werk zelf bij een bedrijf waar software wordt ontwikkeld. Vaak hangen daar Non Disclosure Agreements aan. Die informatie (of het nu mail is of documenten) mag niet buiten bekend worden, omdat concurenten (uit andere landen) daar erg veel interesse in hebben. Informatie in de cloud valt (juridisch) onder het land waar het op dat moment is opgeslagen. Wanneer je dus bij Google je data onderbrengt (of Amazon voor mijn part), kan het dus zijn dat de informatie ineens in Amerika staat. Nu is het uit het verleden bekend dat Amerika al een spionage netwerk had in Europa en de informatie die daaruit kwam deelde met bedrijven uit eigen land. Gaan wij dan zometeen alle data opslaan, op servers die al in Amerika staan? Google gebruikt nu al ons zoekgedrag om daarop advertenties aan te bieden, ze weten dus al erg veel over ons.
Verder denk ik dat als je alle data opslaat in de cloud, je ook een enorme internet aansluiting nodig hebt. We zijn tegenwoordig op kantoor verwend met een snelle 100 mbit of zelfs een 1 gigabit aansluiting neer de servers. Tegenwoordig hebben veel bedrijven een 10 mbit of 100 mbit aansluiting naar internet. De data van het gehele kantoor moet over die netwerk aansluiting. Dit betekend dat je, voor een gelijke snelheid, voor een kantoor van 50 mensen al een aansluiting van 5 gigabit nodig hebt. Natuurlijk gebruikt niet iedereen de gehele snelheid altijd, maar als je "in de cloud" werkt, kan die data hoeveelheid best oplopen.
Dan nog de kosten: 50 euro per jaar per gebruiker, komt neer op 10.000 EURO per jaar voor email en video conferencing en chat. Het is wel inzichtelijk, maar je zult (denk ik) nog steeds het netwerk draaiend moeten hebben op je kantoor en wanneer er een station vastloopt, zul je toch iemand nodig hebben die even meekijkt. Dus je zult (in bedrijven) altijd nog iemand nodig hebben (intern of extern) die dat regelt.
David Vermeulen | 11 december 2009 (15:44)
Webmail, google-docs, webcalendar, chat... Ik gebruik het al jaren prive en ben er zeer vertrouwd mee. Het werkt zelfs vanaf een mobieltje met Opera of internet tablet (N810). De stap naar het gebruik binnen een bedrijf lijkt op dit moment nog groot, maar zodra bedrijven als Google prive-clouds aan gaan bieden op locatie en de huidige scholieren de nieuwe werknemers zijn geworden, is het allemaal gewoon geworden. Dat gaat een hoop lokale beheerders schelen.
Gerrit | 11 december 2009 (23:41)
Je kan vraagtekens zetten bij hoe goed externe partijen met jouw gegevens omgaan.
In september zijn vele honderdduizenden Sidekick-gebruikers zijn na een fout in een datacentrum hun emails, contactgegevens en andere persoonlijke zaken kwijtgeraakt omdat de backups niet in orde bleken te zijn. Dit is een cloudservice, gekoppeld aan smartphones. Het datacentrum is van Microsoft. Ze hadden het overgenomen van een bedrijf dat niet op een Microsoft-platform draaide, en na de overname vertrok kennelijk een flink deel van het personeel.
Geen cloud service, maar een voorbeeld van hoe belangrijk jouw belangen soms voor de leverancier zijn in de praktijk, zijn muziekwinkels die DRM toepassen. DRM houdt in dat je de muziek alleen kan afspelen als je regelmatig contact kan maken met een validatieserver, ter controle dat je de legitieme koper bent van de muziek. Er zijn al verschillende diensten die de deuren hebben gesloten, waarbij klanten hun legaal aangeschafte muziek niet meer af konden spelen zodra de validatieservers uit de lucht gehaald waren.
Google is een bedrijf dat leeft van informatie verzamelen om op basis daarvan gericht te adverteren. Zo houden ze hun diensten gratis. Die vertrouw ik niet mijn hele hebben en houden toe. Privacy is het recht om heel onschuldige dingen toch voor jezelf te houden. Een voorbeeldje van hoe het mis kan gaan is een Brits stel dat van een grootwinkelbedrijf gerichte reclame begon te ontvangen voor babykleren terwijl zij hem nog niet eens had verteld dat ze over tijd was. Ongeacht hoe vervelend dat voor ze was zijn dit zaken waar een ander gewoon geen donder mee te maken heeft en zijn nieuwsgierige neus buiten moet houden. Merk op dat het helemaal niet kwaadaardig bedoeld was.
Overheden hebben ook last van een vergaande informatieverzamelwoede, en gebruiken dat onder meer om criminelen en terroristen op te sporen. Arnold Huibregtse hierboven gaf al aan dat de VS daar nogal ongeremd in zijn (ze hebben bijvoorbeeld inzage in overboekingen die via SWIFT lopen, een interbancair communicatienetwerk). Ze stellen profielen van je op, wat in de praktijk niet zo betrouwbaar is maar er wel toe kan leiden dat je opeens wordt geweigerd door luchtvaartmaatshappijen. In 2005 kwam zelfs senator Ted Kennedy zo op de no-fly-lijst terecht. Ik zit er niet op te wachten dat de Amerikaanse overheid (of een andere) net als ze bij SWIFT doen bij je cloudleverancier inzage in van alles en nog wat gaat afdwingen, daar rare conclusies aan verbindt en kafkaëske toestanden creëert.
Het is regelmatig voorgekomen dat een privacyreglement niets meer bleek te betekenen zodra een bedrijf werd overgenomen. Persoonlijke gegevens worden dan vrolijk als handelswaar gebruikt terwijl de oude eigenaar plechtig had beloofd dat dat niet zou gebeuren.
Voor mij zijn deze overwegingen reden genoeg om mijn gegevens op mijn eigen computer te houden. Wel zo overzichtelijk.
Evert | 12 december 2009 (14:52)
De reacties van David en Gerrit geven het haarfijn aan: de een heeft er vertrouwen in en stapt over, de ander is argwanend en wacht. Dat zal met bedrijven gelijk zijn.
Wat bij bedrijven verder nog speelt is dat een groot bedrijf niet zo snel zal overstappen omdat het flink geïnvesteerd heeft in software, hardware en mensen. Dat gooi je niet zomaar weg en dat is maar goed ook. Maar nieuwe bedrijven kunnen dit idee prima toepassen en zijn daardoor veel flexibeler. Ik denk dat het nog wel wat langer zal duren voordat meer dan 50% in de Cloud zit. Voor grote bedrijven met specifieke software kan ik me zelfs voorstellen dat ze nooit overstappen, eenvoudig omdat het niet kan (de specifieke software is beschikbaar) of het is niet rendabel.
Robert | 15 december 2009 (16:26)
Bijkomend aspect: het lijkt me tamelijk onhandig om bedrijfs- of prive-data ergens ver weg op een server te hebben staan. Wat als er een probleem in het internet is?!
Robin | 16 december 2009 (0:07)
In dit artikel wordt wel heel veel zaken over één kam geschoren. Als je gaat kijken naar de diverse online applicaties, dan zit er wel degelijk verschil in de diensten, bijvoorbeeld de service levels die worden geboden. Ik vind het daarom jammer dat in het artikel bij het vergelijken van producten termen als "..terwijl het hetzelfde kan.: worden gebruikt,
Ik vind het verstandig om te kijken wat je wilt bereiken en dan kijkt of het het lokaal wilt blijven draaien of wilt uitbesteden in de cloud en zelfs dan nog is de keuze lastig als je op de details van de verschillende diensten duikt.
infoatwebrpuntnl | 20 april 2010 (14:14)
Wat een ongelookflijke bangmakerij van een aantal reacties. Cloud Computing en met name Google Apps is uitermate geschikt voor bedrijven die juist niet alles zelf willen doen en zich met hun core business willen bezig houden. Het MKB kan hier wel eens veel profijt juist van gaan hebben. Dat het niet veilig is, is onzin. Je kunt van de diverse leveranciers certificaten of andere garanties voor beveiliging en beschikbaarheid krijgen. Tegen een fractie van de kosten. Daar kun je als MKB-niet tegen op investeren. Op een standaard Microsoft omgeving bespaar je met Google Apps rond de 40%!!
|