Halina Reijn: ‘Als ik groot ben, wil ik producer worden'
Auteur: Daphne van Paassen
|
31-05-2011
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Halina Reijn laat een een internationale filmcarrière varen voor het echte werk: toneelspelen bij Toneelgroep Amsterdam. ‘Wel jammer van de glitter en glamour.'
CV
Wie: Halina Reijn Geboren: 10 november 1975 in Amsterdam Opleiding: Toneelacademie Maastricht (van 1996 tot 1998) Loopbaan: acteur bij De Trust/Theatercompagnie (van 1998 tot 2003), acteur bij Toneelgroep Amsterdam (2002-heden). Daarnaast speelde ze in films als Zwartboek van Paul Verhoeven en Valkyrie (naast Tom Cruise), De eetclub en in de televisieserie In therapie (2010). Ze is regelmatig tafeldame van Matthijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door en ze schrijft columns in het tijdschrift Jan. In 2005 verscheen haar prozadebuut Prinsesje Nooitgenoeg.
Wat wilde je worden toen je tien was?
‘Actrice. Vanaf mijn vierde. Ik weet het, het klinkt absurd. Ongeloofwaardig misschien zelfs. Toch kan ik me niet herinneren dat ik ooit iets anders wilde. De film Annie is geloof ik wel bepalend geweest. Ik was zes. Op de Vrije School deden we veel aan toneel en later had ik toneelles op de vooropleiding in Groningen.'
Wat was in essentie de boodschap van je jeugd? ‘Ik groeide op in een hippiegezin. Ouders allebei kunstenaar. Een groot huis in Wildervank in Groningen met een lap grond eromheen en altijd gasten. Totale vrijheid en grenzeloosheid. Ik en mijn twee zusjes werden als delicate vogeltjes behandeld en uiterst serieus genomen. Concepten als "flink zijn en doorbijten" of "werken voor je geld" heb ik niet meegekregen. Ik snapte heel lang niet dat er een verband was tussen het schilderen van mijn ouders en het geld waarmee we boodschappen deden. "Geld is modder", riep mijn vader altijd.'
Hoe ben je gevormd door je jeugd? ‘Het voordeel van zo'n hippieopvoeding is dat je niet oordeelt en veroordeelt. Ik sta open voor alles en iedereen. Het nadeel is dat je niet bent toegerust voor het praktische leven: een kaartje naar je oma sturen, de kachel laten repareren, naar de tandarts gaan. Ben ik aartslui in. Het idiote is dat ik in mijn werk mega gedisciplineerd ben. Ik ben overal ruim op tijd, ken altijd als eerste mijn tekst uit het hoofd. Alleen, ik doe het niet omdat ik het mezelf opleg, maar omdat ik het zo graag wil. Ik ben eager. Sta te trappelen.'
Wat was je eerste bijbaan?
‘In de Délifrance. Thuis aten we macrobiotisch. Toen ik daar alleen achter die toonbank stond, omringd door vette eier- en tonijnsalades en croissants, kon ik dat goddelijke eten niet weerstaan en heb me kotsmisselijk gegeten. Er hingen alleen bewakingscamera's. De volgende dag werd ik ontslagen. Daarna heb ik nooit meer een normale baan gehad.'
Wat is de meest vormende ervaring in je leven geweest? ‘De dood van mijn vader toen ik tien was. Alle clichés zijn waar: alle zekerheden worden onder je bestaan weggeveegd. Het is de weg naar instant volwassenheid. Hij was superman. Ik het kleine elfje. Het leukste meisje ter wereld. Die verhouding hebben veel meisjes met hun vader. Maar die van mij kon niet meer van zijn voetstuk rollen. Zijn dood heeft mijn manbeeld beïnvloed en mijn carrière. Ik ben sindsdien altijd op zoek geweest naar die constellatie. Het verklaart mijn chemie met mannelijke regisseurs. Ik kon me helemaal uitleveren aan een regisseur. Het kind zijn, de dochter die hem wilde pleasen; alles voor hem wilde doen, op het masochistische af.'
Wat is je talent? ‘Ik ben extreem empathisch. Heb heel weinig ego op het toneel. Ik ben een soort robocop die een regisseur kan besturen. Omdat ik me dus zo volkomen uitlever. Fijn voor regisseurs, maar voor mezelf wat minder. Sinds twee jaar gaat het iets beter. Ik heb een therapeut gevonden met wie ik mijn vader alsnog probeer te onttronen. Zo'n kinderlijke afhankelijkheidsverhouding krijgt iets gênants op je 35e.'
Welke fout was essentieel voor je loopbaan?
‘Ik heb een keer gewerkt met een vrouwelijke regisseur bij wie ik van tevoren al wist: dit wordt niets. Ik kan niet tegen vaagheid. Acteren is al zo'n vage bezigheid die je zo kwetsbaar maakt. Al die emoties die je de hele tijd etaleert. Je moet een stevige regisseur hebben die dat opvangt. Die weet wat hij wil. Sindsdien doe ik niets als ik de regisseur niet zie zitten. Ik luister naar mijn intuïtie.'
Kwam het ook omdat ze een vrouw was en je dus niet in je dochterrol kon stappen? ‘Dat zal er zeker mee te maken hebben gehad, al heb ik ook geweldig gewerkt met vrouwelijke regisseurs. Maar vrouwen zijn wel vaker vager dan mannen.'
Op welk cruciaal moment heb je mazzel gehad? ‘Ik zat in het tweede jaar van de toneelschool toen ik op tv Theu Boermans hoorde zeggen dat hij nog een jonge actrice zocht voor de rol van Ophelia in Hamlet. Ik schreef een brief en verscheurde die dezelfde avond nog. De volgende morgen had ik een auditie voor iets anders waar hij tegenspel gaf. Ik vond het geweldig dat ik hem in levenden lijve had ontmoet, liep in de wolken het castingbureau uit toen hij achter me aankwam en vroeg of ik wilde auditeren voor Ophelia. Ik kreeg de rol, hij plukte me weg van school en bood me een vast contract bij De Trust. Dat was echt mazzel. Maar ik heb veel van die mazzelmomenten gehad.'
Waaraan is je status af te lezen?
‘Pfff. Ik heb me wel een plek verworven binnen Toneelgroep Amsterdam. En terecht. Ik heb goddomme een hele filmcarrière laten schieten voor ze. Het is tegenwoordig niet meer te combineren. Vroeger speelde je zes weken een stuk. Dan kon je er daarna nog tussenuit voor filmopnames. Nu spelen we drie stukken tegelijk. Ook in het buitenland. Ik kan eigenlijk niet meer weg. Het is film of toneel. Ik doe nog wel film, maar het is echt erbij. Jammer van de glitter en glamour die kleven aan film. Iedereen kent je. Je verdient veel meer geld. Maar toneel gaat zo veel dieper. Ik kan gewoon met een van de tien beste regisseurs werken ter wereld (Ivo ten Hove, DvP). Daar kan geen wereldroem tegenop.'
Ben je bijgelovig? Heb je rituelen? ‘Nee! Heel veel acteurs hebben geluksparafernalia. Kistjes met persoonlijke spulletjes die voor de voorstelling worden uitgespreid op speciale kleedjes. "Toi toi toi" - doe ik ook niet aan. Ik ben wel gelovig. Alles is meant to be. Daarvan ben ik overtuigd.'
Door wie? ‘Door godje natuurlijk.'
Wat kun je altijd nog worden? ‘Als ik groot ben - dat is nu eigenlijk - wil ik producer worden. De filmwereld is een mannenwereld. Regisseurs en producers - het zijn heel vaak mannen. En zij bepalen wat er gebeurt. Acteur is een dienend beroep. Ik ben er goed in, maar ik wil ook mijn stempel drukken, bepalend zijn. Ik hoop op korte termijn mijn eigen productiebedrijf te starten.'
Fotografie: Duco de Vries
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Asphodelus | 5 juni 2011 (17:59)
[Door wie?
‘Door godje natuurlijk.']
Jammer van dit antwoord natuurlijk, maar verder iemand die goed bezig is en die stof voor 'n leuk interview heeft gevormd.
|
|