Schaatser Carl Verheijen: 'Mijn eerste baan moet ik nog krijgen'
Auteur: Alex Beishuizen
|
08-02-2011
|
Mail dit artikel
Zijn succesvolle schaatscarrière kwam ten einde toen hij zich een jaar geleden niet plaatste voor de Olympische Spelen in Vancouver. Na een intensieve oriëntatie op een maatschappelijke carrière weet Carl Verheijen nu welke kant hij op wil. 'Ik heb deze week voor het eerst een cv geschreven.'
CV
Wie: Carl Verheijen Geboren: 26 mei 1975 Opleiding: doctoraal geneeskunde aan de Universiteit Utrecht Loopbaan: 1995-1997 fulltime schaatsen naast studie geneeskunde; 1999 lid Kernploeg van de KNSB; 2002-2010 lid TVM schaatsploeg, onder meer vier keer Nederlands kampioen, vier keer wereldkampioen, twee keer Olympisch brons
Hoe ben je gevormd door je jeugd?
‘Ik kom uit een sociaal nest. Je opdracht in het leven is om goed te doen, om een goed mens te zijn. Verder werden mijn broer en ik best vrij gelaten. We mochten zelf veel bepalen, keuzes maken, bijvoorbeeld of je al in je eentje op de fiets naar school mocht. En ik kon die verantwoordelijkheid ook aan. Mijn vader was leraar, dus wij hadden lange vakanties. Dan gingen we met de caravan, kano's en surfplank mee, zes weken naar Frankrijk. Heerlijk. Ik vind het nog steeds geen straf om te reizen, van huis te zijn. Ook als schaatser reisde ik graag. Ik zie mijzelf ook wel wonen of werken in het buitenland.'
Wat wilde je worden toen je tien was? ‘Het schijnt dat ik gezegd heb dat ik arts wilde worden, maar als kind zeg je elke twee weken iets anders. Ik was daar nooit zo mee bezig. '
Wat was je eerste baan? ‘Die moet ik nog krijgen. Stel je voor: ik heb deze week voor het eerst een cv geschreven. Als kind heb ik wel veel bijbanen gehad. Mijn eerste paar schaatsen heb ik verdiend met bollen pellen bij een boer in de buurt. Er moest thuis wel gewerkt worden als je iets wilde bereiken of verdienen.'
In welke periode is je karakter het meest gevormd?
‘Dat was op mijn twintigste. Ik was samen met mijn vader aan het klussen in het huisje van mijn ouders in Frankrijk. Mijn vader kreeg bij een ongeluk drie zware dakplaten op zijn hoofd. Hij moest naar het ziekenhuis en ineens had ik de verantwoordelijkheid en de zorg, in een vreemd land met een vreemde taal. Na anderhalve dag mocht hij het ziekenhuis verlaten, maar ik moest wel voor hem zorgen en hem naar Nederland brengen. Daar leerde ik verantwoordelijkheid nemen, een grote stap voor me. Misschien was dat ook wel het moment dat ik besloot om fulltime schaatser te worden. En ik herinner me natuurlijk het moment dat ik voor het eerst wereldkampioen werd, op de 10 kilometer op het WK Afstanden in Salt Lake City in 2001. Dat was het bewijs van de juiste keuze.
Wat is je talent? ‘Ik kan heel goed naar mijn lichaam luisteren, ik weet wat het kan en kan er het maximale uithalen. Daarnaast ben ik eigenwijs en heb ik een groot doorzettingsvermogen. Ik heb niet superveel schaatstalent, was nooit de sterkste in het krachthonk of de snelste bij trainingen op de fiets. Ik heb niet het talent van een Sven Kramer.'
Wat ben je net niet geworden? ‘Europees Kampioen Allround in 2004. Dat is het enige toernooi dat ik had moeten winnen. Ik was dat seizoen de beste allround schaatser in Nederland. Maar Mark Tuitert reed dat toernooi een geweldige 5 kilometer waardoor ik uiteindelijk als tweede eindigde.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg ‘Bij mijn afscheidsetentje als schaatser kreeg ik van Willem Seves, de man die altijd mijn schaatsschoenen maakte, het boek De hele olifant in beeld van Marja de Vries. Het is een filosofisch, esoterisch boek en het heeft mijn wereld opengezet. Het heeft me rust en vertrouwen gegeven. Een moeilijk boek, maar zeer de moeite waard.'
Wat heb je nagelaten vanwege je partner?
‘Het is andersom. Dankzij Andrea (Nuyt, zelf oud-schaatsster, AB) heb ik de laatste vier jaar van mijn carrière maximaal van de sport kunnen genieten. We hebben twee dochters van vier en vijf, maar ik kon me volledig op het schaatsen richten en was dus veel van huis. Er zijn niet veel vrouwen die dat hun man gunnen. Andrea kent het schaatsen en weet wat het van je vergt. Dankzij haar heb ik er het maximale uit kunnen halen. Gelukkig konden we veel contact hebben via internet, skype, en was Andrea er vaak met de kinderen als ik ergens in Europa op trainingskamp was. Ik heb een topvrouw.'
Zonder mazzel geen succes: op welk cruciaal moment in je carrière heb je mazzel gehad?' 'Mazzel is misschien dat ik relatief weinig blessures heb opgelopen. Maar verder heb ik nooit gehad dat er iemand viel of een valse start maakte waardoor ik kampioen werd of zo. Ik had wel wat vaker mazzel willen hebben, maar dat wil iedereen.'
Op wiens carrière ben je jaloers? ‘Ik had graag Olympisch kampioen willen worden. In dat opzicht ben ik best jaloers op mensen als Sven Kramer, Jochum Uytdehaage en Gianni Romme. Maar ik zag wel altijd kans om op het podium te rijden. Dat kan ik nu in alle rust zeggen. Een jaar geleden toen ik me niet wist te plaatsen voor de Olympische Spelen was dat wel even anders.'
Ben je bijgelovig? Heb je rituelen?
‘Nee, daar moet je als topsporter afstand van nemen, want elke situatie is weer anders. Dingen precies hetzelfde doen, omdat je succes had toen je dat deed, dat werkt niet. Als je een prestatie precies wilt herhalen, word je niet beter. ‘
Heb je ooit een kruiwagen gehad? ‘Toen ik stopte met schaatsen kreeg ik meteen zeven of acht banen aangeboden. Uiteindelijk zat mijn ideale baan daar niet bij. Ik ben me nog aan het oriënteren. Heb allerlei snuffelstages gelopen, bij de politie en de KNVB. Nu weet ik dat ik iets wil met sport en geneeskunde, want daar ligt mijn deskundigheid. Een paar jaar managementervaring opdoen bij een organisatie en ondertussen misschien een mba-opleiding volgen. Eerst veel leren, hard werken en dan verder kijken.'
Welke maatschappelijke ontwikkeling heeft een grote rol in je leven gespeeld? ‘De komst van commerciële schaatsploegen. Omdat je een goed inkomen hebt, hoef je als schaatser minder snel te stoppen en de overstap naar het maatschappelijk leven te maken. Ik kon op mijn vierendertigste nog persoonlijke records rijden. Voordien was dat onmogelijk.'
Wat is je imago?
‘Serieus en nadenkend. Dat imago heb ik in de media opgeplakt gekregen, omdat ik ben afgestudeerd terwijl ik schaatste. Als sporter was ik ook serieus, dus dat imago klopt ook deels. Sommige mensen zullen me als sporter misschien zelfs saai vinden, maar dat vind ik niet erg. In het echte leven ben ik dat niet.
Waar droom je van? ‘Van een biertje in Le Forperet. We hebben een huisje in de Franse Alpen, in La Plagne. Na een dag intensief skiën sluiten we meestal af met een drankje in het restaurantje Le Forperet, bovenop de berg. Het uitzicht, de bergen. Dat is genieten. En verder hoop ik binnenkort weer iets met dezelfde passie te gaan doen als in de afgelopen vijftien jaar.'
Fotografie: Duco de Vries
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|