Liesbeth van Tongeren: 'Voor het grote geld heb ik nooit gekozen'
Auteur: Florentine van Lookeren Campagne
|
15-09-2010
|
Mail dit artikel
Meegaan op een actieschip, dat is de beste secundaire voorwaarde die Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren had bij Greenpeace. Bij de selectie van een baan was geld sowieso geen criterium. 'Ik ben in bepaalde periodes van mijn leven behoorlijk arm geweest.'
Wie: Liesbeth van Tongeren Geboren: 31 maart 1958 Opleiding: internationaal recht (1983) Loopbaan: 1984-1992 diverse baantjes in Australië, onder meer directeur van een organisatie in Australië die zich inzette voor daklozen en vluchtelingen en mede-eigenaar van boekhandel Alice's; 1994-1997 directeur van een Haagse vrouwenopvang; 1998-2001 senior-projectadviseur Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam; 2001-2003 directeur Sociale Zaken gemeente Purmerend; bestuurlijke functie Women on Top; 2003-2010: directeur Greenpeace, sinds juni 2010 Tweede Kamerlid voor GroenLinks.
Hoe bent u gevormd door uw jeugd?
'Ik groeide op in een gezin waar verwacht werd dat je wat werkte, maar dat je vooral moeder en vrouw zou zijn. Mijn opa en oma waren arbeiders, mijn ouders waren verpleegster en leraar aan de lts. Mijn broer geeft Engels op een vmbo. Ik was de enige van alle neefjes en nichtjes die ging studeren. Mijn verwachtingen zijn langzaam verschoven. Ik ben wat meer gaan doen dan drie ochtenden in de week lesgeven. Mijn ouders waren enorm trots, maar ze vonden het ook vreemd: hoe kan het dat wij in ons nest er zo eentje hebben? Dat merkte ik ook toen ik Kamerlid werd. Buren komen wel eens bij hen langs om te vertellen dat ze me op tv gezien hebben. De functie heeft enorme status en "Lies van Gert en Gré" mag dat nu doen.'
Wat was uw meest opmerkelijke bijbaan? ‘Volksdansles geven aan kinderen op de camping. De laatste jaren van mijn middelbare schooltijd gingen we met een groep naar camping De Potten, bij Sneek, om te werken. Ik heb daar ook zeilwedstrijden georganiseerd, zonder te kunnen zeilen. Ik ben theatertechnicus geweest bij onder andere Adelheid Roosen, en ik heb achter de lopende band gewerkt bij de Bloedtransfusiedienst. Mijn eerste baan was bij Slagerij Bleumer, op zaterdag, toen ik zestien was. Ik heb altijd bijbaantjes gehad. Op het moment zelf denk je: had ik maar rijke ouders, want dan was ik nu vrij. Nu zie ik het als een zegen dat ik al die verschillende mensen heb leren kennen.'
Wat was de belangrijkste beslissing die u heeft genomen in uw leven? ‘Je neemt steeds weer belangrijke beslissingen. En meestal denk je drie jaar later: zó belangrijk was het nou ook weer niet. Ik weet nog dat ik op de bank na zat te denken over de beslissing om me kandidaat te stellen voor GroenLinks en dat mijn vriend zei: "Je hebt allang besloten, je hebt hier hartstikke veel zin in. Ga nou maar je brief schrijven." En ik dacht zelf dat ik nog aan het afwegen was. Vaak heb je al het gevoel dat je het een of het ander wilt doen. Dan zoek je daar rationele argumenten bij en als je geen sterke tegenargumenten vindt is het goed. Mijn toenmalige vriend vroeg me na mijn afstuderen of ik mee wilde naar Australië. Ik had daar een enorm gevoel van lichtheid en opluchting bij. In Nederland was het allemaal kommer en kwel. Hoge werkloosheid, de atoombom zou vallen. Ik heb nog wel gedacht: wat zullen mijn ouders zeggen, en al mijn vrienden zitten hier en daar ken ik niemand. Maar ik had al besloten dat ik dit veel liever deed dan in Nederland zitten met een uitkering.'
Welke fout was essentieel voor uw loopbaan?
‘Ik werd directeur Sociale Zaken van de gemeente Purmerend een paar maanden voor de verkiezingen waarin de LPF heel groot werd. Ik had de functie mede gekozen vanwege het goede gesprek dat ik had gehad met de PvdA-wethouder. Ik heb me onvoldoende gerealiseerd dat die verkiezingen heel anders konden uitpakken. De wethouder van Leefbaar Purmerend die uiteindelijk mijn baas werd, was een heel aardige man, maar hij had geen kaas gegeten van politiek. Ik wilde hem steunen, maar dat werd steeds moeilijker. Het derde jaar dat ik er werkte zag ik de advertentie van Greenpeace in de krant. Ik heb gesolliciteerd, hoewel ik eigenlijk vond dat het te vroeg was om weg te gaan. Als ik het beter met die wethouder had kunnen vinden had ik dat niet gedaan. Bij Greenpeace heb ik heel veel geleerd op gebied van communicatie en strategie en ik heb me er uitstekend op mijn plek gevoeld.'
Zonder mazzel geen succes: op welk cruciaal moment in uw carrière heeft u mazzel gehad? ‘Ik heb mazzel gehad met een heleboel dingen. Ik werkte bij de gemeente Amsterdam en men vroeg mij of ik voor een of ander project eens wat media-aandacht kon genereren. Een uur later belde een journalist, hij had nog een onderwerp nodig voor een bijlage. Later kreeg ik allemaal complimentjes dat ik dat zo snel geregeld had, maar ik had eigenlijk alleen de telefoon opgenomen. Ik had ook mazzel dat ik een vader had die blind in me geloofde en me altijd heeft aangemoedigd. Een ander meisje van twaalf had misschien te horen gekregen: de mavo is goed genoeg voor ons.'
Heeft je partner je visie op je leven veranderd? ‘Ik heb mijn partner op mijn zesendertigste ontmoet. Dan ben je al wat meer gevormd. Hij heeft de culturele wereld voor mij geopend. Voordat ik hem kende, ging ik soms naar muziek, maar vooral naar lezingen en debatten. Nu ga ik veel vaker naar toneel. Dan ben ik één avond niet Liesbeth van Greenpeace of Liesbeth van GroenLinks, maar de vriendin van Martin. Daar spreek ik mensen die heel andere dingen belangrijk vinden dan in het natuur- en milieuwereldje.'
Wat is je beste secundaire arbeidsvoorwaarde?
‘Bij Greenpeace ben ik twee keer mee geweest op een actieschip. Dat was een geweldige secundaire arbeidsvoorwaarde. Zowel hier als bij Greenpeace heb ik direct toegang tot enorm veel kennis. De beleidsmedewerkers hier weten meer dan tien nieuwe Kamerleden kunnen vragen. Voor het grote geld heb ik nooit gekozen. Ik ben in bepaalde periodes van mijn leven behoorlijk arm geweest. Toen mijn zoontje geboren werd werkte ik 27 uur per week in een opvanghuis voor vrouwen. Mijn salaris ging bijna helemaal op aan kinderopvang. Bij de gemeente Amsterdam verdiende ik denk ik ongeveer anderhalf keer modaal. "We kunnen je echt niet meer betalen", zeiden ze. Ik wist niet hoe ik de glimlach van mijn gezicht moest halen. We konden weer rustig uit eten.'
Wanneer heeft u voor het laatst om uzelf gelachen? ‘Voortdurend! Het is een enorme hulp in het leven als je jezelf kunt relativeren. Radio 1 belde me laatst of ik over vijf minuten in de uitzending wilde komen. Ik stond op het punt om de tram te nemen en ik zag mijzelf daar zitten: natgeregend, met allerlei mensen om mij heen die zich ermee zouden gaan bemoeien, live op Radio 1. Ik heb een taxi genomen.'
Fotografie: Rogier Maaskant
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Probeer niet te veel te beheersen. Op mijn negenentwintigste was ik oprichter en directeur van een centrum voor slachtoffers van seksueel geweld. De media schreven allerlei onaardige dingen over ons. "Sinds de komst van het centrum van mevrouw Van Tongeren is het aantal slachtoffers alleen maar toegenomen." Ja, omdat wij ze hielpen met de aangifte. Ik wilde voorkomen dat we ooit weer onder vuur kwamen te liggen en ging allerlei probleemscenario's en oplossingen bedenken. Mijn collega zei: "Laat het los. Blijf gewoon de dingen doen die je wilt doen en verlies je doel niet uit het oog."'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|