Mirjam de Blécourt: 'Helemaal eigen wordt dat mannengedrag nooit'
Auteur: Florentine van Lookeren Campagne
|
01-09-2010
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Vrouwen moeten zich kunnen opstellen als mannen, zegt arbeidsrechtadvocate Mirjam de Blécourt. 'Niet alleen achter hun bureaus blijven zitten en zaken uitzoeken, maar de gang op gaan. Voor ons is netwerken aangeleerd gedrag. Vrouwen moeten dat leren.'
Wie: Arbeidsrechtadvocate Mirjam de Blécourt Geboren: 8 maart 1964 Opleiding: studie civiel en fiscaal recht Leiden Loopbaan: advocaat-stagiaire bij Baker & McKenzie (1990), advocaat-medewerker (1993), partner (2000). Lid bestuur Baker & McKenzie (2003-2007) Lid bestuur Women On Top (2007-heden), lid bestuur Arbo Unie (2004-heden), Lid bestuur Het Concertgebouw Fonds (2007-heden), Voorzitter Female Cancer program (2009-heden), bestuurslid Festival Classique Den haag (2009-heden).
Wat wilde u worden toen u tien was?
‘Kinderrechter. Rechter lijkt me nog steeds een mooi beroep. Het doorvlooien van dossiers zou mij ook passen, maar het "kinder"-gedeelte... Nu ik zelf kinderen heb, lijkt dat me te zwaar. Al die uithuisplaatsingen. Ik zou er wakker van hebben gelegen. Ik lig nu niet wakker van mijn werk. Dat is prettig. Ik doe wat het beste is voor alle partijen. Ik zorg bij een ontslagzaak dat er een goed sociaal plan komt, dat een reorganisatie niet te lang duurt. Dat is voor de werknemers ook fijn. Bij een uithuisplaatsing kun je het eigenlijk nooit goed doen.'
Hoe bent u gevormd door uw jeugd? ‘Ik kom uit een heel hechte familie, twee zusjes en een broertje. Ooms en tantes woonden dichtbij. Ik heb een heel vrije lagere school bezocht, de Kees Boeke school in Bilthoven. Ik zat er in de klas met kinderen met wie ik anders misschien niet in aanraking was gekomen. Ik heb er een heel open blik aan overgehouden. Mijn middelbare school, het Nieuwe Lyceum, was veel meer een keurslijf. Honderd regeltjes hadden de kinderen over wat je mocht dragen. Een zwart t-shirt kon bijvoorbeeld niet. Tot op de dag van vandaag heb ik er profijt van dat ik in beide groepen heb gezeten.'
Wat is uw talent?
‘Ik kan mensen enthousiast maken voor van alles. Ik vind mijn werk heel erg leuk. Dat kan ik overbrengen op cliënten. Ik ben ook positief ingesteld. Ik zie de humor van veel dingen in. Dat houdt het werk luchtig en het aansturen van mensen ook. Je bent met grote zaken bezig, met grote belangen. Als je samen hard werkt, moet je ook samen kunnen lachen. We hebben allemaal een gezonde dosis zelfspot, maken vaak grappen over onszelf. En we maken het gezellig. Zo hebben we samen de kwartfinale voetbal gekeken in Oliver's, de kroeg onder ons kantoor.'
Welke maatschappelijke ontwikkeling heeft een belangrijke rol gespeeld in uw carrière? ‘De vrouwenemancipatie. Ik heb samen met Heleen Mees en Mike Jansen, tot voor kort voorzitter van Baker & McKenzie Amsterdam, een wet geschreven om streefcijfers voor vrouwen in Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen te krijgen. Die wet is nu door de Eerste Kamer aangenomen. Ik vind het vooral leuk dat ik een man enthousiast gemaakt heb om aan de wet mee te schrijven. Vaak staan we als vrouwen voor zalen vol vrouwen te praten over de vrouwenzaak, terwijl we juist ook de mannen moeten overtuigen.
Vrouwen moeten zich kunnen opstellen als mannen. Niet alleen achter hun bureaus blijven zitten en zaken uitzoeken, maar de gang op gaan. Naar borrels gaan. Bestuurtjes doen. Wij vrouwen zien daar niet zo snel het nut van in. Voor ons is netwerken aangeleerd gedrag. Vrouwen moeten dat leren. Maar als je dat eenmaal doet, zie je dat het leuk is.
Helemaal eigen wordt dat mannengedrag nooit. Het is een feit dat ik partner ben bij het grootste advocatenkantoor ter wereld. Mannen zouden dat zo zeggen. Ik zeg liever: "Ik ben partner op een advocatenkantoor".'
Het beste advies dat ik ooit kreeg ‘In het begin van mijn carrière werkte ik samen met Christine Lagarde. Zij werd de eerste vrouwelijke voorzitter van Baker & McKenzie en is nu minister van Financiën in Frankrijk. Aan haar zag ik dat het kon: een leuke vrouw blijven, leuke kinderen krijgen. Je hoeft niet alles in te leveren om iets te bereiken.'
Wat was uw beste ‘nee'?
‘Ik heb nee gezegd tegen de kritiek die anderen hebben op de manier waarop ik mijn leven leid. Vriendinnen en familie zeiden me: "Waarom werk je, je hebt toch een man met een baan? Zo komt er niets van je kinderen terecht." Ik zei: "Laten we over tien jaar nog eens kijken." Nu zijn we tien jaar verder en mijn twee zoons doen het prima. Ik houd mijn weekend vrij om leuke dingen met hen te doen en zie hen regelmatig ook doordeweeks. En ik ga af en toe met de een of de ander een weekendje weg. Een beetje zoals mannen met hun kinderen omgaan. Zo doet mijn man het ook. In de tussentijd is er familie, en hulp. Veel hulp. Ik denk dat het onverstandig is om daarop te bezuinigen.
Je kunt wel thuis willen blijven omdat ze zo klein zijn, maar vóór je het weet zitten ze op school. Dat realiseer je je niet als je jong bent. Dan denk je: hoe kom ik die periode door? Maar voor je het weet zijn je kinderen aan het werk en zit je zelf thuis. En dan komen ze ook niet bij je thuis zitten. Dat is een beetje het leven.'
Zonder mazzel geen succes. Wanneer heeft u mazzel gehad? ‘Is dat zo, zonder mazzel geen succes? Zonder hard werken geen succes. Om naar de top te komen heb ik behoorlijk hard gewerkt. Ik heb op school hard gewerkt. Ik heb hard gestudeerd. Ik ben gewoon consciëntieus. Niemand die aan de top zit is dat niet. Je moet een soort gedrevenheid hebben, en het leuk vinden wat je doet. Dan heb je helemaal geen mazzel nodig. Alleen om gezond te blijven. Dat wel.'
Wat was de meest vormende ervaring in uw leven? ‘Dat mijn vader een hartinfarct kreeg toen hij 38 was. Hij heeft het overleefd. Ik was dertien jaar. Je beseft: de wereld is niet maakbaar. Je kunt wel plannen en hard werken, maar het loopt zoals het loopt.'
Hoe verhoudt zich dat tot uw vorige antwoord? ‘Ik denk dat je hard moet werken voor succes, maar dat het ook anders kan lopen. Je moet dankbaar zijn voor wat je gegeven is en van de dingen die je overkomen moet je iets positiefs maken. "Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht."'
Aan wat is uw huidige status af te leiden?
‘Aan niets. En dat wil ik graag zo houden.'
In wat voor auto rijdt u? ‘Een cabrio. Maar niet voor de status. Wel omdat ik heel ver moet rijden voor mijn werk. En omdat ik snel wil zijn. Maar ik parkeer hem niet buiten en ik ga geen extra rondjes rijden door het dorp en ik ga net zo makkelijk met de trein. Als je iets alleen voor de status doet, geniet je er niet van. Aan bezit is niet af te lezen wie je bent.'
Fotografie: Martin Dijkstra
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Co Stuifbergen | 29 september 2010 (13:55)
... Naar borrels gaan. Bestuurtjes doen. Wij vrouwen zien daar niet zo snel het nut van in. Voor ons is netwerken aangeleerd gedrag. ...
Dit geldt voor veel mannen ook. Die solderen liever, of knutselen aan hun computer, of poetsen hun racefiets. Toch?
|