Google-directeur: ‘Ik geloof niet in geluk’
Auteur: Kim de Vries |
30-06-2010
| Reacties: 3
|
Mail dit artikel
Hij denkt dat het goed is dat hij in het bedrijfsleven is beland. En zijn baan bij Google is de leukste die hij tot nu toe heeft gehad. Toch hoopt Erik de Muinck Keizer ooit nog iets te doen met zijn studie internationale betrekkingen en volkenrecht.
Wie: Erik de Muinck Keizer Geboren: 30 oktober 1971 Opleiding: Internationale betrekkingen en volkenrecht, Universiteit van Amsterdam Loopbaan: - 1998-2000 management trainee bij Lucent Technologies; - 2000-2004 business development manager bij Avaya; - 2004-2007 senior account manager bij BMC software; - 2007-heden Google, sinds 2008 country manager benelux voor de Enterprise-tak, de zakelijke markt.
Wat wilde u worden toen u tien was? ‘Ik denk dat ik mijn vader wilde opvolgen en ondernemer wilde worden. Hij had een handelshuis dat producten importeerde uit Italië en Duitsland. Dat vond ik heel spannend. Ik weet nog goed dat ik hartje winter een T-shirt aan wilde met daarop het logo van het bedrijf van mijn vader. Maar dat mocht niet van mijn moeder, omdat het te koud was. Toen ben ik net zo lang in bed blijven liggen totdat zij toegaf en ik het T-shirt over mijn trui mocht dragen. Ik liep er natuurlijk als een idioot bij op school.’
Fotografie: Duco de Vries
Hoe bent u gevormd door uw jeugd?
‘Mijn moeder is op jonge leeftijd overleden. Dat heeft mij gevormd als mens. De Italianen zeggen dat een man volwassen wordt op het moment dat zijn moeder wegvalt. Ik heb een sterke overlevingsdrang, de wil om er wat van te maken. Dat komt denk ik voort uit het idee “ik moet het nu zelf doen”. Dat verantwoordelijkheidsgevoel draag ik als een jas. Ik heb bovendien van mijn ouders meegekregen dat je er altijd uit moet halen wat erin zit en moet doen wat je leuk vindt. Dan kun je tot grote hoogte stijgen. Als ik naar mijn studietijd kijk, heb ik die laatste boodschap wat letterlijk genomen. Ik heb heel veel gereisd, heb in het buitenland gestudeerd en stage gelopen. Ik heb mezelf veel vrijheid gepermitteerd om mijn eigen weg te zoeken.’ Wat was uw meest opmerkelijke bijbaan? ‘Dat zijn er verschillende geweest. Ik heb een zomer lang in de bouw gewerkt en daken vervangen, maar ook gloeilampen ingepakt in een gloeilampenfabriek. Niet heel spannend. Maar het meest waardevol is mijn bijbaan geweest tijdens mijn studententijd. Ik was manager in een callcenter, één van die irritante mensen die ’s avonds bellen om te vragen of je financiële huishouding wel op orde is en het geen tijd is voor wat aanvullende verzekeringen. Ik heb toen geleerd om mensen te overtuigen om iets te gaan doen. Maar ook geleerd om mensen aan te nemen en te ontslaan.’
Zonder mazzel geen succes; op welk cruciaal moment in uw carrière had u geluk?
‘Mensen in mijn omgeving zeggen wel eens dat ik veel geluk heb. Maar daar geloof ik niet zo in. Geluk dwing je op de een of andere manier af. Je kunt geluk hebben, maar ik denk niet dat het zomaar op je af komt. Net als intuïtie komt het volgens mij voort uit een samenraapsel van ervaringen die in je onderbewuste zitten. Dat betitel je op een gegeven moment als intuïtie, maar ik geloof dus meer dat het ervaring is. Het klinkt als een cliché, maar ik prijs mijzelf gelukkig dat ik gezond ben en kan doen wat ik doe. Dat je kunt blijven genieten van de dingen om je heen, is niet iets wat je afdwingt.’ Op welk moment had je leven een andere wending kunnen nemen? ‘Als ik niet zo geduldig was geweest tijdens mijn sollicitatieprocedure bij Google. Ik had op dat moment drie sollicitaties lopen en heb de andere twee in de wacht gezet. Bij Google heb ik twaalf sollicitatierondes moeten doorlopen in een periode van vijf maanden. Dat vraagt om veel doorzettingsvermogen. Op een gegeven moment vraag je je wel af of het aan jou ligt dat ze zoveel gesprekken nodig hebben. Als ik er niet op had vertrouwd dat ik geschikt was voor de functie, had ik hier nu niet gezeten. En dit is de leukste baan die ik ooit heb gehad. Ik heb een vrije rol en kan bijna als zelfstandig ondernemer werken. Wij opereren in Nederland natuurlijk onder de internationale Google-vlag, maar mogen bijna alles lokaal invullen. En, niet onbelangrijk, ik heb heel veel lol hier.’
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Ik heb van mijn ouders geleerd om altijd in het diepe te springen. Bij Google heb ik daar veel aan gehad. Spreken in het openbaar was nooit mijn sterkste punt, maar toen ik hier twee weken in dienst was, moest ik tijdens een evenement vijfhonderd mensen toespreken. Ik ben gewoon maar gegaan. Nu ben ik niet anders gewend. Je kunt wel in het pierenbadje blijven zitten, maar daarmee kom je nooit verder in het leven.’
Op wiens carrière bent u jaloers?
‘Op mensen die een briljant idee hebben en dat weten om te zetten in een succesvol bedrijf, zoals de bedenkers en oprichters van Google, Facebook en Twitter. Daarbij vinden andere mensen ook nog dat het idee waarde toevoegt: het zoeken op internet wordt betaald door onze adverteerders, maar het grootste gedeelte van de wereldbevolking is er blij mee. Het is de grootste democratiseringsslag in het zoeken naar informatie ooit in de geschiedenis van de mensheid. Twitter vind ik ook een prachtig voorbeeld. Dat 140 karakters in een berichtje ervoor zorgen dat er wereldwijd op een vrije manier kan worden gecommuniceerd. Dan denk ik wel eens: “Potverdorie, ik wou dat ik dat idee op mijn naam had staan”.’ Wat kan een country manager van Google altijd nog worden? ‘Nou, we hebben hier een prachtige espressomachine, dus ik kan altijd nog terecht in een café. En ja, ik kan inderdaad ook met de biertap overweg, tijdens mijn studententijd heb ik ook achter de bar gestaan. Dat is een geruststellende gedachte. Maar zonder gekheid. Ik sluit niet uit dat ik ooit nog bij een supranationale organisatie terechtkom. Mijn hart ligt nog steeds bij de buitenlandpagina’s van de krant. Als ik in Brussel ben bij de Europese Commissie denk ik ook altijd: hier zou ik wel een steentje aan willen bijdragen. Bijvoorbeeld door het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland te vertegenwoordigen. Maar ik denk dat het goed is dat ik eerst het bedrijfsleven in ben gegaan. Ik geloof dat het makkelijker is om vanuit deze positie bij een overheidsinstelling terecht te komen dan andersom.’
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Erick Koning | 1 juli 2010 (23:11)
Nou Erik, ik lees dat "Spreken in het openbaar was nooit mijn sterkste punt, maar toen ik hier twee weken in dienst was, moest ik tijdens een evenement vijfhonderd mensen toespreken. Ik ben gewoon maar gegaan."
Je had beter kunnen zeggen dat het nog steeds niet je sterkste kant is. Als jij presenteert hoor je minimaal 100 keer Uh Uh. Niet echt representatief voor een globaal bedrijf.
Floris Jan van Meere | 2 juli 2010 (10:40)
Ach Erick
Alle begin is moeilijk , Keizer doet zijn best en volgens mij was in zijn laatste spreekbeurt nog maar 86x uh uh te horen. Er is dus uuh.. progressie geboekt!
Mvg
Floris Jan
Lars | 2 juli 2010 (11:26)
Chique reactie "Erick Koning". Het artikel afspeuren naar de plek waar iemand zich kwetsbaar opstelt en daar dan hard op inslaan. Jammer, was het de opmerking over het pierenbadje? auw
|