De loopbaan van CDA-intellectueel Wim van de Donk
Auteur: Kees Versluis
|
04-02-2010
|
Mail dit artikel
CDA-intellectueel Wim van de Donk is sinds kort commissaris van de Koningin in Noord-Brabant en kreeg daar gelijk de Q-koorts en het burgemeestersdrama in Tilburg over zich heen.
Wie: Wim van de Donk Geboren: 1962 in Veghel Opleiding: Politieke wetenschappen en Bestuurskunde, Nijmegen. Promotie (cum laude) op de rol van ICT in politieke besluitvorming.
Loopbaan:
medewerker Ministerie van Justitie, onderzoeker Universiteit van Tilburg, kwaliteitsbewaker bij het expertisecentrum voor overheidsautomatisering, hoogleraar Maatschappelijke Bestuurskunde in Tilburg, voorzitter WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), commissaris van de Koninging in Noord-Brabant (sinds 1 oktober)
Wat is uw talent?
‘Dat ik me met van alles bemoei en daardoor patronen zie, dingen ga verbinden. Associatief, creatief redeneren; nieuwe combinaties maken. In de breedte zit ook diepte.'
Zonder mazzel geen succes. Wanneer had u geluk? ‘Mijn geluk is dat ik heel goede docenten heb gehad. Mijn lagere school, een nonnenschool, stond nog echt voor kwaliteit: streng en gericht op ambitie, je talenten niet verspillen, je actief inzetten voor de samenleving. Ook op de middelbare school heb ik een fantastische, brede vorming gehad. Het was de tijd dat docenten nog sigaren en pijp rookten in de klas. Ik ben een product van de katholieke emancipatie.'
Wat wilde u worden toen u tien was?
‘Journalist. Omdat ik een neef had die de school voor de journalistiek deed. Toen ik echt moest gaan kiezen, heb ik die school een keer bezocht: zo slecht en eenzijdig links. Ik heb daarna verschillende studies overwogen: diergeneeskunde, maar ik ben niet zo'n bèta, Nederlands en vooral kerkgeschiedenis. Uiteindelijk ben ik politieke wetenschappen in Nijmegen gaan studeren. Inderdaad ook heel links, al was de revolutie al een beetje uitgewoed. Bij het introductiekamp moest ik opgeven of ik vegetariër was. Nee. Zat ik met vijf andere eerstejaars aan de enige tafel voor niet-vegetariërs. We vielen meteen buiten de boot. Ik heb me daar nooit veel van aangetrokken. Ik zat in Nijmegen vanwege de goede hoogleraren zoals Roel in 't Veld.'
Wat was uw meest opmerkelijke bijbaan? ‘Al tijdens mijn middelbareschooltijd had ik voortdurend bijbanen, zoals in de Campina-melkfabriek. Ik moest de vloer onder de melkwalsen schoonboenen. Het ging me niet alleen om de centen; ik vond het leuk om heel andere werelden te leren kennen. Bovenop de pallets met poedermelk had ik hele discussies met gastarbeiders over de islam. Ik vond die bijbaantjes ook interessant vanuit organisatiesociologisch perspectief: hoe werkt hiërarchie? Ik ben altijd bezig met waarnemen, voel me ook nu als commissaris van de koningin soms een antropoloog in bijzondere dienst.'
Wat had u ook kunnen worden? ‘Kerkhistoricus. Ik denk nog steeds wel eens: was de studie kerkgeschiedenis eigenlijk niet leuker geweest? Ik vind zelf onderzoek doen, de hele dag in archieven doorbrengen, heerlijk. Tegen het eind van mijn WRR-tijd heb ik met de gedachte gespeeld weer voltijds hoogleraar te worden, heb daar ook gesprekken over gevoerd. De functie van commissaris van de Koningin kwam onverwacht op mijn pad, ik wist niet dat de vorige commissaris [Hanja Maij-Weggen; red.] van plan was met pensioen te gaan. Het voordeel van deze baan is dat je weinig te maken hebt met de politieke heftigheid van elke dag, je bestuurt op lange termijn. Dat bevalt me: openbaar bestuur zonder de rol van politicus. Ik ben iemand van de inhoud.'
Fotografie: Mieke Meesen
Welke technologische ontwikkeling heeft een grote rol in uw leven gespeeld?
‘Informatie- en communicatietechnologie. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de invloed van ict op het openbaar bestuur, ben daar ook op gepromoveerd. Ict is een mixed blessing want het kan leiden tot hyperbureaucratisering. Met hulp van spreadsheets vol getallen hebben overheden begrotingen en uitgaven volledig transparant gemaakt. Maar besluitvorming krijgt daardoor iets klinisch; alles valt uit te rekenen. Voor je het weet heb je, ook hier in het provinciehuis, precies op orde hoe de wereld moet zijn.
Maar daardoor dreigen politici te vervreemden van de wereld die ze besturen, want die spreken ze veel minder frequent dan vroeger toen ze wel moesten omdat er niet van die mooie cijferoverzichten waren. En als alles op papier zo netjes klopt, sta je bijna automatisch minder open voor de vraag: doen we eigenlijk wel de góéde dingen? Voor die infocratisering moeten we echt oppassen. Ik denk dat de koningin in haar kersttoespraak een punt had: als onze bestuurlijke en sociale contacten voornamelijk via ict lopen, dreigen we van elkaar te vervreemden.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
'"Je moet gewoon doen wat je in de eerste drie seconden voelt", zei Pieter Winsemius tegen me toen ik twijfelde of ik ja moest zeggen op de vraag of ik voorzitter van de WRR wilde worden, voor mij een sprong in het diepe. Natuurlijk moet je kansen pakken als ze voorbij komen, en daar niet te lang over nadenken.'
Wat is uw grootste angst?
Dat we niet op tijd zijn met wat er gebeuren moet in de economie en de ecologie. Ik zie in Nederland een systematische onderschatting van wat er in de wereld aan de hand is: van bankencrisis tot globalisering en het broeikaseffect. Ik maak me ook grote zorgen over de kwaliteit van het onderwijs. We hebben geen zesjescultuur, maar een vijfjescultuur. Iedereen kan de gevolgen daarvan zien aankomen, maar we focussen ons op de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Terwijl onderwijs alleen maar belangrijker wordt; vroeger kon je met de gereedschapskist van je opa nog heel je leven je brood verdienen. Gek om ons zo te concentreren op de laatste twee jaar van de loopbaan.'
Bent u gelovig? Hebt u rituelen?
‘Ik ben gelovig, katholiek. Rituelen? Ik probeer elke avond met muziek af te sluiten. De Benedictijnse spiritualiteit spreekt me aan: concentratie en dagorde. De gevoelsdrukte - de hele dag door allerlei contacten - is in deze baan veel groter dan toen ik bij de WRR werkte. Daarom moet ik mijn momenten van concentratie veel beter organiseren. Dat concentreren is echt belangrijk voor mij, het is al moeilijk genoeg tijd te vinden om twee goede boeken per week te lezen. Daarom heb ik naast het commissarisschap geen betaalde bijbanen. Naast mijn bureau hier staat een tv die de hele dag op pagina 101 van Teletekst staat. Ik overweeg om dat ding weg te laten halen, het is een symbool van de hectiek van de dag. Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik dat toch wel.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|