Ex-schaatser Marnix ten Kortenaar, een spirituele chemicus
Auteur: Kees Versluis
|
25-01-2010
|
Mail dit artikel
Door ziekte en een valpartij op het verkeerde moment werd in de jaren negentig niet Marnix ten Kortenaar Nederlands grote schaatsheld, maar Rintje Ritsma en Falco Zandstra. De gepromoveerde chemicus onderzoekt nu hoe ijs gladder en schaatsen nog sneller kan.
CV
Wie: Marnix ten Kortenaar Geboren: 19 augustus 1970 Opleiding: chemie (Universiteit Leiden), gepromoveerd fysische chemie (TU Delft) Loopbaan: tweemaal Nederlands jeugdkampioen schaatsen (tot 29 jaar), tiende op 5000 meter Olympische Spelen Nagano (namens Oostenrijk), projectontwikkelaar Essent, researcher Friesland Foods, DSM, zelfstandig uitvinder, adviseur en spreker (http://www.drten.nl/) + deeltijddocent TU Delft.
Wat wilde je worden toen je tien was?
‘Schaatser, al was ik me er in mijn puberteit al van bewust hoe moeilijk het was om de top te halen. Voor mij was dat besef reden om nog harder te trainen; het vwo was iets dat ik erbij deed. Ik had de capaciteiten om die top te bereiken, ben twee keer Nederlands kampioen geworden bij de junioren. Op mijn zeventiende kwam ik bij Jong Oranje. Het laatste jaar bij Jong Oranje was ik denk ik de beste van de vijf kroonprinsen, onder wie Rintje Ritsma en Falco Zandstra. Maar bij het eerste Nederlands Kampioenschap was ik ziek, bij het tweede viel ik. Ik kwam niet in de kernploeg. Dat betekende minder geld, minder trainingsfaciliteiten; ik moest het verder op eigen houtje proberen. Toch kijk ik niet terug in frustratie: ik ben trots op wat ik wel heb bereikt: tiende op de vijfduizend meter bij de Olympische Spelen in Nagano.'
Hoe ben je gevormd door je jeugd?
‘Mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was. Scheiden was toen nog lang niet zo gewoon als tegenwoordig. Ik schaamde me, durfde het aan niemand te vertellen. Die scheiding heeft me onbewust erg geraakt. Co-ouderschap bestond toen nog niet: mijn vader zag ik één keer in de maand. Ik denk dat mijn vrouwelijke eigenschappen daardoor in mijn jeugd sterker ontwikkeld zijn dan mijn mannelijke. Voor jezelf opkomen, dat moest bij mij best van ver komen. Misschien dat dat ook een kleine rol gespeeld heeft bij het feit dat ik destijds niet in de kernploeg ben terechtgekomen. Empatischer ben ik er wel van geworden; ik denk dat ik bij anderen snel signaleer wanneer ze het moeilijk hebben.'
Wat was je eerste baan? ‘Aio aan de TU Delft: ik ben gepromoveerd in de fysische chemie. In verschillende banen daarna deed ik ook research. In mijn eigen tijd heb ik daarnaast op schaatsgebied allerlei onderzoeken en uitvindingen gedaan. Speciale gels om ijs nog gladder te maken, snelle coatings op de schaatsijzers en de dikte van ijzers terugbrengen van 1,1 millimeter naar 0,9 waardoor schaatsers aantoonbaar iets sneller worden. In mijn eigen onderzoeksbedrijf Dr. Ten zoek ik ondere andere nog steeds naar manieren om het schaatsen sneller te maken. Er zijn mensen die vinden dat ik de schaatssport daarmee verpest, omdat technologie een te belangrijke rol gaat spelen. Dat begrijp ik niet: technische innovatie houdt de schaatssport juist interessant.
Ik ben nu eigenaar van drie patenten, een voor die dunnere ijzers. Daar word ik overigens niet rijk van. Wedstrijdschaatsers kunnen vrij makkelijk zelf hun ijzers dunner maken. En grote schaatsfabrikanten hebben de dunne schaatsen nog steeds niet in productie genomen, omdat het grote publiek daar volgens hen niet om vraagt. Als ik in een winkel ooit één schaats meet die dunner is dan 0,95 millimeter, dan ga ik ze direct achter de broek zitten.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Marnix, blijf bij jezelf, zei een collega bij Friesland Foods tegen me. Ik heb namelijk de neiging mezelf door mijn enthousiasme in de nesten te werken, door me bijvoorbeeld te veel werk tegelijkertijd op de hals te halen.'
Wat had je ook kunnen worden?
‘Dominee of politicus. Omdat spreken in het openbaar misschien mijn grootste talent is; het is alsof de woorden vanzelf op mijn tong gelegd worden. In een één-op-ééngesprek, bijvoorbeeld zoals nu met jou, voel ik me vaak nerveuzer dan als ik voor een grote groep sta. Met dat spreken verdien ik trouwens steeds meer mijn geld. Ik spreek in kerken, ijsclubs, bij bedrijven. Over schaatsen, wetenschappelijke innovaties, mijn eigen ervaringen.
Ik heb het idee dat ik op dit moment op een tweesprong in mijn leven sta. Bouw ik een echt bedrijf op waar ik partners bij bind of blijf ik spreker en vrije productontwikkelaar in mijn eentje zoals de afgelopen jaren? De enorme carrièredrive die ik vroeger had, heb ik niet meer. Ik vind het leuk om verschillende dingen naast elkaar te doen; vertrouw daarbij op toevalligheden. Zolang ik eten voor mijn gezin heb maak ik me niet druk.'
In welke periode is je levenshouding het meest gevormd? ‘Twee jaar geleden ben ik een kleine maand met een aantal mensen naar Afrika gegaan. Ik heb daar ervaren dat deze wereld daadwerkelijk door een liefdevolle God wordt gestuurd. We verzorgden ernstig zieken. Ik maakte daar heel bijzondere dingen mee: een vrouw die aan het sterven was aan aids, kon binnen een paar dagen weer aan het werk nadat wij hadden gebeden. Ik ben weliswaar christelijk opgevoed, maar lange tijd was ik dat kwijt. Sinds die Afrika-reis heb ik de rijkdom van het bijbelse geloof in volledigheid weer terug mogen krijgen. Ik heb besloten om mezelf zo goed mogelijk voor het heil van anderen in te zetten. Toen ik jong was heb ik me gewijd aan mijn kracht, mijn lichaam. Daarna aan mijn hoofd, de wetenschap. Nu is de tijd voor mijn hart en ziel: anderen motiveren en liefhebben.
Overigens zie ik overal om me heen dat religie, zingeving en ethiek weer mogen. Een blad als Intermediair maakt mijns inziens de fout daar te weinig in mee te gaan, te veel te blijven schrijven over geld en carrière. Ook aan mijn studenten aan de TU Delft merk ik dat de tijdgeest veranderd is: ze willen naar India, de wereld duurzamer en beter maken, spiritualiteit onderzoeken. Toen ik zelf studeerde, hadden studenten het over Akzo, Shell en geld verdienen.'
Wat mogen je kinderen niet worden?
‘Ik hoop dat mijn kinderen lekker mens blijven. Dat hun persoonlijkheid en levenshouding hun wezen vormen, niet hun beroep. Ik ben Marnix, en ik verdien toevallig mijn brood met productontwikkeling en lezingen. In onze maatschappij is je beroep zo'n allesbepalend etiket geworden. Zorg dat je kleur krijgt als mens.'
(fotografie Paul Levitton)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|