De loopbaan van Vera Pauw
Auteur: Hugo Logtenberg
|
18-11-2009
|
Mail dit artikel
Vera Pauw, bondscoach van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal, is de Emancipatieprijs van Opzij toegekend. Pauw: 'Als vrouw moet je eerst presteren, voordat je je inlaat met media.'
Wie: Vera Pauw Geboren: 18 januari 1963, te Amsterdam Opleiding: VWO, Academie Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Amsterdam, CIOS Loopbaan: debuut Nederlands Elftal (1983), stage KNVB, medewerkster meisjesvoetbal, speelt voor Modena (Italië), bij de KNVB als emancipatiemedewerker, medewerker opleidingen, beleidsmedewerker voetbalontwikkeling, vervolgens technisch directeur vrouwenvoetbal en bondscoach Schots vrouwenelftal (1998), diploma coach betaald voetbal, bondscoach Oranje (sinds 2004).
Wat was de essentie van de door u genoten opvoeding?
‘Respect voor ieders eigenheid en hoe daar oprecht mee om te gaan: inhoudelijk maar ook getalsmatig, wat bij een drieling nogal relevant is, want er ontstaat al snel een situatie van twee tegen één. Dan grepen mijn ouders acuut in. Mijn eigenheid was mijn liefde voor voetbal, wat in die tijd uitzonderlijk was. Meisjesvoetbal bestond nog niet.'
Wat was een beslissend moment voor uw carrière? ‘Dat mijn vader op mijn dertiende een dispensatieverzoek aan de voetbalbond [KNVB; HL] stuurde of ik mee mocht doen aan vrouwenvoetbal. Hij schreef: "Ik houd mijn dochter niet meer". Zo kwam ik terecht in het vrouwenelftal van voetbalclub Brederodes in Vianen. Ik was een soort mascotte, werd gejonast als ik had gescoord. Het maakte me niks uit, eindelijk kon ik voetballen. Dat de helft van mijn teamgenoten mijn moeder had kunnen zijn, nam ik voor lief. Ik voelde me ook niet onzeker over mijn fysieke ontwikkeling: borstvorming, schaamhaar. Het was een omgeving van vertrouwen.'
Fotografie: Martijn van de Griendt.
Wat heeft u 10.000 uur gedaan in uw leven?
‘Trainen. Vanaf mijn dertiende trainde ik twee keer per week, liep ik één keer in de week hard voor mezelf en speelde ik met mijn broers op straat. Later kwamen de nationale selecties en de bondstrainingen. Op mijn eenentwintigste werd ik international.'
Wanneer heeft u het meest aan u zelf getwijfeld? ‘Op het vwo in Utrecht. Daar ging het mis. In de eerste pauze wilde ik gaan voetballen, maar mijn medescholieren gaven me direct te kennen dat meisjes dat niet deden. Meisjes zaten langs de kant, passief te zijn. Toen begon het inperken. Dat merkte ik in de klas, bij gym, waar we gescheiden les kregen. Voortdurend werden de verschillen benadrukt. Onze gymles was totaal niet dynamisch, terwijl de jongens in het lokaal boven ons alles uitprobeerden. Daardoor werd ik een meisje dat buitenshuis stil in een hoekje zat en zich alleen op het voetbalveld kon uitleven. Ik was het grootste deel van de tijd bezig iemand anders te zijn, vertoonde steeds meer sociaal wenselijk gedrag. Na zes jaar kwam ik op de Academie voor lichamelijke opvoeding in Amsterdam opeens in aanraking met andere meiden die ook weer zichzelf konden zijn en opleefden.'
Wat was de grootste worsteling in uw loopbaan?
‘Dat ik als speelster een relatie kreeg met de bondscoach, Bert van Lingen. Daar ging een proces van jaren aan vooraf. Eerst stond hij op grote afstand en hoogte als coach, vervolgens werden we collega's bij de KNVB waar ik stage liep en we een kamer deelden. Zelf ontdekte ik net dat we verliefd waren, mijn broers voelden dat al lang, maar waren sceptisch. Bert is veel ouder dan ik. Het was een eenzame periode, ik kon mijn worsteling met niemand delen. Doorslaggevend was dat ik merkte dat ik Bert dingen vertelde die ik nog nooit aan iemand had verteld. De reacties van de andere speelsters vielen uiteindelijk erg mee. Die hadden het al lang door.'
Wat heeft u nagelaten vanwege van uw partner? ‘Mijn carrière bij de KNVB, toen Bert als assistent van Dick Advocaat mee kon naar Glasgow Rangers. We waren net in Schotland toen ik werd benaderd om bondscoach en technisch directeur vrouwenvoetbal bij de Schotse bond te worden.'
Wat was uw beste secundaire arbeidsvoorwaarde? ‘Dat ik met behoud van uitkering stage kon lopen bij de KNVB. Ik was afgestudeerd en er was geen werk. Toen heb ik bij de Sociale Dienst gezegd: "Laat me stagelopen bij de KNVB want daar ga ik een baan krijgen." Dat vonden ze wel een goed idee. Van de KNVB kreeg ik een leaseauto dus uiteindelijk had ik prima secundaire arbeidsvoorwaarden.'
Wat is de meest ingrijpende ervaring in uw leven geweest? ‘Het ongeluk waarbij één van mijn drielingbroers werd geschept en tussen de wielen van de auto terechtkwam. Het gebeurde voor mijn ogen. Ik dacht dat hij dood was. Die angst heeft me nooit verlaten. Het is de reden dat ik zelf geen kinderen wilde. Er was niets in mij dat de uitdaging van het krijgen van een kind en het opvoeden durfde aan te gaan. Ik merkte in de periode dat ik over kinderen nadacht, ik alleen maar aan ongelukken, verdrinken en ziektes dacht. De angst dat het mis zou kunnen gaan, was onbeschrijfelijk. Bert - die kinderen heeft uit zijn eerste huwelijk - wilde wel nog kinderen, maar liet het aan mij. Toen heb ik overwogen in therapie te gaan. Maar ik was volmaakt gelukkig, voelde helemaal geen leegte. En die heb ik daarna ook nooit gevoeld.'
Waaraan is uw huidige status af te lezen? ‘Ik zou het niet weten. Ik rijd wel een grote auto, maar dat heeft een andere reden. Toen Bert en ik terugkwamen uit Schotland konden we belastingvrij een auto meenemen. Dan ben je een dief van je eigen portemonnee als je een Mercedes niet meeneemt.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Geef meisjes een schop onder hun kont in plaats van ze voortdurend te pamperen. De boodschap van Colette Dowling in haar boek De mythe van de breekbaarheid. Het is mijn bijbel.'
Welke les heeft u gedurende uw carrière geleerd?
‘Dat je als vrouw, en zeker als voetbalster, eerst moet presteren voor je je inlaat met randverschijnselen als media. Vrouwen worden nog altijd eerst op hun uiterlijk beoordeeld. Zeker op televisie.'
Wat kunt u altijd nog worden? ‘Geen idee. Ik zie het wel. Die houding heeft niets met onze financiële onafhankelijkheid te maken. Ik had het ook toen ik moest rondkomen van een uitkering. Ik ben onafhankelijk, omdat ik weet dat ik strijdbaar ben. Als ik deze baan verlies, komt er iets anders en zo niet, dan creëer ik een situatie waarin ik nuttig kan zijn voor jonge meiden.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|