Platpraters schoppen het minder ver
17-01-2007
| Reacties: 13
|
Mail dit artikel
Een Nijmeegs onderzoek wijst uit dat dialectsprekers gemiddeld genomen enige achterstand hebben op ABN-sprekers. Hoe zit dat?
Eén van de vele verontwaardigde Limburgers weet wel raad met het onderzoek van universitair hoofddocent Gerbert Kraaykamp. Op de website van de regionale krant schrijft hij (of zij) dat de conclusies van Gerbert nurges op sjlunt. Het zou best kunnen dat 'sjtatisties geziee zie verhoal klopt, meh om noe te sjtelle dat het moele va plat doa alling de oorzaak va is ving ich kwatsj de luxe'. Dat dialectsprekers slechter presteren in onderwijs en op de arbeidsmarkt is echter geen kwatsj de luxe. De Nijmeegse onderzoeker weet dat zijn boodschap niet lekker valt bij de 36 procent van de jonge Nederlanders die West-Fries, Gronings, Zeeuws, Twents-Graafschaps, Midden-Drents, Utrechts-Alblasserwaards en Limburgs kalle (praten). 'Het is geen kwestie van dommer of slimmer zijn. Ook doe ik geen uitspraken over of dialect minderwaardig is aan het Standaardnederlands', wil hij bij voorbaat (in keurig ABN) zeggen. 'De statistiek is echter helder.'
Wederzijdse attitudes
Kraaykamp vergeleek uitgebreide vragenlijsten van 3300 mensen op het spreken van dialect; thuis, op school en met vrienden. Uit deze steekproef kwam naar voren dat Nederlanders die met een streektaal zijn opgegroeid gemiddeld een jaar minder opleiding volgen. Hun eerste baan heeft een lagere status dan die van ABN-sprekenden. Dat dit effect in de verdere levensloop doorwerkt, is te zien aan de eveneens relatief lagere status van de baan die ze op het moment van het interview hebben. Op woordherkenningstesten, die veel zeggen over het niveau waarop je de taal machtig bent, scoren ze echter niet lager. 'Je kunt hier natuurlijk tegenin brengen dat ouders die met zwaar accent spreken over het algemeen lager zijn opgeleid. Hun kinderen blijven daardoor wat vroeger steken in het onderwijs', zegt Kraaykamp. 'Deze effecten heb ik al statistisch uit het materiaal gefilterd.' Ook de regionale verschillen in Friesland is er simpelweg minder hoogopgeleid werk dan bijvoorbeeld in Utrecht halen Kraaykamps conclusies niet onderuit. Het onderzoek is namelijk in heel Nederland uitgevoerd. Een verklaring voor de negatieve sociale consequenties zoekt de hoofddocent in de 'wederzijdse attitudes' van de dialectsprekende leerling/werknemer en de ABN-pratende docent/werkgever. 'Uit onderzoek blijkt dat leraren die zelf accentloos praten, dialectsprekende leerlingen als dommer zien en lager beoordelen. De thuistaal sluit eenvoudig niet aan wat op school van de kinderen wordt verwacht.' De dialectspreker zelf voelt ook een taalafstand. 'Die zal zich minder snel thuis voelen in een omgeving waar hoofdzakelijk ABN wordt gesproken, zoals in het hoger onderwijs en in het hogere management. Het kost ze meer moeite aansluiting te vinden met de dominante cultuur.' Dat betekent overigens niet dat achterstand een onontkoombaar lot is. Zeker met laaggeschoold werk maakt het niet zoveel uit. Dat is vaak toch regionaal gebonden. 'De dorpsbakker of -timmerman kan zich met dialect prima redden. Als je naar plaatsen moet waar ze anders praten, dan pas wordt het een nadeel.'
In de harde wereld
Worden deze problemen in de praktijk herkend? Consultant David Toering van bemiddelingsbureau Headhuntersteam zegt van wel. Vanuit zijn kantoor in Leeuwarden bemiddelt hij in technisch personeel. 'Voor tekenaars, projectleiders en uitvoerders is het meestal geen probleem als ze Fries praten of, liever, niet al te veel Nederlands spreken. Voor hogere functies is het wel lastig. Van het management wordt overal verwacht dat men ABN spreekt.' Volgens de adviseur is ook van belang waar het bedrijf opereert. 'Bij een regionaal bedrijf wordt in de meeste geledingen niet moeilijk gedaan over dialect. Heeft een bedrijf veel klanten in bijvoorbeeld de Randstad, dan wordt het een ander verhaal.' Recruiter Renee Krikke, van AV Personeelsintermediair in Amersfoort, herkent dit beeld. Ze bemiddelt vooral in commerciële banen. 'Het heeft ook met achtergrond te maken. In de snelle en harde sales-wereld zal een droge nuchtere Fries wellicht niet zo goed passen. Hij komt dan minder daadkrachtig over, zo wordt gedacht. Zeker in commerciële functies zijn communicatie en presentatie gewoon verschrikkelijk belangrijk.' Van callcenter-medewerkers wordt om diezelfde reden ook een goede beheersing van de standaardtaal gevraagd. Toch legt ze iemands uitspraak niet onder een vergrootglas. 'Inmiddels zijn we wel gewend dat medewerkers met een licht buitenlands accent praten. Dat geldt ook voor dialecten. Er is niets mis met een niet al te heftige zachte g. En voor klanten die in een afgebakende regio werken, kan een dialectspreker juist weer een aanvulling zijn.' Maar ook Krikke ziet dat de hogere posities een goede beheersing van de standaardtaal vereisen.
Geen paniek
Oud-streektaalfunctionaris Pierre Bakkes, die jarenlang voor Limburg het dialectgebruik stimuleerde, panikeert niet door deze woorden en Kraaykamps onderzoek. 'Ze hebben vast gelijk, dat geloof ik best. Maar wat moet je er verder mee', vraagt hij zich af. Zeker niet het Limburgs afzweren, zoveel staat voor hem vast. 'Waar strijd je tegen, wat is dat voor een moloch? Het gaat immers om attitudes bij miljoenen mensen die lacherig doen over dialect en daarop neerkijken. Dat verander je niet zomaar even.' Bakkes onderkent de beperkende invloed die een zwaar accent heeft, maar vindt niet dat dat accent dan afgezworen of vervangen moet worden. 'Veel mensen kunnen zich beter uitdrukken in de eigen taal en voelen zich daar goed bij. Ze hebben het Standaardnederlands vaak niet zo hard nodig in het dagelijks leven.' Aan de andere kant zie je volgens hem dat zij die een stevige vorming krijgen, hun accent matigen of soms zelfs afleren. 'Je moet tussen talen kunnen wisselen.' De Limburger neemt zichzelf als voorbeeld hoe dat kan werken. 'Ik ben Neerlandicus en heb veertig jaar in deze prachtige taal onderwezen. Toen ik nog studeerde, is mijn accent en taalgebruik er stevig uitgeramd. Nu praat ik met een klein accent, maar thuis praat ik nog steeds dialect. Die twee kunnen dus prima naast elkaar bestaan.' Bakkes vindt het jammer dat sommige provinciegenoten die wissel niet kunnen maken. 'Echte ééntaligheid komt nauwelijks meer voor. Toch zijn er veel mensen die stug Limburgs blijven praten, ook als dat niet gewenst is. Die ontnemen zichzelf dan hun mogelijkheden. Eigenlijk net als migranten die de taal niet leren.' Die vergelijking, met migranten, maakt Kraaykamp ook. Zo legt hij een verband tussen dialectsprekers en de taalachterstand die allochtonen dikwijls hebben. 'Zij hebben natuurlijk ook nog te maken met een geheel andere cultuur, maar als het op spraak aankomt, zie je eigenlijk dezelfde problemen. Friese kinderen die aan de basisschool beginnen, hebben soms net zo'n grote achterstand als allochtone kinderen in de grote steden.' Tekst Dimitri Tokmetzis
‘Het is vooral belangrijk dat je goed Engels spreekt’
Pieter Musters (37), manager application research centre van Philips in Drachten. 'Volgens mij is het voor hoogopgeleiden een achterhaalde discussie. Zeker in seniorfuncties is het vooral belangrijk dat je goed Engels spreekt. Daar heeft Nederlands of een dialect dus niks mee te maken. Op universiteiten, zeker met het BaMa-systeem, wordt ook alles al in het Engels gedaan. Voor ondersteunende functies ligt het anders. Bij Philips in Drachten werken op dat niveau meer mensen van lokale komaf. Sommigen hiervan spreken minder goed Nederlands omdat Fries voor hen de moedertaal is, al zijn dat er echt weinig. Ik vind dat absoluut geen punt, zolang ze zichzelf schriftelijk juist kunnen uitdrukken. Misschien is taal voor hen een belemmering om hogerop te komen, reëler is het te zeggen dat opleiding een grotere factor is. Ik ben in Zuidwest-Brabant opgegroeid en aan het begin van de middelbare school naar Hulst in Zeeuws-Vlaanderen verhuisd. Thuis spraken mijn ouders Brabants. Ik heb zelf nooit met een zwaar accent gesproken. Ik merk wel dat als ik met Vlamingen of Brabanders praat ik soms met ze mee ga doen. Als ik mezelf erop betrap, houd ik ermee op. Het past niet bij mij, het is voor mij geen natuurlijk gedrag. Thuis praat ik immers ook geen Brabants. Het is niet nodig dat ik het Fries leer, want het gros hier is volstrekt tweetalig. Als mensen geen Nederlands tegen je willen praten, dan doen ze dat bewust.'
‘Ik houd wel rekening met mijn accent’
Gonny Willems (25), promovenda aan de faculteit psychologie van de Universiteit Maastricht. 'Ik ben opgegroeid in Voerendaal, in de oostelijke mijnstreek in Limburg. Mijn vader praat altijd dialect tegen me, mijn moeder ABN. Zelf spreek ik geen dialect. Ik kan het goed verstaan, maar niet foutloos spreken. Ik heb wel een Limburgs accent. In mijn vriendenkring wisselt het. Sommigen spreken dialect tegen elkaar, anderen weer niet. Eigenlijk gaat dat vanzelf. Als iemand geen dialect spreekt, schakelt iedereen automatisch over op ABN. Op de universiteit, waar ik onderzoek doe naar dyslexie, is de voertaal Engels. Dialect of accent is daar geen issue. Tijdens mijn studie in Maastricht merkte ik wel meer verschil. Je zag dat de Limburgers meer naar elkaar trokken. Tussen ons en de noorderlingen lag een drempel. Mij maakt het trouwens niet uit wat iemand spreekt. Ik houd zelf wel rekening met mijn accent. Als ik bijvoorbeeld een praatje moet geven op een congres, of naar een ander instituut ga, probeer ik extra duidelijk te praten. Ik merk dat mensen in de Randstad nog wel eens moeite hebben mij te verstaan. Zo werd ik laatst in Amsterdam in het Engels aangesproken. Ze dachten dat ik een buitenlander was. Dat is wel gek. Ik kan me wel voorstellen dat mensen die dialect of met een zwaar accent blijven spreken vooral in de Randstad minder ver komen. Er hangen nu eenmaal veel vooroordelen aan dialect. Als je een Fries in Limburg neerzet, krijg je trouwens ook vreemde reacties.'
Wat is een dialect?
Een dialect is niets anders dan een variatie op de standaardtaal, die overigens in zuivere vorm niet bestaat. De Nederlandse standaardtaal is het dialect dat in de buurt van Haarlem werd gesproken. Het is ook het dialect waarin de zeventiende-eeuwse Statenbijbel is geschreven. Het zou echter nog tot ver in de negentiende eeuw duren aleer het ABN metterdaad ook de standaardtaal werd. Dialect verwijst niet alleen naar een regio waar het wordt gesproken. Ook classificeert het mensen naar sociaal-economische lijnen, bijvoorbeeld in de grotere steden. De indeling is soms resultaat van een politieke keuze. Het Groningse dialect in Nieuweschans wordt gezien als een Nederlandse streektaal. Het vrijwel exacte dialect aan de andere kant van de grens, in Bunde, wordt tot de Duitse taalfamilie gerekend. Over het aantal en de soorten dialecten bestaat onder deskundigen nog geen consensus. Ruwweg is er een scheiding te maken tussen westelijke (kust en binnenland) en oosterse (Duits georiënteerde) streektaal. Veelgenoemde zijn: Zeeuws, Zuid-Hollands, Westhoeks, Waterlands, Volendams, Zaans, Kennemerlands, West-Fries, Bildts, Midslands, Stadsfries, Amelands, Kollumerlands, Gronings, Noord-Drents, Stellingerwerfs, Midden-Drents, Zuid-Drents, Twents, Twents-Graafschaps, Achterhoeks, Urks, Veluws, Utrechts-Alblasserwaards, Zuid-Gelders, Noord-Brabants, Noord-Limburgs en Limburgs. Gronings en Limburgs staan het verste af van de standaardtaal. Zelfs het Afrikaans (in Zuid-Afrika) staat er nog dichterbij.
Meer lezen? - www.meertens.nl: hét onderzoeksinstituut op het gebied van Nederlandse taal en cultuur - www.streektaal.net: mooie overzichts-site van alles wat met dialecten te maken heeft
Meer artikelen in de rubriek 'Competenties en vaardigheden'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Peter Kleiweg | 19 januari 2007 (10:57)
"Het Groningse dialect in Nieuweschans wordt gezien als een Nederlandse streektaal. Het vrijwel exacte dialect aan de andere kant van de grens, in Bunde, wordt tot de Duitse taalfamilie gerekend. "
Dit is niet juist. Beiden worden gezien als dialect van het Nedersaksisch of Nederduits.
Eltjo Timmer | 19 januari 2007 (23:26)
Kist mie meer verteln, ik geleuf der niks vaan. Mien Grunnegs is beter als mien Nederlaands en ik heb toch Rieksuniversiteit in vaier joar doan. Dus achterstaand? Vot mit dien unnerzouk!
Thomas | 22 januari 2007 (11:25)
Het is toch ook zo? Ik kom zelf uit gelderland en als je dan af en toe dat boern' gel*l aan moet horen (als je het al verstaat). Maar in principe zie ik het gewoon als een soort handicap die deze mensen met zich meedragen. Het slaat toch ook nergens op? Domme dialecten, praat gewoon normaal nederlands.
Sanne | 24 januari 2007 (9:55)
Ik vind het juist jammer dat zoveel Nederlanders vooroordelen hebben tegenover een dialect. Het is al te merken als je vertelt dat je uit bijvoorbeeld Limburg komt, dan wordt vaker gezegd dat je spreektaal of wat je schrijft wel niet zal kloppen omdat je uit Limburg bent.
Ik praat alstijd Nederlands, als mensen dialect praten praat ik Nederlands terug en dan wordt het gesprek in het Nederlands gevoerd. Geen probleem toch?
giegos | 24 januari 2007 (15:38)
De vooroordelen van de gemiddelde Nederlander jegens dialectsprekers zijn volgens de schrijver dus de norm. Terwijl de meertaligen en dialectsprekers in ons land juist over extra taalbagage beschikken (en niet zelden over meer cultuurbagage).
De wereld op zijn kop.
jan | 26 januari 2007 (13:22)
Jammer dat men vaak weigert Amsterdams en Rotterdams en andere stadsdialecten als dialect te (h)erkennen en het over "boers" heeft bij verhalen over dialect. Overigens is het heerlijk als je beide kunt, zowel het dialect waar je mee opgegroeid bent en ABN, of wat men daar dan ook voor aanziet.
Etienne | 9 februari 2007 (16:40)
Waarom wordt door een Randstedeling een accent meestal gekoppeld aan een streektaal van buiten de Randstad? Alsof een Amsterdams, Haags, Goois of noem maar op, geen accent is. En tevens worden deze 'westerse' accenten normaal geaccepteerd, zonder gerelateerd te worden aan boers of dom. Is dit Randstedelijke arrogantie?
Zeker als dit soort zaken de professionele kansen belemmert, riekt dit sterk naar discriminatie. Neem het voorbeeld van het NOS Journaal. De huidige presentatie heeft een uitermate irritant Goois accent (bekakte 'r'). Voorheen werd er zelfs zonder morren een Surinaams accent geaccepteerd. Maar denk heus niet dat er ooit een 'zachte g' te horen zal zijn! Dit vind ik onacceptabel en discriminerend. In een multiculturele samenleving is dus kennelijk (volgens de Randstedelijke norm!) de helft van Nederland niet welkom.
Bal | 27 april 2007 (0:52)
Klein puntje: een accent is niet hetzelfde als een dialect. Een accent is bijvoorbeeld een (mooie) zachte 'g' of gooise 'r'. Een dialect is eigenlijk een geheel eigen taaltje. Dit wordt helaas vaak door elkaar gehaald, wellicht omdat mensen met een accent af en toe wat dialect erdoorheen gooien. Iemand met een accent (zou eventueel) kan prima abn spreken qua zinsopbouw e.d.
Ruud | 8 oktober 2008 (13:02)
Iemand die Gronings of Fries praat zou ik bijna blindelings aannemen. Maar Brabants of Limburgs klinkt wel erg dom
Hiriotapa | 20 november 2008 (16:39)
Ik ben zelf oa Friestalig en merk juist onder hoger opgeleide Friestalige vrienden dat die meer en vloeiender buitenlandse talen spreken dan de doorsnee Nederlander. Ook ik spreek 5 talen: Fries, Nederlands, Engels (met Brits accent), Frans, Duits, Thais&Laotiaans. Maar inderdaad, sommige mede-Friezen hebben moeite met duidelijk gearticuleerd standaard-Nederlands. Wanneer ik Nederlands spreek, dan spreek ik bewust met een Fries accent. Dat geeft een 'couleur locale'. Ik ben evt. in staat om ook vloeiend Hooghaarlemmerdijks te spreken of plat Amsterdams. Ik denk juist dat het de kunst is dat je zo veel mogelijk talen, dialecten en accenten kunt spreken, zodat je je waar ook ter wereld makkelijker kunt aanpassen. Ik weet zeker dat Chinees of welke taal dan ook voor mij geen uitspraak problemen zal opleveren. Jammer dat veel Nederlanders (Westerlingen met name) niet zo flexibel zijn als dat ze zelf denken en bovendien het Nederlands verkwanselen door het te pas en te onpas met Engels te mengen. Ook triest dat veel mensen in Nederland cultuurbarbaren zijn, maar toch het hardst schreeuwen om immigratiebeperkende maatregelen, waaronder verplicht Nederlands voor buitenlanders. De welbekende Nederlandse tolerantie is niet meer. Helaas. Als Fries merk ik ook weinig tolerantie. Sommigen beschouwen mij als buitenlander, terwijl Friezen Nederlandser zijn dan Nederlands.
CB | 16 januari 2009 (10:57)
Ik woon nu 15 jaar in Nederland. Ik heb een sterk buitenlands accent maar wanneer mensen luisteren naar de woorden in plaats van de accent merk ze dat ik kan goed nederlands praten. Maar mensen luister altijd naar de accent. Ik krijg regelmatig commentaar over mijn engels accent. Ik heb mensen gehad dat zeg 'ik vind het niet normaal dat je heb nog een accent, dat moet nu weg zijn'. Ik kan geen werk vinden (terwijl mijn engels is natuurlijk prima omdat ik ben engels) vanwege mijn accent. Zelfs bij een callcenter als T-mobile, die zegt gelijk 'wij wilt geen mensen met een accent'. Dat vind ik puur discriminatie. Ik vind het ook onzin, ik kan nederlands en engels. Daar zijn altijd buitenlanders dat heb een gsm maar kan geen nederlands maar wel engels. Sorry, nederlanders in het algemeen zijn vriendelijk maar wanneer sommige hoor mijn accent dan wordt ik gelijk behandeld als een 'stomme buitenlander dat kan de taal niet'. Ik kan iemand een vraag stellen in nederlands maar in plaats van direct beantwoorden vraag ze 'kan je nederlands'. Of ze vragen of ik wil iets lezen maar dan ineens, oh je bent een buitenlander, vergeet het maar, zal je toch niet kunnen lezen. Ik ben niet stom, ik kan lezen, ik ben nu bezig met leren schrijven en ik heb alles zelf geleerd, zonder les. Ik vind ik heb reden om trots op mijn eigen te zijn. Helaas na 15 jaar krijg ik regelmatig een gevoel dat ik heb geen recht hier te wonen omdat ik ben een buitenlander met een accent.
Sophie | 20 oktober 2009 (15:11)
Ik (als ABN spreker) heb een aantal jaar gestudeerd in Friesland. Voor mij was het erg moeilijk contact te krijgen met de jaargenoten die uit Friesland zelf kwamen en Fries met elkaar praten. Ze vonden het vervelend om Nederlands tegen mij te praten dus praatten ze niet met mij. Ik heb dit als heel hinderlijk en onbeschoft beschouwd. Maar als ik dat tegen hun zei was hun mening dat ze Nederlands praten moeilijk vonden dus liever niet deden. Ook het taalgebruik in de verslagen was ronduit slecht. Ze beheersten het ABN vrij slecht. Daarnaast heb ik een tijd in Limburg gewoond. Ook daar weigerden mensen ABN tegen mij te praten als ik aangaf geen dialect te verstaan. Er werd tegen mij gezegd dat ik het maar moest leren anders zagen zij de noodzaak niet om met mij te communiceren. Nou wil ik niet iedereen die dialect praat over 1 kam scheren, maar ik heb wel het idee gekregen dat dialect praters onbeschofte boeren zijn.
hoi | 11 augustus 2010 (15:45)
ik ben zelf ook limburger
maar als ik dat dialect hoor wordt ik gek ik haat het
|