Waarom wonderkinderen zelden wondervolwassenen worden
Auteur: Ionica Smeets |
24-10-2011
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Wolfgang Amadeus Mozart:
Oostenrijkse componist die al op zijn vijfde zijn eerste composities gemaakt zou hebben
Hoogbegaafde kinderen worden meestal doorsnee volwassenen. Dat komt doordat karakter en ouderlijke stimulering belangrijker zijn dan IQ. Maar ook omdat ons onderwijssysteem slimmeriken niet stimuleert.
Koreaan Kim Ung-Yong was als kind uitzonderlijk getalenteerd. Hij begon als baby van vier maanden te praten, loste als peuter moeilijke wiskundige problemen op en studeerde vanaf zijn vierde aan de universiteit. Naast Koreaans sprak hij toen ook al uitstekend Japans, Duits en Engels. Op zijn achtste kreeg Ung-Yong een baan aangeboden bij de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa: hij emigreerde naar de Verenigde Staten.
Maar toen de Koreaan achttien was, besloot hij terug te gaan naar Korea. Hij kreeg uiteindelijk een tamelijk normale baan aan een universiteit in een Koreaanse provinciestad. Inmiddels is Ung-Yong 49 en voornamelijk nog bekend omdat hij ooit veelbelovend wonderkind was met een geschat IQ van boven de tweehonderd.
Kim Ung-Yong: Koreaan die al op zijn 4e ging studeren. Heeft nu een doorsnee baan aan een provincie-universiteit.
Niet vaker ziek
In 1921 besloot de Amerikaanse psycholoog Lewis Terman te onderzoeken wat er klopte van de toen bestaande vooroordelen over begaafde kinderen. De gebruikelijke opvatting was dat die kinderen ziekelijk waren, sociaal onaangepast en eenzijdig ontwikkeld. Samen met een aantal assistenten stroopte Terman Californische scholen af op zoek naar begaafde kinderen. Ze vroegen leraren om de slimste, jongste en oudste leerlingen aan te wijzen, en namen op grote schaal IQ-tests af. De onderzoekers wezen alle kinderen met een IQ lager dan 135 af en selecteerden uiteindelijk ruim 1.500 kinderen tussen de drie en negentien jaar oud.
Al snel concludeerde Terman dat zijn geselecteerde kinderen niet vaker ziek waren dan andere kinderen van hun leeftijd. Ook deden ze het prima op sociaal gebied en op school. De psycholoog besloot om de groep langer te volgen en te kijken hoe deze getalenteerde kinderen opgroeiden. Elke vijf tot tien jaar vroeg Terman (of één van zijn opvolgers, want Terman zelf overleed in 1956) hoe het ging met de geselecteerde talenten.
Over het algemeen ging het goed met hen: ze studeerden sneller af dan hun leeftijdsgenoten, kregen goede banen en verdienden bovenmodaal. Maar geen van hen was exceptioneel. Er zat geen wereldleider, toponderzoeker of vernieuwende kunstenaar in de groep. Ironisch genoeg wonnen twee kinderen die door Terman afgewezen waren omdat hun IQ te laag was, later wél een Nobelprijs. Terman moest concluderen dat een hoog IQ en latere prestaties niet heel sterk samenhangen.
Asia Carrera: pianowonder dat op haar 15e al in Carnegie Hall optrad. Later werd ze vooral beroemd door rollen in pornofilms.
Karaktereigenschappen zijn belangrijker
Hoe kan dat? Waarom worden veel bijzonder begaafde kinderen op volwassen leeftijd tamelijk doorsnee? Zoals uit Termans studie bleek is IQ niet doorslaggevend. Zijn er misschien andere factoren die wel bepalen hoe succesvol kinderen uiteindelijk worden?
In 1968 publiceerde Termans opvolgster Melita Oden een vergelijking tussen de honderd best verdienende mensen uit Termans onderzoeksgroep en de honderd die het minste verdienden. Ze noemde de rijken ‘de A's' en de armlastigen ‘de C's'. De A's waren onder meer arts, hoogleraar of zakenman. De C's werkten doorgaans onder hun intellectuele niveau, bijvoorbeeld als typist of winkelbediende.
Het verschil tussen het gemiddelde IQ van de twee groepen bleek verwaarloosbaar. Maar de verschillen in hun karaktereigenschappen waren enorm. De A'tjes waren op jonge leeftijd veel levendiger, betrokkener en gemotiveerder dan de C'tjes, zo bleek uit Termans onderzoeksgegevens. Ze hadden op de basisschool vaker klassen overgeslagen en deden meer aan buitenschoolse activiteiten zoals sport. Toen ze elf waren, toonden ze meer wilskracht, doorzettingsvermogen en scoringsdrang.
Karakter lijkt dus een betere voorspeller voor succes dan IQ. Maar dat is niet het enige. Een andere langlopende studie met honderden kinderen uit Boston liet bijvoorbeeld zien dat ook de druk die ouders uitoefenen op hun kinderen een betere voorspeller is voor hun toekomstig inkomen dan IQ-scores tijdens de kindertijd.
Begaafdheidsproblemen
Of is ons onderwijssysteem misschien niet goed toegesneden op supertalentjes? Inderdaad, meent Lianne Hoogeveen van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hoogeveen is van mening dat er iets mis is met het onderwijs als getalenteerde kinderen zich niet ontwikkelen tot excellerende volwassenen. ‘We houden wél rekening met laagbegaafden: iemand met een laag IQ krijgt minder verantwoordelijkheden. Maar andersom verwachten we in het onderwijs niet méér van hoogbegaafden. Terwijl je kinderen met talent juist moet stimuleren om daar iets mee te doen, daar kan de hele samenleving van profiteren. Nu leren we de slimste groep leerlingen om zich in te houden. Veel leerkrachten hebben geen idee wat ze met die kinderen moeten doen.'
Naar schatting heeft vijftien procent van de leerlingen in het Nederlands onderwijs te maken met ‘begaafdheidsproblemen', aldus Hoogeveen. Ze vervelen zich. Een veel voorkomende oplossing is om begaafde kinderen één of meer klassen te laten overslaan. Hoogeveen promoveerde op onderzoek naar de sociale en emotionele effecten van klassen overslaan. ‘Begaafde kinderen hebben vaak ook een hogere sociale intelligentie en voelen zich juist beter thuis bij oudere kinderen. Er zijn vooral positieve effecten aangetoond van het versnellen.' Het zelfbeeld van kinderen kan wat minder positief worden als ze in hogere klassen belanden. Maar Hoogeveen denkt dat dat niet per se erg is: ‘Hun zelfbeeld kan op die manier juist wat realistischer worden.' Of zoals één van de voormalige wonderkinderen zei: ‘Ik was vroeger nogal een arrogant jongetje.'
Quentin Tarantino: regisseur van onder meer Pulp Fiction en lid vanhoogbegaafdheidsclub Mensa.
Studiehuismodel
Probleem is wel dat in die hogere klas nog steeds in een normaal tempo wordt lesgegeven. Daardoor vervelen zeer getalenteerde kinderen zich daar na enige tijd weer net zo goed. Een nog betere oplossing dan alleen klassen overslaan, is volgens Hoogeveen daarom ‘gedifferentieerd onderwijs'. ‘Ik ben erg gecharmeerd van de aanpak die James Borland voorstelt in zijn artikel Gifted education without gifted children.' Borlands idee is dat leraren rekening houden met de verschillende talenten van kinderen zonder ze in aparte klassen te plaatsen.
Kortom: het vermaledijde Nederlands studiehuismodel, zo zou je zeggen. Hoogeveen: ‘De huidige vorm van het onderwijs is in principe heel geschikt voor gedifferentieerd onderwijs. Vroeger gaf een leraar vooral klassikaal les en moest iedereen hetzelfde doen, nu werken leerlingen vaker in groepjes. In die opzet kunnen leerlingen in één klas op verschillende niveaus werken, maar helaas schort het vaak nog in de uitvoering van dit idee.'
Zou het voormalige Koreaanse wonderkind Kim Ung-Yong niet mislukt zijn als hij meer onderwijs op maat had gekregen? Zelf interesseert hem dat vermoedelijk weinig, want hij ziet zijn leven geenszins als mislukt. ‘Ik zie mijn leven als een succes - niet veel mensen doen wat ze echt willen, maar ik wel. Dat is toch succes, hoe moet je een gelukkig leven anders noemen?'
Wonderkind Whee Ky Ma (32): 'Het was raar hoeveel media-aandacht ik kreeg'
Whee Ky Ma (32) was in 2001 één van de jongste Nederlandse promovendi aller tijden. Nu is hij neurowetenschapper aan het Baylor college of medicine in Texas.
‘Op de basisschool heb ik vier klassen overgeslagen. In die tijd was het Nederlands onderwijs erg egalitair, zwakke kinderen werden geholpen, maar er was nauwelijks aandacht voor getalenteerde kinderen. Hopelijk is dat inmiddels veranderd; ik verveelde me in elk geval enorm op de basisschool.
Op mijn veertiende begon ik bij natuurkunde aan de Universiteit Groningen en op mijn 22ste verdedigde ik mijn proefschrift over snaartheorie. Mijn promotie ging niet vanzelf; ik heb echt moeten zwoegen om het af te maken. Het was raar hoeveel media-aandacht ik kreeg. Het ging alleen om mijn leeftijd, niet om de inhoud van mijn proefschrift. Andere promovendi deden veel beter werk en kregen geen enkele aandacht.
Het is onzin om jonge studenten uit te roepen tot genie of toekomstig Nobelprijswinnaar. Dat je je sneller ontwikkelt dan je leeftijdsgenoten zegt niets over je inhoudelijke kwaliteiten. Als je eenmaal dertig bent, maakt je voorgeschiedenis niet meer uit. Veel vrienden en collega's weten niet eens dat ik zo jong ben gaan studeren.'
Wonderkind Louk Rademaker (24): ‘Niet slim om heel jong naar de universiteit te gaan'
Louk Rademaker (24) begon op zijn vijftiende aan een dubbele studie sterrenkunde en wiskunde in Leiden. Op zijn achttiende werd hij voorzitter van de lokale SP.
‘Ik was een vroege leerling en mocht in groep 7 al snel door naar groep 8. Ik wist alle hoofdsteden en andere dingen die we dat jaar moesten leren namelijk wel. Op de middelbare school ging ik halverwege het tweede jaar naar de derde klas. Dat kwam goed uit, want mijn vrienden zaten daar al.
Ik zag er altijd ouder uit en viel daardoor niet echt op toen ik ging studeren. Tijdens de introductie vroeg iemand me opgewonden of ik had gehoord dat er ook ergens een vijftienjarige meeliep. Daar moest ik erg om lachen. In de politiek was mijn jonge leeftijd nooit een probleem. In het begin werd ik aanvankelijk minder serieus genomen omdat ik bij de SP zat. Dat veranderde al snel omdat iedereen door had dat ik mijn feiten kende.
In het algemeen vind ik dat het niet slim is om heel jong naar universiteit te gaan. Niemand zegt er daar wat van als je een puinhoop van je studie maakt. Veel twaalf- tot zestienjarigen kunnen daar niet mee omgaan. Ik had gelukkig oudere vrienden die me waarschuwden en steunden als dingen mislukten. Een jongen in mijn eerste studiejaar was nog een half jaar jonger dan ik; bij hem ging het helemaal niet goed. Hij is gestopt en op zijn achttiende opnieuw gaan studeren, toen lukte het wel.'
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Competenties en vaardigheden'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Noks Nauta | 26 oktober 2011 (0:35)
Een belangrijk thema.
In dit artikel worden helaas allerlei begrippen op één hoop gegooid.
Als onafhankelijke variabele komen bijvoorbeeld: Wonderkinderen, hoogbegaafden, een hoog IQ en supertalentjes langs.
Als afhankelijke variabelen worden genoemd: Uitzonderlijke prestaties, excellentie, gezondheid, succes, inkomen.
Zo wordt de boodschap zeer onhelder.
Hoogbegaafdheid wil zeggen dat je als ‘gave’, dus van nature, een aantal uitzonderlijke mogelijkheden hebt meekregen. De potentie om veel te kunnen. Talent.
Om die mogelijkheden te benutten (tot prestaties, hoog inkomen of levensgeluk, dat is aan jezelf wat jij belangrijk vindt) zul je er wel voor moeten werken. Een stimulerende omgeving helpt daarbij ook.
Veel hoogbegaafden lopen al jong vast op school omdat zij vaak sneller en ook anders denken dan kinderen met een gemiddelde begaafdheid.
Ze worden niet begrepen en zakken in, of gaan dingen op hun eigen manier doen. Velen hebben nooit 'leren leren'.
Luisteren naar levensverhalen van hoogbegaafde volwassenen biedt veel zaken ter verbetering van het onderwijs, ook het hoger onderwijs!
(Ik werk al ruim 10 jaar met en voor hoogbegaafde volwassenen.)
|