Uitstelgedrag: waarom je eerst nog even dit wilt doen

Auteur: Bruno van Wayenburg | 10-08-2011 | Reacties: 6 | Share/Bookmark Mail dit artikel

R Redacteur Bruno van Wayenburg moet je altijd een dag eerder als deadline geven, dan komt het mooi op tijd af. Is de uitstelmodus in zijn hersenen ingebakken, of is het een slechte gewoonte of een verslaving die valt af te leren? Derde aflevering van Intermediairs zomerserie, waarin redacteuren op zoek gaan naar de betekenis van werk en succes.



CV

Bruno van Wayenburg (39)
Worstelt met: deadlines
Status: getrouwd
Kinderen: vier
Woonplaats: Leiden
Opgegroeid in: Sneek
Ouderlijk milieu: laat-etruskische gotiek
Zomervakantiebestemming: Oostenrijk
Auto: Renault Espace (zie ook: kinderen)
Sport: hardlopen
Boek op nachtkastje: Leven en Lot, Vasili Grossman
Recent geleerd: kinderslot op het huismodem zetten
Koffie: zes koppen per dag, drie per nacht


Uitsteltest
Beantwoord de volgende vragen met een 1 (vrijwel nooit) tot 5 (vrijwel altijd), en tel daar 10 bij op:
- Ik ben vaak bezig met dingen die ik al veel eerder had moeten doen.
- Rekeningen voor kleine bedragen laat ik even liggen.
- Zelfs als ik dringend iets af moet maken, ben ik nog andere dingen aan het doen.

Beantwoord de volgende vragen met een 1 (vrijwel nooit) tot 5 (vrijwel altijd) en trek die van de voorgaande score af.
- Als ik iemand moet terugbellen, doe ik dat meteen.
- Ik neem mijn beslissingen zo snel mogelijk.
- Ik heb een taak eerder klaar dan strikt nodig is.

0-7  
Je bent best punctueel, lees dit artikel vooral om je uitstellende medemens te begrijpen.

8-14  
Je bent een gemiddelde uitsteller, niks aan de hand maar kijk uit.

15-20
Je bent nogal een erg geval, pas op voor die deadline

Gebaseerd op de Procrastination Scale van C. Lay (1986)


Ik haat die man. Zijn gezicht, grauw van te weinig slaap, staart me aan met een dommige blik, zijn slappe excuses ergeren me mateloos. ‘Ik had er gisteren ruim de tijd voor om het af te krijgen, maar er kwam van alles tussen, dus ja, werd het nachtwerk. Maar om twee uur 's nachts was ik niet echt helder meer, dus ik dacht: de hoofdlijnen staan, dat schaaf ik morgenochtend wel bij. Ja, ik weet ook wel dat vanochtend de deadline was, maar ja.'

Ik ben zwaar geïrriteerd, want ik weet dat die paar uur, met het slaaptekort en talloze andere klusjes die zich op een deadlinedag aandienen, zich zullen uitsmeren over een hele dag. Pas dan zal de doffe paniek van de echte deadline dwingen om knopen door te hakken, afleidingen te negeren, en gewoon geconcentreerd het artikel af te schrijven.

Oké, ik weet ook wel dat het uiteindelijk wel weer goed zal komen, maar juist daarom leert die oetlul nooit eens van zijn fouten. En wie draait er weer op voor al dat geploeter? Ikzelf, de man die zichzelf voor de badkamerspiegel voor de zoveelste keer teleurgesteld toespreekt, die als een berg opziet tegen de smalende, nog maar nauwelijks teleurgestelde reacties van mijn collega's: ‘Ja, ja, het komt vanmiddag. Sure.'

Procrastineren

Uitstelgedrag, deadlinesurfen, procrastineren; bijna niemand is er helemaal immuun voor.
Realistisch plannen is nou eenmaal hondsmoeilijk. Het einddoel lonkt, lastige details en onvoorziene omstandigheden zijn nog onzichtbaar, enthousiasme wordt onredelijk optimisme. Of het nou gaat om ict-projecten, verbouwingen van de badkamer, het klimaatprobleem oplossen, de lego opruimen of internationale miljardenleningen afbetalen: het duurt altijd langer dan je denkt.
Toch is er bij chronische uitstellers meer aan de hand. Uren, dagen, weken die keurig gereserveerd waren voor het grote karwei, gaan in rook op zonder dat duidelijk is waaraan nu precies. Klusjes die maar één telefoontje of een websitebezoekje kosten, blijven maanden liggen tot het niet meer kan, of veel meer geld of moeite kost.

Als ik het er met collega's over heb, is iedereen het roerend met me eens. Belastingaangifte doen, huissleutels kopiëren, een vergunning regelen, je eindelijk aan een artikel zetten: praat ze er niet van. Maar waarom lever ik dan altijd als laatste in?

Natuurlijk hangt het van de taak af. Niemand stelt e-mail checken uit, terwijl lastige gesprekken, studeren, administratieve klusjes, maar vooral de schrijfklussen op de lange baan gaan: rapporten, beleidsplannen, artikelen, hele proefschriften: het lege witte scherm is een dodelijke vertrager. Ook de omvang doet ertoe: alles onder een bladzijde lukt me meestal zonder talmen.

Ik ben zeker niet in slecht gezelschap. Herman Melville, de schrijver van Moby Dick, liet zich vastbinden aan zijn bureau om zich tot schrijven te dwingen, en Douglas Adams, schrijver van de cultklassieker The Hitchhiker's Guide to the Galaxy, schreef ooit (ongetwijfeld te laat): ‘I love deadlines, I like the wooshing sound as they fly by'. Deadlineromantiek.

Uitstelsmoezen
- Ik doe het morgenochtend, dan ben ik frisser.
- Ik doe het vanavond, dan is het rustiger.
- Ik zit nou al de hele tijd naar het scherm te staren, ik heb wel een pauze verdiend.
- Iemand heeft ongelijk op internet, ik moet even een reactie schrijven.
- Goh, dat koffiezetapparaat moet nodig eens schoongemaakt worden.
- ‘Mijn kat, oma, opa, vader, moeder is overleden'.


Chronisch uitsteller

‘Het is een zwakte, dat vind ik zelf ook wel', zegt Martin Enserink (die ooit 's nachts tien kilometer naar een Gronings dorpje fietste om op het allerlaatste moment zijn scriptie in te leveren), die voor het internationale wetenschapstijdschrift Science werkt, en een journalist die ik behoorlijk hoog heb zitten. Misschien nog wel meer toen hij me tot mijn verbazing vertelde dat hij een chronisch uitsteller was, die zelden ruim op tijd aan een artikel begint.

Enserink: ‘Schrijven is voor mij een worsteling, ik ben jaloers op collega's die zeggen dat ze het heerlijk vinden. Je moet een enorme reeks beslissingen nemen, om uit die berg gegevens en interviews een goed verhaal met een goede structuur te halen. Alleen de druk van de deadline geeft mij de concentratie om dat vlot te doen.'

Ik knik hartgrondig mee met dit feest van herkenning. Terwijl Enserink eigenlijk moet schrijven, doet hij regelklusjes, houdt hij nieuwswebsites bij. ‘Soms kijk ik toch ook wel domme filmpjes of los ik puzzels op', bekent hij, ‘als de deadline nadert baal ik: waarom ben ik nou niet eerder begonnen?'
‘Na twintig jaar heb ik het eigenlijk gewoon geaccepteerd, ook omdat ik weet dat het uiteindelijk altijd goed komt.'

En zijn geval laat zien dat je er nog heel aardig mee kunt terechtkomen. ‘Ik heb het idee dat je, als je kwaliteit levert, met een boel kunt wegkomen. Iedereen heeft liever een goed verhaal op het nippertje dan een flutverhaal ruim op tijd.'

Maar aan de andere kant, zegt Enserink, je loopt wel dingen mis. ‘Tijdens een vakantie zit ik wel eens in mijn hotelkamer een verhaal af te maken, in plaats van in de zon rond te lopen. En een project als een boek schrijven, dat wordt ook heel lastig.'

Effectieve naïviteit

Hoe het zou zijn om door een wonder te veranderen in een stipte deadlinehaler, probeer ik me voor te stellen als ik spreek met Ionica Smeets (wel haar echte naam), wiskundemeisje en wetenschapsjournalist, en dwangmatig niet-uitstelster. ‘Ik heb eigenlijk alles wat ik moet schrijven een paar dagen van tevoren klaar. Dan kan ik er voor ik het inlever nog even doorheenlopen. Zo heb ik eigenlijk altijd al gewerkt.'

Ionica's geheim is, uiteraard, om alles te doen zo gauw het zich aandient. Daar is ook tijd voor, want dingen die eerder moesten heeft ze dan al gedaan. ‘Als ik een ideetje heb voor een artikel, werk ik het het liefst zo snel mogelijk uit. Meestal kan ik niet wachten om het op te schrijven.' Ik kan me er weinig bij voorstellen, maar ze heeft nog wel een tip: ‘Een truc is ook om de deadline een dag eerder in je agenda te zetten'. Ja maar, daar trap je toch niet in? ‘Jawel hoor, als dat er staat, doe ik het ook gewoon'.  Ik ben verbijsterd over zoveel effectieve naïviteit. Als het toch eens zo simpel zou zijn.

Ik denk aan mijn vwo-tentamen Grieks, waarvoor ik maar vijf regels Sophocles per dag hoefde voor te bereiden. Toen zes, en toen zeven, en toen ik me eindelijk aan het werk zette waren het hele bladzijden, goed voor panische nachten. Oké, ik heb het gehaald, maar er iets van leren... Neuh. Ik denk aan de eindredacteur die voor mijn deur stond en ‘Leveren!' brulde, aan de onaangename eerste kilometers van mijn eigen vakanties, overschaduwd door nog niet gehaalde deadlines, aan die ene keer dat mijn hersenen in staking gingen met een daverende migraineaanval in de deadlinenacht.

Smoezen

‘Je moet er echt mee kappen hoor, het is ongezond, die stress. Je hebt kinderen, man', zegt nog een collega als ik eens koketteer met stoere verhalen over doorwaakte nachten. Als ik mijn smoezen in stelling breng, hoor ik dat ik klink als een verstokte roker of alcoholist. ‘Ach, die paar keertjes, en ik kan het prima hebben. En trouwens: Martin Enserink is er ook ver mee gekomen.'
Ze tipt me over het boek The procrastination equation van de Canadese psycholoog onderzoeker Piers Steel van de Universiteit van Calgary, die naar Nederland komt voor een complete conferentie over uitstelgedrag aan de Universiteit van Amsterdam.

Steels boek, dat in september in Nederlandse vertaling uitkomt, is een samenvatting van economisch, sociologisch, neurologisch, maar vooral psychologisch onderzoek naar uitstelgedrag. Het is een ontnuchterend boek, waarin deadlineromantiek ver te zoeken is.

Zo veegt Steels de vloer aan met de smoes dat deadlinedruk leidt focus en creativiteit. Intelligentie, een open blik en creativiteit zakken juist in onder hoge stress. Ook in de prullenbak gaat de vaak gehoorde verklaring dat uitstelgedrag komt door perfectionisme,  ons aller favoriete ‘slechte eigenschap'. Bewezen perfectionisten, ordelijk en efficiënt als ze zijn, zijn juist minder uitstelgevoelig.

Steel vat naar eigen zeggen bijna duizend onderzoeksartikelen samen in vier factoren, die hij zelfs in een vergelijking heeft verwerkt. Factor één: de waarde die je aan het affe werk hecht (een liefdesbrief pent gemakkelijker dan een afgeschoven rotklusje). Twee: het vertrouwen dat je dat kunt (‘geen vertrouwen is niet goed, te veel optimisme is ook funest'). Nummer drie is ‘tijd': psychologen weten al lang dat beloning of straf in de toekomst (mijn proefschrift af over een jaar) minder zwaar telt dan nu meteen (straks een boze chef). Een niet helemaal onlogische vuistregel, de toekomst is immers onzeker, maar funest voor onze wereld, waarin beloningen en straffen nogal eens uitgesteld zijn.

Maar de allerbelangrijkste factor is volgens Steel impulsiviteit: ‘Het ongeduldig in het moment leven, en alles meteen willen.' Wie impulsief is, geeft gemakkelijk toe aan de verleiding van afleiding, zo simpel is het. Net als bij roken, drinken, snoepen of gokken is het weer eens ons limbische systeem, een oud stuk brein, dat het wint van de prefrontale cortex, waarmee we beheerste, meestal verstandige beslissingen nemen. Vroeger heette dat gewoon gebrek aan ruggengraat.
Au. Ik zag mezelf, niet-roker, matig drinker, hardloper, niet te dik, handtastelijk of agressief, altijd graag als een matig persoon. Eerder rationeel dan impulsief (al moest ik daarvoor wel een vroegere game-verslaving vergeten. Doom heeft me minstens een tentamen gekost).

Toch is Steels anatomie van een deadlineramp akelig nauwkeurig. De geplande schrijfdag, die zich als een kalme, bevaarbare zee uitstrekt. Koffie? Check? Krant gelezen?

Ik ben bijna begonnen met beginnen, maar mailtjes, telefoontjes, andere dingetjes lijken steeds belangrijker. Misschien even mijn bureau opruimen? Dat werkt beter.

‘Productive procrastionation', noemt Steel dit: bij wijze van afleiding ga je zelfs rotklusjes doen - en ze ook nog leuk vinden. Alles om je schuldgevoel te dempen, want later vind je er weer niets aan. Iedere afleiding kost toch al gauw weer een minuut of tien, en echte, meetbare energie in je hersenen, stelt Steel. Tegen vier uur ben ik verzeild in een hilarische Facebook-discussie over namen die in andere talen iets schunnigs betekenen. Het schip is de haven nauwelijks uitgekomen. Niks worstelen met het creatieve proces: gebrekkige impulscontrole!

Als een goeie Amerikaan heeft Steel natuurlijk ook oplossingen, geschreven in tenenkrommend zelfhulpproza, maar het klinkt allemaal heel plausibel, en bovendien bekend uit de dieet-, stoppen met roken- en anti-alcoholismetips. Erken je probleem, stel je een ambitieus maar vooral realistisch doel, zorg dat een reële maar snelle beloning in het verschiet ligt, en deel daarvoor je taak op in kleine mijlpalen. Maar bovenal: zorg dat de verleiding ver, ver weg is. Ik had het zelf kunnen bedenken. Als ik er tijd voor had gehad.

Deadlinetips
- Beloon jezelf bij gehaalde tussendeadlines.
- Accepteer dat uitstel een soort verslaving is, dat ontsnapping ‘voor een keertje' leidt tot een volgende keer.
- Bestrijd afleiding als de ziekte: zet e-mail uit, blokkeer tijdslurpers als Twitter of Facebook, trek desnoods de telefoon uit het stopcontact.
- Als je gestoord wordt, vraag je af of iets echt belangrijk is
- Stuur einde van de dag een mailtje met als attachment een excel-bestand met doc-extensie, dat onleesbaar is. Zet telefoon uit. Bel dag erna op: ‘O, was er iets mis met het bestand? Ik stuur het nog wel even.' Wel zorgen dat het af is. (‘Wij zijn Goed, overlevingsgids voor freelance journalisten')
- Maak een serieuze, haalbare maar ambitieuze planning
- Stel je je doel levendig en concreet voor
- Stel je ook levendig en concreet voor hoe het is als het misgaat
- Stel je voor wat er nog tussen kan komen, en wat je plan B dan in


Gênante stap

De avond van tevoren ruim ik mijn bureau op, om afleiding te voorkomen, en zorg ik dat ik op tijd naar bed ga. Ik ga thuis werken, ver van mijn collega's, maar bel wel mijn eindredacteur om met hem te wedden dat ik deze ene keer mijn artikel ruim op tijd ga inleveren. Ik stel me heel levendig het scenario aan het begin van dit artikel voor, en vergelijk dat dan met het (enigszins onwerkelijke) scenario waarin ik ruim op tijd klaar ben. Ik maak een schrijfplan met degelijke mijlpalen. Ik leg, bij wijze van lonkend toekomstperspectief, een exemplaar op mijn bureau van een tijdschrift waar ik nog wel eens voor wil schrijven.

Ik klop mezelf zelfs als een debiel op de schouders bij iedere mijlpaal die ik haal. Je weet maar nooit of een hersengebied er niet intrapt. En de meest gênante stap: ik zet een kinderslot op mijn huismodem, zodat er niet gesurft kan worden.

Kinderachtig? Behoorlijk. Het zou niet nodig moeten zijn. Maar het werkt. Met verbazende regelmaat tik ik de mijlpalen weg, de tijd lijkt trager te gaan, en afleiding krijg ik eigenlijk vrij gemakkelijk onderdrukt, zo zonder internet.

Ik zal niet zeggen dat het perfect gaat, tegen de middag zakt de concentratie in, ik neem in een onbewaakt ogenblik toch weer een extra klusje aan, en door diverse complicaties loopt het toch weer een paar uurtjes uit. Verdomme.

Niet opgeven, adviseert Steel, net als het wonderdieet is ook de cold-turkey uitstel-afkick een mythe. Net als een ex-alcoholist die nooit meer zorgeloos een kroeg in kan, zal ik wel altijd gevoelig blijven voor de duivel van de afleiding. Een Ionica Smeets worden, dat zit er niet meer in, al schijnt het klimmen der jaren wel in mijn voordeel te werken. Impulsbeheersing neemt toe, net als ervaring.
De man in de spiegel heeft eigenlijk niets meer gedaan dan gewoon volgens afspraak leveren waarvoor hij wordt betaald. Maar misschien is hij toch niet zo'n oetlul als ik dacht.

Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek
'Competenties en vaardigheden'

Reageer, print of deel dit artikel

  • Reageer (6)
  • Print
  • Share/Bookmark Mail dit artikel
Reacties op dit artikel:
Bert | 10 augustus 2011 (13:55)

Mooi is ook Piers Steel's vermoeden dat juist in de journalistiek bovengemiddeld veel mensen met een neiging tot "procrastrineren" werken. Dat lijkt het tegenovergestelde van wat je verwacht, maar is bij nader inzien logisch.

Werkomgevingen die minder vastomschreven deadlines hanteren vormen in Steel's optiek een nachtmerrie voor uitstellers, omdat er geen externe druk is om dingen af te ronden. Men geeft zich over aan de verleiding van telefoons, internet enzovoorts. Dan liever, zoals in de dagbladjournalistiek, iedere dag een vaste deadline, dan is er teminste dagelijks druk die uiteindelijk zo groot wordt dat de journalist wel tot actie MOET overgaan. Zo blijft de baan tenminste behouden.

Wouter V. | 10 augustus 2011 (14:21)

Misschien een goede tip: in de 'Getting things done'-methode moet je altijd opschrijven wat de volgende fysieke taak is. Dus dan schrijf je niet alleen op je to-dolijst ''artikel schrijven'' maar ook "alle info doorlezen op wikipedia" en ''college X bellen voor info", als je je die fysieke stap op papier hebt is het veel makkelijker om eraan te beginnen en het niet uit te stellen.

Bruno van Wayenburg | 11 augustus 2011 (22:28)

@bert Ja, die opmerking was ook mij opgevallen. 'Guilty as charged', dacht ik wel even, maar ik ken ook best veel keurig op tijd leverende journalisten, of mensen die wel klagen over deadlines, maar ze toch altijd ruim op tijd halen. En aan de andere kant is schrijven op een of andere manier bij uitstek een uitstelopwekkend karwei, zie bijvoorbeeld al die promovendi die keurig hardwerkend hun wetenschappelijk onderzoek doen, en dan eindeloos aanhikken tegen het proefschrift (en soms door uitstelgedrag zelfs niet promoveren).
@wouter: GTD heb ik ook een poosje gedaan, en sommige principes gebruik ik ook nu nog wel. Ik vond dat er weinig nadruk was op prioriteiten stellen en plannen, het is meer voor (relatieve) warhoofden dan uitstellers, maar die tip om je de acties concreet voor te stellen is inderdaad wel een goeie ja.

Hg | 13 augustus 2011 (20:58)

Er worden interessante dingen genoemd, maar ik geloof niet dat ik alles voor zoete koek slik. Ik ben een ernstige uitsteller bij sommige bezigheden, en juist een perfectionist die domweg niet kán stoppen tot het goed is bij andere. Dat is niet het hele verhaal, maar het zijn wel twee kanten van dezelfde medaille. En ik denk dat een vorm van impulsiviteit een aardige omschrijving voor die medaille is, mijn motivatie zit niet in "het moet gebeuren" maar in "dit grijpt me en laat me niet los". Ik heb grote moeite met dingen doen die me niet grijpen, en even veel moeite met dingen loslaten die me wel grijpen. Tot ze af zijn. Het werken aan het een is het uitstellen van het ander. En het uitstellen van het een krijgt regelmatig de vorm van het werken aan het ander.

Bij de tips ontbreekt mijns inziens een heel belangrijke: sociale interactie en onderlinge betrokkenheid. Ik kan aanzienlijk makkelijker de uitsteldingen wel doen, of de doordraafdingen onderbreken, als iemand in mijn omgeving er even vriendelijk op wijst. Als een ander het zegt heeft het meer effect dan wanneer je het jezelf vertelt. En als jij die ander iets vertelt werkt het net zo. Er is heel weinig voor nodig om elkaar een beetje moed in te praten bij die dingen waar je moeilijk toe komt. Ik heb de indruk dat onze zakelijke cultuur dat in toenemende mate als handje vasthouden afwijst, en daarmee in toenemende mate verwacht dat we individueel in een vacuum opereren. Dat de genoemde tips alleen gaan over hoe je het in je eentje oplost sluit daarbij aan.

Ik denk echter dat het een volkomen normaal verschijnsel voor sociaal levende wezens is. Het zou wel eens heel goed voor productiviteit en het halen van deadlines kunnen zijn als de onvermijdelijke imperfecties waar mensen mee rondlopen niet alleen als individueel bij te spijkeren gebreken opgevat worden maar ook voor een deel als punten waarop je elkaar aanvult en stimuleert. Ik denk dat het besproken onderwerp zich daar prima voor leent.

Bart | 8 december 2011 (0:22)

Uitstelgedrag is ook een van de symptomen van ADD - Attention Deficit Disorder, de niet-hyperactieve variant van ADHD. Het verbaast me dat je hierover niet rept in het artikel. Uitstelgedrag hoeft niet per se een karaktereigenschap te zijn, maar heeft mogelijk een neurobiologische oorzaak.

Amber | 20 januari 2012 (16:30)

Gewoon uitstellen. je krijgt het toch af?
Dan zit er meer vuur in dan nu.

Het kan enige tijd duren voordat je reactie geplaatst wordt.

Het is de redactie van Intermediair toegestaan om de inhoud van de reactie met naam en toenaam te hergebruiken in de print uitgave van Intermediair.

Reacties worden niet direct op de site geplaatst. De redactie controleert vooraf of de reactie aan een aantal voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn:

  • Reacties dienen betrekking te hebben op de inhoud van het betreffende artikel of onderwerp.
  • Reacties mogen geen beledigingen, bedreigingen, al dan niet fictief, aan het adres van de andere sitebezoekers of aan prominente personen bevatten.
  • Uitingen van geweld, racisme, anti-semitisme, het zwartmaken van individuen, groepen of organisaties worden niet getolereerd.
  • De reactie moet kort en bondig zijn (maximaal 1.000 karakters), te lange reacties worden niet geplaatst.
  • Het plaatsen van persoonsgegevens zoals telefoonnummers en adressen in de tekst van de reacties is niet toegestaan.
  • Links naar websites en reclame voor producten en/of diensten worden niet geplaatst.
  • Reacties die volledig in hoofdletters zijn getypt en/of vol staan met uitroeptekens en vraagtekens worden niet geplaatst.
  • Reacties die vol staan met taalfouten worden niet geplaatst.

De redactie behoudt zich het recht voor om reacties aan te passen, in te korten of te verwijderen. De redactie gaat niet in discussie over geplaatste of verwijderde reacties.


Ik ga akkoord met de voorwaarden

Zoek in vacatures voor hoogopgeleiden: