Werken met LinkedIn (4): laat je introduceren
Auteur: Marjan Peer
|
18-12-2009
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Gebruik LinkedIn om contact te leggen met mensen buiten jouw directe netwerk. Coach Marjan Peer legt uit hoe. ‘De wereld ligt aan je voeten.'
Het tweede- en derdegraads netwerk
Een kennis vertelde mij eens over zijn criterium voor een goed contact in zijn LinkedIn-netwerk: als hij iemand belt en zegt dat hij toevallig in de buurt is, mag hij dan à la minuut langskomen? Zo ja: goed contact. Het leuke van LinkedIn is natuurlijk dat je niet alleen deze zogenoemde intimi kunt benaderen, maar ook de kennissen van jouw contacten (tweedegraads netwerk) en hun contacten (derdegraads netwerk). Duizenden professionals onder handbereik; de wereld ligt aan je voeten.
Wat is je bereik?
Hoe groter je tweede- en derdegraads netwerk, hoe groter je ‘bereik' op LinkedIn. Logischerwijs hangt die omvang af van je eerstegraads netwerk (meer over dit eerstegraads netwerk op mijn vorige blog: Hoe diep is jouw netwerk?).
Moet je dan maar zoveel mogelijk contacten verzamelen voor een groot tweede- en derdegraads netwerk? Niet per se, zo blijkt. Als jij zelf weinig contacten hebt, maar dat zijn wel allemaal mensen met een groot netwerk, kan jouw bereik toch heel groot zijn. Andersom kan ook: jij hebt weliswaar veel contacten, maar jouw zakelijke vrienden niet. Dan blijft je netwerk relatief ‘plat'.
Rekenen met Shally
Lees ook eens de blog van Shally Steckerl: Becoming a promiscuous linker on linkedIn. Shally maakt hierin een mooie rekensom: deel je eerstegraads contacten door het aantal tweedegraads contacten en bepaal zo je promiscuity ratio. Hoe hoger dit getal, hoe kleiner je tweedegraads netwerk is in verhouding tot je eerstegraads netwerk. Shally komt in zijn (overigens al wat oudere) artikel voor zichzelf uit op een ratio van 0,2%. Zijn 8.600 eerstegraads contacten kenden elk gemiddeld 523 mensen, wat hem een tweedegraads netwerk van 4,5 miljoen mensen opleverde. Het eerstegraads netwerk van zijn kennis Glenn is met 3500 zakelijke vrienden veel kleiner. Maar omdat die elk zo'n 1.000 contacten hebben, bereikt Glenn in totaal toch 3,5 miljoen mensen. Zijn bereikratio is daarmee 0,1% en dus beter. .
Kwaliteit versus kwantiteit
Veel mensen kennen is prettig, maar je hebt er dus pas wat aan als:
de mensen die je kent zelf ook veel contacten hebben en je dus een diep netwerk hebt de mensen die je kent ‘je binnen laten als je voor de deur staat'.
InMail en introducties
De wereld ligt voor je open op LinkedIn, maar hoe kom je met die duizenden professionals uit je tweede- en derdegraads netwerk (waarvan je dus niet zelf een mailadres hebt of waarmee je niet samen in de schoolbanken of de bedrijfskantine hebt gezeten) in contact? Er zijn twee manieren om dat te doen:
Rechtstreeks via InMail. (Je hebt dan wel een betaald abonnement op LinkedIn nodig.) Dit is een persoonlijk bericht dat je aan andere LinkedIn-gebruikers kunt sturen, mits ze zelf aangegeven hebben dat ze InMails willen ontvangen. In principe kun je ze aan iedereen sturen, ook buiten je netwerk. Maar het is duidelijk dat refereren aan een gezamenlijke kennis helpt bij het leggen van contact. De mail loopt via het LinkedIn-systeem en de privacy van de ontvanger is zodoende beschermd. InMail is sneller en directer dan een introductie (zie hierna) die via een ketting van contacten loopt.
Je kunt een van je eigen contacten vragen om je bij iemand uit zijn of haar netwerk te introduceren via een introduction request. Jouw kennis stuurt het bericht dan door aan zijn contact. Dit is een gratis faciliteit van LinkedIn. Je vindt deze mogelijkheid rechts bovenaan het profiel van de persoon die je wilt benaderen (get introduced through a connection). Je vult je contactgegevens in en schrijft een persoonlijk bericht. Hierbij ben je afhankelijk van jouw eerstegraads contact: werkt die mee? Op welke termijn? En: doet hij of zij een goed woordje voor je? Mensen uit je derdegraads netwerk kun je op dezelfde manier benaderen, maar hier zit een schakel tussen die contact leggen moeilijker maakt (‘Ik ken iemand die iemand kent die jou kent - watte?). Zorg wel dat je een heldere doelstelling hebt als je contact wilt leggen met mensen uit je tweedegraads netwerk. Je kunt, met goed fatsoen, iemand maar één keer benaderen. Let dus op de eerste indruk die je maakt. Heldere doelstelling: ‘Ik zou u graag kennis laten maken met onze TalentQ persoonlijkheidsvragenlijst, de hoogwaardigste en goedkoopste in de markt.' Minder heldere doelstelling: ‘Ik wil u graag aan mijn netwerk toevoegen omdat we wellicht iets voor elkaar kunnen betekenen.'
Tips
Bereken je efficiency van je netwerk: deel het aantal eerstegraads contacten door het aantal tweedegraads contacten (hoe lager, hoe beter).
Formuleer van te voren op papier wat je doelstelling is met een contact
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Coach personal branding'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Jan | 21 december 2009 (3:05)
Waarom zijn organisaties publiek?! M.A.W. je hebt helemaal geen netwerk nodig
|
|