Help, mijn vak verdwijnt!

Stug doorgaan of vertrekken nu het nog kan?


Auteur: Wouter Smilde | 31-08-2011 | Reacties: 6 | Share/Bookmark Mail dit artikel

R Redacteur Wouter Smilde heeft niet de snuggerste loopbaan gekozen. Links en rechts worden verslaggevers ontslagen, anderen stappen uit voorzorg zelf op. Wordt het voor Smilde niet eens tijd om onder ogen te zien dat zijn bedrijfstak geen toekomst meer heeft? Laatste aflevering van Intermediairs zomerserie, waarin redacteuren op zoek gaan naar de betekenis van werk en succes



Cv

Wouter Smilde (29)
Worstelt met:
de slechte toestand van de journalistiek 
Status: samenwonend
Woonplaats: Amsterdam
Opgegroeid in: Harlingen
Auto: een voor de rallysport omgebouwde citroen AX gti
Sport: Braziliaans jiu jitsu
Boek op het nachtkastje: King of the World: Muhammad Ali and the rise of an America hero van David Remnick
Recent geleerd: Portugese krachttermen
Koffie: acht espresso's per dag


Ik heb de verrassend snelle ontmanteling van de Nederlandse visserijsector van dichtbij meegemaakt. Het dorp waar ik opgroeide - honderdnogwat huizen een kerk en een kaatsveld - ligt krap twee kilometer van de Harlinger visserijhaven. Als een buurman geen visser was, dan werkte hij in de vrachtvaart of bij een van de bedrijven aan het water.
Gedurende mijn jeugd gingen de gesprekken rond de haven steeds vaker over de stijgende brandstofprijzen en de slinkende rendementen die de vissers parten speelden. Die waren kwelgeest genoeg, nog zonder nieuwe beperkingen vanuit Den Haag, of milieuorganisaties die vangstvergunningen aanvochten.
Maar die tegenkrachten gecombineerd, dat kon niet lang goed gaan. Tussen 1987 en 2010 dunde de vaderlandse visserijvloot uit, van ruim zeshonderd kotters tot krap driehonderd. Schepen die niet varen, verbruiken geen olie of bevoorrading, dus ook de achterliggende sector dobbert dood in het water.

Een tragiek van omvang. Toch legde niemand me de historie droger - of bondiger - uit dan een gepekelde, oudere visser. ‘De mensen zijn net als de dieren', zei hij. ‘Ze gaan naar waar ze eten kunnen vinden.' En een visser vindt tegenwoordig zijn eten aan wal.

Die natuurwet zie ik terug in mijn eigen beroepsgroep, de journalistiek. Tientallen oud-collega's migreerden naar rijkere voedselgronden. Ze gingen de communicatie in of werden tekstschrijver. Vroeger gold zoiets als overlopen, maar de kinderen willen ook eten en het huis moet worden afbetaald. Dat begrijp ik best.
Ik vind het lastiger conclusies voor mezelf te trekken. Het zal wel: dat de journalistiek een uitgeput foerageergebied is, waaruit het slim is te vertrekken. Ik heb inderdaad acht jaar ijsschots springen achter de rug, waarvan ongeveer de helft op tijdelijke contracten.
De vacaturepagina op journalistenforum Villamedia is permanent opgedroogd. Marketingbanen, die zijn er wel. En het vooruitzicht de komende 37 jaar te moeten blijven steggelen ontmoedigt. Maar sinds de eerste les opstellen schrijven, groep zes basisschool, wil ik dít werk doen. Niet iets anders.

Journalisten: zure linkse meelopers?

Toen ik begon als journalist wist ik niet dat het zo slecht ging. Het was zomer in Den Haag - mijn eerste werkplek. Op het Binnenhof kwam het bloed weer in beweging na saaie paarse jaren. Het volk had gesproken en LPF-kamerleden zouden hullie in de plenaire vergaderzaal daar naar laten luisteren ook, als ze tenminste niet over straat rolden met elkaar.
Was het stil in de vleugel van Lijst Pim Fortuyn, dan klonk er wel stemverheffing uit de werkkamers van de VVD. Twee volksvertegenwoordigers, de één mooi en uit Somalië, de ander blond en uit Limburg, trokken een eigen koers. Het gaf discussie in de samenleving. Journalistiek - vertellen wat er gebeurt en dat duiden - leek evident nuttig.


Mijn krant, dagblad Trouw, had een vacaturestop, dat dan weer wel. Aan de overkant van de Wibautstraat in Amsterdam - daar zat de Volkskrant - was het eender. Elk tijdelijk contract in de pijplijn kon rekenen op een run onder jonge journalisten (een zwangere collega, hoera!). Een oudere collega drukte me op het hart dat elk artikel telde.
Al in 1997 had een historische omwenteling plaatsgevonden. Zo ongeveer vanaf de uitvinding van de krant tot aan 1980 waren oplages blijven stijgen, behoudens maar een paar periodes. Toen begon de grafiek te schommelen. Het kon vriezen, het kon dooien. Na 1997 was er geen twijfel meer. De grafiek daalde. En daalde. En daalde. Lullig: twee jaar na die omslag begon ik nog aan mijn studie.

In de tijd dat journalisten hoeden droegen en met typemachines werkten, sloegen Nederlanders elke ochtend 4,5 miljoen kranten open. In de tijd van de iPad ligt de betaalde oplage van alle kranten samen een miljoen exemplaren lager, terwijl de bevolking met meer dan een miljoen personen is gegroeid.
Die ontlezing, je zou ervan in een identiteitscrisis raken. En dat gebeurde ook. Plots bleek een kloof te gapen tussen pers en publiek. En omdat ‘zeggen wat je denkt'  toch mode was, viel er nog wel meer over het journaille te melden: ‘zure linkse meelopers'. ‘Vriendjes van de macht.' En over kranten: ‘dode bomen.' Gek hè, dat niemand die wil lezen.

Stoelendans bij uitgeverijen

Op sommige redacties riekte het naar angstzweet. Hoe grip te krijgen op ‘de burger'? De journalistiek diende opnieuw te worden uitgevonden. Civic Journalism woei over vanuit de VS. Op z'n best: optreden als advocaat van de burger (maar was dat niet altijd al het werk?). Op z'n slechtst: de handen in de lucht gooien - laat de lezer ons maar zeggen wat nieuws is, want die weet het.
Behalve aan de inhoud van het werk, werd er ook aan de vorm gesleuteld. Er kwamen restylingen, nieuwe bijlagen, deelabonnementen en tabloids. Het hielp een beetje. Toch groeide het aantal groentjes onder de lezers niet - jongeren zijn ondervertegenwoordigd in abonneebestanden - evenmin gaf het de grijze lezers eeuwig leven.

Uitgeverijen begonnen een stoelendans. Titels werden doorverkocht, opgeslokt of afgeschaft. Vooral in de regionale dagbladen en tijdschriften werd gesnoeid. Ook de uitgeverijen zelf werden onderdeel van de handel. Grote financiële spelers stapten in de markt. De belangrijkste kwaliteitskranten kwamen in buitenlandse handen.

Commerciële belangen bedreigden de journalistieke. Een investeerder die net een zwikje kranten heeft ingeslagen wil rendement tenslotte, en snel graag. Boek meer winst, werd de opdracht aan uitgeverijen. Komt die niet door meer lezers, dan maar door kostenbesparingen.
PCM (het concern van Trouw, de Volkskrant en NRC) werd gekocht door Britse durfinvesteerders. Die hadden maar een paar jaar nodig om het concern uit te zuigen en armlastig weer op de markt te dumpen.
VNU, eigenaar van Intermediair, zette al 1999 de regionale kranten te koop, in 2001 volgden de publiekstijdschriften. Uiteindelijk schroefden Engelse investeerders het bordje ‘uitgeverij' van de gevel, om het te vervangen door ‘recruitment agency'. Van een journalistiek bedrijf met een afdeling advertentieverkopers naar een bedrijf van advertentieverkopers, met slechts een afdelinkje journalisten.

Kappen met die hondenbaan

De geschreven media zijn beurs en aangeslagen als in 2008 en 2009 de economie kopje onder duikt. De kaakslag: bedrijven draaien de advertentiekraan dicht. Sommige (dag)bladen zien de inkomsten met tientallen procenten dalen.
Een greep uit de (aangekondigde) ontslagen van de laatste twee, drie jaar. HP/De Tijd: 6 man weg. Reformatorisch Dagblad: 20. Trouw: 25. NRC Handelsblad en NRC next: 30. ANP: 35. de Volkskrant: 45. NDC (Noord-Nederland): 100. AD: 185. Telegraaf Media Groep: 500 (onder wie 150 journalisten). De sector maakt water, maar is het lek zo groot dat ik onmiddellijk van boord moet springen? Wel volgens een legertje Amerikaanse media-analisten en (ex-)verslaggevers. Ik werk, als ik hen mag geloven, in een sector die rijp is voor de folklore. Kinderen zullen zich erover verkneukelen, zoals over kantklosters en schillenboeren.

Tenzij dingen drastisch veranderen. In twee recente boeken -The death and life of American journalism en Will the last reporter please turn out the lights - beschrijft een collegezaal vol verslaggevers, hoogleraren en analisten de malaise, met als apotheose een pleidooi voor vrije pers als nutsvoorziening. De overheid moet ingrijpen. Journalistiek dient tenslotte een samenleving van vrije en geïnformeerde burgers.

De advertentiemarkt zien ze niet meer aantrekken. Niet genoeg, althans. De lezersschaar evenmin. Dan staat de sector dus op lemen voeten. En internet - hoewel bejubeld - neemt de fakkel niet over. Hier en daar zijn mooie initiatieven, maar blogs die zich baseren op gedegen onderzoek, aan hoor en wederhoor doen of neutraal duiden: ho maar. Dat prachtige world wide web is soms net een bekliederde toiletwand. Chronisch zwartkijken kun je de auteurs moeilijk verwijten. Sinds 2008 verloren dertigduizend Amerikaanse journalisten hun baan.

Enkele van die afgedankte broodschrijvers, verenigd in online collectieven, hebben trouwens maar één advies aan hun oud-collega's: kappen met die hondenbaan. John Zhu bijvoorbeeld nam plaats achter zijn laptop om de smakelijke handleiding How to (voluntarily) become an ex-journalist te schrijven. Het laatste restje twijfel wil hij wel helpen wegnemen.
Voor bestaanszekerheid op langere termijn hoef je het werk dus niet te doen, maar voor idealen dan? Doe me een lol, schrijft Zhu. Sinds nieuwsmedia onderdeel zijn van multimillion dollar companies, werken journalisten ‘net als alle anderen gewoon voor een bedrijf dat zoveel mogelijk winst wil maken.' Die kun je in zak steken.

Voor passie kiezen

Ik ga te rade bij Jack Kooistra, een oud-collega met decennia ervaring, onder andere bij de Volkskrant, Telegraaf en het Friesch Dagblad. Hij maakte naam omdat hij nazibeulen opspeurde die hun straf waren ontlopen, en dikke boeken schreef over oorlogsslachtoffers en omgekomen militairen.
Collega's waarderen Jack ook om andere wapenfeiten. Die grofgebekte, goedaardige mopperaar en smakelijke verteller, gáát maar door met werken. Jack is 82 jaar oud. Nog dagelijks is hij op de redactie van het Friesch Dagblad. ‘Elke keer als ik een leeftijdsgenoot zie sjokken achter zo'n looprek, ben ik blij dat mijn stijve poten het nog doen.'


Jack vindt het een onzalig idee: uitkijken naar ander werk. Hij was 101 dingen in zijn vorig leven: sergeant, scheidsrechter in het betaald voetbal, personeelschef. Maar niks heeft hem zoveel genoegen verschaft als de journalistiek. ‘Dit is mijn wereld. Het schrijven, de mensen die je ontmoet. Ik kan me boos maken als ik dingen niet rechtvaardig vind - in de journalistiek kun je wat met zulke gevoelens.'

‘Ik was het werk alleen een beetje flauw, toen ik al te lang over sport had geschreven - elke uitdrukking had ik wel een keer gebruikt. Toen ik na een wedstrijd optikte dat ik liever de voorgevel van Marilyn Monroe had bekeken dan dit drama, wist ik dat het tijd werd iets anders te doen. Ik werd rechtbankverslaggever. Lag me beter.' Glunderend: ‘Die opmerking over Monroe heeft ons trouwens tien lezers gekost. Zulke tijden waren het.'
Jack pleit: ‘Je moet het koesteren dat je werk doet dat je zinnig vindt. Voldoening in je werk is onbetaalbaar. Als je nou met de pest in je lijf naar de redactie ging..., dan moet je inderdaad onmiddellijk opstappen, anders krijg je darmkrampen. Maar je houdt van je werk, en je hebt nog steeds een baan. Wees blij. Ik geloof in de journalistiek. Het zal beter worden dan nu.'

Ik heb een afspraak met Klaas Sietse Spoelstra, van beroep verandermanager. Ik vrees dat hij zal beginnen over ‘kiezen voor je passie' - een term die is gegijzeld door zwamneuzen en sindsdien een weeïge lucht verspreidt. Hoe zit het daarentegen met ouderwets je brood verdienen in het zweet des aanschijns? Werken zul je, of je prinsessentenen 's ochtends uit bed willen komen of niet. ‘Dat is wel zo', zegt Spoelstra, ‘maar bewaar dat soort overwegingen voor het moment dat er al niets meer te kiezen valt. Zolang passie nog een rol kan spelen in je beslissingen: neem die luxe.'

... en anders verkopen we gewoon de boerderij

‘Vraag jezelf af wat je straks wilt vertellen aan de hemelpoort', zegt Spoelstra. ‘Klinkt wat overdreven. Maar het is altijd een goed begin als je voor een grote persoonlijke keuze staat. Dan weet je welke dingen je zinvol vindt en niet.'

Oké, voor één keer dan: heb ik gekozen voor mijn passie? Check. Kan ik Petrus onder ogen komen? Dubbel check. Ik wil dus gewoon journalist blijven. Niks geen polonaise verder. Maar is dat tegelijk niet de minst verstandige keuze?

Spoelstra is van het in de diepte springen - maar niet blind, je moet wel kijken. Zijn geboortedorp is een half uur rijden van het mijne. Hij vertrok om te gaan studeren en bleef vijftien jaar in de Randstad. Hij had een goede functie bij KPN, een dito inkomen en een leuk leven in Den Haag. En toen begon hij de bevroren slootjes te missen in de winter, en de geur van het land in het voorjaar.
‘Ik wilde terug naar Friesland. Dat had natuurlijk met meer dingen te maken. In het begin vond ik het bedrijfsleven geweldig. Naarmate ik ouder werd, wilde ik meer bijdragen aan de wereld.' Nu woont hij met vriendin en kind in een opgeknapte boerderij in Friesland. Een deel van zijn tijd besteedt hij aan strategisch advieswerk voor multinationals en overheden, een ander deel onbezoldigd aan cultuur- en natuurprojecten.

‘Vooraf hebben we het ergste scenario bedacht. Als het niks wordt, vinden we het dan een ramp om de boerderij te verkopen? Een kleinere auto? Elders boodschappen doen? Als je het risico van een besluit hebt vastgesteld, is de vraag eigenlijk: kun je leven met die onzekerheid? Geloof je dat je jezelf wel zult redden als het misgaat?'
Ik ben terug op de redactie. Eindredacteur Nico informeert hoe het verhaal vlot. Ik vertel hem mijn conclusie: vooralsnog neem ik het risico om met het schip naar de kelder te gaan. ‘Moet je niet doen', zegt Nico. Wijzend op hoofdredacteur Alex: ‘Naar de kelder gaan, is het werk van de kapitein.'

beeld André Thijssen

Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek
'Carrièreswitch'

Reageer, print of deel dit artikel

  • Reageer (6)
  • Print
  • Share/Bookmark Mail dit artikel
Reacties op dit artikel:
Andy | 31 augustus 2011 (15:56)

I think that to some extent journalists (and newspaper editors and proprietors) have themselves to blame for this situation. They have conspired with each other to fill newspapers with superficial rubbish in order to drive sales to an increasingly celebrity and trivia obsessed public, who now have recourse to the banalities of twittage, fakebook, hives, and millions of pages of websites filled with the ravings of the uninformed and unenlightened.

Despite ten millions people dying of starvation in Somalia, revolutions in Libya, Egypt, Syria and Tunesia, an ongoing bloodbath in Afghanistan, a global financial crisis of epic proportions, continual terrorist attacks in India, Pakistan and Sri Lanka, and so on and so forth, the most important recent news event appears to be that Beyonce is pregnant.

Ho hum.

Nico | 31 augustus 2011 (21:34)

Wat Andy zegt. Journalistiek zou zich goed doen door zich meer te specialiseren. Bijvoorbeeld die Eurocrisis, niemand wordt daar nou echt wijs uit op wat samenvattende verhaaltjes na die niet echt de gehele situatie en oorsprong duidelijk maken. Of Libië waar de media regelmatig de ondergang van Kadaffi triomfeert, dat terwijl het Westen hem in het zadel heeft geholpen. Journalistiek was inderdaad een spiegel voor de maatschappij maar het heeft zichzelf uitgehold door het publiek enerzijds op afstand te houden door zich als marionet te behandelen van bedrijven en overheden en anderzijds te versimpelen met nieuws dat scoort.
De kunstsector hetzelfde, door zichzelf zo elitair op te stellen en mensen te forceren stil en braaf in witte kerken te dwalen hebben zij zich zelf gebombardeerd tot de vervelende ouders die je de les proberen te lezen.

Dieuwke | 1 september 2011 (8:07)

Is she??!

(joking -you're right)

willem | 1 september 2011 (9:14)

Vroeger, nog niet zo heel lang geleden, sprak men over de journalistiek als "de vierde macht", naast de rechterlijke, uitvoerende en controlerende macht (denk bijv. aan Watergate).
Die positie is de journalistiek (bijne) kwijt.

Het zou jullie sieren als die positie weer geclaimd werd en bijvoorbeeld misdaad verslaggevers zich niet presenteren als entertainers. Daarnaast mis ik in kranten ook een objectieve opinie stukken over maatschappelijke knelpunten en vraagstukken. Ze zijn er wel, maar altijd gekleurd door de cultuur van de krant.

Rene | 18 september 2011 (21:58)

Willem Middelkoop legt in het Youtube fragment "ik sla geen krant meer open" precies uit waarom de traditionele media het afleggen ten opzichte van Internet: http://www.youtube.com/watch?v=gLbUUCnQJTM
(nml. ze geven te veel gekleurde informatie door van public relations- en persdiensten en brengen nieuws dat onvoldoende is toegespitst op de individuele voorkeuren van de lezer).
Dat is jammer voor de traditionele media, maar winst voor de maatschappij. Door internet wordt het voor pr-diensten en corrupte regimes steeds moeilijker het nieuws naar hun hand te zetten. Zie bijvoorbeeld de kracht van Wikileaks, Shadowstats, of de rol van Internet in het Midden-Oosten.

Valery | 25 november 2011 (15:07)

Ik kom uit '91 en ken de krant alleen van dat mijn ouders er samen de cryptogrammen in maakten. Het nieuws, één vandaag en wat er om mij heen gebeurt interesseert me zeker wel, ik koop inderdaad alleen geen kranten. Wel een jaar lid van nrcnext geweest, maar onhandig. Ik wil alles op mijn laptop, interactief en complexe situaties direct google-baar. Eigenlijk kan ik over journalisten alleen maar zeggen dat ze een goede manier moeten vinden om het online te doen. Wat ik wel zeker weet is dat dit stuk heerlijk leest en het zonde zou zijn als je niet meer schrijft Wouter.

Het kan enige tijd duren voordat je reactie geplaatst wordt.

Het is de redactie van Intermediair toegestaan om de inhoud van de reactie met naam en toenaam te hergebruiken in de print uitgave van Intermediair.

Reacties worden niet direct op de site geplaatst. De redactie controleert vooraf of de reactie aan een aantal voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn:

  • Reacties dienen betrekking te hebben op de inhoud van het betreffende artikel of onderwerp.
  • Reacties mogen geen beledigingen, bedreigingen, al dan niet fictief, aan het adres van de andere sitebezoekers of aan prominente personen bevatten.
  • Uitingen van geweld, racisme, anti-semitisme, het zwartmaken van individuen, groepen of organisaties worden niet getolereerd.
  • De reactie moet kort en bondig zijn (maximaal 1.000 karakters), te lange reacties worden niet geplaatst.
  • Het plaatsen van persoonsgegevens zoals telefoonnummers en adressen in de tekst van de reacties is niet toegestaan.
  • Links naar websites en reclame voor producten en/of diensten worden niet geplaatst.
  • Reacties die volledig in hoofdletters zijn getypt en/of vol staan met uitroeptekens en vraagtekens worden niet geplaatst.
  • Reacties die vol staan met taalfouten worden niet geplaatst.

De redactie behoudt zich het recht voor om reacties aan te passen, in te korten of te verwijderen. De redactie gaat niet in discussie over geplaatste of verwijderde reacties.


Ik ga akkoord met de voorwaarden

Zoek in vacatures voor hoogopgeleiden:

Carrièretips in je mailbox?

Abonneer je met twee muisklikken op onze wekelijkse nieuwsbrief met daarin kakelvers carrìèreadvies, discussies, columns en trends op de arbeidsmarkt.