Carrièreswitch: het klooster in
Auteur: Cathalijne Boland
|
02-04-2010
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Eind 2009 mailt Joost van Wielink (35), trainer bij adviesbureau Zuidema, zijn collega's een opmerkelijk bericht. Hij neemt ontslag. Hij wil het klooster in.
Om het nog opmerkelijker te maken: zijn vrouw kiest óók voor het kloosterleven. ‘Ik kan me voorstellen', schrijft hij, ‘dat deze brief (heel wat) vragen oproept.'
Jack Glas (40) werkte als systeemontwerper bij Bell Labs in Amerika toen hij besloot priester te worden. Hij had er tweeënhalf jaar over nagedacht voor hij zijn besluit bekendmaakte.
‘Ik denk dat een mens niet uit zichzelf verandering wil. De samenleving heeft verwachtingen: dat je welvarend bent, dat je niet celibatair gaat leven. De keuze voor het priesterschap gaat in tegen rijkdom, seks en macht, zaken waarvan de maatschappij vindt dat ze erbij horen. Mensen zien nu aan mij dat je ook gelukkig kunt zijn zónder.'
Jack Glas
Uitzonderlijk
De keuze voor een religieus leven als kloosterling of priester is uitzonderlijk. Het gaat jaarlijks om een handjevol intredingen en wijdingen. Het is een keuze die je ook niet zomaar kúnt maken. Aan de priesterwijding van Glas in november 2009 ging zeven jaar theologiestudie vooraf, waarin hij zich als Delfts ingenieur onder meer moest zien te bekwamen in het Grieks, Latijn en Hebreeuws - ‘het is een hele worsteling geweest om me dat eigen te maken'.
Van Wielink staat nog aan het begin van een vormingsperiode bij de Norbertijnen in Heeswijk-Dinther, die minimaal vijf jaar in beslag zal nemen. Pas dan zal hij de plechtige professie afleggen: de drie kloostergeloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, die dan voor de rest van zijn leven gelden.
Glas is als priester gehoorzaamheid verschuldigd aan de bisschop, heeft ook beloofd celibatair te leven, maar anders dan wanneer hij lid was geworden van een kloostergemeenschap blijven zijn bezittingen zijn persoonlijk eigendom - zoals zijn spaargeld uit Amerika.
Roeping heet het. Eigenlijk is het de ultieme vorm van passie, waar de hedendaagse young professional zo naarstig naar zoekt. ‘Voor mij is roeping niet gekomen als een donderslag bij heldere hemel', zegt Glas. ‘Het was meer een bepaalde emotie, en je moet je niet louter laten sturen door emotie. Je moet erover nadenken, maar een emotie kan je wel een richting geven.' Glas ging in Amerika met Pasen naar de kerk, omdat je nu eenmaal met Pasen naar de kerk gaat. ‘En het mooie is: de katholieke traditie is overal hetzelfde. Alleen de taal is anders. Het deed me goed en ik vroeg me af waarom ik niet vaker naar de kerk zou gaan.' In het begin was dat vooral om sociale contacten aan te knopen, die in Amerika ‘sterk om de kerk heen lopen'. Maar gaandeweg werd het Glas duidelijk dat hij niet alleen ging om de mensen die hij er zag - het kerkbezoek zélf was belangrijk voor hem geworden. Hij ging mee op een retraite. ‘Ik zag mezelf, als vrijgezelle jongen, wel als een prime target. Vóór dat weekend was al wel eens aan me gevraagd of ik misschien priester wilde worden, maar tijdens dat weekend was dat voor het eerst een gedachte die uit mezelf kwam.' Hij vroeg een religieuze (zuster) om geestelijke begeleiding. ‘Zij zei: ga op zoek naar je authentic desire. Probeer alle verwachtingen, die van jezelf en die van de maatschappij, opzij te zetten. Uiteindelijk ben ik toen tot de conclusie gekomen dat het Gods plan was dat ik de weg van het priesterschap op ging.' Dat proces duurde als gezegd tweeënhalf jaar.
Hij begon zijn priesteropleiding in Amerika, maar ging na een jaar terug naar Nederland. Daar bezorgde zijn promotor uit Delft hem een bijbaan aan de universiteit in Eindhoven, en juist dat sterkte hem in de overtuiging dat hij goed zat met zijn keuze voor de priesteropleiding: ‘Het leukste aan die baan vond ik het om antwoord te geven op alle vragen die ik er kreeg, want ze kenden mijn geschiedenis wel. Daardoor realiseerde ik me dat ik de priesteropleiding leuker vond dan het technische werk.'
Intredingen In de periode 1999-2008 zijn er in Nederland 76 mannen en ook 76 vrouwen ingetreden in een klooster. (Bron: KASKI). Mannelijke religieuzen die niet tot priester zijn gewijd, worden broeders of fraters genoemd. Vrouwelijke religieuzen heten zusters of (in de spreektaal) nonnen.
(Bron: KDC, Katholiek ABC)
Priesterwijdingen In de periode 1999-2008 zijn er in Nederland 166 mannen tot priester gewijd. 32 daarvan zijn tevens lid van een kloostergemeenschap, dit zijn de ‘regulieren'. Priesters die niet bij een klooster horen, zijn in dienst van het bisdom. Zij worden ook wel ‘wereldheren' of ‘seculieren' genoemd. (Bron: KASKI)
Radicaal
Ook de roeping van Joost van Wielink kwam niet uit de lucht vallen. Weliswaar wist hij van jongs af aan dat hij een religieus mens was, geïnteresseerd in de grote vragen des levens - maar het vond geen grond. ‘Ik behoorde tot de minimale minderheid die godsdienst een prachtig vak vond. Wat dat betreft ben ik altijd wel een buitenbeentje geweest. Ik ben opgegroeid in de tijd dat de secularisatie definitief zijn beslag kreeg. In de eerste klas van de middelbare school hadden we nog een eucharistieviering met Kerst en met Pasen, maar in de zesde was daar niets meer van over. Dat voltrok zich dus in een periode waarin je eigen geloofsleven zich juist ontwikkelt.'
Vanaf 2000 ging hij een aantal keren in kloosters in retraite, en vier jaar geleden stond hij al op het punt om in te treden. ‘Ik was op zoek naar een omgeving waarin leven, werken en bidden bij elkaar komen.'
Het liep anders: hij ontmoette Jolanda, die zich net als hij op het kloosterleven oriënteerde. Ze werden verliefd op elkaar en trouwden voor de wet. In de voorbereiding op het kerkelijke huwelijk kwamen ze erachter dat ze zich allebei toch sterker geroepen voelden tot het kloosterleven. Baan opgezegd, huis verkocht, gescheiden. Zij is inmiddels ingetreden bij de Blauwe Zusters, hij staat aan de poort bij de Norbertijnen, de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther. Makkelijker gezegd dan gedaan overigens. ‘Wat me in Christus aanspreekt, is zijn onmogelijke radicaliteit.'
Zijn ideaal is leven in een gemeenschap die verwijst naar Gods Koninkrijk: ‘In het klooster bouw je samen aan een gemeenschap, een wereld waarin de liefde van God centraal staat. Waarin je mag voelen: ik mag er zijn, ik ben geen toevallige passant, ik ben uitgenodigd om hier te zijn. Traditioneel is de aantrekkingskracht van een klooster dat het een plek is waar je mag zoeken, waar je je vragen mag stellen. Zo wil ik ook met mensen op weg zijn, daar voel ik me toe geroepen.'
Om dat te kunnen, met anderen op weg zijn, voelde Van Wielink dat hij zich vrij moest maken van de relatie met zijn vrouw, en voor haar gold hetzelfde. ‘Wij voelen dat we beter tot ons recht komen als we juist niet in een intieme relatie zitten, omdat we dan met veel meer mensen de liefde kunnen delen die wij van God ervaren.'
Dat was een lange, pijnlijke worsteling. ‘Ik neem niet alleen afscheid van Jolanda, maar ook van het feit dat ik relaties heb gehad en dat ik ervoor kies om die niet meer te hebben.' Tegelijkertijd ziet hij het als een positieve keuze: niet tégen een relatie, maar vóór het leven in een religieuze gemeenschap met vijfentwintig medebroeders.
Jack Glas ziet het celibaat als ‘een gave'. ‘Natuurlijk, er zijn momenten waarop je eenzaam bent, maar juist omdat je dan alleen bent, ben je eerder aangewezen op God, op gebed. Dat verdiept die relatie. En ik kan wel alleen zijn.'
Kloosterregels Het kloosterleven in Europa is vooral gevormd door de kloosterregels van Augustinus (354-430) en Benedictus (480-547). Benedictus legde met zijn Regel voor monniken de grondslag voor de contemplatieve ordes, zoals de Benedictijnen, Trappisten en Cisterciënzers.
Onthechting
Van Wielink zit nu in zijn postulaat, dat wil zeggen de periode voorafgaand aan de formele intreding. Een periode van heel veel geregel - en van afscheid nemen op allerlei gebied. Van zijn huis, van de poes die niet mee kon verhuizen, van zijn salaris en van zijn leaseauto. ‘En ook van simpele dingen. Als ik op vrijdagavond thuiskwam, trok ik een zak chips open en dronk ik een glas whisky. Dat doen wij hier niet. Op zaterdagavond drinken we een biertje, op zondagavond wijn, maar daarbuiten moet je je grenzen accepteren. Ik kan natuurlijk naar de supermarkt gaan om die zak chips te kopen, het is niet zo dat het niet mág. Waar het om gaat is dat je je met jezelf verstaat op het moment dat je die zak chips wilt.'
In maart verhuisde hij naar de abdij, vanaf april heeft hij geen betaalde baan meer. ‘Ik neem niet alleen afscheid van Zuidema, maar ook van carrière maken, van nadenken over de volgende carrièrestap.'
Van Wielink gaf onder meer trainingen over rouw en verlies in werksituaties, zoals bij reorganisaties. Iets soortgelijks wil hij blijven doen, maar dan vanuit het klooster. ‘Ik sluit me niet op, ik trek me niet terug achter de kloostermuren om de hele dag op sandalen door de gangen te gaan lopen.' Maar hoe zijn nieuwe werk er precies uit komt te zien, daarover formuleert hij omzichtig. ‘Het gaat niet alleen om wat ík wil, maar ook om wat de gemeenschap van me wil. Ik ben hier komen wonen en heb mijn talenten met me meegenomen. Ik heb laten zien dat ik wat kan, eerst als jurist, later als coach. Maar het kloosterleven is ook: leren loslaten. Onthechten. Ik hoef mijn ambities niet achter me te laten, maar ik moet hier niet binnenkomen met een plan.'
Jack Glas is gehoorzaamheid verschuldigd aan de bisschop. Laconiek: ‘Aan de top van elk bedrijf staat een ceo. De kerk is niet een democratisch land, maar als je de kerk als een bedrijf ziet, denk ik dat een ceo in het algemeen grilliger is en minder wijs dan een bisschop. In principe bepaalt hij in welke parochie ik geplaatst word, maar in ons bisdom gebeurt dat in overleg. Ik ben geplaatst in Leimuiden, waar ik zelf graag naartoe wilde. Vergelijk dat eens met werken bij een bedrijf, en je leven vorm moeten geven naar de eisen die dat bedrijf aan je stelt. Ik heb beslissingen genomen die tegen de tijdgeest in gaan, het priesterschap is geen baan waar je een berg geld mee verdient, in het oog van velen moet ik mezelf veel ontzeggen. Maar ik heb machtig mooi werk, een prachtige plek om te wonen, en veel vrijheid om mijn eigen tijd in te delen. Dus ik denk dat het met die offers wel meevalt, maar dat het imago niet meezit. Het priesterschap telt ook niet als een optie. Je vindt het niet terug in een beroepskeuzetest.'
Reacties Van Wielink suggereerde het al in zijn brief aan zijn collega's: dat zijn stap heel wat vragen zou oproepen. De radicaliteit van zijn beslissing riep inderdaad (en roept nog steeds) een hoop reacties op. ‘Wat ik van veel mensen hoorde is dat ze er respect voor hebben, dat ze het moedig vinden. Bij de koffieautomaat trof ik collega's die zeiden: ik weet niet zo goed hoe ik moet reageren, maar weet dat het me raakt.'
Er waren ook veel reacties uit de categorie ‘leven en laten leven' ("als jij maar gelukkig wordt"). Weer anderen deden er veelzeggend het zwijgen toe. Van Wielink: ‘Via een vriend hoorde ik dat negen van de tien mensen die hij over mij vertelt, met opmerkingen komen dat ik "dus" uit de wereld vlucht of dat ik zeker homo ben. Met andere woorden, als je het klooster in gaat, moet er wel iets geks met je aan de hand zijn.'
Dat was nog voor het NRC Handelsblad met een cascade aan onthullingen kwam van seksueel misbruik door religieuzen, vooral gepleegd in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, en daarna decennialang in de doofpot gestopt.
‘Een vriend van me mailde dat dit mijn keuze nog moediger maakt, omdat ik ook nu voor mijn ideaal durf te staan. Hij mag dat eraan toedichten, maar voor mijzelf staat mijn keuze hier helemaal los van. Ook binnen families gebeuren er dingen waar je in de generaties erna niet trots op kunt zijn. Maar je kunt niet zeggen dat Máxima niet deugt omdat haar vader in Argentinië de verkeerde dingen heeft gedaan.'
Toen Jack Glas op zijn werk ging vertellen dat hij koos voor het priesterschap, was hij beducht voor de reacties - het was net in de tijd dat er in Amerika veel misbruikaffaires in het nieuws waren. Maar dat viel honderd procent mee. ‘Mijn baas zei: ik vind het heel jammer dat je weggaat, maar ik ben blij dat mensen zoals jij deze keuze willen maken. En ook de mensen in Nederland reageerden positief. Het wordt hier gewaardeerd dat je je eigen keuzes maakt.'
Monniksorde Sinds 2001 kiest een meerderheid van de mensen die intreden in een klooster voor een leven als monnik (m) of moniaal (v), namelijk 57 procent van de mannen en 62 procent van de vrouwen. (Bron: KASKI)
Commitment
Zal het daadwerkelijk een keuze voor het leven zijn?
‘Mensen zien het misschien niet meer zo', zegt Jack Glas, ‘maar het huwelijk is in principe óók een keuze voor het leven.'
Joost van Wielink hóópt dat het een keuze voor het leven zal zijn. In het klooster waar hij intreedt weten ze dat dat niet per se het geval zal zijn - er zijn broeders die vertrekken, voor en zelfs wel eens ná hun plechtige professie.
‘Het is mijn intentie om hier de rest van mijn leven te blijven. Ik heb echt mijn hele leven op de kop gezet om hier gelukkig te zijn en te blijven.' Hij kent zichzelf goed genoeg om te weten dat dat niet makkelijk zal zijn. ‘Ik weet dat ik geconfronteerd zal worden met sleur. Ik heb eerder last van de seven month's itch dan van de seven year's itch.' Vooral tijdens zijn driejarige opleiding tot coach/counsellor, kwam hij erachter dat ‘leren blijven' een belangrijk thema voor hem is. ‘Ik ben er goed in om ergens met veel enthousiasme op het toneel te verschijnen, om daarna weer stilletjes en ongezien via de achterdeur te vertrekken. Maar hoe kan ik een waardevolle tochtgenoot zijn als ik zelf voortdurend op de vlucht ben? Ik ga leren blijven. Ik ga leren mezelf voortdurend welkom te blijven heten.'
Pasen Op Witte Donderdag wordt het Laatste Avondmaal van Jezus met de apostelen herdacht, en de instelling van de eucharistie. Op Goede Vrijdag de kruisiging en op Stille Zaterdag de tijd dat zijn lichaam in het graf lag. Met Pasen vieren christenen de verrijzenis uit de doden van Jezus Christus.
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Carrièreswitch'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Francisca | 1 augustus 2010 (13:22)
Ik loop al sinds mij 16 jaar om het klooster in te gaan. Nu dat ik 44 jaar ben al van alles mee heb gemaak in het leven, blijf bij moeilijk tijden altijd het geloof en het idee om het klooster in te gaan erg centraal in mijn leven. ihierin vind ik altijd rust. Ik weet aleen niet hoe ik dit kan bereiken. Ik ben hoog opgeleid als verpleegkundige en heb er veel ervaring opgebouwd. Wil graag een rust in mijn levenvia het geloof en mensen helpen. Graag zal ik reactie willen ontvangen van mensen die uiteindelijk voor het klooster leven heb gekozen en daar in uiteindelijk hun zelf in gevonden hebben.
Gr. A.linda
|