Rabobank-CEO: 'Ik heb nog nooit gesolliciteerd'
Auteur: Bart van Oosterhout
|
26-11-2009
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
Piet Moerland volgde in juni Bert Heemskerk op als hoogste baas van de Rabobank Groep. Moerland staat bekend als een sociaal vaardige bestuurder die liefst op de achtergrond blijft. Dit is zijn eerste lange interview als topman van de Rabobank.
Rabobank is in 2009 winnaar van Intermediairs Beste Werkgevers Onderzoek.
CV
Wie: Piet Moerland Geboren: 21 april 1949, Sint Annaland Opleiding: 1961-1966 HBS Bergen op Zoom, 1966-1973 bedrijfseconomie Erasmus Universiteit Rotterdam, 1978 promotie tot doctor in de economie, Erasmus Universiteit Loopbaan: 1972-1978 wetenschappelijk medewerker Erasmus Universiteit 1979-1980 beleidsmedewerker Centrale Stafgroep Rabobank 1981-1987 hoogleraar bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen 1988-1998 hoogleraar economie en van 1999-2002 hoogleraar corporate governance aan de Universiteit van Tilburg 2003-2009 lid raad van bestuur Rabobank, juli 2009 bestuursvoorzitter Rabobank Groep.
Wat was de meest vormende ervaring in uw leven?
‘Ik was drieënhalf toen het water kwam en onze woning in Sint Annaland onderliep (de Watersnoodramp van 1953; BvO). We zijn met het gezin naar de zolder gegaan en hebben daar in spanning de gebeurtenissen afgewacht. Mijn beelden daarvan zijn nog heel scherp, ik herinner me vooral de opgezwollen kadavers van koeien die langs kwamen drijven. Het is een ijkpunt in mijn leven, in zoverre dat die herinnering precies in de tijd te plaatsen is. Ik heb een huis in Haamstede, dichtbij de Oosterscheldekering. Tot windkracht acht kun je daar nog overheen rijden en zie je het aan de zeezijde spoken. Dat maakt nog steeds indruk, dat wij met technisch vernuft dat geweld hebben weten tegen te houden.' Wat is in essentie de boodschap van uw opvoeding?
‘Ik ben een echte babyboomer hè, uit '49. Ik ben opgegroeid met het idee dat Nederland weer moest worden opgebouwd. Ontplooien was het kernwoord. Wij waren de eerste generatie die kon gaan studeren. Voor de oorlog was dat een veel elitairder pad. Ik had als voorbeeld alleen een oom die in Utrecht gepromoveerd was in de medicijnen. Met mijn grootvader, die een wijze man was en breed geïnteresseerd, heb ik veel gesproken over mijn toekomst. Als je de mogelijkheden hebt, pak je ze. Dat was de boodschap.'
Op welk moment had uw leven een heel andere wending kunnen nemen?
‘Mijn vader had een groothandel in levensmiddelen en toen ik nog betrekkelijk jong was, deed de vraag zich voor of ik tot het bedrijf toe zou treden. Dat had zo'n moment kunnen zijn. Maar eigenlijk was het nooit een serieuze optie. Het zat er toen al in dat ik verder zou gaan leren. Ik had een brede interesse, vooral voor geschiedenis en - ook toen al - economie. Mijn oudere broers hebben de zaak voortgezet en opgebouwd.'
Wie zijn de meest inspirerende personen geweest in uw leven?
‘Ik denk op de eerste plaats aan mijn leraar geschiedenis op de middelbare school die zo boeiend kon vertellen over de mythologie. Die heeft me geleerd alles in een historisch perspectief te plaatsen. Daar ontleen ik nog steeds heel veel aan. Op de universiteit was ik zeer geboeid door de geschiedenis van het economisch denken. We zijn vergeten dat de grote klassieke economen zoals Thomas More, Adam Smith en Malthus in feite moraalfilosofen waren. Ze hadden ook duidelijk oog voor de morele dimensie van ons economisch handelen. De economische wetenschap stoelt sinds de laatste dertig jaar sterk op de statistiek en de wiskunde. Maar je ziet de belangstelling voor de ethiek binnen de economie weer terugkomen. Vóór de crisis merkte je dat al, maar nu helemaal.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Mijn vader zei altijd "verbeter de wereld, begin bij jezelf". Met de nadruk op het laatste. Hij zei het vooral als je wel eens zeurde over wat er bij een ander allemaal mis was. Als iedereen wat meer naar zichzelf zou kijken, zouden we bescheidener en toleranter zijn. Wie begint bij zichzelf heeft het zo druk dat hij aan gezeur over anderen helemaal niet meer toekomt.'
Zonder mazzel geen succes. Wanneer hebt u in uw carrière mazzel gehad?
‘Of het mazzel is weet ik niet, maar ik heb in mijn leven nooit gesolliciteerd. Er zijn natuurlijk wel gesprekken geweest, maar ik ben altijd voor een functie gevraagd. Toch zou ik liever willen spreken over opportuniteit dan mazzel, dat suggereert toch te veel dat iets je slechts overkomt, zo is het ook niet. Die promotieplaats was zo'n opportuniteit. Het gekke was, toen ik eraan begon wist ik al dat ik naar het bedrijfsleven wilde. En dat kwam na mijn promotie direct op mijn pad. Mijn toenmalige baas aan de Erasmus Universiteit Dick Wolfson was close met Wim Duisenberg die destijds in de hoofddirectie van de Rabobank zat. In 1978, met Sint Nicolaas, ging ik me daar voorstellen en drie weken later kon ik al beginnen bij de centrale stafgroep.'
Wat is uw talent?
‘Anderen zeggen van mij dat ik het talent bezit om mensen bij elkaar te brengen en in beweging te krijgen. En als iets zo vaak gezegd wordt, zal er wel een kern van waarheid in zitten. Het heeft te maken met die vorming in de naoorlogse jaren waar we eerder over spraken. Daardoor ben ik behept met een sterk sociaal instinct.'
Wat was uw beste ‘nee'?
‘Als hoogleraar corporate governance heb ik me altijd verzet tegen de sterke beschermings-constructies die destijds in Nederland bestonden. Mijn motivatie was dat de kwaliteit van het bestuur beter moest. Veel raden van commissarissen konden zich daarachter verschuilen, aandeelhouders stonden buitenspel. Sommige mensen hebben dat opgevat alsof ik voorstander was van het activistisch aandeelhouderschap zoals dat in Amerika bestond. Ik ben in die periode wel benaderd door iemand die dat ook hier wilde introduceren en mij daar graag bij wilde hebben. Daar heb ik hartgrondig nee tegen gezegd. Het heeft in Nederland gelukkig ook nauwelijks voet aan de grond gekregen, met ABN Amro als pijnlijke uitzondering.'
Wat is uw grootste angst?
‘Als bankier kun je wel eens wakker liggen van berichten in de krant over mensen als Nick Leeson bij Barings Bank of Jerome Kerviel bij Societé General die eigenhandig een bank ten gronde kunnen richten. Dan denk ik: het zal je toch niet gebeuren dat je meent dat je alle risico's in beeld hebt en dat er dan zoiets onder je ogen gebeurt. Tegelijk tonen die affaires aan dat je met nog meer regels een crisis niet kunt voorkomen. En dat is wel de kant die we nu op dreigen te gaan. Ik geloof dat dat een grote vergissing is. De crisis was niet te wijten aan een gebrek aan risicomanagement, maar aan onwetendheid. Een overdaad aan regels leidt tot schijnzekerheid. Het leidt ertoe dat je een checklist af gaat vinken en vergeet de zachte signalen op te pakken. Dat iets volgens de regels kan, ontslaat je niet van de plicht om je af te vragen of het ook deugt wat je aan het doen bent.'
(fotografie Adrie Mouthaan)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek 'Beste Werkgevers Onderzoek'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Anno Zijlstra | 27 november 2009 (6:24)
Bescheidenheid is een grote deugt, dat wordt hier nog maar eens een keer duidelijk in dit artikel.
|