Henk Bleker: ‘Als ik het zat ben, ga ik terug naar Groningen'
Auteur: Marieke de Wit
|
31-01-2012
| Reacties: 1
|
Mail dit artikel
De afgelopen maanden vielen niet mee voor Landbouw-staatssecretaris Henk Bleker. Natuurorganisaties zijn woest om zijn nieuwe Natuurwet, en richten hun kritiek op hem persoonlijk. Dat raakt hem, maar hij realiseert zich ook: ‘Misschien roep ik het over mezelf af.'
CV
Wie: Henk Bleker Geboren: 26 juli 1953, Onstwedde, Oost-Groningen Opleiding: politicologie, VU Amsterdam Loopbaan: 1975 medewerker ministerie van Binnenlandse zaken; 1976 medewerker juridische faculteit, promotie in 1984 op overlegcultuur in bestuurlijk Nederland; 1984 zelfstandig organisatieadviseur; 1982-1991 lid Provinciale Staten voor het CDA in Groningen; 1991-1999 fractievoorzitter CDA in Provinciale Staten; 1999 lid College van Gedeputeerde Staten; 2001-2010 lid Dagelijks Bestuur CDA; 2009 directeur RTV Noord; 2010 staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Wat was in essentie de boodschap uit uw jeugd?
‘Je best doen, meer kun je niet doen. En plezier in je werk is net zo belangrijk als een carrière. Mijn vader was postbode. Hij werkte hard voor een heel gewoon inkomen. Hij was totaal niet ambitieus; eigenlijk was hij overgekwalificeerd voor dat beroep. Hij werkte eerst op kantoor als administrateur, maar wilde liever in zijn eigen dorp Onstwedde iedere dag zijn ronde maken. Hij zette een rem op zijn werk om te kunnen genieten van zijn kinderen, de familie, de buurt. Nee, ik heb in dat opzicht niet zijn lijn gevolgd. Ik ben meer een kind van de vooruitgang, denk ik. Maar die binding met het dorp heeft hij wel op mij overgedragen: ik woon nog steeds in Groningen, één dorp verderop.'
Wat wilde u worden toen u tien was? ‘Dierenarts en ik ben altijd een dierengek gebleven. Ik heb mijn paarden [Bleker fokt Welsh pony's op zijn Groningse boerderij, MdW.]. Dat heb ik ook van mijn vader, die was hobbyboer; hij had paarden, kalveren, varkens, schapen. Later wilde ik parlementair journalist worden. Ik had bewondering voor de grote namen uit die tijd, mensen zoals Joop van Tijn, fantastisch. Mijn decaan op het lyceum adviseerde me om toch te gaan studeren, voor als ik nog eens iets anders zou willen. Het werd bestuurskunde en besturen bleek me uiteindelijk ook beter te liggen.'
Heeft u nog steeds warme gevoelens voor de journalistiek? ‘Als je De Telegraaf van vandaag mag geloven wel, maar dat moet je maar niet opschrijven [daarin een uitgebreid stuk over zijn verhouding met een jonge NRC-journaliste, MdW.]. Ik ben een jaar directeur van RTV Noord geweest, dat vond ik verschrikkelijk leuk: toch nog in de journalistiek, maar dan vanuit de commerciële hoek. En ik kan erg genieten van journalistiek vakwerk.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg ‘CDA-lid Mustafa Amhaouch adviseerde me tijdens de kabinetsformatie te gaan praten met een aantal vertegenwoordigers uit de moslimgemeenschap. Ze waren bezorgd, of het CDA ook nog wel de partij van hun geloof was. Dat is de kern van de zaak realiseerde ik me, en nog steeds. In het regeerakkoord is toen de vrijheid van godsdienst opgenomen, juist in deze tijd is dat belangrijk: daar moet geen enkele twijfel over zijn.'
Zonder mazzel geen succes: op welk cruciaal moment in uw carrière heeft u mazzel gehad?
‘In 1984, toen ik een organisatieadviesbureau begon. Onafhankelijk zijn, de vrijheid van een eigen onderneming trok me. In de laatste maanden voor ik zou promoveren, ging ik bij 45 bedrijven en organisaties langs om me te oriënteren, de aantekeningen heb ik nog. In september zei ik mijn baan bij de universiteit op en begon, samen met een partner. We hadden huisvesting, een secretariaat... En toen moest het gebeuren. En het liep. Uit die bedrijfsbezoeken kwamen opdrachten voort; interim-management, tijdelijke bestuursklussen. Een goede voorbereiding ja, maar ook mazzel dat ik de juiste mensen had benaderd. Vanuit het niets stap voor stap een klantenkring opbouwen, ik heb later nooit meer een grotere kick van iets gekregen. In 1999 stopte ik, toen ik werd gekozen als gedeputeerde in Groningen.'
Wat is uw imago? ‘Dat weet ik niet.'
U wordt neergezet als nonchalant, een sluwe vos met streken... ‘Luister eens, ik ben 58 jaar, aan mij valt weinig meer te vormen. Ik doe mijn best, op mijn manier. Zolang ik steun krijg uit Den Haag, is het prima. En als dat niet meer zo is, of als ik het zat ben, dan ga ik terug naar Groningen.'
Valt het staatssecretarisschap u tegen?
‘De laatste drie maanden zijn me tegengevallen. Kritiek op mijn natuurbeleid is niet erg, maar het wordt zo op de man gespeeld. Vereniging Natuurmonumenten plaatste in november een advertentie in het NRC "Help mee de Natuurwet verbeteren", een oproep om te protesteren tegen die wet, met een grote foto van mij met mijn hond. Mijn hond, dat vind ik heel erg persoonlijk. Kijk, ik heb het nog liggen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik door mijn manier van doen dit soort reacties oproep, ik kom ongetwijfeld soms scherp uit de hoek. Ik heb me voorgenomen wat vlakker en voorzichtiger te zijn.' [Later pakt Bleker de advertentie uit het NRC er nog eens bij. Met glimmende ogen: ‘Mooie hond hè?']
Had u daar als gedeputeerde in Groningen geen last van? ‘Ik had toen veel meer direct contact met mensen. Dan ging ik naar een bijeenkomst met honderd boze boeren om uit te leggen waarom juist hun land was aangewezen om bij hoogwater onder te lopen en naar ze te luisteren. Het mooiste compliment wat ik ooit heb gekregen, was van een boer van een jaar of zestig. Twee zinnen: "Meneer Bleker, ik ben het niet met u eens, maar u had het beste met ons voor." Ik sprak hun taal, ik ken alle 220 dorpen in Groningen en zowat van elk dorp het aantal inwoners. Provinciaal bestuurder is een fantastische baan. Ik mis dat contact, ik kom daar nu te weinig aan toe. Ik heb het druk met andere dingen, zoals mijn beleid toelichten in de Kamer.'
Wanneer heeft u voor het laatst om uzelf gelachen?
‘Ik lach voortdurend om mezelf. Relativerend, ook om grappen die over me worden gemaakt. Zolang het netjes blijft. Om Lucky TV [maakte een aantal persiflages naar aanleiding zijn ‘briefje aan Mauro' tijdens een uitzending van Pauw en Witteman, MdW.] lig ik echt in een deuk, meesterlijk.'
Die actie met Mauro, heeft u daar spijt van? ‘Mensen die me kennen, weten precies waarom ik dat deed. Ik had kaartjes voor die voetbalwedstrijd en ik dacht: al dat gedoe rond die jongen, hij kan wel een verzetje gebruiken. Maar ik was me er niet van bewust dat de camera's draaiden, dacht dat de Zappservice op stond. Daarin heb ik me lelijk vergist. Ik had natuurlijk achteraf even naar hem toe moeten gaan en een praatje maken. Maar ach, het maakt niet uit, het is gebeurd.'
Wat mogen uw kinderen nooit worden? ‘Ze mogen alles worden. Maar ik denk niet dat ze de politiek ingaan. Ze zien te veel de schaduwzijde ervan. Mensen mogen van alles over je roepen en je kunt verdomd weinig terugroepen als politicus.'
Fotografie: Adrie Mouthaan
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
Reacties op dit artikel:
Jeroen | 1 februari 2012 (20:44)
Ik ben hem al lang zat. Laat hem snel terug gaan naar Groningen, want zijn natuurbeleid is waardeloos.
|