Anky van Grunsven: 'Ik ben heel bijgelovig'
Auteur: Robin Uitham
|
24-01-2012
|
Mail dit artikel
Ze is al twaalf jaar Olympisch kampioene en staat als enige vrouw in de top 100 best verdienende Nederlandse sporters. Dressuurrijdster Anky van Grunsven werkt aan een mogelijke comeback op de Olympische Spelen in Londen. ‘Als je stopt op het hoogtepunt, mis je andere hoogtepunten.'
CV
Wie: Anky van Grunsven Geboren: 2 januari 1968, Erp Opleiding: middelbare school Loopbaan: 1990 Nederlands kampioen. Daarna won ze met Bonfire nog negen keer de nationale dressuurtitel. In totaal haalde ze dertien keer de Nederlandse titel; 1994 eerste bij Wereldkampioenschappen Den Haag met Bonfire; 1999 eerste Europese kampioenschappen Arnhem met Bonfire; 2000 Olympische Zomerspelen Sydney: goud met Bonfire; 2004 Olympische Zomerspelen Athene: goud met Salinero; 2005 Europees kampioen in Hagen. 2006 Wereldkampioen in Aken; 2007 Europees kampioen in Turijn; 2008 Olympische Zomerspelen Peking: goud met Salinero. Haar kledinglijn wordt in meer dan twintig landen verkocht
Wat was de boodschap van uw opvoeding?
‘Als je iets wilt worden, dan moet je ervoor werken, als je beter wilt worden, moet je daarvoor moeite doen. Als je volhoudt, dan wordt iets belangrijk. Zorg dat je je eigen ding goed doet, geen excuses.'
Wat wilde u worden toe u tien was? ‘Tien? Geen idee. Later toen ik bijna van school af was, wilde ik binnenhuisarchitect worden. Maar mijn vader had een bouwbedrijf en had als hobby paarden. Op mijn achttiende heb ik mijn bedrijf opgestart, ik kreeg een kasboek van mijn vader: veel plezier ermee, zei hij. Op zondag reden we concours en verder was het zes dagen werken, ik reed paarden voor anderen en gaf les.'
Welke kwaliteiten heeft u meegekregen uit het milieu waarin u bent opgegroeid? ‘Hard werken, verantwoordelijkheidsgevoel, nuchter blijven kijken naar de dingen.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg ‘Dat was misschien wel op school: het advies niet verder te studeren. Ik kon goed leren, maar had er geen tijd voor en geen zin in.'
Anky van Grunsven met Salinero (rechts op de foto) en IPS Upido
Wat was uw meest vormende ervaring?
‘Dat was toen ik een wedstrijd reed tijdens de wereldkampioenschappen in Rome in 1998, ik won niet, maar toen heb ik echt voor mezelf besloten waarom ik wilde dressuur rijden. De jurering in Rome was zo absurd. Dit wil ik niet meer, dacht ik. Vanaf dat moment was het me duidelijk: ik wil doen wat ik zelf graag doe, en niet iets doen omdat anderen wat vinden. Het leverde een andere manier van denken op. Mentaal werd ik sterker: ik kreeg een soort rust over me: ik hoef niet per se een medaille te winnen. Dat was een keerpunt. Omdat ik het kon loslaten: niet de plek die ik haal is belangrijk, maar dat ik doe waarin ik plezier heb. Ik denk dat ik daardoor wel een paar Olympische medailles heb kunnen winnen.
Wat is uw talent? ‘Ik wil altijd beter worden, dat is een karaktertrekje. En ik ben goed met paarden. Dat besef kwam pas echt in het jaar dat ik wereldkampioenschappen zou rijden: misschien kan ik dit toch wel iets beter dan een ander. Tot die tijd dacht ik dat niet, ik heb een nuchtere insteek, ben niet zo'n dromer.'
Wat was uw belangrijkste beslissing? ‘Dat was het logische besluit om van mijn hobby mijn werk te maken. Voor mijn omgeving was het niet logisch, want het is geen gemiddelde baan, het is hard werken en weinig verdienen. Door alle successen heb ik veel kunnen opbouwen in de sport, maar het is niet altijd zo makkelijk geweest.'
Op welk cruciaal moment heeft u mazzel gehad?
‘Ik geloof niet in geluk en toeval. Ja, ik heb twee keer het geluk gehad een heel goed paard te hebben, maar dat is ook geen toeval; je gaat op zoek naar zo'n paard en dan vind je die. Ik geloof in zelf het heft in handen nemen en zorgen dat iets gebeurt, dan hoef je niet te hopen op geluk of mazzel. Het enige waarmee ik geluk heb gehad is dat toen ik grand prix begon te rijden, het niveau lager was dan nu, ik ben eigenlijk meegegroeid met de sport, als ik ergens geluk mee heb gehad is het met de factor tijd.'
Heeft uw partner uw visie op uw carrière veranderd? ‘Jazeker, zonder hem was ik niet zo ver gekomen, zowel in de sport als zakelijk. Hij heeft goede trainingsmethoden en een goede kijk op paarden en ik kan goed rijden; dat is dus de combinatie. Ik wil veel aanpakken en hij heeft financieel veel op een rij gezet, daarin is hij beter.'
Bent u bijgelovig? ‘O ja, heel bijgelovig, ik heb veel rituelen. Het eerst doe ik mijn linkerlaars aan, dan mijn rechter. Bij wedstrijden draag ik altijd hetzelfde horloge, dezelfde riem en dezelfde dasspeld. Of ik denk dat dingen anders misgaan? Nou nee, maar baat het niet, dan schaadt het niet. Het ritueel van het aankleden is ook een manier om in een zekere concentratie te komen.'
Wanneer had uw loopbaan een andere wending kunnen nemen? ‘Na het winnen van de eerste gouden medaille op de Olympische Spelen. Dan heb je alles gehaald waarvoor je hebt gewerkt. Die periode daarna in 2001 was moeilijk. Wat wil ik nu? Het was de enige keer dat ik er echt over heb nagedacht te stoppen. Toch heb ik ervoor gekozen hiermee door te gaan, als je stopt op het hoogtepunt mis je andere hoogtepunten. Bij de volgende medailles had ik hiervan geen last meer: toen had ik duidelijk gekozen voor dit leven.'
Wat is er wel veranderd? ‘Ik sta nu meer in dienst van anderen, vroeger reed ik tien paarden zelf, nu nog maar twee van mezelf en ik rijd paarden van anderen. Het is superleuk kennis door te geven en anderen te begeleiden. Je kunt niet tien uur op een paard zitten, ik ben blij als ik iemand kan helpen de Olympisch Spelen te halen. Ik coach nu vijf kandidaten voor de Spelen, een daarvan gaat een vrijwel zeker door, twee maken een reële kans en voor twee wordt het moeilijk.'
Wat wilt u nog bereiken? ‘Ik heb steeds gezegd: voor mij hoeft het niet meer. Tot ik IPS Upido zag, mijn nieuwe paard, en de uitdaging daarin. Want om nu te zeggen: geef hem maar aan iemand anders, daarvoor vind ik het toch te leuk. Of ik zelf dit jaar mee doe aan de Spelen, hangt van Upido af, hoe hij presteert. Hij doet erg zijn best, maar ik heb nog niet met hem in een wedstrijdsituatie gereden, dat wordt spannend. Als er kans op een medaille is, dan ga ik ervoor. Ik doe het omdat ik iedere dag beter wil worden, meer dan om een beker. Het is een uitdaging als je onder druk op een andere plek, in een andere sfeer, het beste uit je paard kunt halen: het ultieme bewijs dat je onder moeilijke omstandigheden goed kunt rijden. De ultieme kick... Dat het allemaal past, jij met je paard, dat alles lukt. En de plak is de slagroom op het toetje.'
Fotografie: Duco de Vries
Meer artikelen in de rubriek 'De loopbaan van'
Reageer, print of deel dit artikel
|