Postdoc UvA - 3000 euro bruto
Auteur: Astrid van den Brandhof |
11-03-2010
|
Deel dit artikel
Nada Vasic (35) onderzoekt de taalontwikkeling van Turks-Nederlandse kinderen. Vindt ze de wetenschap niet saai? 'Het wereldje van wetenschappers boeit me.'
Naam: Nada Vasic Leeftijd: 35 Functie: postdoc, vakgroep Neerlandistiek, Universiteit van Amsterdam (vier dagen) én docent taalwetenschappen, Universiteit Leiden (één dag per week) Opleiding: Engelse Taal en Letterkunde, Universiteit Utrecht Werkervaring: 11 jaar Uren per week: 36 uur op contract, ongeveer 45 uur in werkelijkheid Salaris: 3000 euro bruto als postdoc, 700 euro bruto als docent Secundaire arbeidsvoorwaarden: 13e maand, reisbudget voor congressen in het buitenland
Hoe ben jij postdoc geworden?
‘Ik heb vier jaar lang promotieonderzoek gedaan als aio. Dat onderzoek ging over afasiepatiënten: ouderen die door een herseninfarct taalproblemen ontwikkelen. Daarna heb ik een tijdje gedoceerd in Utrecht en Leiden en in 2008 werd ik gevraagd voor een postdoc-functie. Het onderzoeksinstituut ACLC (Amsterdam Center for Language and Communication) had plotseling iemand nodig voor een onderzoek. Er was geen tijd voor sollicitaties en ze benaderden mij omdat ik de juiste expertise had. Het onderzoek wordt gefinancierd door een fonds, de NWO (Nederlands Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek). De NWO betaalt mijn plek op de UvA.'
Word je altijd eerst aio en dan postdoc in de wetenschap?
‘Nee, het kan per persoon, vakgebied en universiteit verschillen. Maar veel jonge onderzoekers worden na hun promotie zo'n twee tot drie jaar, en soms nog langer, postdoc. Dat is een tijdelijke aanstelling om je promotieonderzoek bijvoorbeeld verder uit te diepen en te groeien in je vakgebied. Na je promotie kun je ook een tijdelijke aanstelling krijgen als universitair docent (UD). De kans om een vaste aanstelling te krijgen als universitair docent is groter na een postdoc-functie.'
Experimenten uitvoeren
Wat onderzoek je precies?
‘Ik doe onderzoek naar de taalontwikkeling bij Turks-Nederlandse kinderen. Het probleem is bekend, mede daarom wordt het gefinancierd. Veel van deze kinderen praten pas op de basisschool voor het eerst Nederlands. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat deze kinderen taalproblemen hebben, waardoor ze op speciale scholen terechtkomen. Maar als het om een taalachterstand gaat, is dat helemaal niet nodig. Ik onderzoek wat de signalen zijn om het verschil te ontdekken tussen taalachterstand en taalproblemen.'
Hoe kom je erachter welke signalen dat zijn? ‘Eerst moet je een goede hypothese formuleren binnen een theoretisch kader en bedenken hoe je het onderzoek wilt uitvoeren. De meest tijdrovende klus is vervolgens het bedenken en opzetten van goede experimenten. Op dit moment zit ik ongeveer twee dagen in de week op basisscholen om de experimenten uit te voeren. Dat doe ik samen met de masterstudenten die mij helpen bij het onderzoek. De kinderen doen de testen op de computer. Het wachten op de resultaten is het meest spannende gedeelte. Ondertussen ben ik ook al begonnen met analyseren.'
Is de wetenschap niet saai?
‘Nee, het voelt alsof ik nooit ben uitgeleerd. Ik snap mensen ook niet die zeggen: "Ik heb genoeg geleerd, nu ga ik werken." Zelfs als ik zou schoonmaken, zou ik blijven leren en me willen ontwikkelen.
Het wereldje van wetenschappers is ook erg boeiend. Met een stuk of tien collega-taalwetenschappers spreken we elke twee weken af. Dan presenteert iemand zijn onderzoek en geven we elkaar feedback. Het zijn allemaal slimme en kritische mensen. Ook congressen die ik bezoek zijn nuttig. Vorige week presenteerde ik in Berlijn mijn onderzoek en praatte ik daarover met internationale collega's.'
Welke eigenschappen moet je als onderzoeker bezitten? ‘Je moet gedisciplineerd werken, nauwkeurig zijn en oog voor detail hebben. Vanzelfsprekend moet je analytisch sterk zijn en moet je grote hoeveelheden informatie verwerken en tot de kern brengen. Het is een beetje eenzaam af en toe, daar moet je tegen kunnen. Ik vind het wel prettig, want je bent eigen baas.'
Ben je tevreden met je salaris, in verhouding tot de werkdruk?
‘Salaris is niet mijn grootste drijfveer. Ik wil iets doen waar ik voldoening uit haal, ook al verdien ik daardoor minder. Ik zit nu op een salarisniveau waarvan ik prima kan leven. Het voordeel van deze baan is dat het heel flexibel is. Ik werk minstens één dag thuis en heb de vrijheid om zelf mijn tijd in te delen. Maar je moet wel de discipline hebben om het werk af te krijgen.'
Fotografie: Thomas Schlijper (www.schlijper.nl)
Wellicht ook interessant:
Meer artikelen in de rubriek: Baan en beloning
Reageer, print of deel dit artikel
|