'Bij ons is een gebouw nooit wat het lijkt'
Auteur: Bart van Oosterhout |
14-06-2003
|
Deel dit artikel
Ze maken gebouwen als ruimteschepen, wiskundige figuren die lijken te zweven en waar voor- noch achterkant aan te ontdekken valt. Toch vloeit voor Ben van Berkel en Caroline Bos de vorm der dingen voort uit een simpele vraag: waar zijn de mensen?
Dutch Boom Deep planning 3D-plattegronden
Computer en eenvormigheid
Droomwens: tapijt voor de stad
Dutch Boom Ben van Berkel (45) en Caroline Bos (43) kwamen bij elkaar tijdens hun verblijf in Engeland, waar hij architectuur studeerde en zij kunstgeschiedenis. In het werk bleken ze elkaar perfect aan te vullen. In Nederland braken ze in 1996 door met het ontwerp van de sierlijke Erasmusbrug in Rotterdam -- 'De Zwaan' in de volksmond -- die door de Rotterdammers meteen werd omarmd als hét nieuwe symbool van hun stad. En ook vakbroeders moesten toegeven dat het een heel knap ontwerp is; die ene ranke pijler die een massief brugdek schijnbaar moeiteloos omhooghoudt. Twee jaar later besloten Van Berkel en Bos verder te gaan als UN Studio, een naam die hun internationale ambities verraadde. Sindsdien gaat het paar, samen met architecten als Rem Koolhaas en studio MVRDV, door voor de belangrijkste vertegenwoordigers van de Dutch Boom, de eerste revival van Nederlandse architectuur sinds de dagen van Berlage.
'Supermodern' heet hun stijl, waarin driftig gebruik van de computer zorgt voor futuristische ontwerpen en vloeiende lijnen. Zoals het stationsgebied in Arnhem, het Möbiushuis voor een echtpaar in Hilversum, het -- helaas niet verkozen -- ontwerp voor een het WTC-complex in New York, een terminal voor cruiseschepen in Genua, en het Mercedes Museum in Stuttgart. De lijst is eindeloos. Ontwerpen die door Caroline Bos van een soms nogal wollige theoretische onderbouwing worden voorzien in lijvige boeken voor op de koffietafel. Dat levert wel eens het verwijt op dat ze vooral academische architectuur maken. De zachtaardige Van Berkel kan zich om niet veel dingen boos maken, maar dit is er een van. 'Het enige dat wij willen maken is architectuur die werkt.'
Deep planning Je gaf onlangs een lezing over deep planning, een begrip dat centraal staat in jullie werk. Wat is dat? BvB: 'Het is een begrip dat eigenlijk ontleend is aan de stedenbouw. Het betekent dat je bij het ontwerpen veel meer rekening houdt met gegevens over hoe mensen een gebied gebruiken, niet alleen functioneel, maar ook in de tijd. We passen dat principe langzamerhand ook steeds meer toe in onze gebouwen. We gaan in een vroeg stadium met iedereen om de tafel zitten, politici, projectontwikkelaars, ingenieurs, maar ook met iemand als Paul Mijksenaar (bedacht onder andere de bewegwijzering op Schiphol. BvO), die heel veel weet van reizigersstromen. Je bent eigenlijk een soort informatiemanager voordat je ook maar een schets op tafel legt.'
CB: 'De traditionele manier waarop stedenbouwkundigen werken, is van bovenaf met blokjes heen en weer schuiven. Een blokje voor het station, een voor een kantoor enzovoorts. Op veel locaties, bijvoorbeeld op stations, lukt dat niet meer omdat er veel te veel samenkomt; bussen, trams, treinen, voetgangers en fietsers, kantoren en winkels. Wil je dat goed laten functioneren, dan moet je veel meer de diepte in, de informatie veel grondiger bestuderen. Met computermodellen ben je in staat om allerlei statistische gegevens over reizigersstromen en verlangens van projectontwikkelaars en de politiek aan je ontwerp te koppelen.'
BvB: 'Om het nog simpeler te zeggen: het gaat er in deep planning om dat je weet waar de mensen zijn. En om dat te weten moet je veel beter en gedetailleerder plannen dan tot nu toe gebeurde.'
Noem eens een voorbeeld van deep planning. BvB: 'Het stationsgebied van Arnhem. Toen we begonnen in 1996 hadden we acht opdrachtgevers. De uitdaging voor ons was om al die tegenstrijdig belangen bij elkaar te brengen. Zo kwamen we er bijvoorbeeld achter dat de stroom reizigers vanaf het station naar de stad veel kleiner zou zijn dan die tussen twee busstations aan weerszijden van het station. De meeste mensen op dat station hebben dus niets met de treinen te maken. Terwijl de NS de opdrachtgever was, die ook het liefst alles zelf in de hand wilde houden. Uiteindelijk moest de NS accepteren dat ze maar een van de spelers waren in het totaalpakket van die locatie.'
Deden architecten en stedenbouwers dat voorheen heel anders? BvB: 'Traditioneel zei de opdrachtgever "dit is de locatie en dit zijn de eisen". Vervolgens vroeg de projectontwikkelaar "hoeveel vierkante meters moeten we vullen?" Maar de eerste vraag zou moeten zijn "hoe gaan we met stationslocaties om?" In Utrecht en Rotterdam zijn ze drie keer opnieuw begonnen. Niemand weet blijkbaar hoe je dit soort complexe opgaven moet aanpakken. In de vierde nota ruimtelijke ordening riep de overheid al dat we naar meer intensief grondgebruik toe moesten. Maar de strategie die daarbij hoorde is nooit ontwikkeld.'
CB: 'Er werd iets heel vaags bij gezegd over de mens die centraal moest staan. En het leuke is dat je dat met deep planning echt hanteerbaar kunt maken. Je kunt aantonen hoeveel mensen van hier naar daar gaan op welke tijden, en hoe lang ze waar staan te wachten; je kunt het echt kwantificeren.'
3D-plattegronden Jullie staan bekend om het intensieve gebruik van de computer. Wat doen jullie anders dan andere architecten? BvB: 'In plaats van te tekenen, programmeren we nu driedimensionale plattegronden. Voor het Mercedes Museum in Stuttgart hebben we nu een 3-D model ontwikkeld waarmee we in een oogopslag alle consequenties kunnen zien als we een aspect veranderen. Dat geeft ontzettend veel vrijheid.'
CB: 'Vroeger bedacht je eerst een beeld van het ruimtelijke effect dat je wilde bereiken en vervolgens zette een ingenieur er de dragende kolomstructuur in. Veel architecten werken trouwens nog zo. Wij hebben die technische beperking niet meer. Er zitten wel dragende kolommen in, maar die kun je zo wegwerken dat je er geen last meer van hebt.'
BvB: 'Dat dwingt je ook om anders te gaan denken, want je kunt vrijwel iedere vorm maken die je wilt. Daarom kun je je veel meer concentreren op het gebruik van een ruimte. Nu gaan we kijken naar waar mensen vandaan komen, waar ze heen gaan en hoe zich dat in de loop van de tijd ontwikkelt. En dan kom je erachter dat de proporties van een gebouw misschien wel heel anders moeten zijn dan alles wat je had kunnen bedenken.'
En dan maakt de vorm niet zoveel meer uit? BvB: 'In de architectuur is een strijd gaan de tussen aanhangers van de klassieke box en die van de vrije vorm, de blob. Ik zou zeggen who cares? Als het maar werkt. Als je zoals wij met nieuwe technieken informatie kunt vertalen in een structuur, dan wordt dat allemaal minder belangrijk. Ik hoef ook niet zo nodig een afdruk van mijn stijl achter te laten. Bij ons is een gebouw in ieder geval nooit wat het lijkt.'
Computer en eenvormigheid De computer is ook verantwoordelijk voor de eenvormigheid in de architectuur. BvB: 'Vooral in het begin van de jaren negentig zag je nogal wat overenthousiaste ontwerpen waarbij alle trucs uit de toverdoos waren gehaald. En die lijken inderdaad allemaal verschrikkelijk veel op elkaar. Nu zijn we in een fase dat we de computer gaan zien als een middel om informatie te structureren. Maar ik denk dat de achterhoede dat nog niet helemaal begrepen heeft.'
CB: 'Het zweeft ook zo mooi op dat scherm hè? Ruimtes die telescopisch in en uit elkaar gaan en die heel verrassend voor je opdoemen. Maar hoe je dat nou naar de gebouwde werkelijkheid kunt trekken, dat is de vraag die nu heel serieus opdoemt voor veel architecten. Want letterlijk kan het toch niet.'
Jullie inzending voor het WTC-terrein in New York haalde het niet. Is het nog wel op te brengen om mee te doen aan dat soort wedstrijden? BvB: 'Als dat een paar keer gebeurt, is dat ontzettend moeilijk om vol te houden. Want je investeert bijna een kwart van je geld en energie in dingen die gewoon niet doorgaan. Maar goed, soms win je jaren achter elkaar geen prijsvraag en dan haal je er opeens drie of vier binnen, zoals nu. Dus we mogen ook niet klagen.'
CB: 'Het WTC-ontwerp vind ik ook een goed voorbeeld van onze manier van werken. Wij wilden geen oneliner, in de vorm van een spectaculair monument. We hebben gekeken naar de toekomst van de stad en we hebben een antwoord geprobeerd te formuleren op de vraag: hoe maak je de nieuwe skyscraper? Ons ontwerp bestond uit vijf aan elkaar geklonken torens waarin allerlei functies gemengd waren. De manier waarop je je daarin beweegt, is heel anders dan in zo'n verticale stok waar je met de lift omhoog en weer naar beneden gaat. Je krijgt een soort straten en pleinen in de lucht.'
Hoe belangrijk is je eerste grote ontwerp, de Erasmusbrug, geweest? BvB: ´Heel belangrijk. Ik denk dat we zonder die opdracht niet zo ver zouden zijn geweest als nu. Vrijwel alles wat we nu doen, heb ik daar geleerd. Vooral organisatorisch, want het was een heel complex project. Alle oplossingen die we daarvoor bedacht hebben, werken nog steeds.'
CB: 'Dat je al zo vroeg iets groots kon laten zien, dat maakt dat je door kon gaan. Sommige mensen doen daar tien jaar over.'
BvB: 'Ik was toen 33. In de architectuur ben je dan een baby hoor.'
Droomwens: tapijt voor de stad Wat zou je nog willen maken? CB: 'Een vliegveld is wel nummer één.'
BvB: 'Andy Warhol zei eens "als ik president was, zou ik tapijt op straat leggen. Dat lijkt me wel wat, een tapijt voor de stad ontwerpen. Maar serieus, mij gaat het niet om een specifiek gebouw, maar om het soort ontwerp. Ik houd me het liefst bezig met publieke constructies waar veel mensen direct mee te maken krijgen. Dat kan een brug zijn of een vliegveld, maar ik vind het even interessant als het koffieservies dat we voor Alessi hebben gemaakt straks op de markt komt.'
UN Studio lijkt me een heel strak georganiseerd bureau, hoe gaat dat samen met creatieve processen? BvB: 'Het geeft juist veel meer vrijheid om ons bezig te houden met het echte ontwerpen. En we scheiden ons werk en ons privé-leven niet meer. Werken is geen werken meer.' CB: 'Da's onze nieuwste filosofie hè, en die zijn we aan het uitdragen. Dat doen we niet door een knuffelhoek te maken op het bureau, maar door alles zo te organiseren dat het samen kan gaan. Het is eigenlijk een vorm van deep planning voor je leven.'
Overgenomen uit Intermediair, 12 juni 2003
CV Ben van Berkel en Caroline Bos Ben van Berkel werd geboren in 1957 in Utrecht in een kinderrijk gezin en zatvroeger al 'continu te tekenen'. Bezocht de mts en besefte op zijndertigste pas dat architectuur zijn roeping was. Na een -- niet voltooide -- avondstudieaan de Rietveld Academie wist hij geld bijeen te schrapen voor een opleidingaan de Londense Architect association. Caroline Bos, geboren in 1959, reisdeVan Berkel, die ze kende uit Amsterdam, achterna om kunstgeschiedenis te gaanstuderen. Terug in Nederland wist Van Berkel, na een serie renovaties en verbouwingenen een enkel bedrijfsgebouw, de opdracht voor de Erasmusbrug in de wacht te slepen.De in 1996 voltooide brug werd de basis voor een glansrijke carrière vanhet paar. Sinds 1998 werken ze onder de naam UN Studio, kort voor United Network,om aan te geven dat ze deel zijn van de internationale groep United Architectswaar vele opkomende architecten toe behoren. Sindsdien werken ze steeds vakerin het buitenland aan prestigieuze projecten, zoals het Mercedes Museum in Stuttgart.Het echtpaar woont in Amsterdam en heeft een dochtertje.
Meer artikelen in de rubriek Weekblad archief:
Reageer, print of deel dit artikel
|